'De geur van nagellakremover hoort er vast bij als je zelf wijn maakt'

Columnist Jerry Hormone probeert wijn te maken, en het smaakt naar die ene keer dat hij verdund accuzuur over z’n handen kreeg, daarna een vinger in z’n mond stak en z’n hele bek vertrok van het bijtende zuur. Tintelende tong, alles.

Vorige week schreef ik over de druiven uit m’n tuin. Dat die hier in de rommelkamer in twee 30-liter-cement-mengemmers van de Gamma stonden te gisten. Ik hoopte dat het zo’n lichtrood, vruchtensapperig wegslobberwijntje zou worden. Zo’n wijntje dat je van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aan één stuk door kunt drinken, zonder écht dronken te worden. Dat je de volgende ochtend helemaal fris en fruitig opstaat –  geen kater, geen hoofdpijn, niks – en denkt: weet je wat? Ik sla vandaag de koffie over en trek lekker meteen een flesje open!

Een vrolijk wijntje dus en niet zo’n zichzelf verschrikkelijk serieus nemende Bordeaux waarvan je al blauwe tanden krijgt enkel en alleen door het etiket te lezen, of zo’n wrange Cahors-Malbec, waarbij je op ieder bitter-zuur slokje moet kauwen.

Ja, de deksels zaten nog niet goed en wel op die emmers donkerrode prutpap en ik kon m’n wijn al proeven. Ik zag ’m ook voor me. De fles, bedoel ik. Want ik ging natuurlijk bij een glasgrootgrutter zeventig prachtig mooie lege wijnflessen met evenzovele natuurkurken bestellen en dan etiketten laten drukken.

‘Lait de Loup’ zou m’n godennectar gaan heten, want da’s Frans voor ‘Wolfsmelk’, de naam van het pad waaraan ons volkstuintje ligt. En dan een plaatje erbij van de Lupa Capitolina, je weet wel, dat standbeeld in Rome van die wolvin met eronder de zogende Romulus en Remus, maar dan met de hoofden van mij en m’n vriendin op de bronzen babylijfjes gephotoshopt.

Helaas, het mocht niet zo zijn. Die column van vorige week sloot ik af met de – zo blijkt nu – profetische woorden: ‘Maar voor hetzelfde geld zit ik hier dik vijftig liter azijn te brouwen.’

Vanochtend trok ik het deksel van een van de emmers en een penetrante acetonwalm sloeg me in het gezicht. Even dacht ik nog, starend naar de roestbruin verkleurde druivenschillen die bovenop het stinkende sap dreven: maak je geen zorgen, Sjer, je hebt nooit eerder wijn gemaakt, dit hoort er vast gewoon bij, dat de hele meuk naar nagellakremover meurt. Met een soeplepel schepte ik een limonadeglas halfvol en nam een slok.

Met de beste wil van de wereld smaakt het ergens in de verste verte naar rode wijn van het soort dat bij de Lidl op het onderste schap voor 1,19 euro per literpak te koop staat, maar ik moet vooral denken aan die ene keer dat ik met gedemineraliseerd water de accu van ons zonnepaneel bijvulde, zonder het te weten verdund accuzuur over m’n handen kreeg, even later een vinger in m’n mond stak en m’n hele bek vertrok van het bijtende zuur. Tintelende tong, alles.

Ik kieper de emmers leeg in de wc en spoel de hele ranzige boel het riool in. ‘C’est la vie,’ say the old folks, ‘it goes to show you never can tell.’

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5dcd4ae002d88', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });