Door: Özcan Akyol
Columns
3

Robin, doe eens normaal

Ik zag zaterdag de spelers van het nationale voetbalelftal van Kazachstan door Schiphol paraderen. Ze verloren de avond...

Ik zag zaterdag de spelers van het nationale voetbalelftal van Kazachstan door Schiphol paraderen. Ze verloren de avond daarvoor in de Arena van Oranje, ondanks een sensationele voorsprong, maar die nederlaag had ogenschijnlijk weinig impact op hun humeur: ze glunderden werkelijk van geluk. Met een grote glimlach bekeken ze de etalages, alle mensen en maakten ze foto’s van elkaar.

Ik dacht een beetje romantisch: deze jongens vonden het al een voorrecht dat ze überhaupt hier mochten zijn om in een mooi stadion tegen sterren te spelen die ze normaal alleen van de televisie kennen. En toen dacht ik aan het incident tussen Robin van Persie en Klaas-Jan Huntelaar. De spits van Manchester United wilde op een kansrijk moment de bal niet afspelen en de boze blikken en gebaren die daarop volgden, zorgden voor veel tumult op de tribunes, op social media en in de journalistiek.

Vlag op een modderschuit Opvallend was dat zo’n beetje iedereen partij koos voor Klaas-Jan Huntelaar. Ik ook. De Achterhoeker scoort in Duitsland aan de lopende band en gedraagt zich doorgaans in interviews als een sympathieke jongen. Bovendien weet ik dat hij zich bovengemiddeld interesseert in het wereldnieuws. Dan ben je in de voetballerij, waar iedereen zich vooral bezighoudt met vrouwen en dure bolides, algauw de vlag op een modderschuit.

Robin van Persie had inderdaad die bal moeten afspelen, dat vingertje naar Huntelaar was ronduit schandalig en dat hij naderhand het incident wilde bagatelliseren met allerlei dooddoeners uit de koker van de perschef werkte ook niet echt in zijn voordeel. Nog steeds blijft er iets ergerlijks aan die jongen kleven. Waar komt dat vandaan? Ik denk dat het in eerste instantie met zijn prestaties in Oranje heeft te maken.

Rotterdamse kapsoneslijder Goed, hij scoorde achtenveertig keer voor het nationale team en is daarmee topscorer allertijden, maar tegelijkertijd laat hij het altijd op cruciale momenten afweten, met name tijdens eindtoernooien. Afgelopen zomer scoorde hij een magistrale kopbal tegen Spanje, maar voor de rest presteerde hij ondermaats, en dat werd hem links en rechts kwalijk genomen: van een Premier Leaguetopscorer verwachtten we nu eenmaal meer. Gelukkig was Arjen Robben in bloedvorm en bracht hij ons naar de halve finale.

Als aanvoerder is Robin van Persie nu ook niet bepaald een smetteloos uithangbord. De laatste paar maanden staat hij telkens de pers te woord als een grote aansteller. Een Rotterdamse kapsoneslijder. Alsof wij, de ganse natie, onze handjes moeten dichtknijpen omdat Robin van Persie, de zelfbenoemde voetbalprofeet, het volk wil verheffen met zijn nietszeggende antwoorden. Verveeld kijkt hij altijd naar Bert Maalderink van de NOS. En dan volgt er weer een diarree aan agressieve antwoorden en onlogische wedervragen. Het lijkt wel een soort minachting voor het publiek en de pers. Van Persie denkt dat iedereen thuis dom is, misschien is dat heel logisch als iemand weinig intellect heeft en al vrij vlot het contact met de echte wereld verliest, maar voor de sfeer is het niet bevorderend.

Trots Clarence Seedorf maakte het in Oranje ook nooit echt waar, maar door zijn vriendelijke uitstraling en bedachtzame houding liep iedereen na een stroeve start wel met hem weg, dát was pas echt een professional. Iemand voor wie je ontzag kreeg, als mens en voetballer, ook al schoot hij weleens een penalty uit het stadion. Ik liep zaterdag op Schiphol naar een speler van Kazachstan en vroeg in het Engels of hij het gisteren in dat reusachtige stadion leuk vond. Hij sprak de taal niet, stak een duim op en meteen verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht.

Daarna liep hij een beetje verlegen weg, omdat hij werd geroepen door iemand van de staf. Alle spelers droegen nog hun blauwe trainingspak van het nationale team. De letters van hun land stonden pontificaal op hun rug. Ze waren trots dat ze een heel volk mochten vertegenwoordigen op het voetbalveld. Ik vroeg me af of Robin van Persie ook trots was.

Özcan Akyol schreef de schelmenroman Eus. Elke week staat hij met een column in Nieuwe Revu. Volg hem ook op Twitter via @OzcanAkyol.