Door: Frank Waals Fotografie: Gilbert Duivesteijn
Interviews
3

Najib Amhali: 'Ik doe Lonny en Broodje nog één keer, en dan is het klaar'

Volgend jaar zit Najib Amhali 25 jaar in het vak. Hij doet nog één keer zijn oude vertrouwde typetjes en sketches, en dan is het klaar. 'Tijd voor nieuwe grappen!'

Je hebt het even moeilijk gehad. Hoe gaat het nu met je?
‘Het gaat gelukkig weer oké met me. Vorig jaar stond er een tour met zestig voorstellingen gepland en daarin wilde ik echt iets te vertellen hebben, maar de realiteit haalde me in. Trump die het presidentschap won en dertien moslimlanden op een verboden immigrantenlijst zette. Daardoor kwam ik ook mezelf tegen want het lukte me niet meer om in mijn verhalen op toneel een punt te maken. Twee weken lang heb ik met een half-afgemaakte show gepiekerd of ik er wel mee door moest gaan en uiteindelijk toch maar besloten om, voor het eerst in mijn carrière, de hele tour maar af te blazen. Daarnaast besefte ik dat ik mezelf de afgelopen jaren flink voorbij heb gerend. Ik stond overal maar op te treden, lag elke nacht om 03.00 uur pas in bed en werd om 07.00 uur alweer wakker van het geluid van naar school gaande kinderen. Daardoor liep ik bijna tegen een nieuwe burn-out aan.’

Niets geleerd van je vorige?
‘Die vorige had meer met drank en drugs te maken en dat was nu absoluut niet het geval. Ik kwam er gewoon creatief en fysiek niet meer uit. Als ik aan het publiek vraag wat ze willen, dan weet ik het antwoord al: succesnummers als Lonny en Broodje. Twee shows ervoor speelde ik echter een voorstelling waarin ik het had over mijn depressie en toen kreeg ik al snel brieven met klachten dat mensen liever een avondje wilden lachen, maar ook van toeschouwers die zich in mijn verhaal herkenden. Ik wilde een andere weg inslaan en daar was meer tijd voor nodig dan ik dacht. 90 procent van wat ik doe, is gebaseerd op ernstige verhalen waar ik op een leuke manier theater van maak. Alleen merk ik nu nog dat ik met vier, vijf verhalen zonder clou rondloop. Zolang die er nog niet is, heb ik geen volledige voorstelling paraat.’

Wat zou je, terugkijkend, anders hebben gedaan de afgelopen tien jaar?
‘Ik zou veel minder gespeeld hebben dan ik nu heb gedaan. Ik draaide vier à vijf shows in de week en dat twee seizoenen lang. Dat moest van niemand, maar de vraag bleef en dat vond ik te gek. Ik bleef altijd maar zoeken naar die erkenning, of ik nu al in Carré had gestaan of niet. Rennen, rennen, rennen, ook omdat ik om mij heen de concurrentie zag opstaan. Ik werkte aan één stuk door en verdiende alleen maar geld, alleen had ik geen tijd om het op te maken. Ik gokte, bleef winnen, maar dan komt hoe dan ook een keer die verraderlijke verliespartij. Overigens nooit tijdens het spelen, want zodra ik het theater rook dan voelde ik de adrenaline weer door mijn aderen stromen, maar daarna stortte ik in de auto in elkaar en sliep ik aan één stuk door. Echt killing.
Volgend jaar ben ik vijfentwintig jaar bezig en ga ik met een Best of... het land door. Dat wil zeggen: mijn vijfentwintig beste grappen in vijfentwintig theaters voor 25 euro. Nog één keer de oude vertrouwde typetjes en sketches en dan is het klaar. Tijd voor nieuwe grappen. En dan wellicht ook weer eens een ontmoeting met het publiek na afloop van een show want daar had ik de laatste tijd ook de puf niet meer voor. Nog even een biertje drinken in de foyer is leuk, maar als je dat vijf avonden per week doet, ben je gewoon een alcoholist.’

Lees het hele artikel op Blendle.

Gerelateerd nieuws