Premium

‘Ik kan niet zingen of dansen, maar breek de tent wel af’

Zijn megahit Links Rechts staat dit jaar op één in Die Verrückte Top 538, iedereen herkent zijn rode jasje, zwarte blouse en gele stropdas... maar hoe staat Rob Kemps, de zanger van Snollebollekes, eigenlijk in het leven? We vuren twaalf dilemma’s op hem af.
Rob Kemps

Patatje met of quinoa? ‘Quinoa? Ik weet niet wat dat is hoor, zo hip ben ik niet. Ik kies dan voor een patatje, maar ik wil wel dat je dat vanaf nu friet noemt. Het heet geen patat, maar fríét!’

01 Thuisblijven of de hort op

‘Ik ben het allerliefste thuis, ook als er geen coronavirus is. Stel dat ik ’s avonds één of twee optredens heb en jij zegt vijf minuten voor vertrek tegen me dat ik mag kiezen: of ik blijf thuis of ik ga optreden voor vijftienduizend man, dan zeg ik zonder twijfel: ik blijf thuis. Ik ben thuis een heel rustig persoon en heb vaak weinig zin om weg te gaan. Die tegenzin heb ik op de een of andere manier nodig. Als ik te energiek en enthousiastvan huis ga, dan word ik laks. Moet ik iets meer moeite doen, dan denk ik: ik sta er nu toch, laat ik er dan maar voor gaan. In de twintig jaar dat ik op amateurniveau voetbalde, had ik ook bijna nooit zin. Op die dagen speelde ik altijd beter dan wanneer ik wel zin had.’

02 Friet bakken of uitkering trekken

‘Friet bakken. Dat deed ik op mijn zestiende al als bijbaantje, ik denk dat ik het daarna nog een jaar of zes ben blijven doen. Daar kun je lacherig over doen, maar frietbakken is echt een mooi vak. Kijk, in sommige cafetaria trekken ze een zak diepvriesfriet open waar ze een kwak mayonaise overheen gooien. Dat kan ook, maar ik heb het over echt lekkere zelfgemaakte verse friet bakken met stoofvlees erbij. Het is heel bevredigend als je iemand daarvan kunt laten genieten. Ik wilde eigenlijk altijd profvoetballer worden, maar friet bakken kwam op een goede tweede plek. Als het niet anders kan of als het zo loopt, dan zou ik het zo weer gaan doen.’

03 Hard werken of puur geluk

Ik heb geluk gehad, maar ik heb ook heel hard gewerkt. Als je dat als artiest zegt, klinkt dat alleen al snel alsof je klaagt. Mensen denken: je gaat op tour in Spanje en Portugal en je zingt een paar liedjes. Als ik dan uitleg dat het best zwaar is om vijf keer op te treden op één avond, of om elke dag in een vliegtuig te moeten stappen, dan vinden ze dat gezeur: waar héb je het over, je hebt toch een superleuk leven? Dat snap ik ook wel, want sommige mensen zouden geld toeleggen om één avond te mogen doen wat ik doe. Dan is het moeilijk te beseffen dat het voor mij ook gewoon werk is en dat ik soms denk: vanavond even niet.’

04 Gimmick of authentiek

‘Authentiek, denk ik. Als kind was ik heel verlegen en ongemakkelijk als mensen me aandacht gaven. Dat veranderde toen ik ontdekte dat mensen het waardeerden als je ze een beetje laat lachen. Vanaf dat moment had ik een vormpje te pakken waarmee ik iets kon. Tijdens het schoolreisje in de bus de microfoon pakken en een lollig liedje zingen, dat soort dingen. Ik vind het leuk om mensen een fijne tijd te bezorgen, met een soort uitvergroting van mezelf. Dat is ook wat ik doe als ik optreed als Snollebollekes. Een beetje entertainen, een beetje lachen, een beetje gekkigheid. Ik sta niet op het podium als een typetje, maar ik ben ook geen serieuze zanger. Ik zeg altijd: ik kan niet zingen en ik kan niet dansen, maar ik breek de tent wel af. Dat is perfect voor de plekken waar ik kom.’

05 Patatje met of quinoa

‘Quinoa? Ik weet niet wat dat is hoor, zo hip ben ik niet. Ik kies dan voor een patatje, maar ik wil wel dat je dat vanaf nu friet noemt. Het heet geen patat, maar fríét. Dat eet ik niet vaak, want ik ben vier jaar geleden meer dan 30 kilo afgevallen. Ik heb geen dieet gevolgd, dat vind ik zo’n onzin. Dan ga je je geld uitgeven aan iemand die vertelt wat je al weet, namelijk dat je meer moet verbranden dan je binnenkrijgt. Dat is geen hogere wiskunde, dat is puur discipline. Er zullen mensen zijn die daartoe gemotiveerd moeten worden, maar ik kan dat voor mezelf wel opbrengen. Ik ben heel simpel begonnen met elke dag drie kwartier sporten en minder eten. En dat doe ik nog steeds. Friet past daar niet per se in, maar je moet jezelf ook niet alles ontzeggen. Af en toe neem ik dus wel een lekker vers frietje.’

06 FvD of PVV

‘Van André van Duin heb ik geleerd dat je als artiest sommige zaken blanco moet zijn. Hij is altijd overal te gast, maar hij laat zich nooit uit over bijvoorbeeld politiek of voetbal. Die behoefte heb ik ook niet. Dat wil niet zeggen dat ik er particulier niet mee bezig ben, ik vind politiek interessant en kan er uren over praten. Maar als artiest zijnde vind ik het niet relevant en ook niet handig om me erover uit te spreken. Als ik zeg dat ik op de PVV stem, dan verlies ik wellicht de helft van mijn fans. Als ik zeg dat ik Groen-Links stem, dan verlies ik misschien wel de andere helft. Het zou ook kunnen dat ik helemaal geen fans verlies, maar waarom zou ik dat risico nemen? Als Snollebollekes is het links, rechts en gewoon meespringen.’

07 H&M of Gucci

‘Gucci, is dat ook een merk? Dat klinkt duur, dus dat is niks voor mij. Ik veroordeel niemand, maar ik zou nooit 800 euro betalen voor een broek. Mode interesseert me niet, dat heeft het ook nooit gedaan. Eén of twee keer per jaar ga ik een middagje winkelen, dan pak ik vier broeken mee waarvan ik weet dat ze lekker zitten, en een paar shirts en dat is dat. Ik ben kleurenblind, daarom kan ik nooit alleen kleding kopen. Meestal gaat mijn vriendin mee, maar mijn manager is er ook weleens bij. Over de outfits voor mijn optredens hoef ik nooit na te denken, want ik heb altijd een rood jasje, zwarte blouse en gele stropdas aan. Ik heb expres gekozen voor primaire kleuren, want dat valt lekker op, hè. Dat is fijn, want ook al ken je Snollebollekes niet, je weet wel over wie het gaat als iemand zegt: “Die kerel in dat rode jasje.” Voor de herkenbaarheid werkt dat heel goed.’

08 Tien wijntjes of een snuif cocaïne

‘Dan tien wijn. Ik heb nooit wat gebruikt, op een enkel blowtje op mijn zestiende na. Het kan zijn dat je er nieuwsgierig naar bent, maar dat heb ik nooit gehad. Misschien ook omdat ik iets te veel mensen heb gezien die zeggen dat ze recreatief gebruiken, maar er ondertussen toch een beetje afhankelijk van zijn. Niet per se overdag, maar in elk gevallen met stappen. Het klinkt pretentieus, maar ik zit lekker in mijn vel, dus ik heb dat helemaal niet nodig. Geef mij een paar biertjes en ik heb het enorm naar mijn zin. Ik denk ook dat als ik drugs wel leuk of fijn zou vinden, ik dan zou moeten uitkijken dat ik het niet op een woensdagavond thuis alleen zou gaan gebruiken. Dat heb ik ook met gokken. M’n hele leven heb ik nog nooit gegokt, maar ik denk zomaar dat ik me daar vrij makkelijk in zou kunnen verliezen. Dat zit toch een beetje in mijn aard. Alleen al daarom kan ik er beter niet aan beginnen.’

09 Fotografisch geheugen of chaoot

‘Fotografisch gaat misschien te ver, maar ik heb een uitstekend geheugen. Als ik het met mijn zus, neef of nicht heb over die ene keer dat we in 1992 in Ponypark Slagharen waren, dan weet ik nog precies met wie ik meereed, in wat voor auto dat was, wat we onderweg aten en ga zo maar door. Zij denken dan: hij lult uit zijn nek, maar het klopt gewoon. Zo kende ik ook al Franse liedjes uit mijn hoofd, lang voordat ik Frans sprak. Gewoon omdat ik de klank van de woorden onthield. De kanttekening die ik hierbij moet plaatsen, is dat ik het alleen heb bij dingen die me interesseren. Op de middelbare school onthield ik alles van geschiedenis en maatschappijleer. Ik ben gek op Franse chansons, impressionistische kunst en 19de-eeuwse literatuur, dus daar weet ik alles van. Maar ik heb niets met wiskunde, dus daar heb ik ook amper iets van onthouden.’

10 Platzak of loaded

‘Platzak. Mensen denken vaak dat ik loaded ben, omdat ze op de verkeerde manier rekenen. Ze denken: hij verkoopt de Gelredome uit, daar gaan 30.000 mensen in, een kaartje kost 20 euro, dus hij heeft 30.000 x 20 euro in een la liggen. Maar zo werkt het niet. Er gaan kosten af, er gaat belasting af en we zijn met z'n vieren, dus het moet verdeeld worden. Veel ondernemers krijgen in de coronacrisis ook geld van de overheid, maar wij horen daar niet bij. Ik zal er nooit over mopperen, want in vergelijking met veel andere mensen heb ik het goed, maar het is niet zo dat ik schathelemtjerijk ben. Dat is ook niet erg, want als ik een biefstuk ga eten, kan ik er toch geen tien op. Mijn geluk zit ook niet in luxe of dure dingen. Zolang ik kan doen wat ik doe en voldoende verdien om mijn vrouw en kind goed te onderhouden, dan vind ik het prima. Ik hoef niet steeds een andere auto of een groter huis, zo steek ik niet in elkaar.’

11 Marathon rennen of Netflix bingewatchen

‘Wat zeg je? Binswátsjen? Nee, daar heb ik nou echt nog nóóit van gehoord. Ik zei net al: ik ben niet zo hip. Netflix ken ik wel, tuurlijk. Ik kijk vooral Franse en Belgische series. De laatste die ik heb gezien, was Tabula Rasa, een serie over een jonge vrouw met geheugenverlies die betrokken is bij een moord, of in ieder geval bij iemand die is overleden. Zij is er dus bij gebaat dat ze zich kan herinneren wat er is gebeurd, anders kan ze daar zomaar voor opdraaien. De serie zit tot het laatste moment fantastisch in elkaar, met allerlei plotwandelingen. Sporten doe ik normaal in de sportschool, maar dat kan door het coronavirus al een tijdje niet. In plaats daarvan wandel ik nu elke dag 8 kilometer. Daar doe ik iets meer dan een uurtje over, dus ik heb de pas er lekker in.’

12 Monogamie of vreemdgaan

‘Monogamie, lijkt me. Ik ben niet getrouwd, maar Miriam en ik kennen elkaar al heel lang. Zestien jaar om precies te zijn, maar we hebben heel lang om elkaar heen gedraaid. Toen we drieënhalf jaar geleden bij elkaar kwamen, ging het snel. We zijn bijna gelijk gaan samenwonen en hebben nu samen een zoon, Manu. Ik ben voor Miriam niet echt een womanizer geweest, daar ben ik te lui voor. Niet dat vrouwen naar mij toe moeten komen, maar ik ben ook niet iemand die achter een vrouw aan gaat. Ik ben ook geen type dat de getapte jongen uithangt, zo’n haantje de voorste, helemaal niet. Ik zal nooit tegen een boksbal slaan om indruk te maken, of andere dingen van die strekking. Bij Miriam en mij is het allemaal heel natuurlijk gegaan. Vóór haar heb ik twee andere lange relaties gehad, maar ik noem haar altijd mijn eerste relatie. Dit gaat heel zoetsappig klinken, maar ik heb nog nooit eerder gevoeld wat ik bij haar voel.’

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws