Artikel
15

Voortvluchtige Ajax-hooligan Rick Halman opgepakt

Ajax-hooligan Rick Halman is vannacht in Hilversum aangehouden door de politie. Dat heeft zijn advocaat bevestigd tegeno...

Ajax-hooligan Rick Halman is vannacht in Hilversum aangehouden door de politie. Dat heeft zijn advocaat bevestigd tegenover Nieuwe Revu. Halman wordt ervan verdacht in de vroege zaterdagochtend van 29 oktober 2011 de 24-jarige Bilal el H. te hebben doodgeschoten in de Amsterdamse buurt de Pijp. Halman bezocht die avond een feestje van enkele leden van de harde kern van Ajax en kreeg na afloop daarvan op straat een woordenwisseling met enkele inzittenden van een auto. Daarbij zou hij een pistool hebben getrokken en meerdere keren hebben geschoten op de auto waarin El H. zat. In 2009 schoot Halman in een Rotterdamse kroeg om zich heen. In de kroeg zouden veel Feyenoord-supporters komen.

Sven Westendorp Sinds de schietpartij was Halman voortvluchtig. Justitie loofde een beloning van 10.000 euro uit voor de tip die zou leiden tot zijn aanhouding. Sindsdien prijkte zijn naam op de nationale opsporingslijst. Hoewel justitie officieel nog niets wil bevestigen, wordt hij ook in verband gebracht met de moord op F-Side-kopstuk Sven Westendorp. De eigenaar van het, bij Ajax-fans geliefde, merk AFCA werd op 12 augustus vorig jaar in koelen bloede geliquideerd voor zijn woning in de Amsterdamse wijk Slotervaart.

De advocaat van Halman kon vanochtend niet bevestigen dat Halman ook voor deze zaak vervolgd wordt. ‘Als dat zo is, dan kan ik hem niet langer bijstaan,’ liet Brigitte Roodvelt van advocatenkantoor Cleerdin & Hamer aan Revu weten. ‘Sven Westendorp was namelijk ook een cliënt van ons kantoor.’

In 2004 verscheen Halman in deze Russische docu over voetbalsupporters. In het onderstaande filmpje draagt Halman een zandkleurige petje.

In 2011 schreef verslaggever Wouter Laumans over de F-Sider. In het verhaal 'Altijd rellen en regelen' vertelt Laumans over zijn ervaringen met Sven 'High' Westendorp. Dit achtergrondverhaal trokken we uit de archieven en is nu in zijn totaliteit hier te lezen.

Download hier de PDF

Altijd rellen en regelen

Jarenlang was Sven Westendorp de man binnen de harde kern van Ajax. In augustus 2011 werd hij op 41-jarige leeftijd bruut vermoord. Verslaggever Wouter Laumans liep hem de afgelopen twintig jaar meerdere keren tegen het lijf. Eeuwig op zoek naar de confrontatie.

Hé jongen, met Sven, je kent me nog wel van vroeger,’ zegt een stem door de telefoon. Het is 2007. De week daarvoor is er een vechtpartij in Amsterdam geweest waarbij betogende neonazi’s de stad uit geslagen zijn door leden van de Offside. ‘Kun jij misschien aan beelden komen van die toestand? Die wil ik namelijk heel graag hebben,’zegt hij op rustige toon. Ik beloof hem dat ik zal kijken wat ik kan vinden. Wanneer ik ophang, kan ik een grijns niet onderdrukken. Hoewel hij er geen woord over zei, wist ik direct dat hij er meer van wist. Nazi’s in zijn stad? In Highs stad? Dat kon natuurlijk niet. Het zou de laatste keer zijn dat ik hem sprak.

GOLF VAN ONTZAG De eerste keer dat ik over Sven ‘High’ Westendorp en zijn straatbende CBS (spreek uit: cee bee es) hoorde, was eind 1989 toen ik nog op school zat. Een knap, maar enigszins verlegen Surinaams meisje dat Lucille heette, kwam op een ochtend zelfverzekerd de klas binnen en kondigde aan dat ze iemand van de CBS kende en er misschien wel bij mocht. Direct ging er een golf van ontzag door het lokaal. De rest van mijn klas was duidelijk diep onder de indruk van de mededeling. Ik zat pas een paar weken in Amsterdam op school. Ik was de nieuweling in de derde klas en kende niemand. Ik was een onzekere puber van 15 jaar oud uit de ingeslapen suburb Amstelveen. Daar zaten mijn vriendjes op hockey of ze tennisten. Ik had een bloempotkapsel. Ik luisterde naar UB4O. Ik had geen flauw idee waar mijn klasgenoten het over hadden. Onno, de jongen die naast me in de schoolbanken zat, leek me wel enigszins streetwise. Hij had een blockhead-kapsel onder zijn honkbalpetje dat hij steevast achterstevoren droeg. Hij luisterde altijd naar rapmuziek van lce-t of Boogie Down Productions op een grote, gele waterproof Sony-walkman. Ik vroeg aan hem wat dat was, de CBS. ‘Dat zijn de gevaarlijkste gasten van heel Amsterdam,’ zei hij stellig. De bende bestond volgens hem uit zo’n vijftig man, onder wie heel veel bloedlinke negers uit de Bijlmer die je bij het minste of geringste neerschoten. Hij legde me uit dat het allemaal ging om één ding: graffiti. Je moest je zelfgekozen pseudoniem zo bekend mogelijk maken door die met viltstiften en spuitbussen op zoveel mogelijk plekken neer te zetten in de stad. Het liefst zo groot mogelijk. Dan was je up.Als je maar lang genoeg up was en je werk goed genoeg werd bevonden door andere ‘schrijvers’, werd je king. De leden van de CBS waren in ieder geval allemaal king. Hun tags stonden door de hele stad: High, Pengo, Bar, Shea, Banana, Ras D, Rhyme, Zagy Zar. Niemand ging over hun werk heen. Anders zou het volgens Onno slecht met je aflopen. Ze zouden je helemaal in elkaar beuken en je moest hun als boete honderden spuitbussen geven.

STIFTEN STELEN Ik was gebiologeerd door de rocksterrenstatus die deze graffitischrijvers leken te hebben. En ik niet alleen. Het leek alsof op mijn school alle lekkere meiden alleen maar geïnteresseerd waren in schrijvers. Ik wist wat ik moest doen. Dat jaar vroeg ik voor Sinterklaas een dikke merkstift van Edding en bedacht mijn graffitinaam: Sector. Terwijl mijn bejaarde buurvrouw met haar hondje langsliep en er schande van sprak, zette ik met een bonzend hart mijn eerste echte tag op een elektriciteitskastje in mijn straat in Amstelveen. Ik was verkocht. Elke keer als ik langs dat volgekladde kastje liep en mijn naam zag staan, was ik apetrots op mezelf: Onno schreef ook. Tijdens een les Duits liet ik hem trots de stift zien die ik voor Sinterklaas gekregen had. Smalend keek hij naar mijn Edding terwijl hij me de basisbeginselen van graffiti uit de doeken deed. ‘Verf en stiften koop je niet, dat is voor sukkels. Die moet je stelen.’ Al snel had ik bij elke doe-het-zelfzaak in Amstelveen spuitbussen gegapt. Het werd een soort obsessie. Al mijn schoolboeken tagde ik onder, net als mijn kamer en bus 170 die me elke dag naar het graffitimekka bracht: het centrum van Amsterdam. In plaats van naar school gaan, hing ik rond onder bruggen en bij rangeerterreinen om daar te spuiten en het werk van collega’s te bekijken. Mijn probleem was mijn naam. Twee jaar lang schreef ik van alles en nog wat. Sector, Ernie, Mozes. Maar met geen van mijn tags haalde ik ooit de status van king. Het werkte wel bij de meisjes. Op dezelfde manier waarop een sukkel met een basgitaar in een rockbandje ineens geen sukkel meer is, was ik ook geen sukkel meer nu er klikkende spuitbussen in mijn Eastpak zaten en mijn naam her en der door de stad stond. Maar er was altijd baas boven baas. Het eerste meisje op wie ik ooit verliefd werd, bleek uiteindelijk meer geïnteresseerd in een lid van de CBS. Het tweede meisje voor wie ik viel ook. Met haar bleef ik goed bevriend. Via haar leerde ik ook enkele leden van de CBS kennen. Ze waren iets ouder dan ik In tegenstelling tot de verhalen over een groep zwarten uit de Bijlmer bleek het in werkelijkheid voornamelijk te gaan om Nederlandse jongens uit Amsterdam-Oost met een heftige reputatie als vechtersbaas. Een aantal van hen had al in de gevangenis gezeten na een heftige steekpartij op een voetbalclub. Daarbij was een 28-jarige man omgekomen en was een zwaargewonde gevallen. Veel van die jongens stonden ook op de F-Side van Ajax. Ik hoorde dat High een van de oprichters van de groep was en dat ook hij voor de steekpartij had vastgezeten. En dat niemand van de CBS zijn mond had opengedaan toen ze na de steekpartij verhoord werden bij de politie. Op één iemand na. Die jongen kon daarna nooit meer de stad in zonder het risico te lopen op een pak slaag. Ik verslond alle verhalen die over de CBS verteld werden. Ze gaven me een kijkje in een subcultuur van bendes, graffiti en kameraadschap, die me mateloos fascineerde.

VEEL KALE GASTEN Op een vrijdagavond zag ik ze voor het eerst allemaal bij elkaar op het Centraal Station. Om mij te helpen. Ik was twee weken daarvoor in discotheek Dansen bij Jansen slaags geraakt met een jongen uit Amsterdam-Noord en had behoorlijk klappen gehad. Een meisje dat op dat moment een relatie had met een van de jongens van de CBS was ook in de disco en was tussenbeide gesprongen. Daarbij had ook zij een klap van die jongen opgelopen. ‘Ze weten wie het is,’ kreeg ik de week daarop van haar te horen. ‘Ze hebben hem opgebeld en gezegd dat hij vrijdag naar het Centraal moet komen. Jij moet er ook bij zijn, want jij weet hoe hij eruitziet.’ Ik was behoorlijk nerveus. Ik durfde niet alleen te gaan. De meesten van mijn vrienden hadden toegezegd mee te komen, maar hadden op het laatste moment afgehaakt, bang als ze waren voor de reputatie van de CB S. Twee van mijn vrienden vergezelden me. Voor de zekerheid had een van hen ook nog een klasgenoot meegenomen, een boom van een kerel die totaal niet wist waarom we naar het Centraal gingen. Toen we binnenkwamen, stond de hele groep bij het meeting point. Ze zagen er vervaarlijk uit. Veel kale gasten in trainingspakken. Een van hen had een pitbull bij zich. In het midden stond Sven. Hij leunde nonchalant tegen een paal. Een lange jongen in een leren jas, zijn lange haar in een staartje. Hij gaf me een hand en ik stelde me voor. ‘Goed dat jullie gekomen zijn,’ zei hij. De jongen uit Amsterdam-Noord is nooit op komen dagen. Waarschijnlijk kende ook hij de reputatie van de CBS.

DIE PLEURISCAMERA In de jaren daarna liepen we elkaar met enige regelmaat tegen het lijf. Soms op straat. Soms op feestjes van gemeenschappelijke bekenden of bij mensen uit de graffitiwereld. Het bleef meestal bij een groet, een handdruk en een kort praatje. Maar ik bleef verhalen horen over Sven en de CBS. Vrienden van me die net als hij fanatieke Ajax-aanhangers waren, zeiden dat Sven altijd vooraan stond bij reilen. Altijd op zoek naar de confrontatie. Daarnaast gold hij als de regelneef van de supporters. Hij bleekhandig in het charteren van transport voor supporters naar uitwedstrijden. Een bus? Geen probleem. Vijf bussen? Geen probleem. Een vliegtuig? Geen probleem. Hij beschikte over een groot zakelijk inzicht: ‘Het is belangrijk dat de mensen vertrouwen in je hebben: dat de bus er staat, dat er eten en drinken is en dat alles goed geregeld is. Dat waarderen mensen uiteindelijk,’zo stelde hij. Hij zorgde ervoor dat de harde kern altijd aanwezig kon zijn om Ajax aan te moedigen. Toen vrienden van me kaarten wilden voor de uitverkochte Champions League-finale in Wenen in 1995, belden ze Sven. Hij regelde dat ze het stadion in konden. Plaatsen voor de wereldbekerwedstrijd in Tokio het jaar daarop? Sven verzorgde ze. Kaarten voor het EK in Engeland? Dan moest je bij Sven zijn. Kaarten voor het concert van Michael Jackson? Sven. De graffitiscene en het straatleven bleken voor mij meer een puberale bevlieging dan een levenswijze. Ik bleef toch dat jongetje uit Amstelveen. Braaf ging ik studeren. Toch bleef ik Sven tegenkomen. Ik als beginnend reporter van de lokale Amsterdamse televisiezender AT5, hij als een van de topjongens binnen de harde kern van Ajax. Een koude zondagochtend in 2001. AT5 was naar de Arena afgereisd na geruchten dat de F-Side in Deventer een confrontatie zocht met supporters van ADO Den Haag dat daar moest spelen. Die morgen stond ik met mijn cameraman tussen de jongens van de Amsterdamse harde kern die zich verzameld had bij het Ajax-stadion. Een opgefokte supporter, die overduidelijk nog niet had geslapen, stond met grote ogen tegen ons te schreeuwen dat we ‘op moesten kankeren met die pleuriscamera.’ Sven liep op hem af. ‘Doe effe rustig, er zijn afspraken gemaakt.’ Daarna draaide hij zich om naar ons en vroeg of we even met hem mee wilden lopen naar het café in het stadion. Terwijl hij een kopje warme chocolademelk dronk, legde hij de voorwaarden neer. ‘Omdat ik jou ken, kunnen jullie mee. Op één voorwaarde: geen gezichten of nummerborden herkenbaar in beeld.’ Om er zeker van te zijn dat we ons aan die afspraak hielden, werden er twee prominente leden van de F-Side bij ons in de auto gezet. Sven reed mee in een andere auto. Na een doldwaze rit door half Nederland, waarbij het konvooi Ajax-supporters zelfs een politiehelikopter wist af te schudden, eindigde ons avontuur toen agenten in Deventer ons uiteindelijk klemreden. Diverse supporters werden opgepakt.

SLIMME RECLAMECAMPAGNE Een jaar later: ‘Je staat op de verkeerde plek, ouwe.’ Er was bij de Arena een zilverkleurig Golfje bij mij en mijn cameraman gestopt. Het was 2002 en er waren hevige voetbalrellen uitgebroken tijdens de wedstrijd tussen Ajax 2 en FC Utrecht. Ik herkende hem direct. Sven. Twee taxerende ogen onder een blauw mutsje. Op droge toon zei hij: ‘Die gasten van Utrecht zijn net helemaal de kanker geslagen bij de RAI. Misschien moet je daar maar eens gaan kijken.’ Daarna scheurde de auto met piepende banden weg. Vanaf dat moment bestond er een soort ongeschreven deal. Als er reilen waren geweest in Amsterdam, stuurde Sven steevast wat vrienden langs AT5 om een videoband op te halen met daarop een kopie van het onderwerp. In ruil daarvoor zorgde hij dat de Amsterdamse zender kon filmen bij evenementen van de F-Side. Daardoor kon bijvoorbeeld een reportage worden gemaakt toen Richard Witschge en Aron Winter in 2003 in het supportershonk afscheid namen van de harde kern. Ook daar sprong Sven tussenbeide toen een van de Ajax-fans de cameraman belaagde. Ook nu weer suste hij de gemoederen. Beide voetballers vertrokken uiteindelijk in een vest van AFCA, het kledingmerk van Sven. Door zijn reputatie als hooligan beschikte hij over meer dan genoeg street credibility om van AFCA een succes te maken. Daarvoor maakte hij handig gebruik van zijn ervaringen in de graffitiwereld. In plaats van dure reclamecampagnes spoot hij de merknaam op strategische plekken in en rondom zijn stad Amsterdam. Van welke windrichting je de stad ook aan komt rijden, nog steeds zie je overal in zilveren letters AFCA. Op de achterkant van verkeersborden, op muren en onder viaducten. Dat veel van deze pieces van zijn hand zijn, bewijst zijn tag ernaast. High, waarbij de i vervangen is door drie kruizen, als eerbetoon aan het wapen van Amsterdam.

VOOR NIEMAND BANG Ik hoorde dat hij het bij Ajax de laatste jaren wat rustiger aan deed. Maar hoewel hij de wedstrijden de laatste tijd vanuit een skybox bekeek, bleef hij altijd in voor een ouderwets potje flikken. Hij haalde zich vorig jaar de woede van half Nederland op de hals toen er op zijn site afca.nl voorafgaand aan de bekerfinale een oproep werd geplaatst om bommen op Rotterdam te gooien. De finale werd uiteindelijk in twee duels afgewikkeld. Maar het was ook Sven die een pittig woordje sprak met de Ajax-fans die zich op het Museumplein misdroegen na het gewonnen landskampioenschap van afgelopen jaar. Wanneer ik hem door de stad zag lopen, had Sven de wiegende tred van het straatschoffie dat hij eens was. Stoer. Zelfverzekerd. En voor niemand bang. Dat moet degene die hem in de ochtend van 12 augustus bij zijn huis opwachtte, hebben geweten. Hij schoot Sven van dichtbij neer. Met die schoten maakte hij een eind aan het leven van een roemruchte Amsterdammer. Het was de enige manier waarop hij een confrontatie met Sven kon winnen. Q5

VIP-BEGRAFENIS Het afscheid van Sven was indrukwekkend. Vrienden hadden voor de wedstrijd Ajax-Vitesse een gigantisch spandoek met zijn beeltenis opgehangen, dat van de grond tot bovenaan de hoogste ring reikte. Met de tekst: Sven Can’t Be Stopped. Er werd veel vuurwerk afgestoken en overal in het stadion hingen spandoeken waarop de laatste eer aan de Amsterdammer werd bewezen. De spelers van Ajax hielden een shirt omhoog met zijn naam. De week voor zijn begrafenis stonden er tientallen rouwadvertenties in De Telegraaf. Onder andere van de directie van dancebedrijf ID&T en de Business Club van Ajax. Naast ruim duizend vrienden en supporters waren ook Pik van den Boog en Danny Blind bij de plechtigheid in de Amsterdam Arena die aan de begrafenis voorafging.

WESTENDORP NIET DE EERSTE Sven Westendorp is niet het eerste lid van de CBS dat gewelddadig aan zijn einde kwam. In 2003 overleed Para Smit, een van Svens beste vrienden, na een pistoolschot op een feestje. De omstandigheden rond zijn dood zijn nooit helemaal opgehelderd. ‘Was het zelfmoord of toch wat anders?’ werd vragend gesteld in een in memoriaal.

MOORDENAAR SVEN UIT DE HOEK VAN DRUGSHANDEL? Er is nog niemand gepakt voor de moord op Sven Westendorp. Maar het moet vanuit een hoek gekomen zijn van mensen die bekend waren met Sven en zijn reputatie. Westendorp was verdachte in een groot onderzoek naar drugshandel bij leden van de harde kern van Ajax. Vervalste loonstroken van zijn bedrijf zouden zijn gebruikt om woningen te huren waar wietplantages in waren ondergebracht. Omdat hij nooit werd opgepakt, deed het gerucht de ronde dat hij gepraat zou hebben. Sven zat er danig mee in zijn maag. ‘Maar hij zou nog liever zijn tong afgebeten hebben,’ zegt Sander Janssen, de advocaat van Sven. De verhouding tussen hem en de politie was al tientallen jaren zo slecht. Bij verhoren bij de rechter-commissaris heeft hij niks gezegd. Hij beriep zich steevast op zijn zwijgrecht.’ Dan is er nog het verhaal van de aanslagen op het kantoor van Ticket Unlimited en de loods waar Westendorp zijn voorraad AFCA-kleding bewaarde. Beide werden eind 2009 bekogeld met molotovcocktails. Volgens zijn advocaat had Sven destijds geen idee uit welke hoek die aanslagen kwamen.

 

Gerelateerd nieuws