Door: Michelle McNamara Fotografie: Getty Images
Artikel
4

Een leven lang jagen op de Golden State Killer

Michelle McNamara deed jaren onderzoek naar de Golden State Killer, die tussen 1974 & 1986 meer dan vijftig mensen verkrachtte en tientallen moorden pleegde. Ze overleed in 2016 maar haar werk werd voortgezet. In april 2018 werd de 72-jarige dader gepakt.

Deze maand verschijnt McNamara’s levenswerk Ik Zal Verdwijnen in het Donker, waarvan hier enkele passages zijn gepubliceerd, in Nederland.

In de vroege ochtend van 8 maart 1977 sloeg de EAR – de East Area Rapist, de man die ik later de Golden State Killer zou noemen – weer toe, in Arden-Arcade. In The Sacramento Bee verscheen een artikel over de aanval (‘Verkrachting kan bij serie horen’). De verslaggever meldde dat ‘het slachtoffer gescheiden van haar man leefde en een klein kind had, dat die maandagnacht ergens anders logeerde. De East Area Rapist heeft nooit toegeslagen als er een man in huis was, maar soms waren er wel kinderen bij.’ Als ooit de vraag was gerezen of de EAR de nieuwsberichten over zichzelf las, dan was die vraag na dit artikel beantwoord. Zijn volgende slachtoffer was een tienermeisje, maar daarna richtte hij zich op heterostellen, elf op rij, en vanaf dat moment bleef zijn aandacht hoofdzakelijk gericht op stellen.

Op 18 maart kreeg het Sheriff ’s Department tussen 16.15 en 17.00 uur drie telefoontjes. ‘Ik ben de EAR,’ zei een man lachend en hing op. Het tweede was een herhaling van het eerste. Toen kwam het derde: ‘Ik ben de East Area Rapist. Ik heb mijn volgende slachtoffer in het vizier en jullie krijgen me niet te pakken.’

Die avond kwam in Rancho Cordova een 16-jarig meisje thuis van haar bijbaantje bij Kentucky Fried Chicken, zette haar tas op het aanrecht en pakte de telefoon om een vriendin te bellen. Haar ouders waren de stad uit en ze was van plan bij die vriendin te gaan logeren. De telefoon was anderhalf keer overgegaan toen een man met een groene bivakmuts uit de slaapkamer van haar ouders kwam met een hakbijl boven zijn hoofd geheven. Deze keer kon het slachtoffer het gezicht van de EAR wat beter zien, omdat het middenstuk uit zijn bivakmuts was geknipt.

In de veronderstelling dat de EAR een jonge inwoner van Rancho Cordova was, kwamen rechercheurs Richard Shelby en Carol Daly van het Sacramento Sheriff’s Department met een stapel jaarboeken uit de buurt en keken toe hoe het meisje ze doorbladerde. Ze stopte bij een pagina in het jaarboek van 1974 van de Folsom High School. Ze gaf het boek aan Shelby en wees op de foto van een jongen. ‘Daar lijkt hij het meest op.’ Ze gingen zijn geschiedenis na. Labiliteit: vinkje. Vreemd gedrag: vinkje. Hij werkte bij een benzinestation op Auburn Boulevard. Ze verborgen het slachtoffer achter in een auto en lieten haar op een meter afstand naar hem kijken terwijl hij de tank vulde. Ze kon hem niet positief identificeren.

De gevallen konden verschillen. Sommige slachtoffers waren jonge tieners die kussens tegen hun buik geklemd hielden en met een gepijnigde en verwarde blik hun hoofd schudden als hun gevraagd werd of ze wisten wat een ‘climax’ was. Andere waren midden dertig, recent gescheiden van hun tweede man, ze volgden een opleiding tot schoonheidsspecialiste en waren actief bij vrijgezellenclubs. Maar voor de rechercheurs die in de vroege uurtjes uit bed werden gebeld, vertoonden de scènes telkens weer meer van hetzelfde.

Doorgeknipte schoenveters op een hoogpolig tapijt. Donkerrode striemen rond de polsen. Braaksporen op raamkozijnen. Openstaande keukenkastjes. Bierblikjes en dozen van crackers verspreid over de achterplaatsen. Het geluid van een soort zak, ritselend papier of ritssluiting als hij sieraden met inscripties stal, rijbewijzen, foto’s, munten, soms geld – hoewel diefstal duidelijk niet zijn hoofdmotief was, aangezien hij waardevolle spullen liet liggen en wat hij stal vaak ergens in de buurt werd teruggevonden, zoals een dierbare trouwring die met geweld van een gezwollen vinger was gerukt.

Op 2 april voegde hij een nieuwe variant aan zijn techniek toe die hij zou blijven gebruiken. Het eerste stel dat hij aanviel werd gewekt door een fel licht in hun ogen van een zaklantaarn met vierkante lens. Hij fluisterde bars dat hij een vuurwapen had (‘een .45 met veertien kogels’), gooide een stuk koord naar de vrouw en beval haar haar vriend vast te binden. Als de man was vastgebonden, zette de EAR een kop en schotel op zijn rug. ‘Als ik het kopje hoor rinkelen of een geluid van het bed hoor, knal ik iedereen in dit huis neer,’ fluisterde hij. Tegen de vrouw zei hij op een gegeven moment: ‘Ik heb in het leger gezeten en daar heb ik veel geneukt.’

Lees het hele artikel op Blendle.