Premium

De vader en het varken

‘Om haar laatste momenten te herbeleven, heb ik de camerabeelden bekeken. Ze is gewoon afgeslacht. Hij is als een beest tekeergegaan.’ Op 18 maart 2019 werd Roos Verschuur (19) vermoord in een tram in Utrecht.

Een team van commando’s doorzoekt de tram waarin Gökmen T. vier mensen vermoordde

Deze week begint het proces tegen Gökmen T. Een interview met Roos’ vader René, die de verdachte tijdens de zitting met zijn daden wil confronteren. ‘Je zet je kinderen niet op de wereld om ze te laten vermoorden. Hij mag me nooit meer vergeten.’

‘De mensen bedoelen het goed, maar het gaat niet meer. Vianen is een dorp, iedereen kent iedereen. Ze spreken je aan op straat: hoe gaat het, hoe staat het ervoor met de rechtszaak? Je wordt er altijd mee geconfronteerd. Ik moet weg, van de mensen, van de aandacht, van de continue herinnering. Een soort van nieuwe start, hoe moeilijk ook. Vergeten doe je het nooit, maar ik moet door en dat kan beter op een andere plek.’

René Verschuur, vader van de op 18 maart 2019 vermoorde Roos, staat bij het Senseo-apparaat in zijn keuken. Het is dinsdagochtend 11.00 uur. De radio staat zacht aan. Zijn vriendin leest een boek op de bank. Aan de muur hangen geen schilderijen meer, koffers zijn al ingepakt. Hij gaat nog voor de rechtszaak verhuizen uit Vianen. Hij woonde daar lang met Roos, maar de beslissing is genomen. ‘Een paar maanden geleden heb ik radicaal alles opgeruimd. Je woont niet meer met plezier hier. Eerst denk je elke keer: ze komt binnenlopen, maar dat gebeurt natuurlijk niet meer en dat is confronterend. Dus ga ik nu verhuizen. Ik heb hopelijk nog een jaar of vijftien en hoop onder goede omstandigheden met mijn vriendin te kunnen samenleven.’

Verschuur werd na de eerste pro-formazitting in juli 2019 even een semi-bekende Nederlander. Verdachte Gökmen T., die op 18 maart 2019 vier mensen vermoordde in een Utrechtse tram, kwam provocerend lachend de zaal in en bleef zich hooghartig opstellen. Verschuur riep: ‘Varken! Je bent een lafaard!’

‘Het OM wilde me laten zwijgen’

‘Ik had daar vooraf niet echt over nagedacht nee,’ zegt Verschuur nu. ‘Ik was ook gewoon klaar met zijn gelul. Ik kwam de rechtbank binnen en hij zat met zijn rug naar ons toe met beveiligers om zich heen. Hij wilde duidelijk een bepaalde regie in handen hebben, maakte opmerkingen naar de rechter en keek dan om zich heen, zo van: kijk eens wat ik heb gedaan. Dat was al ergerlijk, maar het grootste probleem was dat ik hem niet kon aankijken. Op een gegeven moment werd hij uit zijn stoel gehaald en toen ben ik gaan staan met als doel de regie van hem over te nemen. Ik wilde hem laten weten dat ik in de zaal zat en dat hij gewoon een lafaard en een varken was. Als je iets doet, sta er dan ook voor, maar draai er niet omheen en ga nu niet zeggen dat je het voor je geloof deed en zo. Hij was ook niet zo flink dat hij zichzelf heeft doodgeschoten of laten doodschieten. Als je je zo laat pakken, hoe laf ben je dan? Een schijtluis, dat is hij. Hij zei ook de democratie niet te erkennen, maar als verdachte in andere zaken heeft hij daar wel gebruik van gemaakt, onder meer door beroep aan te tekenen. Hij heeft vanaf zijn zesde in Nederland gewoond en gewoon gebruikgemaakt van de zorg en meer van dat soort dingen. Verder weet ik niet wat hij in het dagelijks leven deed, ik heb me niet verdiept in hem, het interesseert me ook niet. Ze waren bij de rechtbank overigens niet erg blij met mij. Bij de zitting erna ging er iemand van het OM naast me zitten. Omdat ik die opmerking had gemaakt, ja. Er werd verder niets tegen me gezegd, maar ik voelde aan alles dat ze me wilden laten zwijgen. Dat is een nare ervaring. Ze zeggen niks, maar ze gaan wel zo opzichtig naast je zitten.

