googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });
Premium

DeWolff spitst de oren

Laat het maar aan de mannen van DeWolff over om een rampjaar om te buigen tot een triomf. Door de pandemie aan huis gebonden, knalden Pablo en Luka van de Poel en Robin Piso er in tien weken vijftien songs uit, meer dan genoeg voor een puik nieuw album: Wolffpack. Tijd voor een analoge luistertest op anderhalve meter.
DeWolff spitst de oren
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

‘We zijn geen band die je na een jaar weggooit.’

Bizarre uitdagingen lijken een specialiteit van DeWolff te worden. Hun voorlaatste album Tascam Tapes namen ze op in hotel- en kleedkamers tijdens de hectische Europese tour van 2019. De liedjes schreven ze onderweg.

Toen in maart de tournee om Tascam Tapes te promoten al na twee weken moest worden afgeblazen, kwam de band met een nieuw initiatief: het Wolffpack-abonnement. Fans die erop inschreven, krijgen tien weken lang elke veertien dagen drie nieuwe DeWolff-songs. Aan het einde van de rit mochten ze dan stemmen welke nummers op de nieuwe plaat zouden komen. Het betekende concreet dat de band onder corona-lockdown in hoog tempo vijftien nieuwe songs moest schrijven én opnemen.

We kennen elkaar al zo lang, ik heb eigenlijk al vanaf het begin het gevoel dat we drie broers zijn

Kennelijk werken Pablo en Luka van de Poel en Robin Piso het beste onder druk, want Wolffpack is een fantastisch album geworden. Goed te horen is hoe de mannen gegroeid zijn als songschrijvers. Nog steeds klinken er echo’s uit de muziekgeschiedenis, maar DeWolff wordt steeds slimmer in het integreren van hun invloeden. Het gevolg is dat de tien songs op Wolffpack nooit klinken als hommages aan hun helden, maar stuk voor stuk op zichzelf staan als puike rootsrockers. Wel nemen deze keer de soulinvloeden een prominente plek in. Het maakt Wolffpack het hardst groovende album uit de DeWolff-catalogus.

Muzikanten die zo hun weg weten in een platenkast mag je het best moeilijk maken. Dus op naar Electrosaurus Southern Sound, de oefenruimte annex opnamestudio aan de Oude Gracht in Utrecht voor de Grote 100 Procent Analoge DeWolff Luistertest.

LYNYRD SKYNYRD – YOU GOT THAT RIGHT (STREET SURVIVORS, 1977)

Pablo, al tijdens het intro: ‘Ken dit nummer niet, maar ik denk dat het Lynyrd Skynyrd is.’

Net als Lynyrd Skynyrd komen jullie ook uit het zuiden: heeft dat ooit een rol gespeeld in de beeldvorming rond DeWolff?

Pablo: ‘Misschien is dat waarom veel mensen ons altijd wel dingen gunnen: die schattige jongetjes uit het zuiden. Toen we net begonnen, stonden we daar zelf niet zo bij stil. Pas later ging ik inzien dat het best wel speciaal was dat een band die southern rock maakt uit Limburg komt. Je hebt er hele gave dingen, maar die komen vaak Limburg niet uit. Southern rock zit echt wel in ons dna, het is muziek die we al tien jaar absorberen. En we hebben het in het buitenland altijd gebruikt: DeWolff from the South... of the Netherlands!

Luka: ‘From the Keutelbeek Delta, al wonen we er allang niet meer. Ik ben in 2012 naar Utrecht verhuisd, jullie twee een jaartje later. En in 2014 vond Pablo deze studio.’

De manager van LS toerde met een koffertje vol cash geld zodat hij zijn jongens uit de bak kon vrijkopen als ze zich weer eens misdragen hadden. Vliegen jullie ook weleens uit de bocht?

Pablo: ‘Zo mis als het bij Lynyrd Skynyrd weleens ging, gaat het bij ons gelukkig nooit. Ik heb het idee dat dat eigenlijk ook een beetje iets van vroeger is. Op tour gebeuren er natuurlijk altijd gekke dingen – je bent eigenlijk met een vriendengroep op vakantie – maar het gaat zelden echt te ver. Er komt altijd een punt waarop je denkt: nu moet ik naar bed, want we moeten morgen weer een show knallen. Als je niet goed speelt omdat je te lam bent of omdat je te ver bent gegaan, komt zoiets tegenwoordig meteen online. Als je dat te vaak doet gaat dat rondzingen en word je uiteindelijk niet meer geboekt. Tegenwoordig is die belofte van seks, drugs & rock-’n-roll er ook niet meer echt voor bands. Als je jong bent, muziek wil maken en rotzooi wil trappen, veel geld wil verdienen en meiden wil scoren, dan ligt het meer voor de hand om dj te worden. Dan blijven er alleen nerds zoals wij over die in bands gaan spelen.’

VAN HALEN – SO THIS IS LOVE? (FAIR WARNING, 1981)

Pablo: ‘Is dit Grand Funk Railroad? Nee wacht, die stem: het is Van Halen!’ Doet gelijk zijn beste David Lee Roth-imitatie.

Alex en Eddie Van Halen zijn door hun ouders heel erg gepusht om muziek te maken. Hoe was dat bij jullie thuis?

Robin: ‘Toen ik begon met gitaarlessen vonden mijn ouders dat als ik niet goed oefende, ik de lessen maar zelf moest betalen. Dus voor elke week dat ik wel oefende, kreeg ik het lesgeld terug, zodat zij uiteindelijk toch alles betaald hebben. En dat heeft gewerkt. Grappig is dat ik voor gitaar koos omdat een piano te zwaar was om mee te nemen, en toen toch piano ben gaan doen. Pas in DeWolff ben ik orgel gaan spelen.’

Pablo: ‘Ik begon met gitaar toen ik negen was en Luka met drummen toen hij acht was. We woonden toen in een rijtjeshuis en als wij muziek maakten, hoorde je dat door de hele buurt. Onze buurman was bakker en moest elke ochtend om 04.00 uur op, dat begrensde de mogelijkheden wel. Mijn vader zong in een coverband die ook moest repeteren en daarom besloten mijn ouders om een kelder onder de tuin te graven. Best wel insane, het was een megaoperatie. Toen die kelder er was, ontstond al snel een eigen band en gingen we Robin uitnodigen die we kenden van het koor. Dus die kelder is de hele reden dat DeWolff bestaat.’

Robin: ‘Volgens mij hadden jullie me al uitgenodigd voordat die kelder af was. Toen zagen we op het Bevrijdingsfestival Green Hornet en dachten we: zo’n band moet het worden. Een trio met drums, gitaar en toetsen. Toevallig dat jij nu die vergelijking met de broers Van Halen maakt, maar ik sta er nooit bij stil dat Pablo en Luka familie zijn. We kennen elkaar al zo lang, ik heb eigenlijk al vanaf het begin het gevoel dat we drie broers zijn.’

CURTIS MAYFIELD – SWEET EXORCIST (SWEET EXORCIST, 1974)

In koor, een seconde nadat de stem invalt: ‘Curtis Mayfield!’

Pablo: ‘Echt een mooie stem heeft die gast. We luisteren al superlang naar ontzettend veel soulmuziek. Luka heeft dat zo’n beetje geïntroduceerd bij ons.’

Luka: ‘Een jaar of tien jaar geleden kreeg ik van mijn ouders met kerst een verzamelbox met Southern Soul. Al Green, Otis Redding, maar vooral ook heel veel obscure artiesten. Daar heb ik veel naar geluisterd en op een gegeven moment ben ik er echt ingedoken en platen gaan verzamelen van bepaalde artiesten. Langzamerhand zijn die soul grooves ook DeWolff in gesijpeld, en in onze manier van songschrijven.’

Pablo: ’We zogen dat geluid wel op, maar konden het nooit echt rijmen met wat we in DeWolff deden, toch meer een rockband. En toen ontmoetten we de Dawn Brothers en hoorden daar al die dingen die wij zo gaaf vinden. Dat heeft ons nieuwe album echt beïnvloed.’

Robin: ‘En ook wel Little Feat, om niet alle credits aan de Dawn Brothers te geven. Dat geluid heeft ook veel invloed op ons gehad.’

Pablo: ‘Het is ook een verandering van perspectief. Je ontdekt dat al die muzikanten waar we al naar luisterden, zoals Led Zeppelin of Leon Russell, ook naar rock-’n-roll en soul luisterden. Zij deden er weer wat anders mee. Dan besef je dat het eigenlijk één grote muzikale loop is waarin we zitten. Ik ben trouwens vorig jaar nog in Memphis geweest, in de kerk van Al Green. Dat was echt geweldig.’

Jij bent ook steeds meer gaan zingen, Luka?

Luka: ‘We kwamen erachter hoe tof het klinkt als we samen zingen. De stemmen van Pablo en mij lijken op elkaar, maar zijn ook verschillend. We wilden dat meer gaan uitbuiten. Ik zong eerst alleen koortjes, maar ben sinds Grand Southern Electric steeds meer mijn eigen stem gaan ontdekken.’

Pablo: ‘Het heeft zich ontwikkeld tot het idee dat in het ultieme DeWolff-nummer Luka en ik samen zingen.’

Robin: ‘Ik denk dat onze muziek sinds Grand Southern Electric en de invloeden van The Band duidelijker en simpeler is geworden, waardoor swag belangrijker is dan de juiste nootjes halen.’ Pablo: ‘Wij zijn beter gaan snappen waarom we precies houden van de muziek die wij vet vinden. Dan ontdek je dat het niet ingewikkeld hoeft te zijn om goed te wezen, er hoeven geen honderd akkoorden in te zitten. Dat was een zoektocht die we onder het oog van het publiek hebben ondernomen. We zijn platen blijven maken terwijl we aan het zoeken waren naar wat we wilden zijn. Best wel speciaal.’

Wat zegt dat over jullie fans?

Robin: ‘Ik denk dat onze fanbase in het begin wat ouder was. Voor jonge mensen moet het vaak meteen goed zijn. Oudere fans hadden meer zoiets van: hé, dat is ons soort muziek gemaakt door jonge broekies, daar gaan we ons geld aan uitgeven. Nu hebben we een stuk jonger publiek omdat het tegenwoordig een stuk cooler is om met retrodingen bezig te zijn. Retro betekent nu eigenlijk: een band met instrumenten. Wij halen onze muziek niet uit de computer, we zijn geen band die je na een jaar weggooit. Het is cool om dingen ambachtelijk en authentiek te doen. Daar is veel meer vraag naar.’

KING GIZZARD AND THE LIZARD WIZARD – ROBOT STOP (NONAGON INFINITY, 2016)

Pablo, al heel snel: ‘King Gizzard! Heel vette band, ik ken ze via Luka. Ik was bij een optreden van ze in Paradiso waar iedereen helemaal crazy ging vanaf de allereerste noot die gespeeld werd. Ik had echt iets van: what the fuck gebeurt hier? Eén grote teringbende vanaf het begin.’

Luka: ‘Hun eigenheid inspireert, en het bewijst dat zoiets ook heel groot kan worden. Dat je niet een obscuur bandje hoeft te blijven. Ze touren over de hele wereld en doen gewoon waar ze zin in hebben. Het is internationaal gezien wel de wereld waar wij in thuishoren. Je hebt best veel bands die als je het mensen op straat vraagt niemand kent, maar die in elk land toch in zalen van tienduizend man staan. Black Angels, Alabama Shakes.’

Gizzards sound is classic rock met een hedendaagse twist. Is dat belangrijk, dat je ook eigentijds bent?

Pablo: ‘Classic rock hoeft van mij niet per se iets van nu te hebben, al heb ik dat wel lang gedacht. Het moet iets toevoegen aan wat er al is. En wat is van nu? Muziek is gewoon muziek, je moet de muziek maken die je goed vindt. Ik denk wel dat er een gouden tijdperk was, eind jaren 60, begin jaren 70. Het is niet erg om dat als zodanig te zien. Vaak is iets al van nu omdat het nu is. Teskey Brothers is een-op-een oude soul. Daar zit niets vernieuwends in, maar is toch van nu, toch relevant. We leven in een tijd waarin alles naast elkaar kan bestaan.’

Wij halen onze muziek niet uit de computer, we zijn geen band die je na een jaar weggooit

Luka: ‘Wij zijn alle drie fan van een Franse zanger die Theo Lawrence heet. Hij brengt country op een heel klassieke manier. Het is een jonge gast, maar het is zo mooi en hij doet dat zo goed. Dan ben ik blij dat hij niet zegt: het moet wel een beetje eigentijds zijn. Het is perfect zoals het is.’ Rubin: ‘Er is een plekje voor alles, als je maar iets oprecht doet. Dat is het belangrijkste.’

RUSH – FREE WILL (PERMANENT WAVES, 1980)

Pablo, zodra de zang invalt: ‘Rush! Grappig, dat is echt een band waar we niks mee hebben, behalve toen we dit jaar via een Zoom-meeting Yes You Do in elkaar gingen zetten. Toen vonden we dat het wel wat meer een Rush-vibe mocht hebben. Met een langer intro, als in Tom Sawyer. We zaten alle drie thuis en hadden de losse stukjes al wel, en hebben toen op afstand dat nummer in elkaar gezet.’

Robin: ‘Omdat we bij de nieuwe plaat zoveel apart van elkaar hadden opgenomen, waren sommige nummers af zonder dat we het ooit met z’n drieën samen hadden gespeeld. Toen het wat beter ging met corona gingen we hier in de studio nummers spelen die we nog nooit samen hadden gespeeld. Het was net alsof we covers deden van een band, alleen waren we het zelf.’

Net als Rush moeten jullie met zijn drieën heel hard werken om live een volledig bandgeluid te krijgen.

Luka: ‘Fans vragen vaak hoe het kan dat wij maar met z’n drieën zijn, want live klinkt het zó vol!’

Robin: ‘En bassisten zeggen vaak: ik ben dus bassist, maar ik mis hem niet, hoor! Voor mij is het live wel pittig. Ik speel met twee handen altijd twee verschillende partijen. Als ik nu een optreden moet doen zonder dat ik met mijn linkerhand de baspartijen speel, raak ik zelfs in de war. Maar in de studio voegen we een basgitaar toe, dat groovet toch lekkerder. Er zit een bepaalde gelaagdheid in een basgeluid dat moeilijk uit een synthesizer te halen is. Ik kan met mijn linkerhand ook nooit zo lekker grooven als een bassist dat kan. Dat is een nadeel, maar verder is het zo’n voordeel om met z’n drieën te spelen. Als we er nu na dertien jaar een bassist op het podium bij zouden zetten, zou dat toch raar zijn. Pablo: ‘Live kom je altijd weer tot de ontdekking hoe fijn het is om met zijn drieën te spelen. Je bent een driehoek, iedereen ziet en hoort de anderen de hele tijd. Als er een vierde persoon bij zou komen, verandert dat. Dan kunnen zich groepjes vormen, twee tegen twee.’

Luka: ‘Een driehoek is een sterkere constructie dan een vierkant.’

Voor Het uur van de wolf hebben jullie zelf de Europese tour gefilmd waarbij Tascam Tapes werd opgenomen.

Luka: ‘Dat was extra zwaar omdat we op de momenten waarop je anders rust of een boek leest nu nummers gingen schrijven en muziek maken. En als we wel rustten, spookte dat toch door je hoofd: we hebben maar zoveel dagen, moeten we niet...’

Robin: ‘Er is nooit veel vrije tijd op tournee. Vaak kom je al te laat aan bij de zaal en moet je snel alles opbouwen, eten en dan spelen. En vaak moet je de volgende dag alweer vroeg naar een andere stad. Maar soms heb je wel tijd en zoek je de lokale platenzaak op, of de instrumentenwinkel.’

Pablo: ‘We hebben dit jaar maar twee weken getourd, en tijdens die tour werd er in onze bus ingebroken. Dat had zó in die docu gekund. Dat optreden in Bordeaux was in een kelder zo groot als onze oefenruimte, daar konden maar vijftig mensen in. En na die show moest alles de trap weer op, ook dat zware Hammondorgel.’

Robin: ‘Een stenen wenteltrap!’

Fans vragen vaak hoe het kan dat wij maar met z’n drieën zijn, want live klinkt het zó vol!

Pablo: ‘Op zulke momenten denk je wel: waarom zijn we hier? We gingen wat drinken met onze vriend Theo Lawrence. Kwamen we na een half uur terug, was de raam van onze bus ingeslagen. Al onze tassen weg, plus de merchandise-opbrengst van twee weken.’

Robin: ‘We hebben die tour moeten afmaken met een open zijraam. Maar toch, ik zou nu zoveel zin hebben om in een stad als Valencia te zijn. Lekker warm. Je komt aan in het busje, pakt nog effe een kringloopje voor tweedehands kleren en dan lekker optreden.’
Pablo: ‘En dan ’s nachts naar een slechte Guns N’ Roses-coverband gaan kijken!’

TEDESCHI TRUCKS BAND – MIDNIGHT IN HARLEM (REVELATOR, 2011)

In koor, al na eerste tonen: ‘Ja, Tedeschi Trucks...’

Pablo: ‘Midnight in Harlem, dat is echt heel mooi. Ik vind Derek Trucks de beste levende gitarist ter wereld.’

Robin: ‘Ik ook. Als ik eerder had geweten dat dit ook gitaarspelen was, was ik nooit aan toetsen begonnen. Ik ging een keer eten afhalen in een restaurant in Deventer, stond daar de Desdemona-solo van Derek Trucks op. Dus ik zeg tegen die guy achter de toonbank: “Dit is Derek Trucks, hij is zo’n sicke slidegitarist!” Zegt die vent: “Oh, dat kan ik ook.”

En toen zei ik meteen tegen die gast die ik helemaal niet kende: “Nee, dat kan jij niet!” Ik vond het zo’n absurd idee dat ook maar iemand zo goed als Derek Trucks zou kunnen spelen...’

Pablo: ‘Zijn spel komt dicht in de buurt van de oerreden waarom muziek bestaat: omdat het zo mooi en menselijk is. Als mensen met hun computermuziek aankomen, komt bij mij dit boven en denk ik: pff, ga toch weg. Ik had ooit de ambitie om slidegitaar te leren, dacht ook dat ik er de potentie voor had. Toen hoorde ik Derek Trucks en heb dat een beetje opgegeven. Voor iedere gitarist in de rootsmuziek is slidegitaar sinds een paar jaar Derek Trucks: het hoogst haalbare. Maar het is eigenlijk onhaalbaar. Kijk, er zijn puur technische gitaristen die iets doen waarop je een dag kunt studeren, en dan kan jij dat ook. Maar dit, dat gevoel erin leggen, dat is het resultaat van vijftien jaar lang iedere dag slide spelen. Dat is geen trucje.’

DRIVIN’ N’ CRYIN’ – HONEYSUCKLE BLOOM (MYSTERY ROAD, 1989)

Pablo: ‘Klinkt als The James Gang.’

Luka: ‘Nee, dit is later, jaren 90. Ik hoor een snare galm.’

Pablo: ‘Is dit niet Ryan Adams?’

Robin: ‘Jeff Tweedy?’

Pablo: ‘Wat een maffe stem... Nee, we kennen het niet.’

Robin: ‘Shit, daar gaat onze 100 procent-score.’ Pablo: ‘Ik word hier ook niet warm van.’

Luka: ‘Ik vind het wel grappig. Die riff is super-hardrock, maar zijn stem is heel folkie. Een beetje een Ryan Adams-vibe, meer jaren 90. Dat is een gat in mijn kennis, de jaren 80. We zijn opgegroeid met de alternatieve muziek van de jaren 80 en 90, de muziek van mijn ouders. Bij ons thuis stond vaak Studio Brussel op. Maar de vonk is nooit echt overgeslagen. Toen we eenmaal The Beatles en Hendrix hadden ontdekt, was dat het voor ons: alles uit de seventies en sixties. Dat is nog steeds wel een beetje zo, maar bands als The Black Crowes, Supergrass en Kula Shaker vonden we ook te gek, net als veel bands van nu. Maar ja, er zitten dus echt gaten in onze muzikale kennis.’

Hoe belangrijk zijn goede riffs?

Luka: ‘In het begin van DeWolff bedachten we altijd eerst de riffs en de akkoorden en kwam de zanglijn daarna pas. We hebben sindsdien geleerd om zanglijn nummer één te laten zijn, daar wordt je song beter van. De zanglijn is misschien wel het belangrijkste onderdeel.’

Robin: ‘Vroeger was bij ons de riff ook gelijk de zanglijn en het refrein, haha.’

Pablo: ‘We zijn veel meer echte liedjes gaan schrijven. Alles wat we nu maken, zou je ook op een akoestische gitaar of een piano kunnen spelen en dan heb je nog steeds een sterke melodie. Ik denk dat we al best lang geleden zijn begonnen met het luisteren naar echte liedjes. Lange tijd konden we dat niet helemaal samenbrengen in onze eigen muziek. Kwam er toch weer iets Led Zeppelin- of Black Sabbath-achtigs uit, terwijl ik thuis luisterde naar mensen als Townes Van Zandt of Leon Russell. Hoe kun je het ene vertalen naar het andere? Maar na zoveel jaar al die muziek te hebben opgezogen, hebben we toch die twee werelden kunnen verbinden. Daar ben ik superblij mee.’

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws