googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

John de Bever: ‘Ik ben maar een heel zacht ventje’

Op z’n veertiende had hij al een single en een platencontract bij vader Abraham, maar het voetbaltalent won het van de stembanden. Na een indrukwekkende carrière in het zaalvoetbal pakte John de Bever (56) de microfoon weer op en scoorde hij een monsterhit. Over zijn keuzes, carrièreverloop, successen, mislukkingen en die niet te remmen drang naar een overwinning: ‘Ik wil winnen bij alles waar een competitief element in zit. Van mens-erger-je-niet tot ganzenbord of dammen: ik ga voor de winst.’
@media (max-width: 679px){#fig-6283af309bbb7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6283af309bbb7 img{#fig-6283af309bbb7 img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-6283af309bbb7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6283af309bbb7 img{#fig-6283af309bbb7 img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-6283af309bbb7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6283af309bbb7 img{#fig-6283af309bbb7 img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-6283af309bbb7 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6283af309bbb7 img{#fig-6283af309bbb7 img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}John de Bever: ‘Ik ben maar een heel zacht ventje’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

John, je hebt twee keer van je grote hobby’s je werk kunnen maken: eerst het voetballen en toen het zingen. Dat is best bijzonder en maar voor heel weinigen weggelegd, toch?

‘Ik heb gewoon geluk gehad. Ik kon een beetje voetballen en ik kon een beetje zingen, ik heb er beide keren mijn beroep van kunnen maken. Dat ik gezond ben, vind ik veel belangrijker. Daardoor voel ik me een zeer bevoorrecht mens.’

Dat gezond zijn is wel een dingetje bij jou, hè? Je bent nogal een hypochonder.

‘Dat is zo. Ik voel me prima, maar ik laat me van tijd tot tijd wel goed controleren. Ik ga regelmatig naar de dokter om mijn bloed te laten onderzoeken.’

Je wordt 57 in april, je loopt naar de zestig: maak je je meer zorgen om je gezondheid naarmate je ouder wordt?

‘Nee, ik heb dat al mijn hele leven gehad. Als ik iets hoor of zie op televisie, dan kan het goed zijn dat ik drie weken later denk dat ik het ook heb.’

Maar heb je weleens echt iets gehad?

‘Nee, gelukkig niet. En veel verstand heb ik ook niet, maar daar kunnen ze me nergens aan helpen. Ik heb in mijn voetbaltijd weleens mijn kruisbanden gescheurd, maar dat zijn gewoon dingen die kunnen gebeuren.’

Ben je net zo bang dat jouw honden iets overkomt?

‘Mijn honden zijn heel belangrijk voor me. Bentley is acht, Jack is vijf. Ze zijn als een soort kinderen voor ons. Niemand moet aan onze honden komen, want dan hebben ze een probleem met mij. Acht jaar geleden gaf ik niks om een hond, nu zou ik nooit meer zonder kunnen. Ze gaan mee naar Spanje, ze gaan overal mee naar toe. Laat nou niemand mijn honden een schop geven, want die sla ik het ziekenhuis in.’

Terug naar je carrièreverloop: had je nog iets anders kunnen worden dan profvoetballer en zanger?

‘Misschien iets in de horeca. Ik heb in Spanje drie keer een café gehad toen ik was gestopt met voetballen. Ik kan verder niet zo gek veel hoor. En daarbij komt: een chirurg, stukadoor of metselaar moet zijn vak eerst tot in de details leren en beheersen, voordat hij aan het werk kan. Ik heb het talent om te voetballen en zingen gewoon gekregen.’

Toch heb je wel interessante keuzes gemaakt. Je zong op de veertiende al, maar bent gaan voetballen om later het zingen weer op te pakken.

‘Klopt. Ik stond onder contract bij Pierre Kartner, oftewel Vader Abraham. Hij schreef het nummer Als ik later eens trouw voor me, dat in maart 1980 de tipparade bereikte. Er volgden nog drie singles en een elpee, maar daarna nam ik het besluit om voorlopig te stoppen met zingen omdat ik ook aardig kon voetballen. Eerst op het veld; ik heb vijftien jaar profvoetbal gespeeld in België omdat ik dat kon combineren met zaalvoetbal. Daarna ben ik me volledig gaan richten op zaalvoetbal bij Bunga Melati. Later heb ik mijn eigen zaalvoetbalteam opgericht, De Bever Boys, daar speel ik nog steeds, recreatief. In 2006 heb ik het zingen weer opgepakt.’

Wat in 2016 resulteerde in die ene hit die iedere artiest ooit eens hoopt te scoren: Jij krijgt die lach niet van mijn gezicht. Wat heeft dat nummer jou gebracht?

‘Alles. Daardoor werd ik ineens weer heel bekend en kon ik driehonderd keer per jaar heel Nederland door om te zingen. John de Bever was ineens overal te zien, te vinden en te horen, dus dat was wel leuk.’

Welke rol speelt dat lied nu nog in je leven?

‘Een heel grote rol. Bij optredens zing ik ’m twee keer: ik begin en eindig ermee. Dat liedje, daar hoef ik niks voor te doen. Iedereen tussen de vier en de tachtig kent het, ook al hou je niet per se van mijn muziek. Ik heb het bovendien een aantal keer laten terugkomen. Tijdens het EK voetbal werd het geadopteerd door het Nederlands vrouwenteam, toen maakte ik er een speciale oranje versie van. Bij twee kampioenschappen van PSV en bij de campagne om de Gouden Radioring van Wilfred Genee kwam het ook weer terug.’

‘Acht jaar geleden gaf ik niks om een hond, nu zou ik nooit meer zonder kunnen. Laat nou niemand mijn honden een schop geven, want die sla ik het ziekenhuis in’

De hit zal ook financieel zijn gevolgen hebben voor je. Word je rijk van het zingen?

‘Daar heb ik wel geluk mee gehad, ja. Daar verdien je meer mee dan bij de Albert Heijn werken. Wat er precies binnenkomt, ik heb geen idee. Maar ik wil wel graag klaar zijn voor mijn oude dag.’

Met ‘klaar’ bedoel je: financieel binnen zijn voor je pensioen?

‘Ja. Dat ik in ieder geval een rustige en zorgeloze oude dag heb. Kijk, je kunt toch maar twee keer per dag eten en één jasje tegelijk aandoen, dus wat dat betreft hoef ik me niet zo uit te sloven, maar mijn man zorgt ervoor dat we later geen zorgen hebben.’

Wat kost dat nou, een half uurtje John de Bever?

‘Dat weet ik niet, serieus niet, dat regelt Kees allemaal. Hij is mijn echtgenoot en manager en zorgt voor alles achter de schermen. Volgens mij ben ik nog best wel goedkoop voor iemand met zo’n hit. Tenminste dat zeggen ze altijd. Kijk, ik heb nog zo’n oud Nokia-telefoontje en van mijn bankpas weet ik mijn eigen pincode nog niet eens. Kees regelt eigenlijk alles en zoals we nu leven, vind ik het eigenlijk wel goed.’

Het past wel een beetje bij jou dat je alles laat regelen. Het verhaal gaat dat je in je tijd bij Dordrecht’90 extravagant gedrag vertoonde doordat je een medespeler in dienst nam als privéchauffeur.

‘Dat verhaal is de wereld in geholpen door een jonge journalist die een beetje populair wilde doen, denk ik. Hij heeft dat verhaal wat geromantiseerd. Het ging om een vriend van me, die bij mij in de zaal én in België op het veld speelde. We voetbalden al tien jaar samen, steeds tegelijk veld en zaal, da’s toch toevallig, hè? Hij reed altijd veel liever en ik zat er graag naast. Dat een journalist daar dan zo’n verhaal van maakt, is absolute onzin.’

Het staat nog wel steeds op Wikipedia.

‘Daar kan ik ook niks aan doen, maar het slaat nergens op. Die journalist had denk ik een hekel aan me of zo, weet ik het.’

Lees de rest van het interview in de nieuwste Revu of op Blendle.nl

Zien, horen en beleven hoe ons gesprek met John de Bever is verlopen? Kijk dan naar de vlogcast van onze showbizzverslaggever Andries Jelle de Jong.

John praat in dit interview over zijn carrière en over zijn wil om te winnen. ‘Ik wil winnen bij alles waar een competitief element in zit. Van mens-erger-je-niet tot ganzenbord of dammen: ik ga voor de winst. Mocht ik bij een bordspel dik achter staan, zou het zomaar kunnen gebeuren dat ik “per ongeluk” een beweging maak waarbij alle pionnetjes omvallen en we dus opnieuw moeten beginnen. Ja, dat is wel gemeen, ja.’

Laatste nieuws