Premium

‘Als ik uitpak met mijn stem, heb je dubbelglas nodig’

Volgende maand wordt hij 74, maar Ben Cramer blaast nog steeds iedereen omver met zijn krachtige stem en hoge noten. Alhoewel: optreden doet hij al maanden niet meer door corona en hij moet waken voor een ongewild einde van zijn carrière.
Ben Cramer

Een openhartig gesprek over zingen, hartklachten, vriendschap en vreemdgaan. ‘Ik heb een onstuimig liefdesleven achter de rug.’

Toen ik vanmorgen wegreed, vroeg mijn buurman nog gauw wie ik vandaag ging interviewen. Toen ik je naam noemde, zei hij: ‘Leeft die dan nog?’ De beste man dacht serieus dat je al was overleden.

‘Dan moet ik hem teleurstellen, want ik ben springlevend. Maar ik snap het wel, hoor. Door corona kan ik veel minder van me laten horen dan anders. Al heb ik in september samen met Dries Roelvink met veel bombarie een single over echte vriendschap gelanceerd en ben ik nog elke dag bezig met nieuwe muziek en alles wat daarbij komt kijken. Het zou ook kunnen dat je buurman mijn hartklachten nog in het achterhoofd heeft zitten; ik heb een pittige operatie achter de rug. Het kan zomaar zijn dat iemand de goede afloop daarvan niet heeft onthouden, haha.’

Die hartoperatie was 2,5 jaar geleden niet zomaar even een huis-tuin-en-keuken- ingreepje. Hoe zat dat precies?

‘Ik heb destijds een nieuwe hartklep gekregen omdat die lekte. Daar was ik in 1996 ook al aan geopereerd, toen betrof het een reparatie aan de hartklep. Ik was voortdurend moe, ook in perioden van rust. Met die klacht ben ik naar de arts gegaan, waarna ik een Holterfoon geïnstalleerd kreeg. Dat is een apparaatje dat het hartritme 24 uur lang registreert. Ik speelde de musical Phantom of the Opera in die tijd en je kon aan de piek in het hartritme precies zien dat ik die avond ervoor om 20.20 uur het podium op was gegaan: mijn hartslag ging van 90 naar 180. De arts zei: “Alsof u Alpe d’Huez op fietst, dat doet het met u.” Toen hebben ze mijn hartklep in 1996 dus gerepareerd, totdat het in 2018 nodig was om de boel weer open te breken om de hartklep volledig te vervangen.’

Tijdens mijn hartoperatie heb ik een infarct gehad. Toen de chirurg dat vertelde, dacht ik: ik ga dood

En je leeft nog, al denken sommigen daar anders over.

‘Voor het grootste deel is die ingreep geslaagd. Er kwam echter wel een probleempje bij kijken. Ik ben volledig open gezaagd, van boven naar beneden. Toen ik wakker werd na de operatie zat de chirurg naast me. Hij stelde me gerust: de operatie was achter de rug, maar hij vertelde me ook meteen dat er een complicatie was opgetreden tijdens de operatie: ik had een infarct gehad. Toen hij dat vertelde, dacht ik: ik ga dood. Maar hij heeft me keurig uitgelegd hoe het zat. Ik ga dat nu technisch allemaal niet uitleggen, maar ik moest een weekje langer in het ziekenhuis blijven en ze hebben een ICD bij me geïmplanteerd, een inwendige defibrillator. Dat ding geeft een schok om – indien nodig – het normale hartritme te herstellen. Hiermee wordt een hartstilstand voorkomen. Ik slik iedere dag pilletjes, die zijn ’s morgens met één slok water weg en voor de rest denk ik daar niet te veel over na. Geef dat maar mooi door aan je buurman, met de HARTelijke groeten van mij.’

Je vertelde net over de vriendschap tussen jou en Dries Roelvink. Welke rol spelen spruitjes in die band tussen jullie?

‘Toen ik al een tijdje bezig was in de muziek en Dries net kwam kijken, stonden we een keer tegelijk geboekt op een festivalletje in dancing De Trappist achter het Leidseplein. Het was een van Dries’ eerste optredens en hij zong zelfs een nummer van mij waarvan ik de orkestband al een hele tijd kwijt was. We ontmoetten elkaar achter de schermen en het bleek dat Dries mij hoog had zitten. Ik vond hem een talentje en bood hem meer orkestbanden aan, als hij dat zou willen. Hij mocht me weleens bellen. Dat deed hij meteen de volgende ochtend! ’s Middags kwam hij al langs hier in Baarn. Dries liep over mijn tuinpad naar mijn keukenraam en zag mij spruitjes staan schrobben. Zijn beeld van een ster van mijn allure was dat ik in een zwarte kamerjas mijn gouden platen aan het poetsen was of zo, maar zijn idool stond spruitjes klaar te maken.’

Hoe écht is vriendschap in de showbizz?

‘Dat blijft oppervlakkig, de afgunst en jaloezie zijn vaak groot. Als ik het over het vak heb, dan heb ik weinig vrienden. Het zijn meer collega’s, kennissen. Je kan weleens een keer gezellig een hapje eten bij iemand, maar daar houdt het algauw mee op. Toen ik drie jaar geleden mijn boek presenteerde, benaderde ik André van Duin. Wij zijn exact even oud – we schelen drie dagen – en onze carrières lopen synchroon. Hij zei zonder aarzelen ja. Toen ik nadacht over een opvallende act om het boek tevoorschijn te toveren, dacht ik aan Hans Klok. Die kende ik ook al een tijdje en hij zegde ook direct zijn medewerking toe. Kijk, dan ben je al een heel eind in dit vak. Ik heb altijd wel ergens een lijntje, dat vind ik belangrijk. Dries Roelvink en ik zijn vrienden, maar niet in de diepste zin van het woord. Het is niet zo dat ik Dries bel als ik midden in de nacht ergens langs de weg sta met een lekke band.’

Wie bel je dan?

‘Mijn broer. Maar dat is pas één keer gebeurd. Hij is mijn oudste broer, 86 jaar, maar die zou meteen komen als ik ergens strand. En bij een lekke band kan ik naast de Wegenwacht ook wel een van mijn kinderen bellen. Mijn zoon Vincent komt zeker.’

Fijn om die warmte te kunnen voelen van je kroost. Met je dochter Shanna heb je ook een band op muziekgebied.

‘Klopt, zij zingt ook en we doen weleens muzikale dingen samen. Zo heb ik bij Geerling Media Producties een special opgenomen waarin ik een selectie zing van mijn beste hits, de mooiste covers en een serie nieuwe nummers. Het is eigenlijk een groot concert dat door Will Geerling en zijn zoon Nick achter elkaar in one take is opgenomen, maar vanwege corona natuurlijk zonder publiek. De setting is prachtig: je ziet mij in een net pak aan de piano zitten, de ambiance is stijlvol, het geluid is supergoed. Ik zing onder andere een duet met mijn dochter Shanna en er komt nog veel meer moois voorbij. Voor of na elk nummer vertel ik rechtstreeks aan de kijker een bijbehorend verhaaltje of anekdote over dat liedje. Ik bied deze special aan op YouTube. Iedere af levering duurt twintig minuten. Uiteindelijk is de hele special van een uur vlak voor de kerst online gezet. Dus het hele concert is in één ruk te bekijken en te beluisteren. Ik ben er heel tevreden over en ik hoop dat de mensen die mij kennen en volgen ervan zullen genieten.’

Je zit al meer dan vijftig jaar in het vak en je praat nog steeds vol vuur over je muziek. Had je iets anders kunnen worden dan zanger?

‘Pff, ik zou het niet weten. Op mijn vijftiende bleef ik zitten op de ulo. Mijn vader kreeg me niet meer naar school toe. Van hem moest ik dan maar gaan werken, als ik niet wilde leren. Maar wat ging ik dan voor werk doen? Mijn vier oudere broers zaten allemaal in de hotelwereld, dat leek me niks. Ik werd jongste bediende bij een verzekeringsmaatschappij. Intussen was ik ook al met muziek bezig. In 1962 richtte ik als 15-jarige mijn eerste bandje op, in 1967 bracht ik mijn eerste single Zai Zai Zai uit. Die bereikte de zevende plaats in de Top 40, een bescheiden hitje dus. Uiteindelijk was op kantoor zitten niks voor mij; ik ontsnapte richting de muziek. Ik ging halve dagen werken bij een muziekinstrumentenzaak en combineerde dat met het zingen, totdat ik daar volledig van kon leven.’

Je hebt destijds je achternaam Kramer veranderd in Cramer, met een internationale carrière in het achterhoofd. Dat is er nooit van gekomen.

‘Dat was het idee van mijn ontdekker, Annie de Reuver. Zij vond dat we er rekening mee moesten houden dat ik ook in andere landen zou gaan zingen.’

Had je zo’n wereldloopbaan zelf ook voor ogen?

‘Welnee. Met mijn eerste hitje in het Engels ben ik het vak ingerold, vandaar de verwachtingen. Maar ik ben al vrij gauw overgestapt op zingen in het Nederlands.’

Je vertelde net hoe je de muziekwereld bent ingerold; wanneer rol je eruit?

‘Nou, daar moet ik enorm voor oppassen in deze coronatijd! We zitten in een nare tijd, sinds maart is alles eruit geknald en ik trad nog zeer geregeld op. Nu al maanden niet meer, maar ik merk aan mezelf dat ik het wel moet bijhouden. Daarom blijf ik bezig met nieuwe dingen bedenken en singles uitbrengen. Er is een studio waar ik geregeld kom en altijd terechtkan; daar neem ik vaak nieuw materiaal op. Niet per se om het allemaal uit te brengen, maar gewoon om dingen uit te proberen. Thuis in mijn studeerkamer kan ik muzikaal ook redelijk uitpakken met mijn gitaar en piano. En als ik uitpak met mijn stem, heb je dubbelglas nodig. Ik wil nog niet stoppen. Mijn stem is sterk, ik haal al mijn noten nog en ik ben fit. Ik stop pas als het écht niet meer gaat, als men mij niet meer wil horen of als de waakzaamheid van mijn vrouw Carla zijn werk doet.’

Waar bestaat die waakzaamheid uit?

‘Als mijn vrouw me eerlijk waarschuwt met: “Doe maar niet meer, Ben,” dan luister ik daarnaar. We zijn het heus niet altijd met elkaar eens, maar ze heeft het vaak bij het rechte eind. Als ik echt krakkemikkig word en ik wil het zelf niet zien, dan weet ik zeker dat mijn vrouw me een spiegel voorhoudt. Maar dat zal ze niet zomaar doen: ze weet dat ik niet zonder kan. Muziek zit in mijn lijf, in mijn genen. Buiten dat ik de ziekte zelf heel erg vind, vind ik het vreselijk dat alles nu op z’n reet ligt door corona.’

Heb je in die lange carrière weleens op een dood punt gestaan?

‘Jawel. Als ik terugkijk, kan ik zeggen dat ik in 1984 en1985 op een dood spoor heb gezeten. In de jaren 70 ging het allemaal voor de wind en deed ik soms meerdere optredens op een avond, maar midden jaren 80 kwam de klad er een beetje in. Ik voelde me op een gegeven moment een wandelende jukebox. Ik kwam ergens binnen, zong zes à zeven van mijn bekende nummers en vertrok weer. Dat kwam me mijn strot een beetje uit. Ik ben om me heen gaan kijken om uit te zoeken wat er nog meer te doen was. Ik kwam in contact met Carry Tefsen, rook aan de theaterwereld en zag zanger Dick Rienstra als acteur aan het werk; dat leek me ook wel wat. Carry gooide een balletje op en ik mocht auditie doen. Ik kreeg een rolletje in een theaterstuk en bleef intussen mijn zangschnabbels erbij doen. Mijn eerste musicalrol kreeg ik bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen als Juan Perón in de musical Evita van Andrew Lloyd Webber. Die rol heb ik later ook in Amerika gespeeld en in 1997 andermaal in Nederland. Intussen kwamen rollen in de musicals Chicago, The Phantom of the Opera en Aida voorbij; ik had me ontwikkeld tot volwaardig musicalartiest.’

Dat succes bleef niet onopgemerkt bij de vrouwtjes. Je bent inmiddels aan je derde huwelijk bezig. Heb je veel te maken gehad met verleiding?

‘Ik ben al 29 jaar samen met mijn huidige vrouw Carla, maar ik heb een onstuimig liefdesleven achter de rug, ja.’

Zijn je eerdere huwelijken met je eerste vrouw Caroline en je tweede vrouw Désirée gestrand doordat je een moeilijke man bent om mee samen te leven?

‘In mijn eerste huwelijk realiseerden we ons allebei op een gegeven moment dat het een aflopende zaak was. Ik kreeg verkering met haar toen ik 15 jaar was. Een geweldig mens, ik heb drie kinderen met haar gekregen. Maar de sleet kwam erin. En, eerlijk is eerlijk: door mijn vak ben ik vaak aanbeden. En om op je vorige vraag terug te komen: er was veel verleiding en die kon ik niet altijd weerstaan. Niet dat ik er altijd een potje van maakte, maar...’

De vrouwen wierpen zich aan je voeten.

‘Bijna wel, ja. En dan moet je sterk in je schoenen staan.’

Je gaf toe aan die aandacht?

‘Niet altijd natuurlijk, anders had ik er dagelijks werk aan gehad, maar het is weleens gebeurd, ja. Daar schaam ik me ook niet voor; ik was een gezonde gozer en had nog niet zo gek veel ervaring. Mijn eerste vrouw heeft mij zelfs leren zoenen. Ik wist feitelijk nog van niks op het gebied van seks en andere vrouwen.’

Heb je je overspel opgebiecht?

‘Mijn eerste vrouw had wel een vermoeden. We hebben er toen over gepraat en het nog wel geprobeerd, maar het was geen haalbare kaart. We gaan trouwens nog steeds heel goed met elkaar om. Ze heeft een geweldige man, een heel aardige vent. De kinderen zijn gek op hem, dat is belangrijk.’

Je kreeg een herkansing met je tweede huwelijk, maar ook dat strandde.

‘Met Désirée heb ik twee kinderen gekregen. Onze scheiding had niks te maken met andere vrouwen. Ik had drie maanden in mijn uppie in Amerika gewerkt en toen ik terugkwam, bleek dat mijn vrouw de vrijheid als verlossend had ervaren. Er was geen ander in het spel, maar ze voelde zich prima zonder mijn aanwezigheid. Ze gaf aan dat ze dat eigenlijk wel zo wilde houden.’

Ik voelde me een wandelende jukebox. Ik kwam ergens binnen, zong wat van mijn bekende nummers en vertrok weer. Dat kwam me mijn strot uit

Ze voelde zich prettiger zonder jou dan met jou.

‘Daar was ze achtergekomen toen ik weg was, ja. Het was voor mij een enorme dreun. Alweer mis, dacht ik. Ik heb er best een klap van gehad. Maar aan de andere kant: ik heb een prachtig album gemaakt in die tijd. Op Alles Wordt Anders stonden liedjes over mijn gevoel, mijn emotie, de situatie. Daar heb ik in 1992 een Edison voor gekregen. Het was ook het beste album dat ik ooit heb gemaakt. De mensen kenden mij niet van dat soort liedjes, het was iets heel anders dan De Clown en Zai Zai Zai. Dit succes had ik vlak voordat Marco Borsato doorbrak met hetzelfde genre; mijn plaat was een voorloper van het Borsato-succes.Hij deed in de latere jaren 90 eigenlijk hetzelfde: zingen over zijn gevoel, over de liefde, over breuken en nieuwe verliefdheid.’

Terug naar jouw liefdesleven: driemaal bleek scheepsrecht.

‘Désirée vertrok in maart 1991, ik woonde al in mijn huidige huis in Baarn. In september dat jaar leerde ik Carla kennen. Met haar ben ik nog steeds gelukkig samen.’

Dit jaar zijn jullie dus dertig jaar samen. Ben je in die drie decennia in de verleiding geweest om een scheve schaats te rijden?

‘Nee. Ik zie af en toe heus weleens wat leuks voorbijkomen. Kom op zeg, ik ben gezond, ik vind het leuk om naar mooie vrouwen te kijken. Ik kan dat ook gewoon tegen Carla zeggen, die jaloezie is er bij ons niet. Maar ik heb natuurlijk wel geleerd van mijn fouten van vroeger.’

Dus je bent monogaam?

‘Ik denk het ja, haha.’

Heb je er spijt van dat je je eerste vrouw destijds hebt bedrogen?

‘Nee, het is zo gelopen. Ik vond het wel heel naar dat we uit elkaar gingen. Onze kinderen hadden er niets van gemerkt dat het niet meer ging tussen ons; we hadden nooit ruzies, er waren geen spanningen. We waren uit elkaar gegroeid. Dat ik er af en toe een onenightstand op nahield, was iets dat er op een zijspoor naast liep.’

Andere verleidingen die in het entertainmentwereldje zouden kunnen spelen, zijn drank en drugs. Heb je daar ooit in overvloed mee te maken gehad?

‘Drugs never, roken never. Met Carla deel ik wel elke dag een f lesje wijn, dat gaat er wel in.’

Is jou nooit een lijntje of pilletje aangeboden?

‘Dat wel. Maar ik vond het niks voor mij. Ik weet nog dat ik op het Rembrandtplein geregeld in nachtclub Femina optrad als ik klaar was met mijn geboekte optredens. Ik werkte me destijds helemaal te pletter en reed al mijn boekingen zelf. Blijkbaar had ik een keer mijn kin op mijn knieën hangen van vermoeidheid, want de portier van de nachtclub nam me even apart en haalde iets uit zijn binnenzak. “Hier Ben, daar knap je van op.” Ik sloeg het af, maar die beste man had dus wel goed gezien dat ik behoorlijk versleten was op dat moment, ik scheurde in die tijd van Groningen tot Maastricht het hele land door. Ik ben blij dat ik het in mijn hele carrière heb kunnen redden zonder drugs.’

NIEUWE REVU ONTMOET BEN CRAMER

Waar? Thuis in Baarn, aan de keukentafel, waar Cramer maar liefst drie suikerklonten in zijn thee laat verdwijnen. Is dat wel goed voor hem, zoveel suiker? Cramer: ‘Weet ik veel, haha. Ik ben er tot nu toe al 73 mee geworden, wat heb ik te verliezen? Mijn vrouw gebruikt helemaal geen suiker, maar zij rookt, dat doe ik dan weer niet.’

Wanneer? Op een mooie herfstdag, drie weken nadat zijn schoonmoeder is overleden. Een kast met haar oude spulletjes is naar huize Cramer verhuisd.

Verder nog iets? Tijdens eerdere gesprekken hebben we het uitvoerig gehad over zijn schitterende Kawasaki-motor en zijn oogstrelend mooie Citroën DS (een Snoek). Hoewel het stoere Revu-onderwerpen zijn, proberen we die nu juist te vermijden. Gelukkig blijkt dat we ook heel openhartig over drugs en vrouwen kunnen bomen.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-603ce2077199c', placement: 'Below Article Thumbnails', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws