Door: Redactie
Artikel
4

Verzetsheld Thierry Baudet: Bescheidenheid is walgelijk

Thierry Baudet noemt zichzelf tot grote vreugde van smalende Twitteraars ‘geen politieke hond, maar een verzetsheld’ die...

Thierry Baudet noemt zichzelf tot grote vreugde van smalende Twitteraars ‘geen politieke hond, maar een verzetsheld’ die strijdt tegen hen die ons land ‘verkwanselen.’ In een interview met Nieuwe Revu leren we Baudet al kennen als iemand die een ‘enorme hekel heeft aan bescheidenheid.’ Maar ook als iemand wiens pubertijd ‘zeer eenzaam’ was.

Was jij vroeger zo’n kind dat na drie gewonnen potjes knikkeren thuiskwam en tegen zijn ouders zei dat hij minstens tien keer had gewonnen? ‘Nee, want dat zou grootspraak zijn. Daar ben ik niet zo van. Maar ik overdrijf wél graag. Dat is niet bedoeld om mezelf op te blazen, eerder om mezelf te relativeren. Je brengt er wat luchtigheid in. Ik merk dat veel mensen daar niet goed mee om kunnen gaan. Al die Nederland-clichés over calvinistische zuinigheid en de kop en het maaiveld hebben ook betrekking op onze taal.’

Je hebt jezelf weleens de belangrijkste denker van Nederland genoemd. Grote grijns: ‘Klopt!’

De grijns blijft niet onopgemerkt. Maar in ernst: je hecht niet aan bescheidenheid. ‘Ik heb een enorme hekel aan bescheidenheid. Een walgelijke eigenschap. Je moet in jezelf geloven, andere mensen halen je vervolgens wel weer omlaag.’

Wat wilde je later worden? ‘Schrijver. En daarvoor pianist. Tot ik zag dat mijn talent er niet groot genoeg voor was, en mijn vuur ook niet – dat hangt vaak met elkaar samen. Ik zie mezelf inmiddels als een intellectueel in de Franse zin: van alle markten thuis. Politiek, filosofie, maar ook fictie. Toen ik kind was, maakte ik zelf al krantjes.’

Wie las dat? Grijnzend: ‘Net zo weinig mensen als mijn roman. In die zin ben ik niet echt opgeschoten. Maar ik vond het gewoon heerlijk om te schrijven. Toen ik 10 was, deed ik diepte-interviews met klasgenoten. Ik heb veel van dat soort herinneringen aan de lagere school. Dat was een erg leuke tijd.’

De middelbare school ook? ‘Nee. Die heb ik als zeer dwingend ervaren. Ik zat op het Stedelijk Gymnasium in Haarlem. Ik heb daar een heel eenzame puberteit gehad. Mijn school was aan de ene kant heel elitair, maar tegelijk werd inzet niet beloond en nonchalance wel. Als we een gedichtenwedstrijd hadden, wonnen altijd de absurdistische dada-achtige gedichten, terwijl we juist les kregen in de klassieken. Toevallig kwam ik gisteren nog foto’s tegen van de Rome-reis die we toen hebben gemaakt. Ik zag die gezichten van mijn klasgenoten terug en voelde het ongemak weer. Het pesten, het gevoel van fysieke dreiging en de onberekenbaarheid van het regime: nooit de boefjes aanpakken.

We gingen bijvoorbeeld op een gegeven moment, in de derde klas, naar de Ardennen. Het huis waar we verbleven had vier slaapkamers met zes bedden. In onze klas bestond een groepje van zeven jongens die samen optrokken. Een deel van ze was blijven zitten, dus zij waren al groter en ook sterker. Vooral wanneer ze samen waren, straalden ze een fysieke agressie uit. Daarnaast waren er een gekke Engelse jongen, twee nerds en ik – nooit een nerd geweest, maar ook nooit cool. Wat doe je als onderwijzer met zo’n groep? Je verdeelt die groep van zeven, breekt hun groepssfeer, verdeelt de nerds en de anderen en bouwt daar een nieuwe sociale sfeer op.

Maar wat deed onze docent? Die stond het toe dat die groep van zeven een extra matras op hun kamer mocht leggen, en liet de rest, waarvan één nerd met een longontsteking naar huis ging en de dronken Engelsman werd weggestuurd, in hun eentje achter. Dan ben je of te dom om te begrijpen wat er gebeurt in zo’n groep, wat ik betwijfel, of je hebt een wereldbeeld dat totaal niet strookt met je manier van handelen, waarbij het recht van de sterkste zich alsnog laat gelden. Dit staat voor mij symbool voor alles wat ik nog steeds onuitstaanbaar vind aan linkse mensen. Volgens mij is mijn hekel aan links daar geboren. Links is voor mij een synoniem voor hypocriet. Het gevoel moreel verheven te zijn, maar in de praktijk doen wat juist slecht uitpakt voor de zwaksten.’

Had je wel vriendschappen in die tijd? ‘Ja, ik had een heel dierbare vriend. Die vriendschap is uiteindelijk op een heel nare manier afgelopen, omdat hij ervan overtuigd raakte dat ik homo zou zijn. Hij kwam uit een nogal kleinburgerlijk milieu en dat beeld was voor hem een horreur. Tegelijk had hij iets met een meisje waar ik helemaal verliefd op was en daar ging hij op een heel lompe manier mee om. Ze was mijn gedroomde prinsesje en hij schepte alleen zo grof mogelijk op over alle seksuele dingen die hij met haar deed – verschrikkelijk vond ik dat.’

Tekst: Leon Verdonschot

Het hele interview staat in onze interviewspecial met daarin onze vijftien beste interviews van dit jaar. De special ligt nu in de winkel. ?Het interview is ook te lezen via onze vrienden van Blendle.