Door: Leon Verdonschot
Interviews
4

Ruben van der Meer: 'Wij witte mannen gaan het zwaar krijgen'

Comedian Ruben van der Meer speelt een van de hoofdrollen in Theo Maassens film Billy. Waar mag je – als witte man – nog grappen over maken zonder dat half Nederland over de zeik raakt?

Er is sinds #metoo een grote kentering in de filmindustrie: meer plek voor vrouwen, meer diversiteit. Hoe kijk jij daarnaar, als...
‘Witte man? Haha. Wij witte mannen gaan het zwaar krijgen. Dit is mijn laatste interview, de volgende keer zit jij hier met een Antilliaanse vrouw. Ik hoop wel dat deze ontwikkeling meer is dan een trend, dat het doorzet. Aan de andere kant heb ik zelf de indruk dat het in Nederland wel meevalt met het geringe aantal allochtonen op televisie. Of in het theater. Of met de diversiteit, moet ik nu zeggen. Dat vind ik wel ingewikkeld: dat de taal steeds verandert, en ik daar achteraan loop omdat ik er nou eenmaal niet zo mee bezig ben. Maar ook dat is op zichzelf weer gevaarlijk om te zeggen, dat ik er niet zo mee bezig ben, omdat ik me als witte man kan permittéren niet zoveel met dit onderwerp bezig te zijn. Ik merk, nu ik het er over heb, dat ik eigenlijk helemaal geen zin heb om het erover te hebben, omdat je het bij dit onderwerp toch niet goed kan doen. Weet je waar ik op af ga bij mensen? Of ik ze leuk vind. Echt. Ik kan het iedereen aanraden. Pik niet van elkaar, schiet elkaar niet dood, wees een beetje aardig. Zo moeilijk is het niet, en het geldt voor iedereen. Van witte mannen tot negers. Of wacht, néger kan ook niet meer, hè. Ook zoiets. Waarom eigenlijk? Maar goed, er zijn wel meer onderwerpen waar ik mee bezig ben. Ik maak me bijvoorbeeld zorgen over het milieu. Of beter gezegd: om óns, als we het milieu naar de knoppen helpen. Maar ik heb geen behoefte om dat dan te verwerken in mijn grappen. Ik denk dat het een goed idee is als we allemaal wat minder vlees eten. Dat probeer ik zelf ook. Maar dat is niet de basis voor een sketch.’

Hou je in je humor rekening met al die gevoeligheden?
‘In de TV Kantine doe ik Kim Jong-un na. Ik spreek geen Koreaans, dus ik brabbel maar wat Aziatisch. Daar heb ik nog geen commentaar op gehad. Maar goed, ik heb dan ook nog nooit gehoord van hang-Chinezen, of draaideur-Japanners. Grappen maken over die groepen levert volgens mij nooit gedoe op.’

Gordon maakte in 2013 grappen over een Chinese deelnemer aan Holland’s Got Talent. Daar kreeg hij toen veel kritiek op.
‘Ja, hallo: niet van Chinezen zélf. Nee, van mensen die hun kans zagen om te laten zien dat ze “opstaan tegen racisme”. En dat dit een voorbeeld van racisme was. Haha! Wat een held ben je dan, zeg.’

Je houdt er dus geen rekening mee?
‘In De Grote Improvisatieshow hebben we een onderdeel waarbij we voor een green screen staan, en een razende reporter moeten spelen met twee nieuwslezers die voor je staan. De grap is: zelf weet je niet waar je bent, het publiek ziet achter je beelden op dat scherm, en jijzelf ziet die niet. Ik moet beschrijven waar ik ben, zonder dat ik het zie. De grap is dan natuurlijk dat je er helemaal naast zit, en aan de hand van hints langzaam ontdekt waar je bent. Maar je moet vol overtuiging neerzetten waar je denkt te staan. Je begrijpt: hilariteit alom. Dus ik sta voor dat scherm, en ik begin: “Jaaa, jullie zien het: een en al drukte hier, want het is feest! Het is namelijk”, ik denk even na, en gooi er dan uit: “Kwaku Festival! Ik sta hier in het hartje van de Bijlmer, hartstikke gezellig hier.” Maar wat blijkt nou? Achter me wordt ondertussen een filmpje vertoont van een Afrikaanse stam met speren en blote lullen, die samen een rituele dans doen met z’n allen. De mensen in de zaal keihard lachen, dus ik dacht ik ga lekker, dus ik nog een keer in de overdrive. Enfin, prima: dat was het. In maart 2013 op tv uitgezonden, niks aan de hand. Een paar maanden geleden werd het voor de dérde keer herhaald. En toen was het opeens een ding. Verschenen allemaal stukjes op sites als joop.nl over dat dit echt niet kon op de Nederlandse televisie, ik zag foto’s van mij voor het scherm met die negerstam met in de ondertiteling “Ik sta hier op het Kwaku-festival” met ver daaronder ergens de uitleg over het programma en het feit dat ik zelf de beelden ondertussen niet zag, maar die uitleg leest dan natuurlijk niemand meer. Ik las zelfs dat we grappen maakten over het afschaffen van de slavernij. Daar viel iemand enorm door de mand: Kwaku heeft helemaal niets te maken met de slavernij, dat is het Keti Koti Festival. Ik heb nergens op gereageerd. Wat zou ik er ook op moeten zeggen? Ruimte voor nuance is er dan allang niet meer. Ik vind het ook wel weer lachen. Ik wel.’

Billy wordt 25 maart om 20.30 uur uitgezonden door de NTR op NPO3 .

Lees het hele artikel op Blendle.

Gerelateerd nieuws