googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

'Geniet van het mooie weer!'

'Het volgende moment word ik door drie potige studenten tegen de grond gewerkt en aan mijn enkels het park uit getrokken.'
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-6392f61887daf img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392f61887daf img{#fig-6392f61887daf img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-6392f61887daf img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392f61887daf img{#fig-6392f61887daf img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-6392f61887daf img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6392f61887daf img{#fig-6392f61887daf img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Ik sta in de rij voor de koffiebar, met mijn jas over de arm, zonnebril op. Ik ben niet de enige die een koffie-to-go wil. Het is een stralende herfstdag in het park, de zon schijnt glorieus. Her en der zitten groepjes jongeren op het gras. Zorgelozer dan dit wordt het leven niet. “Wie is de volgende?” vraagt de barista.

Achter me staan twee studentikoze meisjes. Ze ogen haastig, wat zenuwach- tig. Ik draai me om. ‘Gaan jullie maar voor,’ zeg ik.
‘Dankuwel,’ antwoorden ze beleefd. Beiden dragen een T-shirt met daarop een ijsbeer op een heel kleine ijsschots. Just Stop Oil staat eronder. ‘Ik heb de tijd,’ lach ik, ‘het is een prachtige dag.’ Vorsend kijken beide meisjes me aan. ‘Een prachtige dag?’ vraagt een van hen dan.
Ik wijs naar de strakblauwe hemel. ‘Het weer is een stuk opgeknapt, veel beter dan gisteren.’ Het andere meisje recht de rug. ‘Opgeknapt? U vindt dat het weer is ópgeknapt?’
Ik knik, steek een duim omhoog. ‘Lekker van het mooie weer genieten!’ Er valt een korte stilte. ‘Geníéten? Meent u dat echt? Ongelooflijk. U heeft werkelijk geen enkel gevoel voor urgentie, voor de realiteit die op ons af komt.’ ‘Ik heb het alleen maar over het weer...’ probeer ik.

‘U begint over het móóie weer. Weet u wel hoe kwetsend dat is?’
‘Zo bedoelde ik het niet. Het is een prachtige nazomerdag...’
‘Jeetje, u heeft wel lef, hè. Waarom zegt u niet gewoon de waarheid, dat het vandaag extréém weer is?’
‘Ja,’ bijt het andere meisje me toe. ‘Maar u doet liever alsof de zon iets fijns is, om te relaxen. Ooit van het woord klimaatcrisis gehoord?’
‘Natuurlijk wel, maar ik dacht...’
‘Met die attitude van u verdringt u een onderwerp dat ons allemaal aangaat compleet naar de achtergrond.’
‘Precies,’ vult de ander aan. ‘Maar dat zal u wel niets interesseren. Want meneer heeft de tijd. Fraai is dat. Zadel ónze generatie maar op met alle klimaatellende.’

Ik begin te hakkelen. ‘Het is echt niet mijn bedoeling om...’
‘Heeft u dan geen enkele klimaatschaamte? Niet te vatten, dit! De EU wil een jaarlijkse herdenkingsdag voor alle dodelijke slachtoffers van klimaatverandering. Maar u geniet liever van het mooie weer. Blijkbaar ontkent u dus al die doden. Nou, dan zal de Holocaust ook wel nooit gebeurd zijn, hè?’
‘Dat zeg ik helemaal niet. Ik vind alleen dat...’

Plots staat er een groepje jonge knullen om me heen. ‘Valt deze boomer jullie lastig?’ vragen ze de meisjes.
‘Ja, meneer ontkent hier met zoveel woorden de Holocaust.’
‘Helemaal niet!’ roep ik uit.
‘Jawel, u ontkent de klimaatholocaust!’
Het volgende moment word ik door drie potige studenten tegen de grond gewerkt en aan mijn enkels het park uit getrokken. Nog net kan ik zien hoe beide meisjes tomatensoep over de barista heen kieperen en zich vervolgens vastlijmen aan de espressomachine. Geen idee waarom. Ik vermoed omdat in koffiebonen ook olie zit.

Laatste nieuws