Premium

Hans Teeuwen: 'De politie bracht mijn nepwapen terug in zo'n plastic zakje voor 'verdachte spullen''

Hans Teeuwen over zijn nieuwe Videoland-serie Jackson & Malone, waarom hij al een tijd niet op het podium is verschenen en natuurlijk het beruchte Femke Halsema-filmpje waarvoor hij de politie over de vloer kreeg. 

Hans Teeuwen

Nieuwe Revu ontmoet Hans Teeuwen
Waar? Café Wildschut, Amsterdam, waar ook zijn detectiveserie Jackson & Malone is ontstaan. Iets genuttigd? Earl Grey-thee, allebei. Met een koekje. Verder nog iets? Tijdens het interview onderbrak een gedistingeerde Amsterdammer het gesprek om even iets tegen Hans te zeggen. Hij leek op een compliment af te stevenen, maar de man was juist kritisch. ‘Je hebt een mooie dragende stem,’ zei het heerschap, ‘maar hij draagt wel erg ver. Ik weet niet of u hem kunt dempen, maar dat zouden de mensen om u heen zeer waarderen.’ Hans riposteerde met: ‘Maar ik moet de achterste rij bereiken voor mijn werk.’ Toen de man minzaam glimlachend weer doorliep, mompelde de cabaretier: ‘Fuck off zeg, wat is dít nou toch weer? Dit is toch niet te geloven? Ik praat te hard, wat een wereld. Amsterdam-Zuid. Ze zijn ook heel makkelijk te intimideren, dus als ik het echt vervelend had gevonden, had ik gezegd: “Hoezo, wat is je probleem?” En dan was de ontlasting langs zijn benen gelopen. Maar het is niet intimiderend, hooguit irritant.’

Je bent geboren in Budel, een dorp in de gemeente Cranendonck in Noord-Brabant met 9000 inwoners. Nu woon je tussen 800.000 Amsterdammers. Bevalt dat?
‘Nou ja, ik zit hier al best wel lang inmiddels. En in al die jaren is er aardig wat veranderd. Voor mij dan. Vroeger waren er cafés waar artiesten of creatieve mensen elkaar ontmoetten, en waar dan allerlei kruisbestuivingen ontstonden. Dat is er niet meer.’

Zoals sociëteit De Kring aan het Leidseplein, dat zich dé cultuurclub van Nederland noemt?
‘Ben je daar zelf al eens geweest?’ Lachend: ‘Daar is de gemiddelde leeftijd van de bezoekers 79! Ik weet ook niet hoe het komt, maar cultureel is er de laatste tijd niet heel veel opwindends. Als ik jou vraag: wie is de culturele figuur in Nederland op wiens nieuwe werk je handenwrijvend zit te wachten, wie noem je dan?’

Veel mensen hebben het over Michiel Wertheim, die jongen die de Oudejaarsconference heeft gedaan. Micha, sorry.
‘Die jongen waar jij de naam dus niet van weet. Ik zou zeggen: I rest my case.’

Het is dus armoede in Amsterdam?
‘Nee, het is overal zo, niet per se in Amsterdam. Er worden ook weinig leuke films gemaakt. En er zijn er ook niet zoveel, ik weet niet precies waar dat aan ligt. We zitten in een culturele crisis, maar die gaat ook wel weer over. Dan komt op een gegeven moment een jong iemand, die iets maakt wat alles omverblaast, en dan zo indrukwekkend dat iedereen denkt: o, wacht, dát is de route die we moeten gaan volgen. Maar de laatste jaren voelt het een beetje kaal.’

‘Ik heb een rare drang om een soort oeuvre op te bouwen, maar om nou te zeggen dat ik veel bevrediging overhoud aan zo’n avond zelf?’

Jij was zo’n jongen die in de jaren 90 en begin deze eeuw iedereen omverblies met shows als Trui en Hard & Zielig en Dat dan weer wel. Die laatste titel hoor je mensen nog dagelijks citeren.
‘Dat weet ik niet. Ik vind het moeilijk om mezelf zo te beschouwen, dat is aan anderen, zeg je dan heel keurig netjes, politiek correct, ja.’

Je was zeker in die tijd razend populair en toch ook controversieel. Mensen namen aanstoot aan je, maar je lijkt ook een enorme gunfactor te hebben, nog steeds.
‘Tja, ik weet niet wat ze me gunnen. I don’t know, I don’t know. Ik weet nog in de tijd dat ik opkwam, dat ik wel andere dingen aan mijn kop had dan dat ik nou zo bezig was met de invloed die je hebt, met de culturele invloed die ik had. Je bent gewoon van show naar show aan het leven en dat is eigenlijk het enige waar je tijd voor hebt. En ik was ook niet zo bezig met de populariteit en zo. Het was gewoon heel veel spelen, dat is hoe ik eraan terugdenk.’

Over dat spelen in het theater heb je weleens gezegd: ‘Het mat me af.’
‘Ja, klopt.’

Heb je een haat-liefdeverhouding met het theater?
‘Nou, vooral haat.’

Waarom?
‘Ik vind het pas leuk op het moment dat ik op het podium stap. Alles daarvoor vind ik niet leuk. Dus ik vind het niet leuk om ergens naartoe te moeten rijden, en in zo’n theater te wachten voor ik op mag komen, maar het spelen zelf, dat is oké. Dan denk ik: hè hè, hier heb ik de hele dag al mijn energie voor zitten opsparen.’

En dan ben je klaar en moet je dat roteind weer naar huis rijden.
‘Ja, maar als ik mezelf nu zo hoor praten, klinkt het natuurlijk ook wel heel erg verwend. Want je kunt het echt wel slechter treffen dan dit beroep, waarin je ook volledig heer en meester bent over het hele productieproces. Precies alles kan bepalen en geen enkele concessie hoeft te doen aan niemand. Dus ik moet niet klagen. Ik mag niet klagen.’

Is het verslavend eigenlijk? Ouwe mannen als Bruce Springsteen en Mick Jagger lijken ook niet zonder te kunnen.
‘Optreden is de enige manier voor die artiesten om nog geld te verdienen. Want je verdient geen geld meer met cd’s, dus alleen kaartjes verkopen is het verdienmodel.’

Maar zij hebben vast ergens nog een spaarpotje.
‘Dat hebben ze zeker. Ik denk ook dat geld geen drijfveer voor ze is. Mick Jagger zei een keer: “Als we nu niet meer zouden spelen, is dat een soort doodvonnis.” En dat zijn ook wel echte artiesten. The Stones zijn echte muzikanten en muzikanten kunnen dat optreden tot op late leeftijd gewoon blijven doen. Dat zie je ook aan al die zwarte blues-artiesten, die houden het ook tot in lengte van jaren vol. Maar ik weet niet of ik nou zo verslaafd ben aan het theater, en al helemaal niet aan het applaus – dat dit een manier van leven voor me zou zijn.

Ik vind het leuk om dingen te maken. En eigenlijk zie ik mijn shows, mijn voorstellingen, als try-outs voor de opnames, de registraties, want dán heb ik iets gemaakt. En dan op naar de volgende. Ik heb een rare drang om een soort oeuvre op te bouwen, maar om nou te zeggen dat ik veel bevrediging overhoud aan zo’n avond zelf? Ik bedoel, als ik er sta dan geef ik alles, en dan vind ik het ook wel leuk. Maar ja, als ik van het podium afloop dan ben ik alweer bezig met: morgen nog een keer. Ik wil gewoon dingen maken. Er zijn acteurs, grote acteurs zoals Ian McKellen, die op hoge leeftijd nog steeds zes avonden in de week King Lear spelen. Gewoon in zalen met achthonderd mensen – wat een schijntje is bij het aantal mensen dat naar die film gaat – nog steeds tweeënhalf uur lang een langzaam gek wordende koning te spelen, dat vinden ze heerlijk. Dat zijn echte acteurs. Die vinden dat heerlijk, en ik heb dat niet. Ik heb een creatieve drang om dingen te maken. Ik kan het goed, op het podium staan, maar het is niet dat ik leef en adem als ik speel. Zoals echte acteurs dat hebben, die dus altijd terugkeren naar het theater, terwijl ze het voor het geld niet hoeven te doen. Ze doen het uit liefde voor het acteervak.’

Moet jij het nog voor het geld doen?
‘Nou, ik heb niet direct geldproblemen, maar stel dat ik in één keer een fetisj krijg voor dure sportauto’s, wat onwaarschijnlijk is omdat ik geen rijbewijs heb, dan weet je het maar nooit. Maar het maakt eigenlijk niet uit met welke reden je aan een creatief project begint, of je het voor het geld doet, of voor de roem, of uit verveling. Bij mij, en bij veel mensen die creatief zijn, werkt het zo dat als je ergens aan begint, het een soort obsessie wordt. En de reden waarom je eraan begon, doet er dan niet toe. Je hoofd is alleen maar bezig met: het is nog niet goed, het is nog niet goed, het is nog niet goed...’

Houdt het schrijven van een show, of het bedenken van een detectiveserie als Jackson & Malone je dan uit je slaap?
‘Ja. ’s Nachts in bed aantekeningen maken. Dingen toch weer veranderen. Het maakt dan niet uit waarom je begonnen bent; als je er eenmaal inzit, wordt het een obsessie.’

Wat doet de cabaretier, zanger, acteur, filmmaker, scriptschrijver en YouTube-hit het liefst?
‘Dat wisselt. Ik heb nu Jackson & Malone gemaakt, een tv-serie. Dat wilde ik op het moment dat ik eraan ging beginnen het liefste doen. En ik wil er nog wel eentje maken. Op een gegeven moment komt ook weer de drang om het podium op te gaan. Die is er nu nog niet, maar die zal wel weer komen.’

Hans Teeuwen (r) en Kevin Janssens als detective duo Jackson & Malone.

Jackson & Malone wordt door Videoland aangekondigd als ‘spannend, absurd, grappig en innemend’. Hoe ontstaat zo’n verhaal?
‘In het café. Ik zat met een vriend van mij, Jonathan van het Reve, hier in Wildschut. Ik had een beetje nagedacht, ik had een idee over een serie en over de setting, en over twee agenten, Jackson en Malone, met onbeperkte bevoegdheden, in een klein dorp, Spulne, die een moord moeten oplossen, en al pratende kwam er steeds meer. Toen pakte Jonathan zijn laptop en begon het op te tikken. Al sparrend hebben we daar de eerste versies gemaakt. De naam Jackson & Malone heb ik ooit gebruikt in een show. Dat is een nummer dat later gesneuveld is, over dat ik aangifte ging doen van een gestolen fiets en dat daar twee rechercheurs op gezet werden die ook bij mij kwamen intrekken en niet meer weg wilden. En die heetten Jackson en Malone. Dus dat was er al. Het idee is ook een soort alternatief universum wat we gecreëerd hebben, dat wel lijkt op de werkelijkheid, maar toch net anders is. In de serie heerst een wildwestachtige mentaliteit en dat geeft meteen allerlei mogelijkheden, omdat je dat ook niet gewend bent in een Nederlandse setting. Dat was het eerste wat ik aantrekkelijk vond aan het idee: western-elementen, mysterie, Dirty Harry-achtig.’

In het persbericht staat: het universum van Twin Peaks, de structuur van The Big Lebowski en de nouveau violence van Quintin Tarantino. Toe maar.
‘Ja, er zitten allerlei invloeden in. Ik denk ook dat dit is waar Max Porcelijn, de regisseur, op aansloeg. Hij zag meteen de filmische mogelijkheden. En toen ik het project eigenlijk al opgegeven had, omdat ik nog geen geld kon krijgen en niet genoeg budget had, toen is hij er heel lang achteraan blijven gaan. Hij belde me op een zekere dag out of the blue op met de woorden: het gaat gemaakt worden. Ik dacht: wow!’

‘De filmpjes waarin ik een statement maak omdat ik me erger, post ik omdat ik vind dat iemand er iets over moet zeggen, wat vaak niet gebeurt’

Over je YouTube-filmpjes: de inval in je huis van een overmacht aan politieagenten in maart op last van de burgemeester omdat er een luchtbuks op tafel te zien was terwijl je haar imiteerde, hoe kijk je daarop terug?
‘Ik weet niet zo goed wat ik daarvan moet denken.’

Heb je Femke Halsema er nog over gesproken, heeft ze sorry gezegd?
‘Nee. Er zijn wel twee agenten een paar dagen later keurig netjes het wapen terug komen brengen, in een plastic zakje voor “verdachte spullen”. Het was zo overdreven, het ging nergens over. Het was met één telefoontje ook op te lossen. Ik vind het raar dat er van al die lui die hier kwamen niemand, niemand is geweest die gezegd heeft: “Jongens, kunnen we hem niet gewoon bellen en zeggen dat ie even een fotootje van dat ding stuurt? Zodat we kunnen zien of het echt een vuurwapen is?” Of het nou incompetentie was, of dat er misschien toch een beetje kift meespeelde vanwege de imitatie, dat weet ik niet. Het kan me nou ook niet meer zoveel schelen.’

Hoe serieus ben jij met je YouTube-filmpjes? Je neemt voetbalvrouwen in de zeik, dreunt lopend door de stad merknamen op van wc’s op straat – die ruim 600.000 keer is bekeken – en imiteert een wipkip. Ze zijn populair en René van der Gijp is je grootste fan, gelet op alle keren dat hij ze in Vandaag Inside besprak.
‘De grappige filmpjes zijn altijd heel erg spur of the moment, en dat is gewoon leuk aan de techniek op die telefoons van tegenwoordig, dat je gewoon altijd een camera bij je hebt. Dus als ik met mijn vriendin naar de supermarkt loop en ik heb al lopende in één keer een idee, dan maken we meteen een filmpje. Achteraf beoordelen we dan of ie leuk genoeg is om te posten of niet. Zo is het ook gegaan met die wc’s van Boels. Dat vond ik gewoon grappig en het leuke is dat je meteen feedback krijgt. De filmpjes waarin ik een statement maak omdat ik me erger, post ik omdat ik vind dat iemand er iets over moet zeggen, wat vaak niet gebeurt, dus daarom doe ik het. Maar ik zou het liefste alleen maar flauwekul maken. Met wipkippen en Boels.’

Over je laatste voorstelling verschenen wisselende recensies. Een journalist van de Theaterkrant vond je ‘grove toneelspelletje erg vermoeiend’. Zit Nederland nog te wachten op de cabaretier Hans Teeuwen?
‘De mensen kopen gewoon nog kaartjes, ze willen me kennelijk nog steeds zien. Dus ik ga ervan uit van wel. Wat de recensies betreft: die waren altijd al gemixt, ook in het prille begin, dus daar is niets aan veranderd. En over recensies kun je nooit praten als je artiest bent. Alles wat je zegt is verdacht. Alle kritiek die je hebt op critici klinkt altijd verdacht. Dan ben je zuur, of je kunt de kritiek zelf niet goed hebben. En je kunt niet bewijzen dat het niet zo is, dat je zuur of overgevoelig voor kritiek bent. Er bestaat geen manier om critici te bekritiseren. Dus zeg ik er niks over.’

Word je er chagrijnig van, als je een waardeloze recensie krijgt?
‘Steeds korter. Vroeger kon ik er echt weken van balen, nu een half uur of zo. Dan is het wel uit mijn systeem. En het heeft alleen invloed op mijn stemming en verder nergens op. Ook niet op de kaartverkoop. Ik heb overigens niets tegen recensies, maar ze moeten wel goed geschreven zijn. Je had vroeger filmcritica Pauline Kael van The New Yorker, die schreef in de tijd dat Hollywood op zijn best was, met Scorsese, en Coppola en Taxi Driver. Die maakte recensies, ook al was ik het niet altijd met haar eens, die zó goed geschreven waren... Zij heeft zoveel kennis van film, dat waren gewoon essays die interessant waren om te lezen. Maar vaak gebeurt het op het niveau van een middelbareschoolrapport, zo van: hij gaat vooruit. Dat heeft geen meerwaarde. En helemaal niet als het met die sterren gaat: drie sterren, vier, of: drie-en-een-halve ster! Houd toch op, man. Enthousiasmeer mij, vind een interessante invalshoek om iets te zeggen over de film of de voorstelling. En verdiep je in elk geval in wat de maker heeft proberen te doen. Dan kan je ook misschien proberen te analyseren in hoeverre dat wel of niet gelukt is.’

Het niveau laat te wensen over?
‘Kijk, als er niet zo heel veel gebeurt in de populaire cultuur, zoals we dit gesprek waren begonnen, dan is er ook niet zoveel om over te schrijven. Dus dan trekt dat ook niet grote talenten aan die denken: weet je wat, ik ga me eens goed in die wereld verdiepen, want daar gebeurt van alles. Dat voedt elkaar een beetje.’

Waar heb je op gestemd?
‘Ik praat nooit over collega’s, en ik praat nooit over politieke voorkeuren of waar ik op gestemd heb.’

Maar dat de PVV zo’n enorme winst heeft geboekt, wat doet dat met jou als geëngageerde burger?
‘Nou probeer je toch over politiek te praten. Pech jongen, daar gaat je kop.’

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct