Premium

‘Bid mee en geef’

De christelijke hulporganisatie ZOA stak tot nu toe al bijna 200 miljoen Nederlands belastinggeld in ontwikkelingshulp. Niet al dat geld, dat wordt aangevuld door Engeland, de EU en de VN, wordt goed besteed. In Soedan klinken geluiden van corruptie, machtsmisbruik en seksueel wangedrag, waarna in Den Haag Kamervragen gesteld zullen worden.

Kinderhandjes onder waterkraan

Dankzij de ChristenUnie kan de pret niet op bij orthodox-christelijke hulporganisaties zoals ZOA. Nadat Tweede Kamerlid Joël Voordewind erin was geslaagd jaarlijks 70 miljoen euro los te krijgen voor Dutch Relief Association, de koepel van hulporganisaties waarin naast War Child en Novib ook orthodox-christelijke organisaties zoals ZOA, Dorcas, Tear en World Vision zitten, schreef hij: ‘Zo kunnen we de meest kwetsbare mensen bereiken. Deze organisaties komen op plekken waar bijvoorbeeld de Verenigde Naties niet altijd kunnen komen.’

In een filmpje van de ChristenUnie maakt toenmalig fractievoorzitter Arie Slob in Zuid-Soedan reclame voor ZOA, want: ‘De ChristenUnie wil extra geld voor de noodhulp, zodat organisaties zoals ZOA deze vluchtelingen echt kunnen helpen. Bid mee en geef!’ En partijleider Gert-Jan Segers stelde op een bijeenkomst van ZOA dat de overheid met een gerust hart kan investeren in hulporganisaties als ZOA. ‘Ze hebben een betrouwbare trackrecord, en de hulp die ze geven heeft zin.’

Soms is er twijfel of al dat geld wel iets oplevert, zegt Segers, ‘maar dan word ik altijd weer geraakt door dat jongetje dat met vijf broden en twee vissen bij Jezus kwam. Hoewel hij bijna niets had, had hij de moed om het in handen van Jezus te leggen, want Hij weet er wel raad mee. Al help je er één mens mee, dan zegt Jezus: “Je doet het voor Mij.”’
De Nederlandse overheid stak tot nu toe al bijna 200 miljoen belastinggeld in ZOA.

Dure kippen

Maar voor ons doet ZOA het niet, zeggen noodlijdende Soedanezen die van de hulp zouden moeten profiteren. Vanaf begin dit jaar verschijnen op de website al-Rakuba en in de krant Al-Sayha artikelen over vermeende corruptie bij ZOA in Soedan. Een novum na decennia van censuur, zegt de bekende journalist Shawgi Amary. ‘Sinds de revolutie van vorig jaar hebben we veel meer vrijheid om over misstanden te schrijven. Mijn artikelen over ZOA hadden de censuur vroeger waarschijnlijk niet overleefd.’

Arie Slob op bezoek in Zuid-Soedan.

Dankzij de revolutie kunnen in Amary’s artikelen grote en kleinere misstanden aan de kaak worden gesteld. Klein qua geld, maar groot voor arme families in de provincie Gedaref is het kippenproject. ZOA heeft 37 families ieder twintig kippen geven, inclusief een ren, voer en instructie. ‘Het was een ramp,’ zegt Suleiman Ahmed uit het dorpje Alhewaig, meer dan 400 kilometer van de hoofdstad Khartoem. ‘De kippen die werden gebracht door een ZOA-dame waren klein en ziek, en stierven na een paar dagen.’ Walid Shuaib uit hetzelfde dorp zegt: ‘Dit zorgde ervoor dat de ziekte op kippen in de hele streek werd overgedragen. We hebben duizenden dode kippen in de kreek moeten gooien en ze moeten verbranden.’ Op filmpjes is te zien dat boze dorpsbewoners hun verhaal doen op een ZOA-bijeenkomst. Anderen getuigen dat ze slechts een paar kippen kregen, weer anderen kregen alleen een klein bedragje contant of een telefoonkaart met wat saldo. Voor het project heeft ZOA 150.000 euro van de Europese Unie gehad – dat komt neer op meer dan 200 euro per kip.

Bijbellezing

ZOA staat voor Stichting Comité Hulpverlening Zuidoost-Azië, het gebied waar de organisatie in de jaren 70 haar werk begon. Directeur Edwin Visser reageert vanuit het Apeldoornse hoofdkwartier op de aantijgingen over het mislukte kippenproject. Het is het begin van de werkweek, dus de weekopening met Bijbellezing en gebed zijn achter de rug en gedeeld met de Nederlanders op de vestigingen in de zestien landen waar ZOA actief is. Visser is in februari nog naar Soedan geweest, net voordat minister Sigrid Kaag van Ontwikkelingssamenwerking zou komen. ‘Nee hoor, niet direct omdat er problemen zouden zijn,’ zegt hij, ‘maar om Ashunta Charles, de nieuwe landendirecteur, te ontmoeten.’

Maar de Indiase had voordat Visser naar Khartoem kwam al haar ontslag ingediend. ‘Vanwege familieomstandigheden,’ schreef Visser een week voor zijn komst aan het personeel, maar Charles wilde weg uit frustratie. ‘Om Visser duidelijk te maken waarom, vroeg ik hem om samen met mij naar de provincie Gedaref te reizen,’ zegt ze. ‘Ik heb hem gezegd: dan kun je zelf met al die ontevreden mensen praten.’

‘Ik begrijp het ergens wel,’ probeert Visser de ontevredenheid over die dure kippen goed te praten. ‘De nood van de mensen daar is reëel, daarom zijn ze nooit tevreden en klagen ze voortdurend om meer te krijgen. Als het ene dorp iets krijgt, vraagt het andere dorp: waarom krijgen wij dat niet? Maar wij zijn natuurlijk niet in staat overal op in te gaan.’ Dus hield hij zich in Gedaref in het gesprek met de boze dorpsbewoners op de vlakte. Volgens hem is daar dan ook ‘alleen maar over algemene zaken gesproken’. Maar Charles vertelt: ‘Het regende klachten. Visser reageerde daar ter plekke nauwelijks op. En ook na zijn vertrek veranderde er niets.’

Geen water in de put

Het kippenproject is maar een klein deel van het veel grotere Aqua4Sudan-programma dat honderdduizenden Soedanezen van goed drinkwater moet voorzien. Dit meer dan 30 miljoen euro kostende project is het grootste dat ZOA wereldwijd om handen heeft, en draait op subsidie van vooral de Britse, maar ook de Nederlandse overheid en de EU. ZOA kreeg de taak dit project van zeven gezamenlijke hulporganisaties te leiden. Volgens journalist Amary zouden heel veel bronnen het niet doen en is er veel geld terechtgekomen in de verkeerde zakken en niet bij de lokale bevolking. Hij geeft het telefoonnummer van Zonia Beko, oudgediende bij ZOA, die de dorpen afreist om contact te onderhouden met de bevolking. Beko gebruikt een bij zijn organisatie onbekende naam uit angst voor ontslag. ‘Ik schaam me,’ zegt Beko.

‘Eerst komen vertellen wat voor een moois ZOA allemaal aan de dorpelingen gaat geven, om aan het eind van het liedje net als de dorpsbewoners zelf te moeten constateren dat er weinig van de mooie verhalen terecht is gekomen. Het ene dorp zit met een nieuwe waterput waar geen water in zit, andere hebben vervuild water. Een aantal dorpen kreeg een bassin, maar ook die konden wegens constructiefouten het regenwater niet vasthouden voor in het droge seizoen.’

‘De nood van de mensen daar is reëel, daarom zijn ze nooit tevreden en klagen ze voortdurend om meer te krijgen’

Persvoorlichter Klaas Baas vertelt dat ZOA naar aanleiding van de publicaties in Soedan ‘een onafhankelijk onderzoek’ naar de prestaties van de 159 waterputten heeft laten doen, door de eveneens in Apeldoorn gestationeerde ZOA-collega Gerard Hooiveld. Hij kwam tot klinkende resultaten: 90 procent van de putten werkt uitstekend. Hooiveld heeft zijn onderzoek vanwege corona op afstand uitgevoerd, met hulp van WhatsApp en Skype, zegt Baas. Een dag later verandert Baas het verhaal: Hooiveld zou in februari in Soedan ter plekke onderzoek hebben gedaan, hoewel de voormalige landendirecteur Charles beweert dat hij daar toen niet is gesignaleerd.

Corruptie

Op afstand onderzoek doen kunnen wij ook. Twee oud-ZOA-medewerkers in Khartoem bellen op verzoek van Nieuwe Revu dorp na dorp af in twee gewesten in de provincie Gedaref, waar ZOA zelf het waterproject uitvoert. Dorpen waarmee geen contact kan worden gelegd, worden door Zonia Beko bezocht. Na een week zijn de 28 waterputten in Qala el Nahal en Butana geïnventariseerd. Volgens de dorpsbewoners werken er maar elf, dat is 39 procent. Ongeveer tienduizend mensen zijn voor hun watervoorziening afhankelijk van een niet goed werkende ZOA-put. ‘De putten die zijn geslagen door de lokale inwoners geven allemaal wel water,’ aldus Beko.

Zijn collega Sarah (echte naam bij de redactie bekend) werkte 100 kilometer verderop. Ook zij neemt de telefoon op. Ze heeft na de revolutie ontslag genomen, toen het land opleefde door het nieuwe elan, vertelt ze. ‘De mensen in mijn omgeving zeiden: “Je bent een goede vrouw, dus waarom werk je dan bij ZOA?” Corruptie zit in heel Soedan en ook bij westerse hulporganisaties. Het verschil is dat er bij ZOA nooit iets gebeurt met corruptieklachten. Hoe vaak ik geen rapport heb gestuurd naar aanleiding van klachten over ontoelaatbare praktijken in de provincie... Over ZOA-personeel dat ondeugdelijk materiaal bij vriendjes inkocht en hoogstwaarschijnlijk de winst deelde. Over werk dat op papier was gedaan, maar in werkelijkheid niet. Over bedrijven die zeiden dat ze bronnen konden slaan, maar daar helemaal geen verstand van bleken te hebben. Ze speelden onder één hoedje met de ZOA-coördinator die de bron werkend verklaarde, en deelde in de winst. Ik leverde mijn rapporten in bij het ZOA-kantoor in Gedaref. Daar werden ze opgeschoond, heb ik gemerkt. Khartoem kreeg dan een rapport waarin stond dat alles lekker liep, want dat was wat ze wilden horen. Het was om moedeloos van te worden. Als er eens in de zoveel maanden iemand uit Khartoem naar het kantoor in Gedaref kwam, dan vertrok die steevast weer zonder ook maar iets door te krijgen of te veranderen.’

Ook volgens journalist Amary is de vermeende corruptie bij ZOA niet uitzonderlijk. ‘Het is eerder regel dan uitzondering bij westerse hulporganisaties in Soedan. Het was en is een heel corrupt land, en de westerse medewerkers van hulporganisaties hebben allerlei creatieve manieren gevonden om daarmee om te gaan. Met het vele geld dat ze hebben, wordt iedereen tevreden gehouden en ze vergeten daarbij zichzelf bepaald niet. Ze leiden luxe leventjes, wonen op de beste plekken en rijden rond in dure auto’s. Ook de Nederlandse ZOA-medewerkers.’

Ook oudgediende Beko begrijpt wel waarom de mensen over corruptie klagen. Hij weerspreekt ZOA-directeur Visser: ‘Natuurlijk zijn de mensen niet boos omdat ze niet genoeg zouden krijgen.

‘Dit lijkt op ontwikkelingssamenwerking uit de prehistorie,’ zegt Groen-Links-Kamerlid Tom van den Nieuwenhuijzen na lezing van het artikel. ‘Ik ben hiervan geschrokken. Bij professionele organisaties hoort verantwoording en controle. Uit het geschetste beeld komt naar voren dat daarvan geen sprake was. Dat is onacceptabel. Een ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie dient gewoon verantwoording af te leggen en het ministerie dient daarop te controleren.’

Zowel het kippenproject als het slaan van waterputten liep uit op een mislukking.

Tweede Kamerlid Achraf Bouali van regeringspartij D66 heeft aangekondigd Kamervragen te zullen stellen naar aanleiding van dit artikel. Dat is een gemakzuchtig argument om onrecht te verdoezelen. Er gaat heel veel geld voor ontwikkelingshulp naar dit land, maar de mensen zelf zien er nauwelijks iets van terug. Ze zien ondertussen wel dat de ontwikkelingswerkers en de aannemers en hun onderaannemers allemaal in dure auto’s rondrijden. De mensen voelen aan dat het niet om hen draait. Zij zijn de waar, waaraan iedereen behalve zijzelf een goede boterham verdient. Ze voelen zich vernederd. Daarom zijn ze boos.’

Vriendjespolitiek

Toen het land nog een dictatuur was, runden overheidsfunctionarissen zogenaamde non-gouvernementele organisaties. ‘Nep-ngo’s,’ aldus Sarah, die zich tussen de westerse hulporganisaties en de bevolking wurmden. En ze zijn nog niet ontmanteld. ‘Zo werkt ZOA samen met de GPA, die verbonden is met de politieke partij die achter de dictatuur zat. Ze opereren volgens een in Soedan bekende regel: jullie geven ons geld, wij geven jullie papieren.’

Papieren waaruit blijkt dat het geld goed besteed wordt. ZOA keek liever niet verder en accepteerde dat. ‘Op papier zag alles er netjes uit, maar de mensen in Gedaref wisten wat er werkelijk gebeurde en waren het daar niet mee eens. De putten stonden droog, de kippen waren dood, beloftes dat ze ploegen kregen, bleken loos. De mensen voelden zich bedonderd.’

Voormalig ZOA-werknemer Sarah snapt ook hoe het beeld is ontstaan dat de hulporganisatie overal komt waar bijvoorbeeld de VN niet kan komen, zoals Joël Voordewind van de ChristenUnie stelt. ‘ZOA had zulke goede relaties met het corrupte regime dat het toestemming kreeg om naar gesloten gebieden te gaan, waar andere organisaties die niet kregen. In Soedan spreekt dat niet vóór, maar juist tégen hen.’

Het lijkt er ook op dat vriendjespolitiek ervoor heeft gezorgd dat naar buiten toe alle narigheid werd toegedekt. Zo wordt het waterprogramma jaarlijks geëvalueerd door de Britse financieringsorganisatie DFID, die onder de Britse ambassade in de hoofdstad Khartoem valt. Tussen 2013 en 2016 kreeg het waterproject steeds een onvoldoende (C) of een matig (B), maar dat veranderde in goed (A) zonder dat de bronnen beter gingen werken. Wel toen de vrouw van DFID-directeur Phil Outram bij ZOA in Khartoem goed betaalde opdrachten kreeg als trainer en redacteur van rapporten. Visser noemt het een fout dat dit zo heeft kunnen gebeuren. ‘Een hulpverleningsorganisatie is een glazen huis. De suggestie van belangenverstrengeling had vermeden moeten worden.’ Van corruptie zegt de directeur niets te weten. ‘In Soedan vindt op grote schaal corruptie plaats. Het zou dom zijn als ik zou zeggen dat het bij ZOA nooit gebeurt, alleen is er bij mij niks van bekend.’

Valse beschuldigingen

Hoe vaak ik geen rapport heb gestuurd over ontoelaatbare praktijken... Die werden dan opgeschoond, het was om moedeloos van te worden

Er hangt een kille sfeer op het kantoor in Khartoem, zo valt op te maken uit e-mails, zoals van de Nederlandse ZOA-manager Elseline Tuinier aan het personeel, waarin ze zich beklaagt over de ‘valse beschuldigingen en halve waarheden’ die in de Soedanese media worden verspreid, terwijl ‘het ongelofelijke ZOA-team groots werk verricht’. Op de publicaties volgt een kantoorversie van Wie Is de Mol? De Soedanese medewerker die een betalingsbewijs aan de vrouw van de DFID-baas aan journalist Shawgi Amary leverde, en wiens naam per ongeluk bekend werd, is op staande voet ontslagen. Visser zegt het ‘ontzettend jammer’ te vinden dat er ook in dit artikel klachten van anonieme medewerkers komen. ‘Er volgt heus geen ontslag als je met een journalist praat.’

Wie ‘leugens’ over ZOA verspreidt ligt er natuurlijk uit, zegt Visser. ‘We zijn allemaal kinderen van God en zijn allemaal evenveel waard, welke rang je binnen de organisatie ook hebt. Iedereen moet zich dus veilig kunnen voelen. Als we klachten horen, nemen we die ontzettend serieus, en dan nemen we die in onderzoek. Als je geen gehoor krijgt bij je bovengeschikte, dan volg je de klachtenprocedure zoals die bij alle medewerkers bekend is. Maar er komen nooit klachten binnen.’ Ashunta Charles, de onlangs vertrokken landendirecteur voor Soedan, bestrijdt dat. ‘Van werknemers kreeg ik veel klachten over corruptie in de ZOA-projecten in de regio. Over vriendjespolitiek, klaplopende medewerkers en falende projecten. Ik heb dat steeds gerapporteerd aan de Nederlanders, maar er gebeurde niets mee.’

Voormalig program manager Darfur Malik Adam Idris beaamt dit vanuit Khartoem. Hij vertelt hoe hij ooit het klachtenprotocol helemaal heeft gevolgd. Uiteindelijk kwam hij telefonisch bij Nelie Schut terecht, een ongecertificeerde vertrouwenspersoon van ZOA. ‘Ze bood me aan om samen met haar te bidden.’

De islamitische Soedanese Nederlander Adam Idris en de katholieke Ashunta Charles uit India hadden een topfunctie bij ZOA Soedan. Volgens Visser bewijst dit hoe open de hulporganisatie ondanks haar streng christelijke identiteit is. ‘Er is een mix van nationaliteiten met dezelfde rangen als de Nederlanders, er is absoluut geen verschil. We vragen van mensen dat ze onze identiteit wel onderschrijven, maar dat wil niet zeggen dat onder de managers alleen orthodoxe christenen werkzaam mogen zijn. Als de waarden maar hetzelfde zijn.’ Wel moet hij toegeven dat de directeuren over het algemeen wel christen zijn.

‘Ik zat alleen maar Soedanees te wezen’

‘De Nederlanders hebben het er voor het zeggen,’ vertelt Charles. ‘Op het kantoor in Khartoem werkten verschillende Nederlandse of westerse echtparen, wat voor belangenverstrengeling zorgt. Ik zat er feitelijk zonder verantwoordelijkheden. Zelfs voor rekeningen waarvoor ik officieel moest tekenen, merkte ik dat dat soms al was gebeurd. In mijn naam, maar gedaan door Richard Ariesen, de echtgenoot van algemeen directeur Marianne van Vliet.’

Mailk Adam Idris schetst hetzelfde beeld, maar dan een streepje donkerder. ‘Ik zat er eigenlijk alleen maar Soedanees te wezen zodat zij goede sier konden maken met hun zogenaamde multi-cultibedrijf – een must in de wereld van ngo’s. Het was in feite discriminatie.’

In Soedan vindt op grote schaal corruptie plaats. Het zou dom zijn als ik zou zeggen dat het bij ZOA nooit gebeurt, alleen is er bij mij niks van bekend

Ook Charles had er geen zin meer in: ‘Ik kon dit werk niet meer rijmen met mijn normen en idealen, dus heb ik ontslag genomen. Behalve dat ik ervoor pas om als symbool op kantoor te zitten terwijl de lakens door de Nederlanders worden uitgedeeld, vond ik de manier waarop werd omgegaan met klachten beschamend. Ze hadden onaf hankelijke onderzoeken moeten instellen en de verantwoordelijken moeten ontslaan. Alleen dat had indruk gemaakt bij de boze bevolking in de regio.’

Charles bindt inmiddels als vrijwilliger in Zuid-India de strijd aan tegen corona. ‘Ik had veel zin om bij ZOA te gaan werken omdat ze een religieuze, dus idealistische organisatie zouden zijn. Maar juist daarin ben ik erg teleurgesteld.’ Volgens voorlichter Klaas Baas is er hoogstens een mentaliteitsprobleem: ‘Wij Nederlanders houden van recht voor z’n raap, daar moeten we aan werken.’

Teken van Gods liefde

ZOA is gewend aan tegenwind. De organisatie is tijdens de Koude Oorlog opgericht als orthodox-christelijk antwoord op het volgens de oprichters communistische Medisch Comité Vietnam, dat vanuit ‘Havana aan de Waal’ (Nijmegen) opereerde. Het doel was ‘hulpverlening ter ondersteuning van evangelieverkondiging’. ZOA ziet zichzelf als ‘teken van Gods liefde’. ‘Door dit te doen laat je mensen iets zien van wie God is,’ staat in het jubileumboek dat ter ere van het 40-jarig bestaan is uitgegeven. En dat was wel nodig ook, want ‘het was een ontzettend linkse tijd. Inbreng van rechts werd niet gedoogd’. Gelukkig is God ook rechts. ‘Hij heeft ons veertig jaar beschermd.’ ZOA komt voort uit enkele orthodoxe Nederlandse kerken; gereformeerd vrijgemaakt, gereformeerde gemeentes en de gereformeerde bond. De rest van de kerken moest jarenlang niks van de organisatie hebben. Sinds het einde van de Koude Oorlog is dat veranderd en tegenwoordig wordt er in vijftienhonderd Nederlandse kerken voor ZOA gecollecteerd. ZOA heeft veertigduizend orthodox-christelijke donateurs die gemiddeld twee keer zoveel geven als andere gevers. Met de jaarlijkse deur-tot-deur-collecte in de Bijbelbelt wordt door veertienduizend collectanten 800.000 euro opgehaald. Bijna driekwart van het budget komt echter van institutionele donoren, zoals van de Nederlandse overheid, de EU en de VN; in totaal bijna 37,5 miljoen euro in 2018.

Seksueel machtsmisbruik

Ondertussen zijn er hardnekkige geruchten dat medewerkers in het ZOA-kantoor in de Soedanese provincie Gedaref hun macht misbruiken. De program-accountant zou regelmatig een vrouw op kantoor hebben uitgenodigd voor seks – de zoveelste op rij, zeggen medewerkers die anoniem willen blijven. Even later zou de vrouw zijn aangenomen als financieel medewerker, tot woede van de personeelsfunctionaris en van de stagiaire die deze baan graag wilde. Er werd geklaagd bij ZOA-Khartoem, maar daar gebeurde volgens ingewijden niks mee. Voor de seks is geen bewijs en de sollicitatie is eerlijk verlopen, aldus Baas. ZOA stuurde nadat er in de Soedanese media over was geschreven de in Nederland zetelende consulent Charity van Bemmel naar Gedaref om het personeel een code of conduct-training te geven. Er zou met maar liefst zestig mensen zijn gesproken, maar iedereen hield de kaken stijf op elkaar. En zo ziet ZOA dat nu ook graag in Nederland, want ‘alleen al door publicatie over vermeend overspel kunnen de betrokkenen in Soedan de doodstraf door ophanging of steniging krijgen,’ zegt Baas. Volgens journalist Amary toont dit dat ZOA de Soedanese realiteit niet kent. ‘Als je de situatie kent, dan weet je dat dat hier nooit gebeurd is en ook niet zal gebeuren. Wat in Soedan wel veel gebeurt, en dus ook bij ZOA, is dat vrouwen in ruil voor een baan seks hebben met een superieur. De vrouwen valt niks te verwijten, die zijn afhankelijk. De bazen voelen zich onkwetsbaar. Als er dan eens rumoer ontstaat, zeggen ook de bazen van de bazen altijd: er is niets gebeurd, helemaal niets.’

ZOA heeft via hun advocaat inhoudelijk gereageerd op het artikel. Deze verklaring staat op revu.nl

KAMERVRAGEN

‘Dit lijkt op ontwikkelingssamenwerking uit de prehistorie,’ zegt Groen-Links-Kamerlid Tom van den Nieuwenhuijzen na lezing van het artikel. ‘Ik ben hiervan geschrokken. Bij professionele organisaties hoort verantwoording en controle. Uit het geschetste beeld komt naar voren dat daarvan geen sprake was. Dat is onacceptabel. Een ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie dient gewoon verantwoording af te leggen en het ministerie dient daarop te controleren.’ Tweede Kamerlid Achraf Bouali van regeringspartij D66 heeft aangekondigd Kamervragen te zullen stellen naar aanleiding van dit artikel.

GOED FOUT

‘Problemen zoals bij ZOA in Soedan komen vaker voor, alleen komt het meestal niet in de media,’ zegt hoogleraar ontwikkelingssamenwerking Paul Hoebink na lezing van het artikel. ‘Er zit een grote discrepantie tussen wat de lokale mensen zeggen over de ontwikkelingshulp en wat de organisatie zelf zegt. Het lijkt er op dat ZOA haar imago stelt boven de effectiviteit van het werk, uit angst om veel geld te verliezen op de chari-markt. Dan zit je wel een beetje te liegen natuurlijk.’

Kan dit ook te maken hebben met de orthodox-protestantse aard van ZOA? Hoebink: ‘Ik zie een nogal bevoogdende organisatie, die graag haar eigen mensen de boel wil laten regelen in plaats van op basis van gelijkwaardigheid aan de slag te gaan.’ Het terugvoeren van de problemen op de hebberigheid van de lokale mensen noemt Hoebink ‘heel raar’. ‘Als je niet nakomt wat je belooft, moet je niet op de mensen gaan spugen die je daarop wijzen. Dan is het tijd eens goed in de spiegel te kijken. Het inschakelen van een advocaat en het dreigen met een kort geding om publicatie in Nieuwe Revu tegen te houden, vindt Hoebink ‘een foutieve houding’. ‘Het enige dat nu past is ruiterlijk erkennen dat het goed fout gelopen is.’

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct