googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

Het gelijk van Klaus Schwab

‘Als dakloze bespaar je elke maand die torenhoge huur en absurde stookkosten. Geen gemeentelijke belastingen, geen ziektekosten. En het allerbelangrijkste: geen gezeik.’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-63930273518f2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63930273518f2 img{#fig-63930273518f2 img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-63930273518f2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63930273518f2 img{#fig-63930273518f2 img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-63930273518f2 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63930273518f2 img{#fig-63930273518f2 img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Zaterdagavond. Moeizaam klimt de veertiger op de barkruk naast me. ‘Zeg kastelein, doe mij één pilsje. Om warm te worden. Ah, heerlijk! Hier is het tenminste lekker knus. Heel anders dan buiten.’

Als vanzelf draait hij zich naar me toe. ‘Oorlog, energiecrisis, inflatie op inflatie. Ik zeg het je, winter is coming. Thuis is het al zover, in dat tochtige appartement van me. De thermostaat op 15 graden. Mijn verhuurder zegt dat het went, de kou. En dat radiatorfolie wonderen doet, zolang ik de gordijnen maar dichthoud vanwege het enkel glas.’

Ik knik maar eens. De man lijkt even in het verleden te staren. ‘Daarom ging ik elke ochtend een uur eerder naar kantoor. Nam ik de stoptrein in plaats van de intercity. Echt behaaglijk, die warmte in de coupé. En op kantoor is alles gratis, hè. Koffie, verwarming, elektra. Ik laadde er mijn mobiel op. En al mijn powerbanks. Toiletpapier net zo. Elke week nam ik een rolletje mee naar huis. Merkte niemand.’

Hij zucht. ‘Maar toen wilde mijn baas dat alle administratief medewerkers weer gingen thuiswerken. Hoefde hij het kantoor niet meer warm te stoken. Dus daar zat ik dan, met mijn laptop aan de keukentafel, fleecetrui aan. IJskoude handen, niet te doen.’

Hij steekt een wijsvinger in de lucht. ‘Maar ik heb er iets op gevonden! Ik ga nu elke werkdag op de fiets naar de Ikea. Zit ik met mijn laptop in het restaurant. De koffie is daar gratis, je mag zelfs onbeperkt navullen. En als het er ’s middags te druk wordt, dan verkas ik naar de openbare bibliotheek. Met mijn eigen thermoskan koffie, ’s ochtends gevuld bij de Ikea.’

Hij neemt een grote teug van zijn pilsje. ‘Maar in het weekend, dan neemt deze jongen het ervan. Vanochtend lekker gedoucht. Dan draai ik de warme kraan een klein beetje open, zodat het alleen maar wat sijpelt uit de spaarkop. Dat is voor mij voldoende. En morgen haal ik mijn beide puberdochters op bij mijn ex. Gaan we gezellig met zijn drietjes de stad in, etalages kijken. Maar dan alleen bij winkels die gesloten zijn. Dat is ook wat ik mijn meiden altijd vertel: je hoeft niet iets te bezitten om ervan te kunnen genieten. Alleen kijken is ook fijn. Dan rollen ze met hun ogen en noemen me Klaus Schwab. Die roept ook dat je niets hoeft te bezitten om gelukkig te zijn.’

Hij zwijgt even. ‘Laatst zag ik onder een viaduct een dakloze liggen. Met zo’n fijne dikke slaapzak, lekker opgerold als een coconnetje. Dan denk ik: die jongen heeft het slim bekeken. Als dakloze bespaar je elke maand die torenhoge huur en absurde stookkosten. Geen gemeentelijke belastingen, geen ziektekosten. En het allerbelangrijkste: geen gezeik. Wat wil een mens nog meer?’ De man staat op, rekent zijn pilsje af en staart heel even peinzend voor zich uit. ‘Ja, misschien is die dakloze wel gelukkiger dan ik.’ En dan mompelend, terwijl hij richting het tochtgordijn loopt: ‘Heeft die Klaus Schwab toch gewoon gelijk.’

Laatste nieuws