Jan Heemskerk

Hij wees me op de thermostaat: 19,2 graden zonder een vleugje gas

'Hij betaalde ook bijna niks, de klootzak’

Jan Heemskerk

‘De verwarming staat aan!’ Geheel onthutst en niet weinig woedend kwam mevrouw Heemskerk de slaapkamer binnen rennen. Ze had het zelf gevoeld, de radiator op de wc was nog warm en het kleinste kamertje zelfs ronduit behaaglijk aan de blote bips. Hoe was dit mogelijk? Groeide er soms een gasboom in de tuin? Hadden wij de gasbel bij Slochteren gewonnen misschien? Wilde paniek in de tent en ik had mijn hypermoderne thermostaat-app al opgestart. Hm. Alle seinen stonden geruststellend op groen: de radiatoren uit en de temperatuur in alle kamers onder standje nachtvorst. Of toch niet?

Ai.

De temperatuur in de woonkamer bleek bij nadere analyse eerder die ochtend onder de 17 graden te zijn gezakt, teken voor de ketel om een beetje gas te geven en de kamer weer een halve graad op te warmen. En aangezien de wc in dezelfde warmtezone zit als de woonkamer, was het toilet automatisch mee verwarmd. ‘Nog goed dat we er nu al achter komen,’ suste ik, ‘kruip nog maar lekker even onder de dekens, zet ik de verwarming nog wat lager’.

Ze nam nog liever een extra koude douche.

Een uurtje later stapte ik binnen bij mijn collega Martin, die zelf ook net thuis was aangekomen na een liefdesweekend bij zijn vriendin. Het was lekker warm in de huiskamer en er brandden links en rechts wat geurkaarsjes. Ik had Martin nooit ingeschat als het type, dus ik vroeg waar ik dit warme welkom aan te danken had. Hij beweerde dat hij met de warmte van die kaarsjes en het bleke zonnetje dat door de ramen scheen, zijn kamer binnen een half uurtje had opgewarmd tot 19 graden. Dit dankzij de spectaculaire isolatiegraad in zijn gerenoveerde tussenwoning. Hij wees mij de thermostaat en inderdaad: 19,2 graden zonder een vleugje gas. Hij betaalde ook bijna niks.

Klootzak.

Weer thuis aangekomen na een heerlijk warm uurtje vergaderen trok ik een extra wollen vest en mijn trouwe Uggs-pantoffels model Ankara 1972 aan, en zette een mok thee. Het was gemeen koud en er was – behalve de kat – niemand thuis. Vrouw op kantoor en zoon op school of bij zijn vriendin, waar men het niet zo nauw neemt met het energie-armageddon. En ze gelijk hebben natuurlijk. En zo zat ik dus eenzaam en alleen blauwbekkend op de bank en voelde mij reuze zielig. Zelfs het besef dat die arme Oekraïense soldaten die straks met min 40 in een winters schuttersputje liggen, het nog vele malen erger hebben, vermocht mij op dit moment niet te baten. Ik had koud en ik ging in bad.

Stiekem, dat wel.

Column
  • iStock