Artikel
19

Archief: Edgar Davids; van lefgozertje naar wereldster

In editie 23 van 2000 zat een heuse EK-special. Over het desbetreffende toernooi willen wij het liever niet meer hebben...

In editie 23 van 2000 zat een heuse EK-special. Over het desbetreffende toernooi willen wij het liever niet meer hebben maar desondanks zal de sfeer er voorafgaand aan het Italiaanse Drama goed in. In de special rond Euro 2000 stond onder andere een door Robert Vuijsje geschreven portret van de toen bij Juventus spelende Edgar Davids. Vrienden, familie en (ex) collega's over de Pitbull der Middenvelden.

Dit verhaal staat nu in zijn totaliteit op Revu.nl. Klik hieronder op 'Lees Verder' om artikel te lezen.

Hoe een blessure van een onhandelbaar lefgozertje een wereldster maakte

Door Robert Vuijsje

Sinds het WK in Frankrijk wordt hij algemeen erkend als de beste speler van Oranje. En dat is een van de wonderen van het voetbal. Want lange tijd zag het er naar uit dat hij het door zijn onstuimige karakter niet zou redden in de voetballerij. Ajax overwoog al hem weg te sturen. Toen kwam de blessure die hem definitief veranderde. Neef en oud-Ajacied Harvey Esajas: “Die is van doorslaggevende betekenis geweest voor zijn carrière.” De gesloten Edgar Davids verklaard door familie en vrienden.

Edgar Davids zit in de Amsterdam Arena aan een tafeltje, het hoofd voorovergebogen. Hij wordt omringd door een vijftal verslaggevers en een wisselend aantal fotografen proberen ze op deze persconferentie -eind maart. twee dagen voor België-Nederland- contact met hem te maken en een glimp op te vangen van zijn gezicht. Dat lukt niet. Davids’ gezicht is onzichtbaar achter zijn lange dreadlock-haar. Het is het gebruikelijke beeld van Davids. Ontoegankelijk. Wie gaat schuil achter dit menselijke gordijn? ”Edje is heel privé, hij wil niet met iedereen praten,” vertelt zijn vriend Clyde Wijnhard, met wie hij bij Ajax opgroeide. ‘Hij zegt wat hij kwijt wil en daar moet je het maar mee doen. Zo is hij altijd al geweest, met iedereen. Ik ben al jaren met hem bevriend en ik weet nu wat ik tegen hem kan zeggen, en wat ik beter niet kan zeggen.” Harvey Esajas, de neef van Davids die ook met hem bij de Ajax-junioren speelde, kan deze observatie bevestigen. “Ed praat niet zomaar met mensen, dat deed hij al niet toen hij nog jong was. Zo is hij gewoon.” Volgens Esajas is Davids’ huidige onwil om zich bloot te geven aan de buitenwereld gedeeltelijk terug te voeren naar het verleden. “Vanaf het begin werd over Edgar het beeld geschetst van een schoffie en een kapsoneslijer. Er werden dingen over hem gezegd en geschreven, zonder dat hem zelf iets werd gevraagd. Dan houdt het voor hem op. Als journalisten alles toch al weten, waarom zou ik dan nog met ze praten? redeneert hij. Ed vindt het niet leuk dat hij met de grond gelijk werd gemaakt toen het slecht ging, en dat diezelfde mensen weer iets van hem willen, nu het goed gaat. Daarmee moet je niet bij hem aankomen.

“De slechte dingen over hem kwamen vaak bij Ajax vandaan, maar iedereen weet toch hoe het daar gaat. Ze hebben nog nooit iets goeds gezegd over iemand die weggaat. Maar iedereen nam al die verhalen zomaar over, zonder aan hem te vragen of het klopte.” Edgar Davids kwam voor het eerst in de publiciteit toen hij in het seizoen 1991-’92 zijn entree maakte in het eerste elftal van Ajax. Publiekslieveling Bryan Roy was door de nieuwe trainer Louis van Gaal buiten de selectie gezet en Davids moest hem vervangen als linksbuiten. Dat ging niet goed, Davids voelde zich niet thuis op die positie. Tot die tijd had hij in het tweede elftal gespeeld, onder meer met Tarek Oulida, Deze herinnert zich: “Niemand moest iets van hem hebben toen hij in het eerste kwam, het publiek niet en de pers niet. Iedereen had het nog steeds over Roy. Ik heb het er nooit met Edgar over gehad, maar het zou kunnen dat hij daarna, toen iedereen hem opeens wel zag zitten, dacht: stikken jullie maar.” Ook de negatieve publiciteit rond het EK in 1996 speelt een rol. Davids werd weggestuurd nadat hij tegen een journalist had gezegd dat bondscoach Guus Hiddink ‘zijn hoofd niet in het achterwerk van andere spelers moest steken,’ waarop een ware hetze tegen hem begon. Clyde Wijnhard: “Toen is het misschien nog erger geworden. Ik weet dat Edje het heel vervelend vond, hij wilde er niet over praten. Achteraf is dat natuurlijk goed geweest. Er waren problemen bij het Nederlands elftal en die zijn toen verholpen. Maar Edgar was daar op dat moment het slachtoffer van.” Edgar Davids werd geboren op 13 maart 1973 in Paramaribo. Toen hij anderhalf jaar oud was, kwam hij met zijn ouders en zijn één jaar oudere broer Ricardona naar NederIand. De familie Davids ging wonen in Amsterdam-Noord, op Werengouw 108. Vader werkte als lasser, moeder maakte vliegtuigen schoon op Schiphol. Ze hadden het niet breed maar voor de kinderen werd goed gezorgd. “Ik weet nog dat zijn moeder een keer haar laatste 25 gulden uitgaf aan zaalvoetbalschoenen voor Edgar,” vertelt Hans Brijker, die leider was van het pupillenelftal van Schellingwoude waarin Edgar, Ricardo en Brijkers zoon Marco speelden. Brijker kent Edgar Davids vanaf zijn 5de jaar. ‘Hij was toen al precies zoals hij nu is. Een opstandig mannetje met een eigen mening. Heel fel, binnen en buiten de lijnen. Soms nogal lastig in de hand te houden. Hij werd in zijn pupillentijd al een keer voor een maand geschorst door de club. Dat heb ik nog proberen tegen te houden, maar dat is niet gelukt.” De kinderen Davids kwamen regelmatig over de vloer bij de familie Brijker. Ricardo at vaak mee, maar Edgar niet. “Dan vroeg-ie wat we gingen eten. ‘Nou,’ zei ik dan, ‘een lekkere andijviestamppot met een balletje gehakt.’ Edgar zei vervolgens dat-ie alleen bruine bonen met rijst lustte, en at in z’n eentje een zak chips in de andere kamer. Ricardo was wat makkelijker, wat rustiger. Hij was ook een betere voetballer dan Edgar, maar hij had niet dat felle karakter. Edgar werd gauw kwaad. Hij was klein en vond dat hij moest opboksen tegen de andere jongens. Op een voetbalkamp kieperde hij een keer een heel bord eten over het hoofd van een medespelertje met wie hij ruzie had. Daarna rende hij weg, het bos in. Hebben we de hele nacht naar ‘m lopen zoeken.” Bij de familie Davids thuis draaide alles om voetballen. Op de muur van de woonkamer was een groot doel getekend, zodat bij slecht weer binnen kon worden gevoetbald. Vader Davids bekeek alle wedstrijden van zijn zoons bij Schellingwoude, maar stond nooit langs de lijn te schreeuwen. Hij keek vanaf de dijk op grote afstand neer op de voetbalvelden. Zijn vader was streng. Frank Brijker, de jongere zoon die bij Schellingwoude in een elftal speelde met Patrick Kluivert: “Als Edgar stout was, tilde zijn vader ‘m zo op aan z’n oor. Hij was een boefje, hondsbrutaal. Echt een klein klerelijertje. In die tijd schoten we bijvoorbeeld met van die besjes door een blaaspijp. Dan schoot hij gewoon mijn broer keihard in z’n oog. En een grote bek, hij had altijd babbels.” Davids was altijd op straat te vinden, op de voetbalpleintjes in Amsterdam-Noord. Volgens Harvey Esajas, die tegenwoordig bij de Spaanse derde divisieclub Zamora speelt, ontstond in die tijd Davids’ winnaarsmentaliteit. “Op straat leer je automatisch hoe je jezelf moet verdedigen. Edgar is altijd klein geweest en als hij niet van zich afbeet, zouden ze over hem heen lopen. Zo komt hij aan die drang om altijd te willen winnen. Als je respect wilt hebben op straat en niet als een doetje wil worden behandeld, zul je een bepaalde houding moeten hebben, en die heeft hij. Gekregen. Dat moest ook wel, met zijn lengte.”

Altijd ging het over voetbal. Als ze niet zelf speelden, werd er naar voetbal gekeken op tv. Het idool was Diego Maradona. Esajas: “Als die een actie had gemaakt, belden Edje en ik elkaar snel op om te vragen of de ander het ook had gezien.”

Ook later, toen hij allang profspeler was, bleef Davids altijd naar Maradona kijken. Tarek Oulida, die nu bij het Japanse Nagoya Grampus Eight voetbalt, herinnert zich: “De dag voor de wedstrijd keek hij altijd naar videobanden met voetbal. Om zichzelf op te peppen en om zijn skills bij te werken. Hij keek niet naar Nederlandse wedstrijden. Alleen banden van Maradona of het Braziliaans elftal.” Het ging er altijd om de tegenstander door de benen te spelen, “Dat vindt Edgar het mooiste dat er is,” legt Oulida uit. “Poorten, of panna, zoals Surinamers zeggen. Van die kleine trucjes, details. We praatten over niets anders. Welke schijnbewegingen we in de wedstrijd zouden gaan maken, hoe we zouden juichen als we scoorden. Bij het poorten moet je eerst de tegenstander gretig maken, zodat hij op je afkomt, en daarna dollen. Iemand echt overklassen en laten zien dat je beter bent. Het liefste deed Edgar zo’n panna achteloos, terwijl hij de andere kant opkeek. En daarna lachen, hè. Hij wilde altijd laten zien dat hij de baas was op het veld.” Davids’ voetbalkwaliteiten bleven niet onopgemerkt. “Edgar liep zo in z’n eentje het hele veld over,” weet Hans Brjker nog. “Edgar en Ricardo waren altijd te laat voor de wedstrijden, maar dan haalden we ze thuis op. We gingen natuurlijk niet zonder onze beste spelers voetballen.” In 1987, toen hij 14 jaar was, kwam Edgar Davids naar Ajax. Daar vormde hij een vriendenclub met Harvey Esajas, Clyde Wijnhard, Tarek Oulida en Michael Reiziger. Davids wist al vanaf het begin precies wat hij wilde. Oulida: “Edgar ging voor de top, alleen het beste van het beste was goed genoeg. Die drang zat heel sterk in hem. Hij praatte altijd over Real Madrid en Juventus, dat was het niveau waarop hij zichzelf later zag spelen. We hadden het toen altijd over de nummer tien positie, op het midden van het middenveld. Daar konden we volgens ons het beste uit de voeten. Hij, maar ook ik. We stonden allebei op links in die tijd, maar op termijn zagen we onszelf op tien. Dat had hij heel duidelijk voor ogen, hij wist precies waar hij mee bezig was. Veel mensen zoeken dat niet achter hem, maar het is echt geen toeval dat hij zo ver is gekomen.” Qua voetbalkwaliteiten had Davids niet veel moeite om zich aan te passen bij Ajax, maar daarbuiten deden zich wel wat problemen voor. Tarek Oulida: ‘Edgar had in de jeugd niet zon goede naam. Ze vonden bij Ajax dat hij te hard speelde. Als je een rode kaart krijgt, twee weken later weer, vervolgens een waarschuwing, en de wedstrijd daarna weer rood, dan vindt de leiding dat niet zo leuk.”

Harvey Esajas is iets uitgesprokener. “Het conflict met Ajax ging over ervaring en hiërarchie. Edgar en ik hadden problemen met het nieuwe systeem bij Ajax. Louis van Gaal heeft in die tijd veel veranderd. Daarvoor ging het alleen om voetballen, nu werd ook gekeken naar hoe het op school ging, en naar bepaalde sociale vaardigheden. We wilden ons alleen maar met voetballen bezighouden. Edgar en ik zijn jongens van de straat, we trekken ons nergens iets van aan. We hadden geen twintig jaar ervaring, maar we wisten wel waar het om gaat bij voetbal. En het gaat om wat je kunt op het veld. We wisten waar we mee bezig waren en dat accepteerden ze niet bij Ajax. “Edje moest in de jeugd linksbuiten spelen en dan ben je in het Ajax-systeem afhankelijk van je acties. Maar hij heeft niet die snelle acceleratie op korte afstand, hij moet meer van achteren komen. Hij was zo fanatiek dat hij woedend werd als het niet goed liep en dan begon hij om zich heen te schoppen en overtredingen te maken. In Nederland zijn ze zo’n instelling niet gewend, ze wisten bij Ajax niet wat ze ermee aan moesten.

“Toen we 16 waren, werd ik weggestuurd bij Ajax. Edgar zag dat ik ging afhaken. Ik ging op straat rondhangen en had geen zin meer in voetballen. Op je 16de maak je keuzes in het leven. Ed trok me aan m’n jas. ‘Ga met mij mee,’ zei hij. Hij stimuleerde me om door te gaan en later kwam ik bij Anderlecht terecht.

“Het geluk van Ed was dat Louis van Gaal, die toen zijn jeugdtrainer was, het in hem zag zitten. Hij zag hoe Edgars instelling was. Dat heeft hem gered want anders was hij, denk ik, ook weggestuurd.” Alles wees er in die tijd op dat de fragiele, talentvolle speler uit Amsterdam het uiteindelijk niet zou gaan maken. Dat zijn karakter en temperament struikelblokken waren voor een profcarrière.

Gerard van der Lem was trainer van Davids in de A1. “Hij had het zo bont gemaakt dat al bijna was besloten om ‘m weg te sturen,” weet hij nog. “Dat gebeurde in die tijd met wel meer spelertjes. Edgar was vaak onhandelbaar, had een grote mond en luisterde niet naar de coaches. De overweging was dat als zulke jongens in de jeugd al niet in de hand te houden waren, het later alleen maar erger zou worden. En er was geen tijd om zoveel energie in een speler te steken. Edgar was buiten het veld heel verlegen, hij durfde me nauwelijks aan te kijken, maar op het veld veranderde hij. Verschillende mensen hebben zich sterk gemaakt om hem voor de club te behouden. Ik was daar een van. Ik herkende iets van mezelf in hem, omdat ik ooit zelf als jeugdspeler bij Ajax ben weggestuurd vanwege een te grote mond. Dat wilde ik hem besparen.”

En toen gebeurde het. Rond zijn 16e raakte Davids zwaar geblesseerd en kon anderhalf jaar niet voetballen. De revalidatie verliep bij Ajax niet helemaal voorspoedig en Davids liet zich aan zijn blessure helpen in de praktijk van Richard Smith. Volgens Smith had Davids een scheur in een bot van zijn voetwortelbeentje, net onder de enkel. Clyde Wijnhard, nu uitkomend voor de Engelse First Divisionclub Huddersfield Town, herinnert zich: “Dat was een hele moeilijke periode voor hem. Hij zat met z’n linkerbeen in het gips, liep een tijdje op krukken. Als je een langdurige blessure hebt, gaat de club naar andere jongens kijken. Zo werk dat nu eenmaal. Edje lag er eigenlijk al uit bij Ajax.”Harvey Esajas zegt: “Hij werd bijna afgekeurd, hij ging echt door een diep dal. Geblesseerde jongens tellen niet meer mee. Medespelers en mensen op de club vragen wel hoe het met je gaat, maar nadat je hebt geantwoord, lopen ze weer verder en denken ze niet meer aan je.”

Richard Smith: “In die periode heeft hij bij ons parttime gewerkt. Hij moest voor zijn school stage lopen. Edgar nam de telefoon aan en deed wat andere klusjes. We vonden dat hij wat rustiger moest worden en dat wilde hij zelf ook. Het was de bedoeling dat hij wat netter Nederlands leerde spreken. Daarvóór kwamen zijn woorden soms wat agressief zijn mond uit. Ik vond hem wel fatsoenlijk, maar andere mensen voelden zich soms bedreigd door de manier waarop hij zich uitte. Daar kon ik me wel iets bij voorstellen. Als hij je op zijn manier doordringend aankeek als hij het niet met je eens was, kon dat soms bedreigend overkomen.”

Voor anderen zou deze combinatie –uitgekotst door de club plus zware blessure- de genadeklap hebben betekend. Maar bij Davids werkte die louterend. Toen hij na anderhalf jaar terugkwam bij Ajax, stond iedereen versteld. Tarek Oulida: “Hij leek wel een ander mens geworden. Zijn lichaam was totaal veranderd. Daarvoor was hij heel dun en mager, net als ik. Vóór de blessure speelde hij vooral op techniek. Maar tijdens die anderhalf jaar had hij alleen maar aan krachttraining gedaan. Hij heeft zijn lichaam toen echt gepijnigd. Toen hij terugkwam, zeiden we allemaal tegen hem: waar is je techniek gebleven. Je lijkt wel een bokser. Tijdens die anderhalf jaar dat hij stilstond, was hij natuurlijk vooral de dagelijkse dingen ontleerd, zoals zijn techniek.”

Clyde Wijnhard: “Iedereen zei tegen hem: wat is er met je gebeurd, je ziet er uit als een pitbull! Hij wist dat hij bij Ajax buiten de boot zou vallen en dacht: ik zal terugkomen en ik zal het ze laten zien. Typisch Edgar.”

Na de blessure duurde het nog even voor Davids doorbrak in het eerst elftal. Dat gebeurde pas nadat Leo Beenhakker als trainer was opgevolgd door Louis van Gaal. Oulida: “Toen we een keer in Italië waren voor een toernooi met het tweede elftal. Dat gebeurde pas nadat Leo Beenhakker als trainer was opgevolgd door Louis van gaal. Oulida: “Toen we een keer in Italië waren voor een toernooi met het tweede elftal, werd hij teruggeroepen om zich bij het eerste elftal te melden. Het was allemaal heel spannend. Hij vond het helemaal te gek, hij was dolblij. Maar in het begin ging het niet zo goed in het eerste. Omdat Edgar linksbuiten moet spelen, en vanwege dat gedoe met Bryan Roy. Maar ’t maakte hem niet uit waar hij speelde, als hij maar in het eerste stond. Later heeft hij duidelijk gemaakt dat hij liever op het middenveld wilde spelen. Toen hij nog voorin moest staan, probeerde hij geforceerd acties te maken om zich te bewijzen bij het publiek. Maar dat moest ‘m niet. En de pers ook niet. Die schreef altijd over andere spelers die beter zouden zijn dan hij. Dan ging het ook vaak over mij, omdat we allebei linkshalf speelden. Dat kwam mede doordat Johan Cruijff het altijd over mij had, als een voorbeeld van een technische speler die ten onrechte niet werd opgesteld. Het zou kunnen dat Edgar zijn kracht mede putte uit al die verhalen over mij, en dat hij daardoor wat fanatieker werd dan ik.”

Ook in het eerste had Davids aanvankelijk moeite om zijn agressie te beteugelen. “Hij was nog steeds niet te coachen en deed soms dingen waarvan we vonden dat ze niet op een voetbalveld thuis hoorden,” vertelt Gerard van der Lem, die inmiddels assistent-trainer van Louis van Gaal was geworden. Zo ontstonden de zogenaamde irritatie-trainingen, onder leiding van Bobby Haarms. Een tijd lang moest Davids zich iedere ochtend om acht uur melden. Alfons Groenendijk, die dat jaar eigenlijk was aangetrokken als linkshalf: “Hij onderging het gelaten, zonder te mopperen. Ondanks het feit dat hij erover werd gedold door de oudere spelers.”\

Van der Lem: “Die trainingen waren verschrikkelijk. In principe waren het dezelfde oefeningen die Haarms gaf aan spelers die terugkwamen van een blessure. Maar die konden het makkelijker opbrengen omdat ze wisten dat ze bezig waren om terug te komen. Edgar werkte daar niet naartoe, en de intensiteit lag hoger omdat hij al fit was. Uiteindelijk heeft het wel geholpen, want daarna kon hij zijn agressie beter controleren en op de wedstrijd richten, Ik weet nog dat wij als trainers voor de wedstrijden altijd in de deur- opening stonden om alle spelers een hand te geven. Edgar wendde dan altijd zijn blik af, omdat hij wist dat hij zo agressief uit z’n ogen keek dat het geen pretje was om hem aan te kijken.” Danny Blind was in die tijd de aanvoerder van Ajax. ‘Toen Edgar bij het eerste elftal kwam, was hij meteen al erg gedreven,” weet hij nog. “Het viel me op dat hij die gedrevenheid niet alleen bij het voetballen had, maar ook bij alle dingen die hij daarbuiten deed. Of dat nou met computers was, of met het lezen van boeken.” Volgens zijn vrienden leest Davids vooral veel over sterrenkunde en psychologie. “Vanaf het moment dat hij op het middenveld kwam, ging het heel goed,”.yervo!gt Blind. “Hij is natuurlijk de complete middenvelder. Hij kan enerzijds hard werken en gaten dichten, en anderzijds een man uitspelen en openingen creëren.”

Na de successen bij Ajax vertrok Davids in 1996 naar AC Milan. De reden is bekend. Harvey Esajas: ”Edgar kreeg niet de waardering die hij verwachtte. Ze werken daar met A-, B- en C-contracten en Edgar kreeg niet het soort contract dat hij verwachtte. Gezien de periode dat hij er al zat en gezien de bijdrage die hij had geleverd aan de successen in de jaren daarvoor. En vergeleken bij andere spelers die minder belangrijk en minder ervaren waren dan hij. Het ging hem niet alleen om het geld, ook om de waardering. En dat snapten ze niet bij Ajax. Ze denken daar nog steeds dat iedereen dankbaar is om bij Ajax te mogen spelen.” Na twee minder succesvolle jaren in Milaan vond Davids uiteindelijk zijn draai bij Juventus. Esajas: “Hij heeft zijn plek gevonden, nu is het af. Edgar is daar gesetteld, hij heeft net een kind gekregen. Zijn gezin is nu het belangrijkste voor hem, samen met het voetballen.” Davids woont in Turijn samen met de moeder van zijn kind, een Nederlands fotomodel. Zijn vrienden zijn ervan overtuigd dat zijn blessure, nu ruim tien jaar geleden, bepalend is geweest voor Davids’ voetbalcarrière. Hij zat in een situatie die zo moeilijk was, dat de meeste andere mensen zouden zijn afgehaakt. Maar Davids wist die achterstand om te zetten in een voorsprong. Tarek Oulida: “Daarvoor had hij natuurlijk ook al dat fanatisme, dat heeft altijd in hem gezeten, maar hij had nog niet het lichaam om dat fanatieke spel goed mee te kunnen spelen. Die anderhalf jaar hebben ook zijn instelling bepaald. Het is niet makkelijk om als jeugdspeler anderhalf jaar lang zo zwaar geblesseerd te zijn dat niemand verwacht dat je nog terugkomt. En tegelijkertijd te weten dat op je club niemand het echt in je ziet zitten. Als je dan op zo’n manier terugkomt, moet je heel sterk zijn.” Juist de manier waarop hij omging met die blessure had Edgar Davids rijp gemaakt voor het echte werk. Harvey Esajas: “Zijn blessure is van doorslaggevende betekenis geweest voor zijn carrière. Daarvéér speelden we wel bij Ajax, maar w hiIdpn ook vn iiiWn. Wu ds sndrr nnns bii Ajrn wel met voetballen bezig, maar we beseften nog niet wat er allemaal op het spel stond. Door zijn blessure was hij dat wel gaan beseffen. Hij was In één klap veel verder dan de rest, wij dachten nog helemaal niet zo ver vooruit. Soms weet je in je achterhoofd wel wat je moet doen, maar heb je nog iets nodig om over de streep te.worden getrokken. Bij hem was dat die blessure."

 

Gerelateerd nieuws