Door: Bart Nijman Fotografie: JASPER SUYK
Columns

Bart Nijman: 'Waarom wordt de onredelijkheid van Rob Jetten in de meeste media toegejuicht?'

Columnist Bart Nijman vraagt zich af hoe het radicalisme het van de nuchterheid heeft gewonnen.

In 2017 maakte filmmaker Marijn Poels de documentaire The Uncertainty Has Settled, over klimaat, energie en landbouw. Hij spreekt klimaatwetenschappers en sceptici, maar laat de kijker zijn eigen conclusies trekken. Toch was het feit dat hij critici van klimaatverandering en milieumaatregelen aan het woord liet aanleiding voor veel media en bioscopen om zijn documentaire te weigeren - soms onder druk van activistische organisaties als Greenpeace.

Journalisten en activisten weigerden debatten met Poels. Online en thuis ontving hij haat- en dreigbrieven. Hij zou een klimaatontkenner zijn, een complotdenker, zelfs een fascist - zo gaat dat tegenwoordig. Hij verstopte zich wekenlang in zijn woning, volledig overrompeld, vertelde hij tijdens een vragenronde na de vertoning van zijn nieuwe film Paradogma.

Paradogma handelt over dit fenomeen: waarom open vragen stellen over dit soort onderwerpen zo moeilijk is geworden. De regels voor het debat over kwesties als klimaatverandering lijken met uitroeptekens in steen gebeiteld. Eenieder die er toch vraagtekens bij stelt, kan zo’n steen naar het hoofd krijgen.

De manier waarop Poels die zoektocht onderneemt zorgt ervoor dat Paradogma soms op de rand van het cliché balanceert. Ook door enkele personen die in de film aan het woord komen. Een Duitse belegger die vanuit een bankgebouw in Frankfurt een financieel complot van de elite ontwaart, mag zulks best denken. Maar zo’n groteske gedachtegang geeft geen antwoord op de relevante vraag waarom sommige onderwerpen toch zo gevoelig liggen tegenwoordig - het bevestigt vooral het vooroordeel dat het lijntje tussen kritisch denken en complottheorieën akelig dun kan zijn.

Misschien moet de vraag niet zijn waarom door de mainstream eenzijdig omarmde standpunten zo lastig te bekritiseren zijn, maar hoe radicalisme het van nuchtere ratio en redelijkheid heeft gewonnen. ‘Ik kom nooit slechte mensen tegen,’ zegt Poels tijdens de Q&A. ‘Ik heb nog nooit een PVV’er gesproken die zegt: “Ik wil de wereld naar de kloten helpen”.’ Toch lijkt deze stropop een drijfveer te zijn onder klimaatpolitiek: ‘JULLIE, dwarsliggers, maken de wereld kapot, en wij, progressieven, gaan jullie stoppen!’

D66-fractierobot Rob Jetten, over wie een blik op zijn Instagram leert dat hij zelf een zeer bovenmodale Airmiles-spaarder is, zei dat hij onder zijn nette voorkomen ‘het radicalisme’ in zich voelt. Hij wil ‘de groene radicalo in de coalitie’ zijn, vertelde hij NRC. Radicalisme gaat bijna altijd gepaard met onredelijkheid. Waarom wordt deze onredelijkheid van Rob Jetten in de meeste media toegejuicht, en kritiek verketterd?