Premium

Bajes-blues

Rocco Ostermann trok met zijn muziekmaat Wout Kemkens van gevangenis naar gevangenis, waar ze samen met gedetineerden liedjes schreven over het leven achter de tralies. Die staan op het album De Niemanders, dat nu uit is.
Rocco Ostermann (r) met Wout Kemkens

Een monoloog van muzikant Ostermann: ‘Als je in die bevrijdende bubbel terechtkomt, heb je allemaal dezelfde hartslag. Dan wordt muziek een vrijstaat binnen vier muren.’

‘We kwamen aan in de bajes en ik zag hem meteen. De pijn in zijn ogen. Ik denk altijd dat ik vrij veel voelsprieten heb. Ik voel en zie veel. Hij had een mooie huid, een mooi gezicht, maar er hing een asgrauwe sluier over. Tot we hem achter de microfoon zetten. Toen zagen we een metamorfose. Er kwam leven in zijn gezicht. Heel langzaam, bij elk van onze volgende bezoeken aan de bajes, kwam zijn verhaal tot ons. Je praat eens wat, je hoort eens wat. Paar zinnetjes hier, paar zinnetjes daar. Af en toe ving mijn muzikale partner Wout (Kemkens, zie kader, red.) ook iets op. En op een dag vertelde hij, in een klein gesprekje ergens in een hoek, dat hij zijn broer had gedood. En hoe het allemaal was gegaan. Hij is gewoon naar de klote, daar kwam het op neer. Finaal naar de klote. Of het nou per ongeluk was of niet... het raakte me heel hard. Ik kreeg er toen een brok van in mijn keel en nu weer.

‘Alles wat ik nu over hem vertel, gaat eigenlijk buiten mijn comfortzone. Het is me allemaal in vertrouwen verteld, niemand heeft het gesprek tussen mij en hem verder gehoord. Het ging erom dat hij in een wereld werd meegezogen die niet de zijne was. Maar ja, de wetten van de straat, hè... Op een gegeven moment werd hij er bijna paranoia van. Op straat moet je altijd op je hoede zijn, je mag niet laten merken dat je een sissy bent. Ik zag gewoon: jij bent helemaal niet zo. Ik zag iemand die in een verhaal terecht was gekomen dat niet het zijne was. Maar het was nu wel zijn realiteit geworden: hij zit vast, en dat kan ook nog weleens voor lange tijd zijn. Dat greep me aan. Je voelt je dan zo machteloos, dat je een ander niet kan helpen. Ik vind het gewoon klote dat iemand een leven voor zijn kiezen krijgt waardoor je uit instinct en overlevingsdrang domme dingen doet. Probeer dan nog maar eens je balans te vinden.

‘Het nummer Joe gaat over hem. We hebben drie keer op het punt gestaan om dat lied te schrappen, omdat we maar niet de juiste balans konden vinden tussen de tekst en de muziek. Hij werd verteerd door ellende en ik dacht: hoe moet ik dat nou fatsoenlijk opschrijven? 

Hoe moet dat klinken? Het lukte me maar niet om er voldoende afstand van te nemen, en ik wilde er ook zeker geen sensationeel verhaal van maken. Wout en ik vinden allebei dat de muziek precies zo moet klinken als de tekst is. Als daar het woord ‘shit’ in zit, wil ik het liefst ook een akkoord waar de strontlucht vanaf komt. Het diepe drama van deze man wilden we echt goed pakken. Het moest intens zijn, maar zeker niet te uitbundig. Ik heb mijn tanden bijna stukgebeten op dit nummer, maar ik ben blij dat ik heb doorgezet. Het is voor mij het mooiste liedje van de plaat geworden.’

Blue Band-bajes

‘Luxor Live, het poppodium van Arnhem, bestond in 2018 tien jaar en ze hadden Wout gevraagd om mee te denken over het jubileumprogramma. Hij had het idee om letterlijk een programma voor heel de stad aan te bieden, ook voor mensen die normaal nooit naar Luxor kunnen komen. Dus kwam er bijvoorbeeld een natteneuzendisco voor honden en hun baasjes en een seniorenconcert voor bejaarden. En we hadden geregeld dat we samen met een aantal gevangenen mochten optreden in de Blue Bandbajes, zoals de penitentiaire inrichting in Arnhem-Zuid in de volksmond wordt genoemd, vanwege de blauwe strepen op de buitengevel. Wout en ik kwamen aan in een klaslokaaltje waar een stuk of zeven gedetineerden zaten. Ze hadden van alles op hun kerfstok, laat ik het zo zeggen. Noem maar iets op en het zat er wel tussen. Sommigen hadden vroeger in bandjes gespeeld en ze bespeelden allemaal een instrument, de een natuurlijk wat beter dan de ander. Na een paar repetities waren we al aardig op stoom. De muziek was echt van een behoorlijk niveau. Wout en ik hadden een tribute aan de American Recordings van Johnny Cash in elkaar gedraaid. Dat lag natuurlijk voor de hand, omdat Cash eind jaren 60 een paar bekende live-albums heeft opgenomen in Amerikaanse gevangenissen. Uiteindelijk hebben we drie optredens gedaan op verschillende afdelingen binnen de bajes. Dat smaakte wel naar meer. Dus dachten we: laten we proberen of we dit in heel Nederland voor elkaar kunnen krijgen. En dan ook samen met de gevangenen liedjes maken en teksten schrijven gebaseerd op hun levens: hoe is het in de bajes en hoe ben je er terechtgekomen? 

Betonnen tyfusdoos

‘We hebben voor dit project diverse gevangenissen bezocht, elke bajes een stuk of zeven keer. In de penitentiaire inrichting in Nieuwegein was de dynamiek weer heel anders dan in de Blue Band-bajes. Daar was afrobeat en hiphop veel meer vertegenwoordigd, er zaten meer rappers en dichters vast. Dan krijg je heel andere verhalen te horen. Over hoe ze hun jeugd op straat doorbrachten en ze al snel in de overlevingsstand moesten. Keer op keer werden de gesprekken intenser. Soms werden er heel persoonlijke dingen verteld waarvan ik dacht: laten we dat maar niet in een liedje opschrijven. Ik heb er weleens een nacht wakker van gelegen. Al dat drama en verdriet, die onmacht, zoiets komt wel binnen. Dat je denkt: hoe hou je het vol? Veel Nederlanders denken dat de gevangenissen hier een soort hotels zijn. Vergeleken met Zuid-Amerika, waar je met twintig man als beesten in een hok zit, is dat misschien ook wel zo. Maar het blijft een “betonnen tyfusdoos”, zoals een van de gedetineerden het treffend omschreef. Het zijn niet allemaal ijskoude killers, of zo. Mensen raken ook gewoon verstrikt in het web van het lot, of staan al met 2-0 achter als ze geboren worden en halen die achterstand nooit meer in.’

Het zijn niet allemaal ijskoude killers, of zo. Mensen raken ook gewoon verstrikt in het web van het lot

‘Ik kan niet anders zeggen dan dat de sfeer geweldig was. Voor hun was het een afleiding, want ze vervelen zich daar stierlijk. Muziek gaf ze het gevoel: eindelijk voel ik weer een beetje wat vrijheid is. Het was een soort ontsnapping, en dat is muziek maken natuurlijk ook. Kijk maar naar jezelf, wanneer je blij aan het zingen bent onder de douche of achter het stuur van je auto. Dat voelt ook als een kleine eeuwigheid waarin niemand je kan raken. Muziek doet dat met je. Het ene moment is er nog niks, en het volgende zit je met z’n allen in dat lied. Je klikt de koffers open, plugt de instrumenten in en dan begint het. Dan telde voor mij ook helemaal niet meer wie wat op zijn kerfstok had. 

Foute shit

‘In Veenhuizen zat een wat oudere man vast voor smokkel: hij wilde een keer een grote klapper maken en dat ging natuurlijk meteen mis. En hij speelde trompet. Er was ook een pianist bij, die kon fantastisch bossanova spelen. Normaal speel ik gitaar, maar ik had die middag last van mijn schouder dus ik zong vooral. Op een gegeven moment begon de pianist een Ramses Shaffy-achtige ballade te spelen. Toen kwam de trompettist erbij, die begon zachtjes te spelen als Chet Baker. Toen ik naar de piano liep om te croonen – een beetje zoals Frank Sinatra, maar dan zonder sigaretje, want roken mocht je er natuurlijk niet – kwam van de zijkant iemand op me af om me een vel in mijn hand te drukken waarvan de inkt bij wijze van spreken nog niet droog was. Sommige gedetineerden willen niets horen van buiten, omdat alles toch maar pijn doet. Anderen zijn bang om de greep op de realiteit te verliezen en willen zelfs precies horen wat voor vlees er thuis op de barbecue lag. Deze man had geschreven over hoe hij vanuit zijn cel de eendjes buiten kon zien. Daar had hij vroeger nooit op gelet, die kwakende beesten, en nu waren ze een metafoor voor vrijheid geworden. En over hoe hij een dag eerder zijn kinderen nog aan de lijn had gehad, hoeveel pijn hem dat deed. Het was zo’n magisch moment dat ik van mijn leven niet meer zal vergeten.

‘De repetitieruimte in Leeuwarden was in een oud cellenblok dat gerenoveerd ging worden. Er zaten veel rappers in de groep en er werd hartstikke goed gemusiceerd. De ene rapper pakte het van de ander over, net een estafette. Op een gegeven moment hadden we een rapnummer, Foute Shit. Alle gedetineerden hadden hun eigen interpretatie van wat foute shit was. De een vond het foute shit dat hij was gepakt, de ander dat zijn familie altijd zat te zeiken dat hij zo’n materialist was. Maar ook het moment dat je de strafeis tegen je hoort uitspreken en denkt: fuck. Ik begon zelf ook te rappen over wat voor mij dan foute shit was. Er wordt wel gezegd dat de jeugd fouten mag maken, toch? Daar in die gevangenis zit best veel jeugd die rond hun twintigste fouten hebben gemaakt. Dat ken ik zelf ook. Ik zou profvoetballer worden. Ik was keeper bij De Graafschap en we moesten spelen om het kampioen schap tegen PEC Zwolle. Maar ik had zo’n verschrikkelijke kater dat ik wel drie ballen zag. Dus die wedstrijd verloren we. Daarna heb ik onder invloed van Herman Brood en Charles Bukowski ook een tijdlang een vrij wild leven geleid. Voor hetzelfde geld had het met mij, in het mozaïek van het lot, ook flink fout kunnen aflopen. Ik ben geen crimineel of zo, maar ik ben ook geen heilig boontje. Er zijn zoveel manieren waarop je uiteindelijk een keer het lot tegen je kunt krijgen en in de bajes terecht kunt komen.’

Bevrijdende bubbel

‘Eén keer was Wout er niet bij en toen zat ik na afloop op de parkeerplaats een half uur voor me uit te staren en dacht ik: pfoe, dit was zwaar. Me voorstellende dat ik daar zat, met zoiets op mijn kerfstok. Hoe hou je het vol? Er zijn er genoeg die eraan denken om een eind aan hun leven te maken als ze langer dan tien jaar moeten zitten. Er zaten mannen bij die op hun twintigste waren veroordeeld. Hun vormende jaren, waarin je van jongen uitgroeit tot man, hadden zich allemaal in de bajes afgespeeld. Maar wat altijd overheerste, was het idee dat we iets goed hadden gedaan. Omdat we bijna altijd merkten, en ons ook werd verteld, hoeveel goeds het die mannen deed.

Muziek gaf hen het gevoel: eindelijk voel ik weer een beetje wat vrijheid is. Het was een soort ontsnapping

‘Sommigen zagen we echt opfleuren op het moment dat ze achter de microfoon of drumstel mochten, of op een tekstvel hun hart konden luchten, of gewoon in een hoekje de stille bassist uithingen. Ik heb geen moment getwijfeld dat het superwaardevol was wat we brachten. Ik heb veel op het podium gestaan, en natuurlijk zie je dan ook euforische gezichten van mensen die helemaal opgaan in de muziek. Maar ik heb zelden zulke indringende metamorfoses gezien als tijdens die momenten dat we in de bajes met z’n allen in een bevrijdende bubbel terechtkwamen. Dan heb je allemaal dezelfde hartslag en wordt muziek een vrijstaat binnen vier muren. Een moment lang kun je wegvliegen.’ 

WIE ZIJN ROCCO EN WOUT?

Rocco Ostermann en Wout Kemkens zitten samen in de Arnhemse band Donnerwetter en spelen (in hun eigen woorden) ‘psychedelische rootsmuziek met het venijn van punk’. Daarvoor zaten ze in een van Nederlands beste rockbands, Shaking Godspeed. Samen met en geïnspireerd door gedetineerden in diverse gevangenissen in Nederland hebben ze De Niemanders gemaakt, een album met veertien liedjes over de bajesbewoners en hun leven. Te bestellen (op cd of dubbel vinyl) op niemanders.nl.

HITMAN DJAGA DJAGA 

De Amsterdamse crimineel Jason L. wordt in 2017 veroordeeld tot veertien jaar cel voor het medeplegen van de liquidatie van ‘Appie’ Belhadj. L. zou hem op 9 mei 2016 naar de portiek van flat Kikkenstein in de Bijlmer hebben gelokt, waar het slachtoffer met negen kogels werd doodgeschoten. Vanuit zijn cel scoort Jason L. als rapper Djaga Djaga twee jaar na zijn veroordeling een grote hit met zijn track Ride or Die, inmiddels goed voor 23 miljoen streams op Spotify en bijna zes miljoen YouTube-views. In een interview (ook vanuit de gevangenis) met urban radiozender FunX zegt hij daarover: ‘Volgens mij – ik weet het wel zeker – ben ik de eerste Nederlandse artiest die vanuit de gevangenis goud gaat (...) Hier binnen de bajes leeft het zeker, iedereen is heel blij voor me. Ik doe het ook voor hen. Mijn muziek is voor de mensen binnen, dat is mijn doelgroep. Dat zijn de mensen die ik wil aanspreken. Een van mijn nummers, Hou Hoop, gaat ook over het leven in de gevangenis. Veel mensen verheerlijken altijd die bajes. Het is een hotel, het is dit, het is dat. Maar er is ook een andere kant.’

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws