googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });
Premium

Het Serpent vs. De Knip

Nieuw op Netflix is The Serpent, het waargebeurde verhaal over de legendarische seriemoordenaar Charles Sobhraj en de Nederlandse diplomaat Herman Knippenberg die hem achter de tralies hielp krijgen.
Het Serpent vs. De Knip
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

De Britse acteur Billy Howle rijdt door Bangkok in een jaren 70-auto en hij heeft haast. Er loopt een seriemoordenaar vrij rond in Thailand, toeristen en hippies zijn wellicht in levensgevaar. De Thaise politiecommissaris is op de hoogte, maar doet niets. Er gaan sterke geruchten dat hij daar zijn redenen voor heeft.

Naast Billy zit de blonde actrice Ellie Bamber. Ze speelt Angela Knippenberg. Haar Nederlandse man heet Herman en Herman Knippenberg wordt in een beschrijving van de serie The Serpent op de website van de BBC een ‘junior diplomat’ op de Nederlandse ambassade in Thailand genoemd. Hij heeft echt bestaan, vrienden noemden hem ‘Knip’. Een journalist van Het Parool prees zijn ‘opgeruimde karakter’. Volgens een Amerikaanse journalist had hij ‘eekhoorntanden’ en een ‘doorzettingsvermogen dat bijna ergerlijk was’. Hij kon ‘koppig’ en ‘ruzie-achtig’ zijn. Herman Knippenberg was een a-diplomatieke diplomaat.

De serie is gebaseerd op een boek uit 1980 met de titel On the Trail of The Serpent – The Life and Crimes of Charles Sobhraj. Freelancejournalisten Julia Clark en Richard Neville woonden samen in Chinatown, New York toen ze in 1977 een spoedtelefoontje kregen van de uitgever van Random House. Zouden ze zo snel mogelijk naar New Delhi kunnen vliegen om een rechtszaak bij te wonen? Het ging om Charles Sobhraj, een man met tientallen aliassen die misschien wel twintig toeristen had afgeslacht, onder wie twee Nederlanders.

Julia Clark en Richard Neville zeiden ja en ze vlogen naar India en interviewden de moordenaar. Charles Sobhraj zei onder meer dat hij uiteindelijk was gepakt door knap speurwerk van een zeer vervelende Nederlander genaamd Herman Knippenberg. Zonder hem was hij vast en zeker weggekomen met zijn daden en het was onvermijdelijk dat Knippenberg ook zou schitteren in de serie.

Zijn naam: Alain Gautier. Zijn beroep: handelaar in edel­stenen. Zijn geheim: hij slachtte toeristen af

Clark en Neville zaten weken in de rechtbank en ze vlogen naar Thailand om Herman Knippenberg te interviewen. Cruciale datum volgens hem: 6 februari 1976. Er lag die ochtend een memo op zijn bureau over twee vermiste Nederlanders uit Amsterdam. Familieleden maakten zich grote zorgen, hoge diplomaten zagen nog geen noodzaak een zoektocht te beginnen. De ambassade kreeg vaker verzoeken om landgenoten op te sporen, dat waren bijna altijd hasjrokende, heroïne-spuitende hippietoeristen die tijdelijk boeddha waren geworden en voorlopig niet gevonden wilden worden. Het waren vervelende klusjes die mensen op te sporen, zonde van de tijd, corvee. Daarom kreeg Knip die memo ook. Laat de jongste bediende dat maar opknappen.

Herman Knippenberg bestudeerde de brief langdurig. Namen van de Nederlanders: Henricus ‘Henk’ Bintanja en Cornelia ‘Cocky’ Hemker. Ze woonden sinds kort samen in de Amsterdamse Oosterparkstraat. Henk was net afgestudeerd als scheikundige en had een paar jaar gespaard om een droomreis met zijn grote liefde te maken. Dat deden ze eerst met de psychiater John Zant en zijn vrouw Marijke, de zus van Cocky. Ze vlogen naar Indonesië en zouden vanaf daar andere delen van Azië ontdekken.

Geen verjaardagskaart

John en Marijke keerden na drie maanden terug, Henk en Cocky reisden door naar Maleisië en Thailand. Het regenseizoen begon en ze boekten een vlucht naar Hongkong. Cocky schreef normaal om de twee weken naar huis, maar in december 1975 had ze voor het eerst sinds hun vertrek drie weken niet geschreven en haar familie werd nerveus. Ze had zelfs haar moeder geen verjaardagskaart gestuurd, dat was niets voor Cocky en daarom moest er gewoon iets zijn gebeurd. Herman Knippenberg kreeg de laatste brief van Cocky opgestuurd, die was op 8 december 1975 verzonden vanuit Hongkong. Cocky schreef dat Henk en zij op woensdag 10 december om 11.00 uur naar Bangkok zouden vliegen. Daar zouden ze een week blijven om hun paspoorten te verlengen en een visum voor de rest van hun reis aan te vragen. Daarna zouden ze voor twee weken naar de Thaise stad Chiang Mai gaan. John, Marijke en andere familieleden konden hun brieven voortaan sturen naar een postkantoor in Chiang Mai. Henk en Cocky zouden die dan daar ophalen.

Knippenberg vroeg zijn Thaise secretaris het postkantoor in Chiang Mai te bellen. Als Henk en Cocky gewoon hun post hadden opgehaald dan was het toch vals alarm. Hij belde zelf met het hoofdkantoor in Den Haag om foto’s van Henk en Cocky te laten sturen en liet controleren of ze hun paspoorten hadden verlengd. Hij ontdekte binnen een paar dagen dat Henk en Cocky op 10 december inderdaad in Thailand waren aangekomen, ze stonden op de passagierslijst, maar dat ze hun post niet hadden opgehaald in Chiang Mai en dat ze ook hun paspoorten en visa niet hadden verlengd Knippenberg dacht terug aan een artikel in de Bangkok News over een dubbele moord bij het plaatsje Ayutthaya, op 100 kilometer van Bangkok. De lijken waren verbrand, een van de doden droeg een T-shirt met Made in Holland. Volgens Thaise agenten waren het twee Australiërs, maar dat wisten ze niet zeker, er was geen overtuigend bewijs. De Australiërs bleken nog te leven. Niemand wist wie de vermoorde westerlingen waren.

Seriemoordenaar Charles Sobhraj (r) schudt de hand van zijn advocaat Jacques Vergès nadat hij in april 1997 terugkeert op Franse bodem na twintig jaar gevangenisstraf in India.

Op 20 februari 1976 had Knippenberg een gesprek met een generaal van de Thaise politie. Mocht hij de verkoolde lijken in het crematorium bekijken? De junior-diplomaat vroeg Henk en Cocky’s tandartsgegevens op uit Nederland. Hij kende via zijn vrouw Angela een Nederlandse arts in Bangkok en nam haar mee naar het mortuarium. De lijken waren zwart en ontbonden, het stonk naar verbrand vlees en Lycol, een middel om ondraaglijke geuren iets minder erg te maken. Een Thaise politieagent viel flauw. Dr. Twijnstra controleerde de gebitten. Na twee minuten knikte ze. Het waren Henk en Cocky. Knippenberg herlas de laatste brief die Cocky aan haar familie had gestuurd. Henk en zij hadden in Bangkok een aardige Fransman ontmoet. Hij was een handelaar in waardevolle edelstenen en reisde heen en weer tussen Bangkok en Hongkong. Henk en Cocky waren meerdere keren door de man uitgenodigd in het hotel waar hij verbleef: de Hyatt Regency. Hij had een mooie Australische vrouw en Henk en Cocky mochten in Bangkok in zijn appartement logeren. Ze moesten zeggen wanneer ze aankwamen, dan zou de Fransman zijn secretaris sturen om Henk en Cocky op te halen van het vliegveld.

Op 5 maart 1976 ging Knippenberg naar het politiebureau in Bangkok om zijn bevindingen te melden. Hij legde een document van zes pagina’s op het bureau van de commissaris en loog dat zijn bazen bij de Nederlandse ambassade een grootschalig onderzoek hadden geëist om de moordenaar van Henricus ‘Henk’ Bintanja en Cornelia ‘Cocky’ Hemker te vinden. De commissaris vertelde heel eerlijk weinig tijd te hebben door een serie politieke moorden en toen besloot Knip zelf detective te worden. Volgens de BBC-website werd dat het begin van ‘een buitengewone opeenvolging van gebeurtenissen’ waardoor hij een wereldwijd gezochte seriemoordenaar ‘voor het gerecht zou brengen’.

Herman Knippenberg haalde met zijn actie zelfs The New York Times.

Kruimeldief

De Algerijns-Franse acteur Tahar Rahim loopt door Bangkok en draagt een grote bruine zonnebril, een lichtblauw pak, een zwarte blouse die in zijn pantalon is gestopt. Hij speelt Charles ‘Het Serpent’ Sobhraj. Tahar Rahim las op zijn zeventiende een boek over hem en droomde er sindsdien van hem ooit te kunnen spelen.

De echte Charles Sobhraj werd in 1944 geboren in Saigon als Hatchand Bhaonani Gurumukh Charles Sobhraj. Zijn moeder Song was Vietnamees, zijn vader kwam uit India en was een zeer succesvolle zakenman. Song en haar man scheidden, Charles’ moeder kreeg een nieuwe man: een Franse militair die na zijn terugkeer uit Frans-Indochina in Marseille ging wonen. Zijn nieuwe familie ging mee en Charles Sobhraj werd in Frankrijk eerst kruimeldief en daarna een zeer succesvolle oplichter. Hij werd veroordeeld tot een lange gevangenisstraf, mocht studeren, las achter de tralies Nietzsche, Céline en Rimbaud en omarmde het nihilisme.

Charles verhuisde na zijn vrijlating naar zijn echte vader in India, maar hij kreeg veel minder liefde dan zijn halfbroers en hij vluchtte naar Thailand. Daar werd hij een oplichter, een rover en een moordenaar. Hij had snorren en pruiken in zijn tas. Hij stal geld, creditcards, travellercheques, camera’s, paspoorten en rijbewijzen van zijn slachtoffers. Hij lokte ze naar zijn hotelkamer en bedwelmde of vergiftigde ze. Hij werd zo nu en dan gearresteerd en veroordeeld en ontsnapte uit gevangenissen in Straatsburg (2x), Kabul, Bombay en het Griekse eiland Aegina. Zijn bijnamen: De Cobra en The Serpent. Een Nederlandse journalist omschreef hem als ‘de hypnotiserende gifslang Sobhraj’ en ‘de Aziatische variant op Charles Manson en Houdini’.

De commissaris vertelde heel eerlijk weinig tijd te hebben door een serie politieke moor­den en toen besloot Knippen­berg zelf detective te worden

De Algerijns-Franse acteur Tahar Rahim loopt door Bangkok en draagt een grote bruine zonnebril, een lichtblauw pak, een zwarte blouse die in zijn pantalon is gestopt. Hij speelt Charles ‘Het Serpent’ Sobhraj. Tahar Rahim las op zijn zeventiende een boek over hem en droomde er sindsdien van hem ooit te kunnen spelen.

De echte Charles Sobhraj werd in 1944 geboren in Saigon als Hatchand Bhaonani Gurumukh Charles Sobhraj. Zijn moeder Song was Vietnamees, zijn vader kwam uit India en was een zeer succesvolle zakenman. Song en haar man scheidden, Charles’ moeder kreeg een nieuwe man: een Franse militair die na zijn terugkeer uit Frans-Indochina in Marseille ging wonen. Zijn nieuwe familie ging mee en Charles Sobhraj werd in Frankrijk eerst kruimeldief en daarna een zeer succesvolle oplichter. Hij werd veroordeeld tot een lange gevangenisstraf, mocht studeren, las achter de tralies Nietzsche, Céline en Rimbaud en omarmde het nihilisme.

Charles verhuisde na zijn vrijlating naar zijn echte vader in India, maar hij kreeg veel minder liefde dan zijn halfbroers en hij vluchtte naar Thailand. Daar werd hij een oplichter, een rover en een moordenaar. Hij had snorren en pruiken in zijn tas. Hij stal geld, creditcards, travellercheques, camera’s, paspoorten en rijbewijzen van zijn slachtoffers. Hij lokte ze naar zijn hotelkamer en bedwelmde of vergiftigde ze. Hij werd zo nu en dan gearresteerd en veroordeeld en ontsnapte uit gevangenissen in Straatsburg (2x), Kabul, Bombay en het Griekse eiland Aegina. Zijn bijnamen: De Cobra en The Serpent. Een Nederlandse journalist omschreef hem als ‘de hypnotiserende gifslang Sobhraj’ en ‘de Aziatische variant op Charles Manson en Houdini’.

Sobhraj wordt op 18 augustus 2018 na een rechtbankverhoor afgevoerd door de Nepalese politie.

Charles Sobhraj verzon meerdere personages voor zichzelf en was onder meer Albert Goyot en de Franse psychiater Jean Belmont. Zijn belangrijkste creatie: de Franse handelaar in edelstenen Alain Gautier uit Parijs. Gautier sprak toeristen aan en bood hulp en vriendschap aan. Hij nam ze mee naar dure hotellobby’s, kocht drank en eten voor ze en nam ze mee naar zijn appartement om diamanten, saffieren en andere edelstenen voor een vriendenprijsje aan de toeristen te verkopen. Op een avond kwam Gautier in contact met twee Nederlanders. Ze heetten Henk en Cocky. Hij nodigde ze uit voor een etentje in het Hyatt Regency en had veel interesse in wat ze te vertellen hadden. Het werd een sprookjesachtige avond in een extreem luxe omgeving en ze aten gerechten gemaakt door een sterrenchef. Alain betaalde uiteraard en hij beloofde Henk en Cocky mee te nemen naar een diamantmijn. Hij had trouwens nog wel wat kettingen en armbandjes te koop, ver onder de kostprijs, gewoon omdat hij ze aardige mensen vond. Voor het geld hoefde Alain het allang niet meer te doen. De Franse handelaar legde de koopwaar op tafel. Cocky koos een witgouden ketting met diamantjes. Ze nam de ketting mee naar haar hotel. Het was zo mooi dat ze het buiten nauwelijks durfde te dragen. Ze zag er met dat kettinkje om veel rijker uit dan ze was, straks zou ze worden beroofd.

Sexy en dominant

Herman Knippenberg zat op woensdag 10 maart 1976 in het appartement van de Belgische diplomaat Paul Siemons, die hem hielp met het onderzoek. Knip was nerveus en gespannen. Hij sprak voor het eerst met de vrouw die de gouden tip zou geven. Haar naam was Nadine Gires. Ze had bruin haar, was 21 en kwam uit een voorstad van Parijs. Ze woonde in kamer 307a van een appartementencomplex genaamd Kanit House met haar wat saaie man Remy, chef-kok van het nabijgelegen Oriental Hotel. Remy werkte hard, Nadine was vaak alleen en verveelde zich. Op een middag keek ze uit haar slaapkamerraam en toen zag ze een goedgeklede man met een knappe westerse vrouw. Ze kwamen elkaar een paar dagen later per toeval tegen op de trap, ze raakten aan de praat, fijn om weer Frans te spreken. De man bood haar een baan en koffie aan, ze ging vaker langs. Nadine werd een beetje verliefd op de diamanthandelaar en noemde hem ‘welvarend in zaken, charmant, intelligent, een echte man van de wereld’. Ze noemde hem ook ‘sexy en dominant op een bijna hypnotiserende manier’. Zijn naam: Alain Gautier. Zijn beroep: handelaar in edelstenen. Zijn geheim: hij slachtte toeristen af.

In 2003 werd Het Serpent in Nepal in de boeien geslagen.

Nadine werd twee dagen ondervraagd. Ze beschreef Alain Gautiers appartement. Hij woonde in appartement 503 en 504 op de vijfde verdieping van het Kanit House, een vervallen appartementencomplex dat op loopafstand van de toeristenbuurt lag. Het had twee slaapkamers, een woonkamer en een keukentje. De inrichting was sober, het opvallendste was nog een zwart leren bokszak, zijn gasten vonden het leuk daarop te slaan. Op de grond en in kasten lagen psychologieboeken. Op het balkon stond een lege kooi. Daar woonde een aapje genaamd Coco, maar Coco was een paar maanden eerder overleden.

Er kwamen vaak toeristen langs in Alains appartement, vertelde Nadine. Half december 1975 zag ze er een Nederlands koppel naar binnen gaan. Later op de dag keek Nadine naar binnen, de man en de vrouw waren versuft, verdoofd, ziek. Dat vond ze opvallend: toeristen die bij Alain en zijn vrouw Marie-Andrée langsgingen werden dat opvallend snel. Nadine vroeg eens hoe dat kon, Marie Andrée zei dat dit door hasj of heroïne kwam. Alle toeristen waren volgens haar druggies.

Drie Franse toeristen kregen argwaan. Ze deden eens een kast open en zagen paspoorten van vermiste toeristen. Er lag ook een dagboek. Ze vertelden het aan Nadine, ze nam het mee, voorin stond de naam van de eigenaar: Henk Bintanja. Nadine gaf het af bij de Britse ambassade en vertelde wat ze in het appartement had gezien. Ze heeft daarna nooit meer iets gehoord.

Charles Sobhraj kocht bewakers om en dronk wijn en champagne in zijn ruime cel en keek een groot deel van de dag naar ingewikkelde Franse praatprogramma’s

Herman Knippenberg ging zo snel mogelijk na het gesprek met Nadine naar de Britse ambassade. Hij vroeg waarom er niets was gedaan met de informatie die ze over Henk en Cocky hadden gekregen. Een diplomaat toonde een rapport dat hij had opgesteld. Het ging over Henk en Cocky en de Franse diamanthandelaar die ze misschien wel had vermoord. De diplomaat had het afgegeven bij de Thaise politie en ging ervan uit dat zij wel in actie zouden komen. Knippenberg las het rapport snel door. Een Franse toerist genaamd Yannick getuigde dat hij Henk en Cocky’s paspoorten in Alains appartement had zien liggen, hij wist tamelijk zeker dat Alain ze had vermoord en hij had nog minstens twee Europese meisjes vergiftigd. De Franse toerist zei ook: ‘De naam van de man was Henk Bintanja.’ Knippenbergs handen trilden toen hij dit las en hij stak een sigaret op.

Hij ging naar zijn kantoor op de Nederlandse ambassade en besloot nog veel meer bewijs te verzamelen. Dan móést de politie op een gegeven moment wel ingrijpen, hoe corrupt ze misschien ook waren. Hij had foto’s nodig die in het appartement waren gemaakt. Nadine kon daarvoor zorgen en ze ging op bezoek bij Alains vrouw Marie-Andrée. Soms ging ze naar het toilet en dan nam ze stiekem foto’s met een kleine 35 mm-camera. De foto’s werden ontwikkeld. Opvallendste attributen: injectiespuiten, handboeien, flesjes met rattengif, paspoorten van toeristen, Cocky’s rode winterjas en haar bruine leren tas waarin brieven van haar familie zaten. Nadine zag Marie-Andrée vaak met die tas lopen.

Onaantastbaar

Hij bleef de zaak zo nu en dan volgen, met Sobhraj wist je het nooit. In 1986 werd hij gebeld. Het Serpent vierde het 10-jarige jubileum van zijn 12-jarige staf in de Tihar-gevangenis in New Delhi met een groot feest. De bewakers vierden mee en er werd gedanst, gedronken en gegeten. Sobhraj had verdovende pillen in fruit, chocola, taart en slagroom gestopt, de bewakers vielen in slaap en de seriemoordenaar wandelde de gevangenis uit. Hij werd weer vrij snel gevonden, wat zijn bedoeling was. Hij kreeg tien jaar extra gevangenisstraf en zou nu niet worden uitgeleverd aan Thailand. Bij het aflopen van zijn straf in 1997 waren de Thaise moorden net verjaard.

Het Serpent woonde na zijn vrijlating jaren in Parijs. Hij hoefde geen misdaden meer te plegen om in zijn onderhoud te voorzien. Hij was beroemd als Charles Manson en vroeg geld voor interviews, boeken, filmscripts en documentaires over zijn leven. Hij reisde in 2003 naar Nepal. Dat was gevaarlijk, want ook daar had hij gemoord en er stond nog een arrestatiebevel uit. Charles Sobhraj voelde zich onaantastbaar, maar werd gearresteerd. Hij kreeg levenslang en zit die straf momenteel uit.

Sobhraj spreekt met reporters in de rechtbank van New Delhi in februari 1997.

Het eerste Sobhraj-boek kwam uit in 1979. De jaren erna werden er nog drie andere biografieën over hem geschreven en hij was de hoofdrolspeler in onder meer drie documentaires en twee tv-series. in India gingen duizenden mensen naar een waardeloze Bollywood-film over zijn ontsnapping uit de Tihar-gevangenis met de titel Main Aur Charles. De BBC-miniserie The Serpent werd tussen eind 2019 en maart 2020 in vier maanden opgenomen in Bangkok. Vier draaidagen voor het einde moesten de acteurs en makers weg uit Thailand wegens corona en de serie werd afgemaakt in Londen. De Knip speelt er een heldenrol in en ook Charles Sobhraj zal mondiaal nog veel bekender worden dan hij al was. De Britse actrice Jenna Coleman, in de serie de vrouw van Het Serpent, noemt zijn wereld ‘donker en verleidelijk’ en fans uit alle landen van de wereld sturen hem nu al tientallen brieven per dag.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-60742f5f3fa6c', placement: 'Below Article Thumbnails', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws