Streek van de week: doodvergaderd in Flevoland

Nieuwe Revu bericht wekelijks over belangwekkend nieuws uit de regio. Deze keer trekken we naar Flevoland, waar vergadertijgers op het provinciehuis duizenden karpers in de kaken des doods dreven.
Vissensterfte Oostvaardersplassen

Over Brabanders kun je van alles zeggen, en dat doen we dan ook graag en veel. Hetzij in de wandelgangen, hetzij tussen neus en lippen door, hetzij gewoon hier, in de Streek van de Week, het ereschavot voor lokaal nieuws dat een groter podium verdient. Een van de vele Brabantse kwaliteiten die wij zo bewonderen – los van hun levenslust, ziekelijke hang naar gezelligheid en worstenbroodjes – is hun kordate handelen zodra de provinciale visstand het loodje dreigt te leggen.

Wij vertrouwen erop dat u minsten zo bij de pinken bent als wij zijn.

En berusten ons er derhalve ten volste in dat wij u niets nieuws vertellen als wij zeggen dat we in ons kribbige koninkrijkje een tijd terug een bloedverziekend pittige hittegolf hadden. Dat was prettig nieuws voor alle thuisvakantiegangers, maar het waren draconische tijdingen voor de duizenden prachtige vissen in de beekjes van Brabant. Die dreigden door de tropische temperaturen droog te vallen en een vis zonder water is als een voltallige Streek van de Week-redactie zonder inkt: kansloos.

Daarom mogen die vissen dankbaar zijn dat ze hun dagen slijten in het Brabantse land. Want in Brabant, daar brandt nog licht. Door waterschap Aa en Maas ingeschakelde sport- en beroepsvissers hengelden als voorzorgsmaatregel de Strijpsche Beek leeg om de kortademige zwemmertjes over te zetten naar zuurstofrijker water. Mocht u toevallig op zoek zijn naar een schoolvoorbeeld van kordaat handelen, dan werpen wij u die bij deze in de schoot.

Aan het andere eind van het provinciaal-pescotarische spectrum zit Flevoland. Daar dobberden vorige zomer – toen we eveneens gebukt gingen onder temperaturen die alleen te hachelen zijn als je bedoeïen of bosjesman bent –duizenden karpers belly-up in de Oostvaardersplassen. Oorzaak: een dramatisch dalend waterpeil. Oorzaak daar weer van: de moeras-reset van 2018, het plan van de provincie om het waterpeil geleideijk te verlagen teneinde meer riet te krijgen voor de vogels. Maar door twee opeenvolgende warme zomers daalde het water veel sneller dan verwacht.

Staatsbosbeheer, Sportvisserij Nederland, adviesbureau Arcadis, allemaal trokken ze afgelopen zomer bij de provincie aan de noodrem. Kern van de boodschap: als het water nog tien centimeter zakt, hebben we een massale vissterfte aan de broek hangen. Vervolgens gebeurde er niks, blijkt nu uit speurwerk van Omroep Flevoland. Die vroeg relevante stukken op om inzichtelijk te krijgen hoe de provincie deze dreigende natuurramp bij kop en kont pakte.

Welnu, de provincie bleek vooral heel veel te hebben vergaderd. Terwijl het zwaard van Damocles de karpers boven het hoofd hing, kwekten de ambtenaren oeverloos door over plannetje zus of aanpak zo en of ze daar dan wel of niet een vergunning of zo voor nodig hadden. Toen ze na twee slepende vergaderweken eindelijk de knoop hadden doorgehakt, hoefde het al niet meer. De karpers waren kassiewijle. Flevoland zou gerund moeten worden door Brabanders.

Laatste nieuws