Bart Nijman

Bart Nijman: 'Het stadium van zéggen dat er geen plek voor antisemitisme is, zijn we wel voorbij'

'Het allermooiste aan jodenhaat zou zijn als je het er nooit over hoeft te hebben, omdat het simpelweg niet voorkomt'

Bart Nijman

De geest is uit de fles. Het wordt van links tot rechts verzucht. Een sociaal-democratische regisseur, een katholieke priester, een verslaggever van De Telegraaf en velen met hen, ondergetekende incluis, vrezen wat komen gaat nu de ‘pro-Palestijnse’ demonstraties zich openlijk tegen Nederlandse Joden in het algemeen beginnen te keren.

Het antisemitisme bij de opening van het Holocaustmuseum, de intimidatie bij optredens van Lenny Kuhr en blokkades van Joodse filmvertoningen zijn een escalatie van maandenlange straatdemonstraties, ongure stationshalbezettingen, onderbroken vergaderingen in de Tweede Kamer en verstoorde universitaire bijeenkomsten.

‘Het moet uit de samenleving zelf komen. Of het komt niet,’ zei de Joodse journalist Ernst Lissauer tegen me toen ik schamper reageerde op de zoveelste stelligheid veinzende tweet van Dilan Yesilgöz, die na de antisemitische oprisping tegen Lenny Kuhr schreef: ‘Hier mag geen plek voor zijn in ons land!’ Nou mevrouw, het gebeurt gewoon en het wordt vooralsnog alleen maar erger. Het stadium van zéggen dat er geen plek voor is, zijn we onderhand wel voorbij.

Bovendien heeft Lissauer gelijk: het moet uit de samenleving komen en daar zie je het te weinig. Wel in vele individuele uitingen online of bij een enkele columnist, zoals Marcel van Roosmalen. Daar zie je verontwaardiging en hoor je een roep om ingrijpen. Maar niet in de bredere media, die antisemieten nog altijd ‘activist’ of ‘demonstrant’ noemen. Niet in de politiek, waar tijdens het vragenuurtje een schaap van een staatssecretaris meedeelde dat ze met het kabinet ging overleggen over het oplaaiend antisemitisme.

De cultuursector, altijd paraat om een stevige Giro555 op poten te zetten voor slachtoffers van oorlog, honger en rampen, is doodstil over 7 oktober en Israëlische gijzelaars. En dus ook stil over collega Kuhr.

Ook krampachtig is het pamfletje van politieke partijen, die met hun ‘dit moet stoppen’-onmacht vooral om de Dilan Yesilgoz Award strijden, maar in de slotzin (‘Wij staan op, kunnen we op jou rekenen?’) de bal alweer terugleggen bij de burger.

De burger, die het niet ziet, die het wel mee vindt vallen, die in het nieuws hoort dat Israël eigenlijk erger is dan Hamas, en die niet intrinsiek begaan is met de intimidatie van een kleine Nederlandse minderheid. Een groep die geen enkele overlast geeft, niemand hun geloof op wil leggen en zich keurig conformeert aan de sociale normen van de samenleving. Maar in een land waar de stationshallen, die voor geen enkel demonstratiedoel gebruikt mogen worden, herhaaldelijk bezet kunnen worden door Hamas-toejuichers, zijn Joden onveilig.

Het allermooiste aan jodenhaat zou zijn als je het er nooit over hoeft te hebben, omdat het simpelweg niet voorkomt. Het allerlelijkste aan Jodenhaat is doen alsof je het er met z’n allen heel erg over hebt, zonder daadwerkelijk te bestrijden wat er gebeurt.

Column
  • NL Beeld