‘Het leek te regenen, maar het waren kogels’

Terwijl duizenden mensen het hoofdkwartier van de Verenigde Naties bestormen op zoek naar bescherming tegen rondvliegende kogels, beseft luitenant-kolonel Eric ineens dat hij en zijn andere N
Luitenant-kolonel Eric tijdens zijn missie in Zuid-Soedan

‘Ik zwaaide naar een VN-collega dat hij naar buiten moest komen om te helpen. Als antwoord trok hij de gordijnen dicht.’ Voor zijn optreden tijdens de Battle of Juba in Zuid-Soedan ontving hij een onderscheiding.

Het onderzoek dat de Verenigde Naties liet uitvoeren naar wat de Battle of Juba is gaan heten, in Zuid-Soedan in juli 2016, liegt er niet om. De UNMISS-vredesmissie slaagde er niet in om honderden burgers te beschermen tegen plundering, moord en verkrachting, en had dit grotendeels aan zichzelf te wijten. Zo valt in het rapport te lezen hoe Chinese VN-soldaten hun post verlieten, andere soldaten zichzelf dagenlang opsloten in een badkamer en er vanuit de missieleiding tegenstrijdige bevelen werden gegeven.

UNMISS bleek amper in staat om de eigen legerbasis te beschermen. Daarbuiten waren burgers helemaal aan de goden overgeleverd. Vrachtwagens met noodhulp reden onbeschermd rond en werden door strijders leeggetrokken. Noodoproepen vanuit het nabijgelegen hotel Terrain, waar regeringstroepen binnenvielen, bleven onbeantwoord. Het UNMISS-verzoek om met troepen op te rukken naar het hotel werd door Chinese, Nepalese en Ethiopische commandanten met een ‘we zijn zelf te druk’ afgewimpeld. Het hotel, waar ook civiel VN-personeel verbleef, werd geplunderd. Hulpverleners vielen er ten prooi aan groepsverkrachting en een Soedanese journalist werd koelbloedig geëxecuteerd.

De bevindingen van het VN-rapport klinken luitenant-kolonel Eric bekend in de oren. Hij zat er tenslotte middenin. ‘In dat rapport staat precies wat er verkeerd is gegaan. Het sluit naadloos aan op mijn ervaringen. Alles wat we in die vier dagen hebben meegemaakt, is een gevolg van dit falen.’

Vrijdag 8 juli 2016: worstkaasscenario

Zuid-Soedan werd in 2011 onafhankelijk van Soedan, en is sindsdien permanent in conf lict. De vlam sloeg in de pan toen president Salva Kiir in 2013 zijn vicepresident Riek Machar naar huis stuurde. Beide bewindslieden horen tot verschillende stammen die een lange geschiedenis van onderlinge strijd kennen. Kiirs beslissing bleek de directe aanleiding voor een nieuwe stammenstrijd, verpakt in een burgeroorlog tussen het regeringsleger en de oppositie. Gevolg: duizenden slachtoffers en meer dan twee miljoen mensen op de vlucht.

Al negen jaar is de VN aanwezig in Zuid-Soedan, met in 2016 een troepenmacht van ongeveer dertienduizend man. Hoewel de missie qua omvang groot is, levert Nederland op dat moment rond de zes stafofficieren. Eric is hier één van. Als militair jurist krabde hij zich tijdens de voorbereiding op de missie al achter de oren: ‘Toen ik het vredesakkoord van augustus 2015 las, wist ik al dat het nogal een uitdaging zou worden. De voormalige strijdende partijen gingen heel veel en vergaande verplichtingen aan die in een wel heel korte periode ingelost moesten worden.’

Een van die verplichtingen is de terugkeer van de verstoten vicepresident Machar in hoofdstad Djoeba. Hij mag ook een deel van zijn troepen meenemen als beveiliging. Machars huis ligt echter hemelsbreed op een kilometer afstand van de VN-basis. ‘Je moet je voorstellen dat wij direct naast onze basis twee kampen met ongeveer 27.000 vluchtelingen hadden. UNMISS had de verantwoordelijkheid op zich genomen om hen te beschermen. De buitenring van ons terrein en de twee kampen werd beschermd door militairen, de politiemacht zorgde voor handhaving in de binnenring,’ illustreert Eric. ‘Het slechtst denkbare scenario zou zijn dat ons terrein midden tussen uitbrekende gevechten zou komen te liggen. Hierdoor zouden we worden afgesneden van bevoorrading en medische faciliteiten, maar zouden ook de vluchtelingen uit de aangrenzende kampen hun toevlucht nemen tot het VN-terrein. Precies dit worstkaasscenario gebeurde ook.’

Op 8 juli, een dag voor de onafhankelijkheidsviering van Zuid-Soedan, komen de twee kemphanen Kiir en Machar bijeen in de hoofdstad. De beveiliging van de bewindslieden raakt slaags met elkaar, en de hele hoofdstad volgt het voorbeeld. ‘Aanhangers van Machar in de kampen hebben ook telefoons en kregen berichten binnen dat hij gearresteerd zou zijn. Dat bleek achteraf niet waar te zijn, maar was voor hen aanleiding om uit te breken en regeringstroepen aan te vallen. Letterlijk op tientallen meters van onze compound.’

Op dat moment weet Eric nog van niets: hij is net een rondje hard gaan lopen, maar ziet bij terugkomst dat er iets niet klopt. ‘Ik zag VN-per-soneel bij de hoofdpoort nerveus doen, maar zag ook een heleboel mensen die er niet hoorden. Al snel werd me verteld dat er gevechten waren uitgebroken in de stad.’ Op het hoofdkwartier krijgt hij te horen dat zijn hulp nodig is, dus gaat Eric naar zijn verblijf om spullen op te halen. ‘Het leek ineens te gaan regenen, maar dat bleken verdwaalde kogels te zijn die op het dak van mijn huisje kwamen. Het werd steeds heftiger. Toen keek ik naar buiten en zag ik ineens een paar vluchtelingen tussen onze huisjes rondlopen.’

Eenmaal buiten ziet hij zijn Nederlandse collega aan komen rijden, beladen met mensen die op zijn auto zijn gesprongen. De auto is veel te zwaar en strandt 75 meter voor de ingang in de modder: ‘Hij gebaarde van: laat ze binnen, dus binnen een mum van tijd zaten er tientallen vrouwen en kinderen in onze verblijven. Ze mochten van mij blijven als ze maar van mijn spullen af zouden blijven.’ Grijnst: ‘Na af loop miste ik alleen een paar sportschoenen, dus dat viel mee.’

De situatie verslechtert binnen minuten. De vluchtelingen uit het dichtstbijzijnde kamp zijn massaal het terrein opgekomen, op zoek naar beschutting voor rondvliegende kogels. De VNveiligheidsdienst heeft het personeel de opdracht gegeven om in hun badkamers te gaan zitten met de deur op slot. ‘Nou, daar hebben we mooi geen gehoor aan gegeven. We hadden in een mum van tijd honderden vluchtelingen voor onze neus die hulp nodig hadden. Dan ga je niet binnen zitten. Het was echt een surrealistische situatie, want mijn collega en ik waren de enigen die buiten waren met al die mensen,’ herinnert Eric zich. ‘Ik zwaaide naar een andere VNcollega dat hij naar buiten moest komen om ons te helpen. Als antwoord trok hij de gordijnen dicht. Voor mij was de maat vol toen op een gegeven moment een vrouw met een baby naar ons toe kwam die water nodig had voor haar kind. Ze vroeg ons: “Wat gaan jullie doen om ons te helpen?” Dat was best een fundamentele vraag, want we stonden daar met zijn tweetjes, maar in hun ogen waren wij UNMISS.’

Eric rent, vergezeld door het fluitende geluid van overvliegende kogels, naar het hoofdkwartier waar hij verbouwereerde VN-collega’s aantreft. ‘Ze hadden uiteraard gehoord dat er werd gevochten, maar ze hadden geen enkel idee wat er echt buiten de muren gebeurde. Het was echt het ergste scenario: gevechten buiten de poort met kans op overslaan naar de compound, maar ook een ordeprobleem op ons terrein waar we mee moesten dealen. Als je ineens drieduizend vluchtelingen op je compound hebt lopen, dan kunnen ze inbreken of zelfs gewelddadig worden, dus daar moet je iets mee.’

Eric krijgt de opdracht om met Chinese troepen terug te keren en ervoor te zorgen dat de vluchtelingen naar een andere locatie, weg van de woonverblijven, worden geleid. ‘Vanuit de staf was er geen coherente leiding. De Chinese commandant sprak geen woord Engels, dus alles moest via tolken gebeuren,’ herinnert Eric zich. Hoewel de Chinese militairen tot de best getrainde en uitgeruste militairen op het terrein behoren, blijken ze geen flauw idee te hebben wat ze moeten doen in zo’n situatie. Eric en een aantal collega’s besluiten tot diep in de nacht zelf tussen de vluchtelingen te patrouilleren voor ordehandhaving.

Zaterdag 9 juli 2016: een gat van drie meter

Zowel de rebellen als de regeringstroepen hebben geen nachtzichtapparatuur, dus ’s nachts stopt het vechten. Op zaterdag blijkt al snel hoe de vluchtelingen het terrein op konden komen. Eric: ‘In de omheining van het kamp zat al enige tijd een gat van drie meter, dat om allerlei redenen maar niet gedicht werd, maar er wel voor zorgde dat de vluchtelingen zonder moeite ons terrein op konden komen.’

Uit later onderzoek bleek dat zowel de Chinese troepen als de Nepalese politiemacht, die voor handhaving binnenin moest zorgen, zich bij het eerste vuur hadden teruggetrokken en het kamp onbeschermd achterlieten. ‘De gevechten hadden zich ook makkelijk kunnen verplaatsen naar het vluchtelingenkamp, of misschien wel erger: naar ons terrein. Dan realiseer je je wel dat het die avond heel anders had kunnen lopen, maar ook dat dat niet nog een keer mag gebeuren.’

Op zaterdag is het relatief rustig, gevechten blijven uit. Op zondag blijkt waarom: de regering laat versterking aanrukken naar de hoofdstad voor een tegenaanval op de rebellen, die vrijdagvond tientallen posities op de regeringstroepen hebben veroverd.

Zondag 10 juli: granaat door je werkplek

Op zondagochtend is Eric met een Britse en een Nieuw-Zeelandse collega op het hoofdkwartier aan het werk, de rest van het VN-personeel zit nog in hun badkamer of is, zoals de overige Nederlandse stafofficieren, met verlof in het buitenland. Om klokslag 09.00 uur beginnen de gevechten weer. ‘Dit keer zette de Zuid-Soedanese regering zwaarder spul in: tanks, artillerie, mortieren en gevechtshelikopters. De Chinezen hadden de opdracht gekregen om hun posities weer in te nemen en te zorgen dat er geen vluchtelingen het terrein op kwamen, dus we besloten te kijken of ze hun werk wel deden. Niet dus. De vluchtelingen stroomden ons terrein weer op. Terwijl er van alles door de lucht vloog, besloten we zo goed en zo kwaad als dat ging de Chinezen op hun posten te houden, de vluchtelingen beschutting te bieden en tegelijkertijd te voorkomen dat ze alle kanten op gingen.’

Je bent niet betrokken bij het gevecht dus je kunt er ook geen ­invloed op uitoefenen, en je bent in handen van een organisatie die aan alle kanten faalt

Samen met zijn Nederlandse collega, een imposante verschijning steevast voorzien van een dikke sigaar in de mond, en een klein aantal buitenlandse collega’s is Eric onder meer bezig om VN-troepen aan te sporen uit hun pantservoertuigen te komen en actief te patrouilleren. ‘Mijn collega heeft hier echt goud werk verricht.’ Samen proberen ze te identificeren wie binnen de groepen vluchtelingen de ‘baasjes’ zijn, en maken afspraken om te voorkomen dat plunderen een optie wordt. ‘We ontdekten die dag ook een vrouw die ter plekke was bevallen. De baby was echt een paar minuten oud. We hebben haar in een voertuig geladen en naar de zogenaamde Role 1 gebracht, een EHBO-post met een arts en een paar verpleegsters. De gewonden lagen buiten omdat ze het binnen niet aankonden. Ik realiseerde me toen dat het maar te hopen was dat ons niets zou overkomen. Gelukkig gebeurde dat niet.’

Later die dag slaat het noodlot wel toe voor twee Chinese militairen. Ze komen om door een granaat op hun voertuig. Er vallen ook gewonden die geopereerd moeten worden. De medische voorzieningen op het terrein zelf zijn ondermaats en in het VN-ziekenhuis aan de andere kant van de stad kan men door de gevechten niet komen. Pas na veel diplomatieke druk lukt het pas dagen later om een zwaargewonde Chinese militair af te voeren.

Wanneer Eric en zijn collega’s later die zondag terugkomen op het hoofdkwartier, zien ze achter hun werkplek een gapend gat in de muur. Op de bureaustoel van Eric ligt een laagje puinstof. ‘Daar is gewoon een granaat dwars doorheen gevlogen. Toen waren we wel blij dat we niet op kantoor waren gebleven.’

Het is heel mooi om ­erkenning te krijgen voor missies die zich buiten het oog van het publiek voltrekken

Maandag 11 juli 2016: een beetje zat

Maandag gaat het net zo hard verder. ‘Toen begon ik het wel een beetje zat te worden, iedere keer dat gedreun,’ zegt Eric. ‘Het was zo’n absurde situatie. Je bent niet rechtstreeks betrokken bij het gevecht dus je kunt er ook geen invloed op uitoefenen, tegelijkertijd ben je in de handen van een organisatie die aan alle kanten faalt.’

Ook is op maandag de samenstelling van de vluchtelingen ineens radicaal anders: ‘Allemaal jonge mannen. Feitelijk rebellen die de wapens even buiten lieten en bij ons bijkwamen. Ze maakten misbruik van de bescherming die een VN-compound biedt, maar tegelijkertijd gebruik van de vrije toegang die ze hadden. We hebben die middag het terrein afgestruind om te kijken of ze niet stiekem wapens verstopten.’

Ondertussen breken de tanks van de regering door de linie rondom Machars woning die uiteindelijk te voet moet vluchten. De Zuid-Soedanese luchtmacht schiet vanuit helikopters op alles wat beweegt en mogelijk rebel is. Later die middag komen de strijdende partijen een staakt-het-vuren overeen. De rust keert met enkele dagen weer terug op en rondom het terrein. Eric kan enkele dagen later met een Duitse evacuatievlucht terug naar Nederland, waar zijn vriendin op het punt staat te bevallen.

Eenmaal thuis dringt de absurditeit van de situatie door. ‘Het was natuurlijk nogal een emotionele rollercoaster: de gevechten, snel naar huis, een kind krijgen en weer mentaal voorbereiden op een terugkeer naar Zuid-Soedan om de uitzending af te maken. Ik zat ook met allerlei vragen natuurlijk. Hoe had dit kunnen gebeuren? Hadden we meer kunnen doen? Met een andere troepensamenstelling hadden we misschien harder van ons af kunnen bijten. Wat structureel ontbrak, was de wil van de troepen om te laten zien dat ze tanden hebben. De geweldsinstructie biedt daar ruimte voor, maar daar hoort ook een bepaalde houding bij. Als je nauwelijks patrouilleert buiten de poort, je pantserwagen niet uit komt of bij dit soort crisissituaties als commandant in een scherfvest onder de trap gaat zitten in plaats van zichtbaar leiding te geven, dan kom je niet over als een troepenmacht met tanden. Maar je moet het doen met wat je hebt, en dit was wat we hadden.’ 

ER WAREN EMOTIES, NU IS ER BERUSTING

Luitenant-kolonel Eric werd samen met 22 collega’s op 19 december 2019 onderscheiden door de Commandant der Landstrijdkrachten op de Engelbrecht van Nassaukazerne van de Korps Commandotroepen te Roosendaal. Deze onderscheidingen waren niet alleen voor de VN-mis-sie in Zuid-Soedan, maar werden eveneens uitgereikt voor verdiensten tijdens operaties in Afghanistan en Irak. Eric kreeg het Ereteken voor Verdienste in Brons én de Sculptuur Operationeel Optreden. Het ereteken is een ministeriële onderscheiding voor uitzonderlijke verdiensten voor één of meerdere krijgsmachtdelen, de sculptuur is de één na hoogste individuele waardering binnen de Koninklijke Landmacht. In totaal kregen 23 militairen het Ereteken, twaalf van hen ontvingen ook de Sculptuur.

Afgelopen zomer keerde Eric terug in Zuid-Soedan, om te constateren dat er niet veel is veranderd. Is dat niet frustrerend? ‘Ik heb me toen en naderhand vaak afgevraagd waar ik nou eigenlijk in verzeild was geraakt. Ik kon het maar moeilijk duiden. Er waren allerlei emoties. Nu is er berusting. UNMISS is om allerlei redenen die je toch niet kunt veranderen een ontzettend ingewikkelde missie. Het is bij zo’n uitzending belangrijk je aandeel klein te houden en voor jezelf kleine successen te boeken. Je gaat niet in zes maanden tijd even het conflict of de VN-bureaucratie oplossen. Die houding moet je hebben om gezond te blijven.’

Hoe klein in zijn eigen woorden deze successen ook waren, het was voor Defensie reden genoeg hem te onderscheiden: ‘Het is heel mooi om erkenning te krijgen, juist ook voor gebeurtenissen in missies die zich grotendeels buiten het oog van het publiek voltrekken.’

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5e26dc3f85e6b', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });