Longread | 8 jaar cel voor Frank Masmeijer: 'Waar ben ik beland?'

Frank Masmeijer heeft in België een celstraf van acht jaar gekregen wegens betrokkenheid bij grootscheepse drugshandel. In de biografie Frank en Vrij vertelt hij over het leven in de gevangenis.

Frank Masmeijer

De presentator werd eind september 2014 op een ochtend thuis van zijn bed gelicht door de politie en gesommeerd direct mee te komen. Reden: hij werd verdacht van grootscheepse drugshandel. Van de arrestatie mocht het hele gezin meegenieten, iets waar (ex-)vrouw Sandra Birsak en zijn twee kinderen jaren later nog altijd last van ondervinden. ‘Frank werd op een stoel in de kamer gezet en ik moest met onze dochters op de bank aan de andere kant gaan zitten. Ondertussen doorzochten een stuk of vijftien agenten ons hele huis en moesten wij wachten. Wat kon het zijn? Niet betaalde boetes of iets anders,’ vroeg Birsak zich al eerder af. Ze zegt al die tijd niet te hebben geweten dat het om handel in drugs ging.

Over het vervolg van de arrestatie zegt Masmeijer zelf: ‘Het ging me te ver om de ruimte waar ik later die dag binnenstapte een rechtszaal te noemen. Zonder me welkom te heten, of me te vragen plaats te nemen op de voor mij bedoelde stoel, pal voor zijn neus, brandde de rechter los. “Wilt u met betrekking tot uw arrestatie iets zeggen?” vroeg hij me. Nou, dat wilde ik zeker. “U kunt me ook gewoon bellen als er iets aan de hand is,” antwoordde ik. “Dan kom ik meteen. Het is niet nodig me daarvoor van mijn bed te lichten en te boeien.” Het leek alsof mijn woorden volledig langs hem heen gingen, want zijn antwoord was even duidelijk als vernietigend: “U blijft aangehouden en wordt met onmiddellijke ingang naar de gevangenis van Antwerpen in de Begijnenstraat gebracht.”’

Ter verdediging bracht Masmeijers advocaat Frank Vincke later op dat door deze handelswijze zijn cliënt een hoge prijs had betaald. Zijn droom om ooit nog terug te keren in het medialandschap was in duigen gevallen en ook zijn huwelijk strandde. Ruim 33 jaar na hun trouwdag zijn Frank en Sandra namelijk gescheiden van elkaar. De papieren lagen al een tijdje klaar, de krabbel is krap 3,5 maand geleden gezet. Een lange periode van rouw en misschien wel de zware klap door het afscheid van zijn geliefde, waar Vincke aan refereerde, zal wellicht meevallen. De hoofdpersoon zelf heeft alweer een nieuw liefje. De 38-jarige onderneemster Jaimy van Lent. Zij geeft aan ‘niet zo snel van dingen te schrikken,’ dus wat dat betreft heeft ze aan Frank een goeie.

Bananen

Lange tijd heeft Masmeijer zijn betrokkenheid bij illegale praktijken ontkend of verzwegen, maar inmiddels heeft hij toegegeven in 2014 te zijn ingeschakeld om een partij cocaïne, verborgen in bananendozen, op te halen in de Antwerpse haven. In een bestelbus, vergezeld door zijn neef Yoshi F. (25) die in de haven werkte, meldde hij zich bij de transporteur, maar kreeg hij het pallet bananen niet mee. Toen hij het enkele dagen later nogmaals probeerde, had hij voldoende argwaan bij de autoriteiten en genoeg irritatie bij zijn opdrachtgever, crimineel Peter G.S., gewekt. Die laatste sloeg hem, met hulp van zestien handlangers, het ziekenhuis in en de vriendin en het toen nog ongeboren kind van neef Yoshi werden bedreigd. G.S. en zijn vrienden probeerden daarna alsnog de drugs in handen te krijgen, maar waren toen al in het vizier van de politie gekomen. Deze namen de gehele lading – maar liefst 467 kilo – in beslag en voorkwamen daarmee dat het stimulerende spul in handen kwam van een groep Albanezen, Portugezen en havenarbeiders aan wie de geheime bestelling gericht was.

Amper hersteld van zijn verwondingen, werd Masmeijer opgepakt en in bewaring gezet in de gevangenis van Antwerpen. Daar bleef hij, vanwege diverse verlengingen van het voorarrest, in totaal ruim 9 maanden zitten. Pas op 30 juni 2015 kwam hij weer op vrije voeten, geflankeerd door een enkelband en met huisarrest. De band en bijbehorende restricties zijn inmiddels opgeheven, de uitspraak van deze week is het laatste dat rest om de zaak na 3 jaar eindelijk af te kunnen sluiten. Opgebouwde schulden kan Masmeijer onder andere betalen uit de opbrengst van zijn boekverkoop.

Smerig spelletje

Auteur Nick Dijkman van de biografie Frank en Vrij is 30 jaar en dus niet opgegroeid met Masmeijer op tv. Hij zegt: ‘Ik kende hem vooral door de arrestatie die ik als journalist op de voet heb gevolgd. Kort na de start van zijn gevangenschap ben ik erachter gekomen in welke Antwerpse kledingzaak zijn toenmalige vrouw werkte, en met haar heb ik een aantal verhalen voor artikels gemaakt. Het verhaal van Frank zelf bleef echter uit en om toch met hem in contact te komen, besloot ik hem brieven en tijdschriften, waaronder ook Nieuwe Revu, op te sturen. Zo kon ik hem vragen wat ik wilde op een manier waarop hij ook nog iets aan me had: tijdverdrijf in de gevangenis. Ik had er eigenlijk niets van verwacht, maar tot mijn grote verbazing belde hij me zomaar ineens op om te praten. Ook na zijn vrijlating bleven we contact houden en heeft hij mij zelfs een aantal keren uitgetest door me bewust onwaarheden te vertellen en te zien of deze zouden uitlekken via publicaties. Frank is een halsstarrige man en niet snel op andere gedachten te brengen. Dat dwong mij daardoor ook wel me in bochten te wringen om hem in gesprekken voor het boek een bepaalde kant op te bewegen. Door hem verschillende keren te confronteren met wat ik wist, kan ik wel zeggen dat hij in het boek uitspraken doet die nog nergens naar voren zijn gekomen. Daarnaast komen uiteraard ook andere zaken aan bod, zoals zijn ontslag bij de NCRV.’

In 1994 moest Masmeijer er gedwongen vertrekken omdat de omroep, zo is de officiële lezing, een andere koers wilde varen. Maar de beschuldiging dat hij in De Holidayshow een bevriend echtpaar via slinkse wijze de hoofdprijs had laten winnen is altijd als die andere waarheid aan hem blijven kleven. Masmeijer: ‘Er is een heel smerig spelletje met mij gespeeld, in die tijd. Vanuit het niets verscheen er een artikel in weekblad Weekend over deze kwestie, maar daar was helemaal niets van waar! Dat wist de NCRV, maar ze hebben nooit afstand genomen van die publicatie en dat neem ik ze nog steeds kwalijk. Hoewel ik het nooit nodig vond me fanatiek tegen het stuk te verdedigen, kan ik eenvoudig aantonen dat ik die twee mannen niet heb laten winnen. Zij moesten, om een mooie cruise te winnen, enkele opdrachten doen – die kun je niet eens manipuleren! Zo moesten ze tegen een muur klimmen en een evenwichtsoefening doen. Hoe had ik dat kunnen beïnvloeden? In het finalespel hielden de deelnemers een bak vast met in het midden een gaatje waarbij ze een balletje door een doolhof in dat gaatje moesten krijgen. Daar hadden ze een minuut de tijd voor, en dat lukte. Ik heb het honderdduizend keer tegengesproken, en dat doe ik nu weer. Maar dat helpt toch allemaal niet. Slecht nieuws blijft hangen, goed nieuws niet. Mijn vriend André Hazes vertelde altijd: ik verkoop de meeste platen als ik in de goot lig. Als ik een nieuwe auto heb gekocht, verkoop ik weinig.’

Binnenplaats

Door zijn deelname aan het smokkelen van drugs is Masmeijer van de nadruk op dat verhaal in ieder geval verlost. Nu zullen zijn streken in de haven van Antwerpen voortaan als eerste ter sprake komen wanneer het over hem gaat. De maanden achter slot en grendel die het hem opleverden en de manier waarop het leven er achter de tralies uitziet, lijken rechtstreeks uit een actiefilm te komen. Masmeijer verbleef in het Antwerpse huis van bewaring in de Begijnenstraat, dat tussen 1855 en 1859 werd gebouwd.

‘Al bij het betreden van de beruchte gevangenisstraat merk je duidelijk waarom zoveel mensen de kriebels krijgen als ze de meest verafschuwde straat van Antwerpen doorkruisen,’ blikt Masmeijer terug. ‘De gevangenis ziet eruit zoals een gevangenis eruit hoort te zien. Haast middeleeuws. Wat opvalt zijn de metershoge brede stenen muren en het vele prikkeldraad dat her en der zonder enige logica boven en om de muurtjes heen is verspreid. De groene bezoekersdeur, verstopt in een grijze overkapping, nodigt niet bepaald uit om naar binnen te gaan. De gevangenen zelf worden met een groen busje vanuit de federale politie of rechtbank naar de achteringang vervoerd. Ik weet nog dat ik de gevangenis binnenkwam. We reden eerst door drie grote poorten en kwamen vervolgens uit op de binnenplaats. Op die plek worden alle nieuwe gedetineerden binnengebracht. Dat wist ik toen nog niet, maar daar kwam ik al snel achter omdat mijn eerste cel uitzicht had op de binnenplaats. Op die manier wist ik later ook precies wie er nieuw de gevangenis in werden gebracht. Toen ik op een dag uit mijn raam keek, en er een nieuw busje met gevangenen aankwam, zag ik ineens Yoshi uit dat busje stappen. Geboeid, en in zijn havenkostuum, volledig in het oranje. Die was dus op zijn werk opgehaald. Waarschijnlijk keken er vanuit hun raam op dat moment ook veel gevangenen naar mijn entree in de gevangenis, maar daar had ik op dat moment geen weet van. Het moment dat ik uit de auto stapte, voelde als pure waanzin. Echt, dan weet je: hier blijf ik voorlopig zitten. Ik keek rond en zag deuren, tralies. Eigenlijk te veel om op te noemen. Ik had de rust niet mijn omgeving goed in me op te nemen. Het was heel verwarrend en onzeker allemaal.’

Volledig gedesoriënteerd

‘Eenmaal binnen zag ik dat de deuren van metaal waren, en heel zwaar open en dicht gingen,’ vervolgt Masmeijer. ‘Ik moest voor mijn gevoel wel zeven deuren door, voordat ik in een doorzichtig hok werd geplaatst waar alleen een lange bank stond. Een soort sofa. Er werd niet tegen me gesproken, door niemand. Dat hok, ik blijf het zo noemen, leek van glas, maar was van plastic. Daar kwam ik pas later achter, want ik heb daar vele gevangenen tevergeefs op zien beuken; het is van materiaal gemaakt waar je niet doorkomt. Een glasplaat heb je er met een beetje kwade wil natuurlijk zo uit liggen, dat was in dit geval onmogelijk. Dat was de gang in de Begijnenstraat waar gevangenen, en dus ook ik, met hun advocaat spraken. Ik was echt volledig gedesoriënteerd. Ik had geen flauw benul waar ik was, wat ik moest doen en waar ik terecht was gekomen. Alles was nieuw voor me. De twee federale agenten die me hadden afgeleverd, waren kennelijk ook weer weg, want ik werd enige tijd later door iemand anders uit het hok gehaald en meegenomen naar de administratie, waar ik mijn identiteitskaart moest afgeven en officieel werd ingeschreven als gevangene in de gevangenis van Antwerpen. Er werd nog steeds nauwelijks tegen me gesproken. De vrouw achter de balie vroeg alleen of ik geld, of andere zaken bij me had. Dat had ik. En dat moest ik allemaal afgeven. Dat wordt dan bewaard, tot het moment dat je vrijkomt. Die spullen kun je niet eerder terugkrijgen. Ook mijn identiteitskaart kreeg ik niet terug om voor Sandra wat bankzaken te regelen tijdens mijn detentie. Wat ik ook probeerde, die pas kreeg ik niet. Nee, het was onbespreekbaar. Zodra ze in de gaten hebben dat je iets nodig hebt om buiten de muren van de gevangenis je voordeel mee te doen, krijg je het juist niet. Toen de vrouw klaar was met het noteren van de gegevens, stopte ze de spullen in een zak en schreef mijn naam erop. De zak verdween uit beeld.’

‘Ik werd op dat moment meegenomen naar een grote kleedkamer. Daar zaten drie mannen aan een brede tafel, die me direct naar de bruine houten bank onder de kledinghaakjes commandeerden. “U kunt u hier uitkleden, en uw kleding aan deze man geven.” Ze wezen naar een medegevangene. Een van de baantjes die je in de gevangenis kunt vervullen is het verwerken van kleding van de zogeheten binnengebrachten. “Vervolgens kunt u gaan douchen.” Bij het douchen lieten ze me gelukkig wel mijn gang gaan. Het is niet zo dat ze erbij staan te kijken, of je anus controleren. Wel stond er een bewaker naast me, maar die stond niet opzichtig te kijken. Ik weet nog goed dat ik met mijn rug naar de opening van de douche stond, en mezelf weer de vraag stelde: waar ben ik beland? Dat had ik de uren hiervoor al vaker gedaan, maar het leek of ik tijdens het douchen de werkelijke omvang van de situatie pas besefte: ik zat flink in de problemen. Na het douchen kreeg ik mijn gevangeniskleding overhandigd. Twee broeken en twee overhemden, heel wijd en van katoen, en van een vieze beige kleur. De trui die ik kreeg, was bordeauxrood en omdat het toen al vrij koud was, kreeg ik ook een soort fleecevest en een regenjackie. Als laatste kreeg ik ondergoed, een strakke boxer en een hemd.’

Dakloze

‘Eenmaal aangekleed werd ik voor het eerst in mijn cel gepleurd. Al bij binnenkomst bekroop me een gevoel van ranzigheid. Ik rook een muffe lucht, alsof er dagenlang geen deur of raam open was geweest en de zuurstof vrijwel volledig was verdwenen. Ik keek de cel in, en zag een smerig uitziende vent onderin het stapelbed liggen. Toen ik dichterbij kwam, zag en rook ik het: een dakloze. Zo’n klassieke viespeuk, met krullend grijs haar, een kalende schedel en een grijze baard die alle kanten op leek te groeien. Waar ben ik nou dan terechtgekomen, kon ik alleen maar denken. Zijn kleding lag half onder hem, zijn vieze buik kwam onder de bordeauxrode trui vandaan en hoewel hij zijn mond nauwelijks opendeed, zag ik tanden die waarschijnlijk maandenlang geen tandenborstel hadden gezien. Hij groette me. Ik knikte.’

‘Het bed stond links in de hoek. Ik denk dat de kamer 2,5 bij 5 meter groot was. De wastafel zat meteen rechts naast de deur, daartegenover hing het toilet. Rechts in de hoek stonden twee kasten. Voordat ik de complete cel in me kon opnemen, hoorde ik de deur achter me in het slot vallen. Ik liep verder naar binnen om de kasten te bekijken. De verste bleek voor de kleding, en de andere voor wat persoonlijke spullen. Ik liep naar het raam, van waaruit ik kon neerkijken op de binnenplaats – de plek waar iedereen werd gelucht en de nieuwe gevangenen, of de jongens die naar de raadkamer moesten, werden gebracht of gehaald. Ik weet nog goed dat ik er de eerste dagen niet voor koos gelucht te worden, maar op dat moment ervoor koos naar buiten te kijken. Mijn medegevangenen waren bijna allemaal islamitisch van afkomst.’

‘Er spookte van alles door m’n hoofd. Hoe is het met Sandra? En de meiden? Hoelang moet ik hier blijven? Wat weet de politie van me? Loop ik gevaar? Die vragen bleven maar terugkomen. Met de zwerver heb ik geen woord gewisseld. Hoe hij heette? Geen idee, niet naar gevraagd ook. Die gast vrat verschrikkelijk en rookte de hele nacht door. De nacht gebruikte hij om zeker een keer of twee te pissen, maar op een manier dat je de urine langzaam in de pot hoorde druppelen. Het was trouwens een onafgedekt toilet, dus als hij zat te poepen, was het helemaal vreselijk. Die stank, mensonterend! Ik besloot dat zelf niet te doen – poepen waar hij bij was. Ik sloeg de eerste wandeling de eerste dagen dan ook over, zodat ik mijn behoefte kon doen op het moment dat de zwerver buiten was.’