googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Oorlogje spelen’

‘En dan verschijnen de blauwe letters. Die blauwe letters. De mooiste blauwe letters ooit. VICTORY’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-6283b7f4094af img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6283b7f4094af img{#fig-6283b7f4094af img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-6283b7f4094af img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6283b7f4094af img{#fig-6283b7f4094af img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-6283b7f4094af img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6283b7f4094af img{#fig-6283b7f4094af img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Gedurende de coronapandemie speelden we vier avonden in de week oorlogje op onze spelcomputers. Een denkbeeldige oorlog was wat ons op de been hield. Duizenden keren zijn wij, vier jeugdige veertigers, samen uit het vliegtuig gesprongen. Bijna altijd kwamen we op onze pootjes terecht.

Maar we zijn al een week niet meer samen uit een vliegtuig gesprongen. Alles is weer open. Alles is weer normaal. We hebben geen tijd meer voor denkbeeldige oorlogen.

Het is elf uur in de avond. Ik klik mijn spelcomputer aan en kijk of er iemand online is. Niemand is online.

‘Waar zijn jullie?’ typ ik in onze game-app. Het enige wat ik terugkrijg zijn foto’s. Mijn eerste collega-militair zit aan een bar. Naast hem staat een schaaltje bitterballen. Mijn tweede kameraad staat op de dansvloer van de Melkweg. Soldaat nummer drie is op een date met een vrouw van werk.

‘Waar ben jij dan?’ vragen ze.

‘Je ben toch niet online, toch?’ vervolgen ze.

‘Nee, natuurlijk niet. De wereld ligt weer aan mijn voeten en ik heb mijn teennagels gelakt. Ik sta in een theater,’ typ ik, voordat ik in mijn eentje uit een vliegtuig spring. Ik land op ons plekje, maar ons plekje is helaas gewoon mijn plekje geworden. Ik stap in een jeep en rijd rondjes door de jungle. Normaal hangen mijn vrienden met doorgeladen machinegeweren uit de opengedraaide ramen, maar er zit niemand op de achterbank.

Zeventig meter verderop ontploft een handgranaat. Ik wil gaan kijken en poolshoogte nemen, maar ik ben een lone wolf in een jungle vol viertallen.

‘Missen jullie de oorlog niet?’ typ ik, terwijl mijn personage achter een palmboom aan het schuilen is.

‘Niet echt.’

‘Nee, man.’

‘Het nachtleven is toch veel mooier dan welke oorlog dan ook?’

‘Ook mooier dan onze oorlog?’ vraag ik. Niemand stuurt iets terug. Ze hebben het druk. Ze hebben het gezellig.

Ik ben inmiddels in een vuurgevecht met vier soldaten uit Albanië verzeild. Ik neem een slok van mijn mangothee en loop een hangar in. Hier vinden ze me nooit. Ik plaats twee landmijnen bij de ingang en verstop mezelf achter een stapel autobanden. In de rechterbovenhoek van het scherm zie ik dat er nog maar zeven soldaten over zijn. Er zijn nog drie teams in het spel. Twee teams van drie, en ik.

Als ik de andere teams met elkaar hoor vechten, ren ik naar buiten. Dit is mijn kans. Dit verwachten ze niet. Ze verwachten geen eenmansleger van bijna 42. Ik schiet mijn eerste wapen leeg en daarna mijn tweede. En dan verschijnen de blauwe letters. Die blauwe letters. De mooiste blauwe letters ooit. VICTORY.

‘Ik heb zojuist in mijn eentje een oorlog voor viertallen gewonnen. Ik ben echt de beste 42-jarige gamer ooit,’ typ ik.

‘Dus je zit niet in het theater?’

‘Natuurlijk niet.’

Twintig minuten later is iedereen online.

Twintig minuten later is alles weer normaal.

Ben jij ook zo iemand die graag haantje de voorste is? Mooi. Volg Nieuwe Revu dan op Facebook, dan krijg je de columns altijd als eerste te zien. Of abonneer op onze nieuwsbrief. Sturen we onze beste artikelen gewoon naar je toe.

Laatste nieuws