googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Misschien stel ik me wel verkiesbaar voor een plek in de gemeenteraad’

‘Je moet er wel het type voor zijn: een vergadertijger in hart en nieren, dol op dossierstukken lezen, ook als je er geen hol van begrijpt’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-6287c5b64ea49 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6287c5b64ea49 img{#fig-6287c5b64ea49 img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-6287c5b64ea49 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6287c5b64ea49 img{#fig-6287c5b64ea49 img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-6287c5b64ea49 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6287c5b64ea49 img{#fig-6287c5b64ea49 img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Omdat ik vanbinnen toch een beste jongen ben, en de burgerplicht tegenwoordig gierend in de mode is, vroeg ik me een tijdje geleden af of ik niet eens een keer mijn scherpe intellect en loepzuivere moreel kompas in dienst van de samenleving moest gaan stellen. Bijvoorbeeld door me verkiesbaar te maken voor een plek in de gemeenteraad van het dorp waarin ik woon.

Omdat ik wel vaker te impulsief handel, met alle gevolgen van dien, besloot ik eerst mijn licht op te steken bij het enige (ex-)gemeenteraadslid dat ik ken, tevens mijn vriend en partner in zaken: Marcel. Hij stond me met alle soorten van genoegen te woord, maar vreesde dat hij de uitkomst van ons gesprek wel kon voorspellen: ‘Dat is niets voor jou.’

Bij hem was het ook geen roeping geweest. ‘Het overkomt je.’ In zijn geval in de persoon van zijn buurvrouw, die hem aan de voordeur polste. ‘En dan ben je toch gestreeld.’ De tweede keer dat buurvrouw hem vroeg, zei hij ‘ja’, op voorwaarde dat hij op een onverkiesbare plaats zou komen te staan, want eigenlijk had hij helemaal geen tijd voor de politiek. Je raadt het al: Dorpsbelangen boekte een monsterzege en veroverde negen van de negentien raadszetels. En Marcel stond op zeven.

Van meet af aan wist hij al: ik ga dit doen naar eer en geweten, maar met de grootst mogelijke tegenzin. Want je moet er wel het type voor zijn: een vergadertijger in hart en nieren, dol op dossierstukken lezen, ook als je er geen hol van begrijpt en je meer ontgaat dan je ziet.

Marcel verdiende 400 euro per maand, veel te weinig voor de dagtaak die het raadslidmaatschap eigenlijk is, als je het goed wilt doen. ‘Je weet voortdurend: ik schiet tekort. Ik ga nooit een Pieter Omtzigt op lokaal niveau worden. Het moment dat je je realiseert dat je er niet toe doet, is wel even slikken.’

Natuurlijk: dat ene succes was er ook. Het dossier ‘winkelsluiting op zondag’. Marcel de woordvoerder die met een speech als Martin Luther King in zijn beste dagen de overwinning binnenhaalt. Reden voor de plaatselijke pers om Marcel op het schild te hijsen als favoriet voor beste raadslid van dat jaar – tot er valse stemmen werden gevonden en de enquête werd stilgelegd.

‘Een gemiddelde lijst in onze gemeente heeft één of twee goede mensen. De rest zijn Vollidioten. Ik heb er geen nachtmerries aan overgehouden, maar 80 procent was verspilling van tijd. Ik heb niets teweeggebracht en kan nergens op bogen.’

Ben jij ook zo iemand die graag haantje de voorste is? Mooi. Volg Nieuwe Revu dan op Facebook, dan krijg je de columns altijd als eerste te zien. Of abonneer op onze nieuwsbrief. Sturen we onze beste artikelen gewoon naar je toe.

Laatste nieuws