Door: Vincent de Vries Fotografie: Paul Tolenaar
Interviews
4

Alexander Büttner: 'Die witte Lamborghini gaat er komen, reken maar'

Je kunt de jongen uit het kamp halen, maar het kamp niet uit de jongen. Alexander Büttner, bij Vitesse op een zijspoor beland, spreekt over het leven op het Kleintjeskamp in Doetinchem.

We zitten nu aan tafel bij jouw moeder thuis, in de wijk Kleintjeskamp in Doetinchem. Dat is geen toeval, hè?
‘Nee, ik kom hier bijna elke dag. Dat komt omdat ik me hier fijn en vertrouwd voel. Het is niet voor niets dat ik mijn moeder elke dag wil zien.’

Heeft dat te maken met waar je vandaan komt? Want we zitten nu niet in een ‘normaal’ huis.
‘We zitten op een soort van kamp, waar iedereen elkaar kent en iedereen nauw met elkaar verbonden is. De meesten, onder wie mijn moeder, hebben nog de tijd van de woonwagens meegemaakt. Die sfeer is nooit verdwenen. Dat merk je wel als je naar buiten kijkt. Het is inmiddels eind van de middag, bijna donker, maar nog altijd zie je mensen op straat. Dat is typisch Kleintjeskamp. Als je naar buiten loopt, komen er direct mensen naar je toe om met je te praten.’

Eén grote familie.
‘Klopt. Hoe vaak hoor je niet dat sommigen niet eens weten wie hun buren of overburen zijn? Hier niet. Hier kent iedereen elkaar. Bovendien zijn we trots op elkaar. Neem Tinus Hoekstra, mijn maatje met wie ik al van kinds af aan omga. Zijn carrière als zanger gaat inmiddels als een speer, hij is bijna altijd volgeboekt, soms heeft hij wel vijf optredens op een dag. Vind ik mooi. Omdat ik ’m dat gun. Zoals hij mij alles ook gunt. Zo hoort het ook te zijn.’

Dat is niet overal het geval...
‘Nee. Ik weet gewoon dat er heel veel mensen zijn die mij het succes misgunnen. Neem mijn Mercedes-AMG GT S. Een dikke auto, dat weet ik ook wel. Kostte zo’n twee ton. Dan hoor ik mensen achter mijn rug om praten dat ik die enkel heb aangeschaft om ermee te pronken. Wat een onzin! Ik ga toch geen auto kopen, puur om iemand jaloers te maken? Ik beschouw mijn auto echt niet als een statussymbool. Maar dat is typisch Nederlands. In Engeland, waar ik twee jaar heb gevoetbald, vinden ze het juist mooi als een voetballer in een mooie auto rijdt. Bij ons niet. Hier zetten ze er liever een kras op.’

Waarom is dat, denk je?
‘Geen idee. Misschien dat ze jaloers zijn? Ik weet het niet. Maar ach, ik sta daar boven. Ik heb ’m toch niet gestolen? Sterker nog, ik heb er hard voor gewerkt. Net als voor het enorme huis dat ik iets verderop in de wijk heb laten bouwen. Ja, het is groot. Heel groot, een huis van vier verdiepingen, inclusief bioscoop, zwembad, fitness en sauna. Dat mensen me dat niet gunnen, ach, dat moeten ze zelf maar weten. Dat huis, mijn droomhuis waar de deur voor mijn naasten altijd openstaat, breek ik echt niet af. Want ook hier geldt: dat heb ik niet laten bouwen om ermee te pronken. Ik heb daar puur voor gekozen omdat ík dat mooi vind. Daar is toch niks mis mee?’

Dat heet vechten tegen vooroordelen...
‘Ja, want het is, zoals vaak, echt niet zoals mensen het schetsen. Daarom word ik altijd zo moe en vooral kwaad als ze de bewoners van een woonwagenkamp over één kam scheren. Alsof iedere kamper in drugs handelt. Of crimineel is. Iedereen die ons kent en hier komt, weet wel beter. Sterker nog, bij ons gaat het er juist allemaal veel gemoedelijker aan toe. Neem die auto van me. Ik weet het nog goed: toen ik die net had en voor het eerst ermee de wijk inreed, liep de hele buurt uit om ’m te zien. Ze vonden het fantastisch, totaal geen afgunst.’

Als je bij Vitesse niet meer aan spelen toekomt, zal je op zoek moeten naar een nieuwe club...en Kleintjeskamp opnieuw moeten verlaten.
‘Klopt, maar dat is maar tijdelijk. Mijn nieuwe huis, om de hoek van de woning waar ik ben opgegroeid, doe ik voor de rest van mijn leven niet meer weg. Dat is zoals ik het wil, op een ideale locatie. Daarom had ik de grond ook meteen gekocht toen ik die kans kreeg. En direct ook het huis ernaast, dat nu van mijn moeder is. Dus ik heb nu alles mooi voor elkaar. Hoewel alles... Ik zou ook wel weer een andere auto willen, naast mijn Ferrari F430 en mijn Mercedes. En ik weet ook al welke: een Lamborghini Aventador, een witte die een ploeggenoot van me in Moskou ook had. En die gaat er komen ook, reken maar. Niemand die mij tegenhoudt.’

Lees het hele artikel op Blendle.