googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

Huizencrisis: hoe slecht gebouwd zijn onze woningen?

Bouwen, bouwen, bouwen is het devies van het kabinet om de woningnood te lenigen. Tot 2030 moeten er maar liefst 900.000 woningen bijkomen. Wat doet die druk op de ketel met de kwaliteit van huizen? En op welk niveau bouwen we in Nederland eigenlijk? ‘Denk niet dat vroeger alles beter was.’
@media (max-width: 679px){#fig-6392fadb35399 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392fadb35399 img{#fig-6392fadb35399 img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-6392fadb35399 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392fadb35399 img{#fig-6392fadb35399 img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-6392fadb35399 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392fadb35399 img{#fig-6392fadb35399 img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-6392fadb35399 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392fadb35399 img{#fig-6392fadb35399 img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}woningen
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

Wie op de binnenmuren van een nieuwbouwhuis of een woning uit de laatste pakweg twee, drie decennia klopt, kan zomaar een hol geluid horen. De muren zijn niet gemaakt van beton, bakstenen of ander massief materiaal, maar van gips: een lichter, goedkoper en makkelijker te monteren materiaal dat bij velen toch niet de indruk zal wekken dat het gaat om een kwalitatief hoogstaand product. Dat kan zeker in de huidige situatie, waarin consumenten zich nog altijd blauw betalen aan het kopen of huren van een woning, voor teleurstellingen zorgen. Zijn gipsen muurtjes echt van mindere kwaliteit dan andere materialen, en staan ze symbool voor afgeraffelde bouw van slechte kwaliteit?

Volgens bouwkundige Haico van Nunen in ieder geval niet. ‘Of je nu snel, langzaam, veel of weinig bouwt: de bouwkwaliteit van woningen in Nederland is goed en dat komt doordat elke woning moet voldoen aan de bouwregelgeving. Dat zorgt voor degelijkheid. Daarnaast zijn we door de jaren heen steeds nauwer gaan controleren op allerlei regels en certificering van bouwproducten.’

Van Nunen, die als adviseur duurzaam voorraadbeheer verbonden is aan Bouwhulpgroep en als lector duurzame renovatie aan de hogeschool Rotterdam, ziet wel dat het minder vanzelfsprekend is geworden dat bouwbedrijven voor de lange termijn bouwen. ‘Bouwers zijn in de loop der jaren hun productiewijze gaan aanpassen aan de manier die hen het beste past. De een bouwt met kalkzandsteen, de ander met beton en weer een ander met metalstudwanden. Zie het als auto’s: er zijn verschillende merken en ieder merk heeft zijn eigen kenmerken, maar er zijn geen echt slechte auto’s.’

Een betonnen casco neerzetten en vervolgens tussenmuren van gips plaatsen is een methode die je de laatste decennia veel ziet. Daar is niets mis mee, zegt Van Nunen, want de draagkracht van een woning komt van de betonnen wanden van het casco. ‘Technisch gezien – qua sterkte en stijfheid – zijn gipsen wanden net zo degelijk als een betonnen of bakstenen muurtje.’

@media (max-width: 680px){#fig-6392fadb35992 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392fadb35992 img{#fig-6392fadb35992 img.lazyloading{width: 624px;height: 0px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-6392fadb35992 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392fadb35992 img{#fig-6392fadb35992 img.lazyloading{width: 980px;height: 0px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-6392fadb35992 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392fadb35992 img{#fig-6392fadb35992 img.lazyloading{width: 1272px;height: 0px;}}
Woningbouw in Langeveen

In de fabriek

In de tweede helft van de twintigste eeuw heeft de industriële bouw van woningen een vlucht genomen. Daarbij worden grote onderdelen vervaardigd in de fabriek, zodat er op de bouwplaats alleen nog een aantal grote onderdelen in elkaar gezet hoeven te worden. Van Nunen is van mening dat de kwaliteit beter gegarandeerd kan worden in een fabriek (waar onder gecontroleerde omstandigheden wordt gewerkt) dan op een bouwplaats, al kan er ook buiten de fabriek om industrieel gebouwd worden. Bovendien, zo stelt hij: prefab bouwen stelt ook weer grenzen aan de massa en afmetingen van de onderdelen van een huis en dat kan bijvoorbeeld impact hebben op de degelijkheid van de muren: ‘Als je een prefab-module volledig in beton laat uitvoeren, is het vanwege het gewicht moeilijk of onbetaalbaar dat onderdeel nog te transporteren. Je moet dus wel met lichtere materialen gaan werken.’

Het kan soms ook goed uitkomen dat de tussenmuren van een woning van een licht materiaal als gips zijn gemaakt, want dat maakt het makkelijk om de indeling van een woning later te veranderen, zegt de bouwkundige. ‘Hoe vaak komt het niet voor dat je van die ene grote slaapkamer toch twee kleine kamertjes wil maken, of andersom? En als er over een jaar of twintig nieuwe, duurzamere materialen op de markt komen om muren mee te maken, kun je die innovaties ook weer sneller inpassen als de muren licht gebouwd zijn. Een gebouw gaat zeker 120 jaar mee, en daarin zul je toch een keer de kozijnen, de verwarmingsinstallatie, enzovoorts moeten vervangen. Alleen lichte bouw of inbouw biedt die flexibiliteit.’

Een gipsen wandje is goedkoper en heeft misschien een wat minder degelijke uitstraling, maar eigenlijk is er dus niets mis mee. Dat is ook de boodschap van Vereniging Eigen Huis, een belangenvereniging voor particulieren die een eigen huis bezitten of willen bezitten. ‘Denk niet dat vroeger alles beter was,’ zegt woordvoerder Hans André de la Porte. ‘De kwaliteit en duurzaamheid van bouwmaterialen is sterk verbeterd. De traditionele bouwwijze van “bakstenen stapelen” was zeker niet beter dan het bouwen met betonnen elementen.’

Toch blijven veel mensen met het idee in hun hoofd zitten dat baksteen of beton beter is, ziet Henk Visscher, hoogleraar woningkwaliteit en procesinnovatie aan de Technische Universiteit Delft. ‘Langzamerhand denk ik dat we ons idee hierover moeten aanpassen,’ zegt hij. ‘Het is ook te duur geworden en het heeft een te grote impact op het milieu om alles in zware kwaliteit te bouwen. Daar komt bij dat we in de loop der jaren per persoon meer vierkante meters zijn gaan gebruiken – huishoudens zijn gemiddeld kleiner geworden.’

Hergebruik

Visscher ziet dat circulair bouwen door de energietransitie en het opraken van bepaalde grondstoffen steeds belangrijker wordt. ‘Daar horen vragen bij als: welke materialen gebruiken we, en hoe stellen we die samen? En vooral: hoe makkelijk kunnen materialen aan het einde van hun levensduur weer geschikt worden gemaakt voor hergebruik? Het kan zijn dat de levensduur van een bepaald bouwmateriaal misschien wat korter is, maar daarna wel makkelijker te hergebruiken.’

De huidige woningnood kan deels worden opgelost met woningen van tijdelijke aard, die makkelijker te demonteren zijn en wat lichter van structuur zijn. Dat kan ook verstandig zijn met het oog op twintig, dertig jaar verder, als er misschien weer een overschot aan woonruimte is. Visscher: ‘Van woningen van tijdelijke aard kun je denken: die zijn van mindere kwaliteit. Maar lichter bouwen, met gips of bijvoorbeeld ook hout, betekent niet per se een slechtere bouwkwaliteit.’ Kwaliteit is een breed begrip, vindt de hoogleraar. ‘In hoeverre een woning voldoet aan de gestelde eisen bepaalt voor een deel de kwaliteit, maar daarnaast geldt dat kwaliteit voor jou misschien iets heel anders is dan voor je buurman. De markt speelt een grote rol in hoe kwalitatief hoogwaardig iets moet zijn. Betegel je in de badkamer bijvoorbeeld het minimale gedeelte, of doe je het helemaal? Helemaal betegelen heeft natuurlijk wat meer kwaliteit op de langere termijn. Deels is kwaliteit ook cultureel bepaald. Zo wordt er in Duitsland over de gehele linie wat zwaarder gebouwd dan in Nederland.’

Ook de perceptie van de consument zou als een belangrijk aspect van de kwaliteit gezien moeten worden, stelt Edwin Groot van Stichting Klantgericht Bouwen, een organisatie die de klantgerichtheid van bouwbedrijven in de nieuwbouw meet door op verschillende momenten in het bouwtraject naar de ervaring van de klant te vragen. ‘Er is meer dan alleen het technische aspect – ook het oordeel van de consument telt. Dan kun je zeggen: perceptie is subjectief. Maar als er een bouwproject is waarin driekwart van de ondervraagden het stucwerk niet in orde vindt, dan kun je daar niet omheen.’ Stichting Klantgericht Bouwen drukt bouwbedrijven op het hart de klant tijdens het bouwen zoveel mogelijk mee te nemen in zijn keuzes. ‘Neem zo’n gipsen muurtje, daarvan moet een bouwer zeggen: dat plaatsen we omdat het goedkoper is, maar ook omdat het daarna wat makkelijk is aan te passen. Zo komen consumenten later niet voor verrassingen te staan.’

Vaak zitten consumenten in hun buik met defecten die volgens Groot vooral ‘irritatiezaken’ zijn: ‘Het gaat vaak om cosmetische defecten van de beglazing, de ramen, het stucwerk of het schilderwerk, of dat er bijvoorbeeld verkeerde tegels of een niet-passende kraan zijn geplaatst. Deze dingen stellen technisch gezien niet zoveel voor, maar moeten ook in orde zijn. Het moeilijke is dat het voor zowel consument als expert lastig te beoordelen is wat er achter de muren zit. Wat de kwaliteit van een huis is, moet op de lange termijn blijken.’

De woorden van Groot sluiten aan bij die van de Vereniging Eigen Huis. De la Porte stelt dat opleveringsgebreken van nieuwbouwwoningen veelal van cosmetische aard zijn en dat constructieve gebreken de uitzondering vormen. ‘Het is niet zo dat de algemene kwaliteit van nieuwbouwwoningen achteruit gaat of dat het aantal bouwgebreken toeneemt.’

Al jaren ligt het aantal oplevergebreken bij nieuwbouwwoningen rond de twintig, leest de Vereniging Eigen Huis af aan de gegevens uit keuringen. ‘Een nieuwbouwwoning zonder opleverpunten zijn we nog niet tegengekomen.’ Begin dit jaar waarschuwde stedenbouwhistoricus Anita Blom er in NRC voor dat snelle bouw weleens hand in hand kan gaan met slechtere kwaliteit. ‘De focus op kwantiteit heeft in het verleden voor veel slechte woningen gezorgd,’ stelt ze. Dat leidde tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld tot ‘hoge galerijf lats en monotone bouw van mindere kwaliteit’. Bouwkundige Van Nunen voegt daar nog een voorbeeld aan toe: tijdens de wederopbouw maakten houten vloeren definitief plaats voor betonvloeren. ‘Omdat de druk erop stond, zijn ze naar manieren gaan zoeken om zulke vloeren sneller uit te laten harden. Pas jaren later kom je er achter dat dat voor allerlei problemen zorgt omdat er nog allerlei chlorides in het beton zaten.’ En zo zijn er nog een aantal specifieke problemen gekoppeld aan de manier van bouwen tijdens de wederopbouw, waar inmiddels ook oplossingen voor zijn.

Net als Blom ziet Van Nunen de parallellen tussen toen en nu – hoge vraag naar woningen, hoge bouwkosten en een tekort aan bouwlieden – maar hij plaatst ook een kanttekening. ‘Nu wordt er gezegd: in de wederopbouw is het ons ook gelukt om snel veel woningen te realiseren, dus nu moet het ook lukken. Vanaf midden jaren vijftig stimuleerde de overheid om woningen ook deels in fabrieken te maken en niet meer helemaal ter plekke op te bouwen. Maar van de ongeveer 2 miljoen woningen die in de wederopbouw zijn neergezet, komt slechts een kwart uit de fabriek. De rest is gewoon traditioneel gebouwd. Het beeld is dus niet zo idyllisch als we het soms laten klinken.’

Benieuwd naar de rest van het verhaal? Je leest 't via Blendle of in de nieuwste Revu.

Laatste nieuws