Door: Redactie
Columns
4

Oogseks

Toen ik als jonge puber met mijn ouders op vakantie ging, werd ik altijd straalverliefd. Ik bedoel niet op mijn ouders,...

Toen ik als jonge puber met mijn ouders op vakantie ging, werd ik altijd straalverliefd. Ik bedoel niet op mijn ouders, maar op een mooi meisje uit de streek. Meestal gingen mijn moeder en ik samen met mijn tweede vader in zijn auto naar Zuid-Frankrijk. Dertien uur aan een stuk doorrijden. Tegen de tijd dat we daar eindelijk waren, hadden we alledrie een verlamde kont. De meisjes daar spraken Frans met een rollende rr. Ik verstond niet wat ze zeiden maar het klonk supersexy. Het was oké dat ik hun taal niet sprak. Want ik sprak niet. Mijn tactiek om het meisje te versieren was heel simpel. Ik ging in het zand op mijn buik liggen en probeerde oogcontact met haar te leggen. Het strand was daar een goede plek voor, want mensen en dus ook meisjes blijven daar vaak hangen.

Soms duurde het wel twee volle dagen voordat mijn grote liefde eindelijk doorhad dat ik naar haar lag te koekeloeren. Soms had ik geluk en begon zo’n meisje terug te kijken en dan kon het feest beginnen. Iedere dag langer kijken. Mijn record ligt (nog steeds) op 24 minuten onafgebroken oogcontact hebben. Dit staren was de ultieme oogseks waardoor de rest van omgeving vervaagde alsof deze met flinke likken vaseline was ingesmeerd. Mijn ouders vonden het allemaal best. Door mijn blindstaren hadden ze verder geen last van mij en konden ze volop genieten van hun welverdiende vakantiedagen. Meestal duurde deze kijkfase twee weken. Dan was de vakantie weer voorbij. Verder dan extreem oogcontact kwam ik zelden. Of mijn schaamteloze stiefvader moest zich er weer mee gaan bemoeien. Ik herinner mij nog heel goed dat hij een keer een waterfiets had gehuurd en toen vroeg of ik zin had om een stukje weg te trappen in de zee. Ik had daar wel oren naar. Maar toen ik op de waterfiets zat, sprong hij eruit en even later kwam hij terug de zee in lopen met het meisje waar ik al tien dagen onafgebroken naar gekeken had. Hij hielp haar de waterfiets in en riep ons enthousiast toe: 'Bon voyage!'

Ik haatte hem. Nog dieper dan de zee. In de daaropvolgende minuten keek ik niet één keer opzij naar het mooie Franse meisje dat in bikini naast mij zat. Ik keek strak naar de kabbelende golven. De rest van die middag heb ik verdrongen, dus daar weet ik weinig meer van. Behalve dat ik die vakantie nog wraak heb genomen op mijn tweede vader door hem de rest van de vakantie niet meer te verstaan. Ieder keer als hij wat zei vroeg ik aan mijn moeder: 'Wat zegt hij nou?' Het begon als wraak maar al snel verstond ik hem echt niet meer. Mijn tweede pappie werd hier horendol van en probeerde mij toen terug te pakken door te zeggen dat ik flaporen had. Ik vroeg aan mijn moeder wat hij zei en toen zij het herhaalde wist ik heus wel dat het niet waar was, maar hij ging hier zo lang mee door dat ik op een gegeven moment toch in de spiegel ging kijken of het echt zo was. Een complex is relatief makkelijk aangepraat.

Over vakantie gesproken: je kunt nog zo ver weg reizen, je blijft toch altijd in je eigen hoofd plakken. Een van de allermooiste vakanties die ik ooit heb meegemaakt was als kleine jongen op het bescheiden balkon van mijn oma. Over de waslijnen hing een beddenlaken. Daardoor transformeerde het balkon in een tent op een camping. Met alle bijkomende voordelen, want als je even geen zin meer had in kamperen, kon je via de balkondeuren naar binnen om tv te kijken of gewoon in je eigen bed  te slapen. Mijn oma maakte witte boterhammen met verse aardbeien. Zoveel als ik op kon. Mijn record ligt (nog steeds) op twaalf witte boterhammen. Daarna kreeg ik wel verstopping waardoor ik een tijdje kortademig was. Volgende week ga ik op motorvakantie. Heel mannelijk. Met een groep gasten op crossmotoren dwars door de bergen. Met een ervaren gids die de mooiste paadjes weet. Ik denk dat ik dat wel leuk vind. Want dan heb je geen tijd om na te denken over de zin van vakantie.

Columnist Maxim Hartman is te volgen op Twitter