googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Het is geen complot. Het is een escalatie’

‘Een pandemie van een onvoorspelbaar griepje was genoeg om de zenuw van de holle kies bloot te leggen: we zijn slaven geworden van een systeem dat niet meer loont’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-63887b78d80eb img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63887b78d80eb img{#fig-63887b78d80eb img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-63887b78d80eb img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63887b78d80eb img{#fig-63887b78d80eb img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-63887b78d80eb img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63887b78d80eb img{#fig-63887b78d80eb img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

De NDSM-pier in Amsterdam, waar de pontveren zich pas 50 meter voor de steiger aan de dikke mist ontworstelen, doet door de oogharen denken aan een Madurodam-maquette op basis van zwart-witfoto’s van New York, een eeuw geleden. Bouwkranen langs de waterlijn, de hustle, de bustle, vroege ochtendrituelen in een haastende stad die nooit slaapt.

Maar met de ogen wijder open is een eeuw later alles anders. Amsterdam anno 2022 heeft op een waterige januarimorgen rond achten geen zweem van het opportunisme en het optimisme van het imperium van het industrialisme dat New York in 1922 was. De alledaagse haast wordt getekend door een vermoeide gelatenheid.

Op de begane grond van een van de nieuwe woontorens zit een Albert Heijn. Achter de schuifdeuren staat een wandkoeling met ontbijtproducten voor de altijd achter de wijzers van zijn smartwatch aan peddelende fietsforens, met een zelfscankassa ernaast. Zalmwrap in plastic, blikje ijskoffie, piep, bliep, net op tijd voor het pontje naar de systeemplafondzijde van het IJ.

Fietsen. Bakfietsen. Een enkele voetganger. In de mist boven het water is niets te zien, de digitale klok tikt de laatste vijf minuten wachttijd weg. De steiger vult zich met eilandjes van individuen die op hun smartphone staren. Schermpjes verlichten de vermoeidheid in hun gezicht. Zie ik er ook zo uit?

Dag in dag uit rennen we op het randje van ons kunnen. Tweeverdienen met kinderen, drukke banen, carrièrekansen, sport, hobby’s, vrienden, familie, kopen, kopen, consumeren, bingen, genieten, genieten, genieten godverdomme. Inflatie maakt van loon naar werken een vals plat. Onbereikbare woningen, stijgende energielasten, heffingen, belastingen, kleine lettertjes en verzendkosten. De stijgende lijn van levensgeluk is een plateau geworden, waar meer investeringen in tijd, geld en energie geen meeropbrengsten meer opleveren.

Een pandemie van een onvoorspelbaar griepje was genoeg om de zenuw van de holle kies bloot te leggen: we zijn slaven geworden van een systeem dat niet meer loont. Eerst hebben we naar iedere wortel gehapt die ze voor onze neus hingen. En nu krijgen we te horen dat we te veel gesnoept hebben – door dezelfde mensen die in de zak zitten van de fabrikanten en ontwikkelaars die ons eerst in hun producten en netwerken opsloten. Westerse overheden zijn niet meer bij machte om het gelijke speelveld te garanderen, kartels te breken, de rechtstaat te bewaken – die hebben zich al lang aan de voeten van de monopolisten geworpen. Het is geen complot. Het is een escalatie.

Onder het juk van kapitalistische monopolies sluimert een geprivatiseerd socialisme. We hebben onszelf er in gekocht.

De contouren van de pont worden zichtbaar in de mist. Een ongeïnteresseerde boa posteert zich naast de klep. Mondkapjes verplicht. Bijna iedereen bindt de symboliek vrijwillig voor.

Ik wil hier weg.

Laatste nieuws