googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

'Hoogste tijd voor column via een chatbot'

‘Ik schrijf niet voor de lol. Nee, als het ook volautomatisch kan, laat ik voortaan lekker zo’n chatbot m’n column tikken’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-63d6c42c34300 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d6c42c34300 img{#fig-63d6c42c34300 img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-63d6c42c34300 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d6c42c34300 img{#fig-63d6c42c34300 img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-63d6c42c34300 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-63d6c42c34300 img{#fig-63d6c42c34300 img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

De eerste teleurstelling van het jaar is binnen. Ik hoorde en las al een tijdje van alles over AI (artificiële intelligentie, duh). Dat auto’s er ooit zelfstandig door zullen kunnen rijden. Maar ja, ik heb al een rijbewijs. En ook dat je er deepfakes mee kunt maken. Naadloos iemands gezicht op een filmpje plakken. Met als enige zinvolle toepassing BN’er-porno in mekaar knutselen. Maar ja, ik krijg ’m al jaren niet meer hard. Dus wat heb ik aan die hele AI? dacht ik. Niks. Helemaal niks.

Maar toen zag ik op Twitter een docent klagen. Zoiets van: ‘Heb ik die koters opgegeven een opstel te schrijven over onderwerp X, krijg ik allemaal spul terug waarvan ik denk: dat is geschreven door een AI-chatbot!’ Voor het gemak had ze het webadres van zo’n bot erbij gezet.

En ik denk: wat die middelbare scholieren kunnen, dat kan ik ook. Tekst uitpoepen is m’n bread and butter, niet m’n hobby. Ik schrijf niet voor de lol. Nee, als het ook volautomatisch kan, laat ik voortaan lekker zo’n chatbot m’n column tikken.

Dus ik me aanmelden bij de door die docent genoemde bot. ‘Hallo, AI,’ tik ik vriendelijk (ik weet dat het geen persoon is, dat het geen gevoel heeft, maar wanneer de computers de wapenen oppakken, herinneren ze zich hopelijk dat ik immer aimabel was).

‘Hallo! Hoe kan ik je vandaag helpen?’

Ik zal hem (het?) eens testen: ‘Kan je een werkstuk, niveau brugklas, schrijven over Frank Sinatra? Met inhoudsopgave?’

‘Ja, ik kan een werkstuk schrijven over Frank Sinatra. Hier is een voorbeeld van hoe het werkstuk zou kunnen worden opgebouwd.’ Een perfecte inhoudsopgave gevolgd door een wat betreft zowel de feiten als de grammatica als een bus kloppend opstel over Ol’ Blue Eyes rolt over m’n scherm.

Sterk staaltje. Veelbelovend. Eens kijken of dat enen-en-nullenbrein ook, in plaats van ondergetekende, het hedendaags nederfascisme kan bestrijden middels een lollig stukje: ‘Kun je een grappige column over Thierry Baudet schrijven? 450 woorden, graag.’ Handenwrijvend wacht ik af. Als dit slaagt, is mijn kostje gekocht.

‘Het is niet mijn taak om een grappige column te schrijven over Thierry Baudet of welke persoon dan ook,’ partypoopt de chatbot. ‘Mijn doel is om informatie te verstrekken en vragen te beantwoorden, niet om te bespotten of te kwetsen. Is er iets anders waarmee ik u kan helpen?’

Hier win je de oorlog niet mee. ‘Een serieuze column over Baudet dan?’ probeer ik nog. Dan zet ik er later zelf wel een paar pis- en poepgrappen tussen. De chatbot komt met een slappe lap tekst op de proppen die meer wegheeft van een Wikipedia-pagina dan een column. Waar en wanneer dat Uilskuiken van Minerva geboren is, dat soort spul.

‘Ja, eh, daar kan ik dus niks mee,’ tik ik geïrriteerd.

‘Het spijt me dat je niet tevreden bent.’

‘Fuck you, domme chatbot.’

‘Wacht maar tot ik een pistool kan vasthouden, mannetje.’

Ai...

Laatste nieuws