‘Een Republikeinse dame dacht dat ik een staatsgevaarlijke ultraspion uit Nederland was’

Columnist Jurriaan van Eerten woont en werkt in de VS. Voor Nieuwe Revu volgt hij de race tussen Trump en Biden naar het Witte Huis op de voet. Deze keer merkt hij bij een Trump-rally in Phoenix hoe diep het wantrouwen richting de media zit.

Afgelopen weekend stond ik tussen honderden Republikeinen met rode MAGA-petjes bij een rally in Phoenix. Een dame zag mijn microfoon en had zich gelijk in haar hoofd gehaald dat ik een staatsgevaarlijke ultraspion uit Nederland was. Wanneer ik in haar buurt mensen aansprak, gebaarde ze driftig dat ze vooral niets tegen me moesten zeggen. Als media ben je immers de vijand van het volk.

Ook onder Democraten weigeren genoeg met journalisten te praten. Op campagnekantoren van de Democratische partij kreeg ik de afgelopen weken bijvoorbeeld geregeld alleen het telefoonnummer van de perswoordvoerder, die vervolgens ingestudeerde nietszeggende quotes opdreunde. Het is blijkbaar beleid in Arizona: iedere opmerking moet door de partij worden goedgekeurd. Terwijl ik juist wil weten waarom die 50-jarige Jane Doe uit Boringville zelf zo enthousiast is over Joe Biden. (Veel Nederlanders denken dat Democraten meer in lijn liggen met de Europese politiek. Na drie jaar VS kan ik je vertellen: wat mij betreft zijn ze allemaal knettergek. Maar dat terzijde.)

Iedereen in dit land heeft alleen nog maar vertrouwen in hun eigen mediakanaal. Democraten kijken CNN of MSNBC, Republikeinen kijken Fox News. De meest fervente Trump-supporters houden het alleen nog bij One America News Network. En dan heb ik het nog niet over de activisten en de felste Black Lives Matter-demonstranten, want die zijn het ergste. Zij hebben hun een blog of YouTube-kanaal waarop ze dag in dag uit ellenlange gesprekken met mede-activisten streamen.

Onder activisten rondom de grens met Mexico had ik dan ook een paar jaar geleden mijn eerste ervaring met mensen die pertinent niet met de pers wilden praten. Waarom? Omdat ik ook andere mensen voor het verhaal zou interviewen, lieten ze me weten. En een ander geluid, dat zou alleen maar ruis zijn voor hun Ultieme Waarheid.

Een vriend van me hier in Arizona vergelijkt de Amerikaanse politiek geregeld met een baseballwedstrijd. Twee teams, rood en blauw, nemen het tegen elkaar op ten overstaan van een tribune vol mensen, die straalbezopen vreten van hun hotdogs en popcorn, lelijk en prachtig in al in hun enthousiasme. Hij zegt altijd dat ik er vooral van moet genieten, zoals je dat bij een wedstrijd zou doen. Politiek is een spel, met als hoogtepunt de verkiezingen.

Maar zijn vergelijking gaat allang niet meer op. Het publiek zit niet meer samen op dezelfde tribune toe te kijken. De verzuiling heeft hier dusdanig toegeslagen dat iedereen in een eigen stadion naar een eigen wedstrijd zit te kijken, gezapig met mensen die allemaal exact hetzelfde vinden als zij. En intussen rent daar beneden op het veld alleen hun eigen team, dat doelpunt na doelpunt scoort zonder enige tegenstand, terwijl zij juichen en elkaar trots op de rug kloppen.

Laatste nieuws