Als ik kijk naar de afgelopen maanden, heb ik soms het idee dat de dader meer beschermd wordt dan de slachtoffers. Dat gevoel heb ik echt, het straalt er aan alle kanten vanaf. Ik krijg goede slachtofferhulp hoor, maar tijdens een vorige zitting was er ineens geen plek meer voor mijn casemanager om naast me te komen zitten. De oom en tante van de dader mochten wel de zaal in, maar mijn casemanager moest ergens anders gaan zitten en we moesten sms’en over wat er werd gezegd. Dat vind ik een grote schande. En zo zijn er meer dingen waarvan ik denk: de dader heeft meer rechten dan de nabestaanden en de slachtoffers.’

Dat stukje terrorisme dat hij gebruikt gaat er bij mij niet in. ik zie het als een misdaad die niets met geloof of terrorisme te maken heeft

Hij staat op om een asbak te pakken. Na het draaien van een shaggie: ‘In de eerste weken na de moord geloof je het gewoon niet. Je denkt eerst: het is niet mijn dochter. Je bent in dat verwerkingsproces bezig om jezelf allemaal onmogelijke vragen te stellen, zoals: hoe is het mogelijk dat zij er zat? Dan worden de details bekend en ga je meer beseffen wat er gebeurd is. Vier, vijf dagen staat je leven dan echt compleet stil.

Ik moest haar ook identificeren. Daarna ben ik op de bank gaan zitten en ben ik vier dagen wakker gebleven, compleet in shock. Op de eerste avond heb ik een glas wodka ingeschonken en de inhoud van de fles meteen leeggegoten in de gootsteen. Het was te gevaarlijk en ik koos de minst slechte optie: roken... Wat heb ik in die dagen veel gerookt. Ik wist dat ik niet in een zware depressie of psychose moest raken. Ik geloof daar normaal niet zo in, maar het kan gebeuren. Op een gegeven moment werd het lichaam vrijgegeven en dan moet je alles gaan regelen. Ze heeft een waardig afscheid gekregen in de Grote Kerk in Vianen, met een fotoboek, kaarten en een mooi graf. Dat is allemaal heel goed geregeld door de stichting die een buurvrouw heeft opgezet.’

Te afgrijselijk

‘De dagen erna wilde ik weten wat er precies was gebeurd, en ik vroeg de politie of ik de camerabeelden mocht zien. Eerst kon dat niet. De beelden zijn te afgrijselijk en ze wilden niet dat ze werden bekeken. Maar ik had vragen als: heeft ze het zien aankomen, is ze bang geweest? Ik heb geen moment getwijfeld of ik het wel moest doen, ik wilde per se haar laatste momenten zien. Om het, hoe noem je dat, te herleven. Ik kwam naar buiten met een dubbel gevoel. Het was zo bizar wat ik had gezien en ze is gewoon afgeslacht. Aan de andere kant was het voor mij een opluchting te zien dat ze niet bang was. Ze zat lekker relaxed onderuit naar muziek te luisteren. Pas toen er werd geschoten, kreeg ze even door dat er iets aan de hand was. Het is vreemd: voor jou duurt de film een uur. In werkelijkheid duurde het...’ Hij draait zijn hoofd naar zijn vriendin. ‘Hoelang duurden die beelden, vijftien seconden?’ Ze kijkt op van haar boek. ‘Ja.’

Hij vervolgt: ‘Vijf weken na de moord werd het ineens zwart voor mijn ogen en viel ik om met mijn scooter, uitgerekend op een betonblok. Vier ribben gebroken, heup en bekken gekneusd. Ambulance erbij, ziekenhuis, revalidatie, dat heeft vier, vijf weken geduurd. Achteraf gezien was dat wel prettig, het gaf me de mogelijkheid even afstand te nemen. Ik had mijn eigen kamer en was anoniem. Ik kon spreken met een psycholoog en dat deed ik zo nu en dan.’

Hij kijkt naar zijn vriendin. ‘Ik heb door die periode een relatie gekregen met deze jongedame en het is heel belangrijk dat je iemand achter je hebt staan. Ze was een van de verpleegkundigen. We hebben ons keurig aan het protocol gehouden, vonden het allebei ethisch niet passend een relatie te krijgen als ik nog een patiënt zou zijn. In het begin speelde het ook nog niet, het bleef bij: hoe gaat het, alles goed? Twee weken na mijn vertrek uit het revalidatiecentrum kregen we een relatie. Dat is, als je het filosofisch bekijkt, toch een stukje dat Roos heeft veroorzaakt. Al die perikelen, de val, die weken in zo’n centrum en dan kom je iemand tegen. Dat moest zo zijn. Ik geloof er normaal niet zo in, maar ze heeft vast over mijn schouder meegekeken.’

Overlevingsstand

‘Mijn vriendin en ik proberen er samen het beste van te maken. Op zich kom ik goed de dag door. Beetje in huis rommelen, eten koken en ik heb vrienden en kennissen om me heen. In de avond ga ik af en toe naar de club om te darten en ik heb een goed contact met mijn broer. Verder ben ik FC Utrecht-supporter, ik kijk de wedstrijden op tv. Momenteel heb ik het natuurlijk ook druk met de verhuizing. Het verhuisbedrijf wordt betaald door Slachtofferhulp. Ze regelen alles perfect, zetten zich keurig voor me in. Maar de verhuizing is eigenlijk bijzaak, ik ben toch het meest bezig met de komende rechtszaak. Hij heeft haar vermoord en daar zal hij voor moeten boeten. Er moet gerechtigheid komen, dat is het enige dat me overeind houdt. De gedachte aan gerechtigheid voor mijn dochter, die amper volwassen was. Hij is als een beest tekeergegaan.’

Hij somt de vier zittingsdagen op. ‘Lange dagen worden dat, en ik ben al niet een van de gezondste. Ik werkte in de bouw, maar werd afgekeurd, ben een paar keer aan mijn rug geopereerd en moest vervroegd met pensioen. Ik neem nu medicatie en het gaat op zich redelijk, maar je wordt er niet vrolijk van. Het blijft moeilijk om zo’n zitting bij te wonen. Je komt in een bepaalde overlevingsstand. Dat gaat me op zich goed af, maar het is elke keer een opgave, hoor.

Ik had vragen als: heeft ze het zien aankomen, is ze bang geweest? Ik wilde per se haar laatste momenten zien

Op wat voor uitspraak ik hoop? Het kan doodslag worden, maar daar zou ik het totaal niet mee eens zijn. Hoe moet ik het anders zien dan meervoudige moord? Je staat op, neemt een doorgeladen pistool mee en schiet vier mensen dood. Ik ben ervan overtuigd dat hij niet onder invloed was en wist wat hij deed. Hij had alle tijd zich nog te beraden en heeft het besef gehad dat wapen mee te nemen. Dat zal hem hopelijk de das omdoen.

De manier waarop hij het uitvoerde, zegt voor mij ook genoeg. Ik ben militair geweest en ik kan je vertellen dat het niet eenvoudig is om vier mensen zo te raken dat ze sterven. Dat lukt je niet zomaar. Dat is voor mij een heel zwaarwegend iets. Uit de beelden en de animatie van de aanslag kun je ook opmaken dat hij zich goed heeft voorbereid. Dat bewijst voor mij dat het moord was en we hopen natuurlijk dat hij de straf krijgt die hij verdient: levenslang of dertig jaar.’

René Verschuur: ‘Ik ben vier dagen wakker gebleven, compleet in shock.’

Geen excuusjes meer

Frank Wieland, rechter in de Holleeder-zaak, zei onlangs in de Volkskrant dat het spreekrecht voor nabestaanden grondig moet worden ingeperkt. Het duurt te lang, kost geld en brengt de rechters in een ongemakkelijke positie omdat er altijd medeleven wordt verwacht. René Verschuur is het niet per se met Wieland oneens:

‘Iemand met spreekrecht kan verduidelijken wat de dader hem of haar heeft aangedaan. Je wil je verhaal kwijt en je wil zelf een aantal zaken weten: waarom heb je het gedaan, geef daar eens uitleg over? Toch vraag ook ik me soms af of het wel van toegevoegde waarde is. Het gaat erom: haal ik er als nabestaande voldoening uit? Kijk, ik wil graag tot de dader doordringen, dat hij beseft en voelt wat hij de maatschappij heeft aangedaan, wat hij de nabestaanden heeft aangedaan en de twee zwaargewonden. Dat zal een hele uitdaging zijn, dat besef ik ook. Maar ik wil die strijd wel aangaan. Ik ben veel bezig met de slachtofferverklaring die ik zal uitspreken en schrijf zo nu en dan dingen op. Maar ik heb geen strategie. Ik doe puur wat in me opkomt en ga in elk geval niet schelden. Het belangrijkste: ik wil laten merken hoe ik me voel en hij mag me nooit meer vergeten. Maar ik moet geen gekke dingen zeggen. Te boos zijn ligt op de loer en ik wil niet te bedreigend zijn. Ik ben geen crimineel, ben nooit met justitie in aanraking gekomen. Wat wel zo is: ik ben een Utrechts straatjochie. Ik laat niet over me heen lopen. Ik bepaal wat er gebeurt, niemand die mij woorden in de mond gaat leggen. Ik heb levenslang gekregen en zolang ik leef moet hij niet op straat komen. Dan sta ik niet voor mezelf in. Dat is geen dreigement, hoor. Ik kan het niet begrijpen, zo kansloos allemaal. Hoe is iemand tot zo’n daad gekomen? Daar blijf je aan denken. Het heeft voor mij helemaal niks met buitenlanders te maken, met christenen, Joden of moslims. Dat stukje terrorisme dat hij gebruikt om zijn daad te rechtvaardigen gaat er bij mij niet in. Ik geloof het niet en heb het nooit geloofd. Ik zie het als een misdaad die niets met geloof of terrorisme te maken heeft. Hij kan van alles roepen, het rechtvaardigt niet wat hij heeft gedaan, ook niet voor zichzelf.

Ik heb soms het idee dat de dader meer beschermd wordt dan de slachtoffers. Dat gevoel heb ik echt, het straalt er aan alle kanten vanaf

Ik hoop nu maar dat hij er op de inhoudelijke zitting zal zijn. Op de eerste tussentijdse zitting was hij gewoon aanwezig. Hij wilde niet, maar werd in een dwangbuis naar de rechtbank vervoerd. De keer daarna was hij nog wilder en toen heeft hij zich schijnbaar zo verzet dat zijn beveiligers hem niet te pakken konden krijgen. Het is echt belangrijk dat hij nu wel zal komen. Geen excuusjes meer. Toen hij niet kwam, ging ik in discussie met de rechter. Als ex-militair vind ik dat je een gedwongen opdracht gewoon moet uitvoeren. De druk om te komen zal worden opgevoerd, zei de rechter, en dat lijkt me logisch. Hij moet toch gewoon komen? Ik ga geen zitting bijwonen als hij er niet is, ik ga toch niet naar een lege stoel kijken? Er zijn manieren genoeg om hem te halen, lijkt me. Ik ben ook niet gek, die excuses trek ik niet. Je zit niet tegen een mongool te praten. Ik ben echt van plan weg te lopen als het weer gebeurt. Ik ga daar niet zitten zonder dader, dat zal ik ze echt wel duidelijk maken. Uiteindelijk koop je er niets voor, maar ik wil gewoon dat hij hoort wat hij heeft gedaan. Hij moet voelen wat hij ons heeft aangedaan. De vraag is natuurlijk of dat gaat lukken.’

René Verschuur wordt bijgestaan door advocaat Sébas Diekstra.

‘Mijn hele leven is naar de klote’

Na de uitspraak zal er geen nieuw, maar een ander leven beginnen, zegt René Verschuur. ‘Roos blijft natuurlijk wel bij dat andere leven horen. Dat zal altijd zo blijven. Eerst ging ik twee keer per dag naar haar graf, nu om de dag. Dat wordt wel iets minder, maar ik brand zo nu en dan een kaarsje en praat nog steeds met haar, over de dag, over allerlei dingen. Soms is dat fysiek praten, andere keren in je hoofd. Daar is niks mis mee en dat zal niet veranderen in het nieuwe huis. Je krijgt haar nooit terug, maar probeert wel verder te leven. Dat gaat met ups en downs. De scherpe kantjes worden minder scherp, maar het blijft lastig hoe boos je bent en hoe afschuwelijk het is, het onvoorstelbare leed, het verdriet. Mijn hele leven is naar de klote. Ik heb goede, maar ook slechte dagen. Dan ben ik somber en depressief... Nou ja, depressief, ja, dat kan je eigenlijk wel zeggen. Dan vind je het zielig voor jezelf en vraag je weer: waarom is mij dat overkomen? Ik wil nog geen psychologische ondersteuning, maar heb wel een telefonische intake gehad voor een kliniek voor zware trauma’s. Alleen is de wachttijd een half jaar. Ja, we beginnen al te lachen. Dat is Nederland, hè. Maar goed, dat moet je accepteren en dat is voor na de rechtszaak.’ Vlak erna: ‘Het was zo willekeurig, zo toevallig dat zij daar op die dag en dat uur was. Iedereen wordt naakt geboren en je bouwt je leven op, en je zet je kinderen niet op de wereld om ze te laten vermoorden. Je probeert ze op de Hollandse manier op te voeden en ineens wordt er een stuk van je leven weggerukt, je wordt geamputeerd.’ Hij draait nog een shaggie. ‘In het begin dacht ik: als hij is veroordeeld, dan kan ik doorgaan. Nu weet ik: er moet nog heel wat gebeuren.’

‘BOODSCHAP VAN HAAT, WRAAK EN WOEDE’

René Verschuur wordt bijgestaan door advocaat Sébas Diekstra. De raadsman waarschuwt dat het strafproces door de verdachte misbruikt kan worden om de samenleving verder te ontwrichten.

‘Gökmen T. zal verplicht aanwezig moeten zijn tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak, dat is in de huidige situatie niets minder dan terecht. Het valt te hopen dat alle deelnemers van het strafproces en de media zich er bewust van zijn dat de verdachte de rechtszaal als zijn toneel zal kunnen gaan gebruiken, net als tijdens de eerste pro-formazitting. Terrorismedeskundigen waarschuwden er eerder al voor dat T. dit moment waarschijnlijk weer zal aangrijpen om zijn boodschap van haat, wraak en woede de wereld in te slingeren, om zo het leed van de slachtoffers en de ontzetting in de samenleving nog groter te maken. En wellicht om nieuwe volgelingen te werven, dat is wat veel terroristen beogen. Deze minachting voor de democratie en het recht moeten wij als samenleving uiterst serieus nemen en niet afdoen als verward geraaskal.’

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct