googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });
Premium

‘Zo’n lockdown is voor mij een eitje’

Het is dit jaar een decennium geleden dat astronaut André Kuipers voor de tweede en laatste keer in een ruimteraket stapte. Voorlopig dan, want hoewel hij inmiddels 62 is, zou hij zo weer teruggaan, ondanks de gevaren die bij het vak komen kijken.
@media (max-width: 679px){#fig-60fde46f36593 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde46f36593 img{#fig-60fde46f36593 img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-60fde46f36593 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde46f36593 img{#fig-60fde46f36593 img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-60fde46f36593 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde46f36593 img{#fig-60fde46f36593 img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-60fde46f36593 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde46f36593 img{#fig-60fde46f36593 img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}André Kuipers
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

‘Ik was nooit bang, maar tijdens de terugkeer zat ik in mijn stoel geperst terwijl de vlammen langs het raam schoten. Toen dacht ik wel: dit is het moment dat het misging bij mijn collega’s.’

Voor iemand die 204 dagen lang geïsoleerd in een ruimtestation heeft gezeten, is zo’n lockdown goed te doen.

‘Zo’n lockdown is voor mij een eitje, sowieso. Ik vond de eerste lockdown eigenlijk ook wel relaxed, in die zin dat ik ineens veel minder werk had. Ik was mezelf namelijk een beetje aan het voorbijlopen; iets meer rust mocht wel. Alleen was het wel erg abrupt. De theatershows die ik met Sander Koenen deed, mijn lezingen: bijna alles stopte. Ik hield maar 10 procent van mijn werkzaamheden over. Dat was drastisch. En ik denk dat er voorlopig niet veel nieuws gaat komen. Grote jongens als Microsoft en Nike vragen me nog steeds, maar een kleiner bedrijf dat afgelopen jaar mensen heeft moeten ontslaan, gaat mij nu niet uitnodigen voor een lezing. Ik ben daardoor wel veel meer thuis en dat viel me niet tegen, ook omdat ik het dus inderdaad al gewend was. Astronauten moeten twee weken voor hun vlucht in quarantaine. Die mondmaskers, het testen op virussen: dat was niet vreemd voor me. En in het ruimtestation zelf ben je natuurlijk ook volledig geïsoleerd. Wij hebben ten opzichte van “normale” mensen wel het voordeel dat we getraind zijn op dit soort situaties en we hebben daarboven ontzettend veel te doen. Je zit in een strak schema: opstaan, voorbereiden, werk, contact met de grondstations, sport is verplicht en zelfs het eten is soms onderdeel van een experiment. Dat vertelde ik vorig jaar ook tijdens de webinars die ik gaf: houd een vast ritme aan, sport, eet gezond en ontspan. Die invalshoek – de quarantaine, isolatie – werd opeens een belangrijke topic in mijn webinars, naast onderdelen als duurzaamheid, techniek en veiligheid.’

Over veiligheid gesproken: wat vond jij van Challenger: The Final Flight, de Netflix-documentaire over de in 1986 verongelukte Space Shuttle?

‘Vooral Amerikaanse ruimtevaart- en science-fictionseries kunnen wat mij betreft nog weleens te clean of te emotieloos zijn, maar documentaires als The Final Flight zijn juweeltjes. Het is indrukwekkend, ook omdat iedereen die het meemaakte dat moment nooit meer zal vergeten. Het had net zo’n impact als de moord op Kennedy of de aanslag op de Twin Towers.’

Dat ongeluk met de Columbia was voor mij persoonlijk een grote schok: een tijdlang was er sprake van dat ik op die vlucht zou meegaan en ook de bemanning kende ik goed

Waar was jij toen het gebeurde?

‘Ik stond op het punt om met mijn toenmalige vriendin naar een balletvoorstelling in Carré te gaan. Ik studeerde geneeskunde, maar had al wel de ambitie om astronaut te worden – die had ik als jong jochie al. Toen ik het ingelaste journaal op tv zag, was mijn eerste gedachte: het is gedaan, nu kan ik nooit meer de ruimte in. Mijn droom explodeerde, letterlijk én figuurlijk. Ik ben voor de vorm nog meegegaan naar die voorstelling, maar snapte niet dat mensen zich daarop konden concentreren, waarom ze überhaupt nog applaudisseerden. Ik was flink onder de indruk van wat er die dag gebeurd was.’

Evengoed ontstond er geen twijfel. Ook niet toen in 2003, een kleine twee jaar voor jouw eigen vlucht, nóg een Space Shuttle verongelukte.

‘Dat ongeluk met de Columbia was voor mij persoonlijk een grote schok: een tijdlang was er sprake van dat ik op die vlucht zou meegaan en ook de bemanning kende ik goed. Ik trainde ze zelfs. Ze waren kort ervoor nog in Nederland geweest, ik heb die mensen rondgeleid, geholpen met de proeven voorbereiden die ze zouden gaan uitvoeren. Typisch voor een rouwproces ontkende ik het aanvankelijk ook, dacht dat ze er misschien op een of andere manier tóch uit waren gekomen. Maar uiteindelijk moest ik accepteren dat ik zeven goede vrienden kwijt was geraakt.’

Toch stapte je niet heel veel later zelf in een raket voor je eerste missie.

‘Ja, ik heb nooit getwijfeld. Als ze me op de dag dat de Columbia verongelukte, hadden gebeld om te zeggen dat ik de dag erna mocht vliegen, was ik ook ingestapt.’

Je bent nooit bang geweest?

‘Alleen tijdens sommige trainingen. De eerste keer dat ik zes uur lang in een zwaar ruimtepak 12 meter onder water moest werken en ik er op geen enkele manier zelf uit kon komen: daar moest ik even aan wennen. Maar ook dat doe je vervolgens zo vaak dat het gewoon wordt en je je kunt concentreren op je werk. In de ruimte heb ik geen angst gehad. Je hoort het ruimtestation af en toe kraken, alsof je op een oud houten schip zit, maar dat is de werking van het metaal door temperatuurverschillen. We moesten wel een keer schuilen voor ruimtepuin dat te dichtbij kwam, maar ook dat ging goed.’

Hoe schuil je voor ruimtepuin?

‘Dan sluit je alle luiken van het ruimtestation en neem je met zijn drieën plaats in je eigen Sojoez-ruimtecapsule, die dan fungeert als een soort reddingsboot. Als het station geraakt wordt en te ernstig beschadigd is, kun je daarmee terugvliegen. Maar als die capsule zelf geraakt wordt is het natuurlijk einde verhaal. Toch was er op dat moment geen angst. Je bent je wel heel bewust van de risico’s en het gevaar en je weet wat je moet doen in een noodgeval. Maar toen ik na mijn eerste missie terug de dampkring in ging, stond ik wel even stil bij wat er met de Columbia was gebeurd. Tijdens de terugkeer zat ik daar in mijn stoel geperst, terwijl de vlammen langs het raam schoten. Toen dacht ik wel: dit is het moment dat het misging bij mijn collega’s. Ook toen was ik niet bang, maar ik besefte wel dat als het fout zou gaan ik geen enkele kans had: je duikt met 28.000 kilometer per uur die dampkring in om af te remmen en de wrijvingshitte die daarbij vrijkomt is ongekend. Maar ik heb nooit getwijfeld of ik wel moest gaan, zoals ik geen enkele collega ken die getwijfeld heeft. Ook omdat de kans dat het gebeurt superklein is. Je vertrouwt op de mensen die de raket hebben ontwikkeld, gebouwd en getest. Op al die veiligheidscommissies. Jij gaat er nu toch ook vanuit dat het plafond niet op je hoofd stort, dat iemand dat goed heeft gebouwd en dat het daarna nog eens is gecontroleerd? Hetzelfde geldt voor auto’s en vliegtuigen: je vertrouwt op de expertise van andere mensen.’

Toch is de kans dat het misgaat in jouw vak een stuk reëler.

‘Ja, een levensverzekering afsluiten is niet te doen als astronaut. Niemand durft het aan, haha. Dus deed ESA dat voor mij, de European Space Agency. Mocht ik in de line of duty overlijden, dan kregen mijn nabestaanden volgens mij een half miljoen euro. Als je zelf meebetaalt aan de premie kun je dat bedrag verdubbelen, maar dat heb ik niet gedaan. Dit is mijn vak, ik ga ervan uit dat het redelijk veilig is en dat alles gewoon goed gaat. Ik heb er ook nooit dramatisch over willen doen: o mijn god, misschien kom ik wel nooit meer terug. Ik had niet het gevoel dat ik voor een vuurpeloton ging staan als ik moest vliegen. Dus hielden we het afscheid beide keren leuk en gezellig. Geen drama, geen tranen. Daar schiet je niks mee op, daar zou iedereen alleen maar nerveus van zijn geworden, de kinderen helemaal. Ik kwam terug. Punt. Ik ging gewoon op een soort zakenreis, haha. En als de boel al zou ontploffen, zou het in ieder geval snel voorbij zijn geweest.’

@media (max-width: 680px){#fig-60fde46f37527 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde46f37527 img{#fig-60fde46f37527 img.lazyloading{width: 624px;height: 0px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-60fde46f37527 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde46f37527 img{#fig-60fde46f37527 img.lazyloading{width: 980px;height: 0px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-60fde46f37527 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-60fde46f37527 img{#fig-60fde46f37527 img.lazyloading{width: 1272px;height: 0px;}}

Dat klinkt wel heel nuchter.

‘Het zou natuurlijk een totaal drama zijn geweest en het is niet zo dat ik er helemaal niet mee bezig ben geweest. Het schoot beide keren door mijn gedachten, zeker op de dag voor mijn terugkeer uit de ruimte. De laatste keer dat ik vanuit het ISS met mijn gezin sprak, zaten ze in Houston. Ze volgden de terugkeer vanuit het vluchtleidingscentrum. We hadden een videogesprek via communicatiesatellieten. In de ruimte sprak ik mijn gezin sowieso meer dan in de jaren ervoor, waarin ik trainde in Japan of Amerika en we altijd worstelden met het tijdsverschil. Dus ik sprak ze ook op die laatste dag. Normaal zei ik aan het eind van zo’n videogesprek gewoon gedag, drukte ik op de knop en was ik weg. Dat heb ik die laatste keer heel bewust niet gedaan. Ik wilde het niet zo abrupt afbreken, omdat dat dan toch het laatste beeld zou kunnen zijn dat ze van me zouden zien. Ik heb gedag gezegd en ben langzaam uit beeld gezweefd.’

Hoe bezien je vier kinderen jou? Papa is een astronaut, dat kunnen er niet veel zeggen.

‘Er hangt iets mythisch om astronauten, dat realiseer ik me goed. Ruimtevaart is voor veel mensen een magische wereld, dat vond ik zelf ook toen ik teenager was. Als er een Amerikaanse astronaut een lezing kwam geven in Nederland ging ik erheen: die persoon was in de rui geweest! Dat gevoel begrijp ik dus heel goed. Er treedt mythevorming op, zelfs bij kinderen die mijn ruimtevluchten niet hebben meegemaakt. Dan moet je goed in je hoofd prenten dat die kinderen mij niet zien als André Kuipers, maar als De Astronaut. Het scheelt dat ik al in de veertig was toen ik in dit vak begon: dan kun je beter relativeren. Als je jong bent, Justin Bieber heet en op een voetstuk wordt gezet, is het anders. Dan kan het naar je hoofd stijgen. Daar hebben astronauten niet zo’n last van. En wat mijn vier kinderen betreft, ben ik toch vooral gewoon hun vader.

In aanloop naar mijn eerste vlucht waren mijn oudste dochters tien en elf: die waren helemaal niet bezig met ruimtevaart, die wilden paardrijden. En papa was gewoon papa. Tot ze bij de eerste lancering kwamen kijken. Toen werd met name de oudste ineens erg nerveus omdat ze zich realiseerde dat ik toch écht in die raket ging zitten. Dat was overweldigend voor haar. Toen ik door mijn eerste vlucht in de schijnwerpers kwam te staan, gingen mijn dochters daar verschillend mee om. De een vond het interessant en maakte er “gebruik” van, maar de ander wilde destijds absoluut niet dat mensen wisten dat ik haar vader was. Als ik haar naar school bracht, wilde ze twee straten voor school al uitstappen. Die wilde gewoon zichzelf zijn, niet “de dochter van”. Bij de tweede vlucht had ik er nog twee kleintjes bij, van wie Sterre, de jongste, pas drie was. Ik twijfelde of we haar mee moesten nemen. We besloten het toch te doen en toen we naderhand aan haar vroegen hoe ze het had gevonden, riep ze alleen maar dat ze het nog een keer wilde zien. Die was dus totaal niet bang, ze zag de raket vooral als een grote vuurpijl, haha.’

Wat vind je enger: een ruimtemissie of het coronavirus?

‘Voor een missie word je jarenlang getraind. Op de taken die je hebt, maar vooral op wat er mis kan gaan: van een kortsluiting en een lek tot een brand of een falende motor bij terugkeer naar aarde. Je weet dus wat de gevaren zijn en ik heb daadwerkelijk collega’s verloren. Toch ga je, want je calculeert dat risico in, net als mensen die bijvoorbeeld bij de brandweer, politie of in het leger werken. Voor corona heb ik ook geen angst gehad. Ik ben banger voor echt dodelijke virussen als ebola of marburg. Die komen alleen voor in tropische gebieden, maar als dat hier zou komen, zou ik daar echt nerveus van worden. Het coronavirus zie ik niet als een superdreiging, het is niet de pest. Het probleem ligt vooral in de belasting van de ziekenhuizen en de isolatie van ouderen. Over de Britse variant maak ik me inmiddels wel zorgen, omdat deze veel besmettelijker is.’

Hoe sta je tegenover vaccineren?

‘Ik ben arts, wat denk je zelf? Het is een van de beste uitvindingen van de mensheid. Door hygiëne en vaccineren heeft de geneeskunde de grootste stappen kunnen maken. Dus moet iedereen zich zo snel mogelijk laten vaccineren.’

Tegenstanders zeggen: het is te snel gegaan, dat vaccin kan niet goed zijn.

‘Normaliter gaat dat proces langzamer, dat klopt, maar het heeft simpelweg te maken met het feit dat alle energie en alle budgetten naar dit onderzoek gingen en er parallel is getest. Natuurlijk kunnen er bijwerkingen zijn, dat geldt voor elk medicijn. Je moet natuurlijk zorgen dat het middel niet erger is dan de kwaal, maar als je de meeste mensen kunt redden met een vaccin is de afweging simpel. Het is bovendien je maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als je je niet laat vaccineren vanwege je religie of andere reden vorm je een gevaar voor de rest. We hebben gezien hoe naar dat kan aflopen met ziektes als polio en mazelen. Ik baseer me wat dat betreft altijd op de wetenschap, op feiten, op dingen die keer op keer zijn onderzocht en gecontroleerd. Daarop baseer ik mijn beslissingen, niet op vage verhalen en onderbuikgevoelens.’

Vond je het dan niet lastig om naar talkshows te kijken waarin dat laatste allemaal werd uitgevent?

‘In talkshows wordt vaak de fout gemaakt om rustige wetenschappers tegenover harde schreeuwers te zetten. Dat is niet goed: je moet gelijkwaardige mensen tegenover elkaar zetten die het niet met elkaar eens hoeven te zijn, maar wél verstand van zaken hebben. Veel wetenschappers worden door die schreeuwers verbaal weggeduwd, waardoor bepaalde kijkers het idee kunnen krijgen dat zo’n schreeuwer met een onderbuikgevoel een punt heeft. Ik vind het gevaarlijk om dat soort mensen telkens weer een podium te bieden. Complottheorieën kregen in 2020 ruim baan. Mensen gingen me vertellen dat de aarde plat is en dat ik nooit in de ruimte was geweest omdat de ruimte helemaal niet bestaat. De ontwikkeling dat mensen openlijk wetenschappelijke bewijzen naast zich neerleggen, vind ik griezelig. Het werpt ons terug in de tijd.’

Die ruimte bestaat wel degelijk en het lijkt er steeds drukker te worden. Wat vind jij van nieuwe ruimtevaartbedrijven als SpaceX, Blue Origin en Virgin Galactic?

‘Wat Richard Branson met Virgin Galactic doet is geen ruimtevaart. Dat is toch meer luchtvaart, die sub-orbitale vluchten. Ruimtevaart is het pas als iets bedoeld is om in de ruimte te blijven. En dat je iets moet doen om terug te keren. Wat niet betekent dat ik niet mee zou willen gaan als ik het geld ervoor had. Een normaal passagiersvliegtuig komt tot 10 kilometer hoogte, terwijl raketvliegtuigen zoals die van Branson de 80 kilometer halen. Vervolgens val je terug, ben je vijf minuten gewichtsloos en zie je de kromming van de aarde. Maar daarmee houdt het op. Om in een baan om de aarde te komen heb je veel méér snelheid en dus energie nodig, alsmede een goede hitteschild-technologie. SpaceX van Elon Musk en Blue Origin van Jeff Bezos zijn van een andere categorie. Die gaan echt in een baan. Ik heb de eerste onbemande vrachtvlucht van SpaceX destijds nog gekoppeld aan ruimtestation ISS en wist toen al dat dat het begin van een nieuw tijdperk was. Een tijdperk waarin niet alleen nationale ruimtevaartagentschappen als NASA en ESA zich bezighouden met ruimtevaart, maar ook dit soort commerciële bedrijven. Dat zal kinderziektes met zich meebrengen, maar ook concurrentie en dat is altijd gunstig: er komt steeds meer progressie in ruimteschepen.’

Het is goed als de mensheid straks op meerdere plekken zit, zodat we toch kunnen voortbestaan als het misgaat met de aarde

Worden de maan en Mars straks kolonies van de aarde?

‘Ik hoop het. De maan is momenteel nog het interessantst: daar kunnen we op zoek naar mineralen, nieuwe vormen van energiewinning, maar ook dingen testen voor reizen naar Mars. Dat Elon Musk nog in dit decennium een grote stad op Mars gaat bouwen, zie ik nog niet gebeuren, dat is toekomstmuziek. Maar er zullen in de komende decennia absoluut al mensen naar Mars gaan. Er rijden daar nu immers al robots rond, we weten inmiddels precies hoe Mars eruitziet en we hebben de techniek. Maar om er te wonen... daarbij speelt veiligheid een zeer grote rol. De ruimtestraling en de minstens tweeënhalf jaar dat je onderweg bent: je moet dan wel heel zeker zijn dat alles goed werkt. Maar evolutionair gezien vind ik het een fantastisch idee. Het is goed als de mensheid straks op meerdere plekken zit, zodat we toch kunnen voortbestaan als het misgaat met de aarde.’

Is de kans aanwezig dat jij nog eens de ruimte in kan?

‘Theoretisch zeker. Niet via ESA, want ik ben al twee keer geweest en de beurt is nu aan de nieuwe generatie, maar het kan ook op een andere manier. De Russen namen al toeristen mee. Voor 50 miljoen per vlucht, maar die prijs zal door de concurrentie in de toekomst zeker omlaaggaan. En wijlen John Glenn, de eerste Amerikaan die baantjes om de aarde draaide, is na zijn latere werk als senator teruggegaan naar NASA en heeft op zijn 77ste gewoon nog in de shuttle gevlogen. Een uitzondering, maar het geeft wel aan dat leeftijd geen rol speelt: als je mentaal en fysiek gezond bent, kun je de ruimte in. Ik ben 62, iets zwaarder dan tien jaar geleden en ik heb een leesbril nodig, maar ik voel me 25 en mijn lichaam werkt nog goed. Dus als ze me opnieuw vragen, zou ik het doen. Dat is ook de grote frustratie van een astronaut: je wordt jarenlang getraind voor iets wat je vervolgens maar één of twee keer kan doen. Het is toch zonde dat ik weet hoe ik een Russisch ruimteschip moet besturen, maar daar hier op aarde niks mee kan.’

NIEUWE REVU ONTMOET ANDRÉ KUIPERS

Waar? Bij André thuis in Warder, via Zoom.

Iets genuttigd? Niets.

Verder nog iets? Het leek André een uitstekend idee dat de lezers van Revu een inzamelingsactie op touw zouden zetten, zodat hij binnenkort toch nog een keer mee de ruimte in kan met een commerciële vlucht. Voordat u geld begint over te maken: hij bedoelde het als grap.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws