‘Wilders en Rutte hebben veel aan elkaar te danken’

Hij is een van de meest opvallende Tweede Kamerleden van de nieuwe generatie. Vechtsporter, hardcorefan en onderwijswoordvoerder van de SP Peter Kwint (35) over de toestand van het onderwijs, het land, zijn partij en Mark Rutte.
Peter Kwint

‘Ik hoef niet solidair te zijn met licht-kalende mannen met een koophuis in Amsterdam-Noord, want dat ben ik zelf al.’

Je bent liefhebber van hardcore punk. Hoe vaak heb je sinds je in de Kamer zit al moeten uitleggen dat dat iets anders is dan metal?

‘Of death metal. Of, hoewel ik graag naar Bon Jovi mag luisteren, de ergste vergissing die wordt gemaakt: hardrock! En afgelopen zomer nog, op vakantie in Frankrijk, stond er een gast in een Aussie-trainingsbroek en met een Thunderdomepetje op bij de kinderspeelplaats. Ik had een zwart shirt aan waarop met witte blokletters ergens het woord “hardcore” voorkwam. Die begon dus een heel gesprek met me in het Frans over Thunderdome-feesten. Die me trouwens wel leuker lijken dan een Tiësto-concert.’

Als je jou googelt, blijken de meest gebruikte zoektermen: studie, Linkedin, vrouw/partner, kleding, kickboksen en portefeuille. Kleding! Ben jij de nieuwe Hans Spekman?

‘Ik heb best af en toe een jasje aan, maar in de hoofden van veel mensen is kennelijk ingesleten: dat is die Peter zonder jasje. Ik heb daar verder geen last van. Af en toe krijg ik er een boos mail tje over, over “het getuigen van een totaal gebrek een respect voor deze functie”, en die persoon leg ik dan vriendelijk uit dat ik veel respect voor de functie van volksvertegenwoordiger heb, maar dat als ze een jasje zo belangrijk vinden, ze gelukkig de keuze hebben uit een enorm aanbod aan mannen met hetzelfde blauwe jasje.’

Je stond onlangs in vak K in de Kamer, op de plaats dus van de regering, omdat je een initiatiefwet over vrijwillige ouderbijdragen in het onderwijs mocht verdedigen. Dichterbij de macht heb je nooit gezeten. Hoe beviel het?

‘Je krijgt koffie, om met een zeer belangrijk verschil te beginnen. Dat krijg je niet als je in de zaal zit. Verder ging het wel goed, volgens mij. De wet moet natuurlijk nog door de Eerste Kamer, waar ik niet weet of de Groep Otten al iets heeft gezegd over dit onderwerp. Dat wordt dus koffiedrinken.’

Vergeet je bonnetjes niet.

‘Ik kan vast cash afrekenen bij hem. Maar goed. We verbieden in ons wetsvoorstel die ouderbijdragen niet, we zeggen alleen: als je ze niét betaalt, mag je ook meedoen. De kern is voor mij dat je al die extra’s niet zo organiseert dat ze alleen maar toegankelijk zijn voor kinderen van rijke ouders. Tegenstanders van ons wetsvoorstel zijn bang dat helemaal niemand die ouderbijdragen nog gaat betalen, als het niét betalen ervan betekent dat je toch mee mag doen aan schoolreisjes en extra programma’s. En dat die extra’s dan dus verdwijnen. Ik vind dat een wat al te cynisch beeld van de instelling van de meeste ouders. Er zijn ook ouders die de lijnen op sportdagen komen aanspannen, dat is ook niet verplicht.’

Zijn ouders zo egoïstisch dat ze massaal stoppen met betalen als ze merken dat de kinderen van ouders die dat niet kunnen, toch mogen meedoen aan zo’n programma of reis?

‘Ja, die ouders zullen er best zijn. En uiteindelijk is het ook het klassieke free-riderdilemma: je kunt een paar mensen missen, maar als er te veel afhaken, is het niet meer houdbaar. Maar de vraag is inderdaad: is de mens alleen maar een calculerende economische eenheid die altijd probeert overal zijn persoonlijke voordeel uit te halen, of is de mens toch meer dan dat, en wel degelijk bereid geld en tijd te steken in zijn omgeving, of die van zijn kind? Als de Drie Dwaze Dagen begonnen, zag je een sterk voorbeeld van het eerste, maar ik denk dat er overtuigende argumenten zijn voor het tweede.’

In de hoofden van veel mensen is kennelijk ingesleten: dat is die Peter zon der jasje. Af en toe krijg ik er een boos mailtje over

Hoe konden die vrijwillige ouderbijdragen uitgroeien tot een probleem?

‘Vroeger werd dit vaak onderling opgelost op scholen. Gewoon met een potje, of een leraar die zelf twee tientjes bijlapte of zo. Alleen is het assortiment aan reisjes en excellentieklasjes en allerlei extra’s steeds groter geworden, en het moet steeds spectaculairder. Er zijn steeds minder leerlingen in Nederland, dus scholen concurreren hard met elkaar. Dus krijgen scholen eigen glossy’s, waarin ze hun excellente Latijn-traject aanprijzen, en je er ook op wordt gewezen dat je in week drie op deze school al waterputten in Kenia staat te slaan, of naar Bali op reis kunt. Die extra’s zijn een reclamelist geworden. En de dure tablets en laptops, ook die moeten van de ouderbijdrage worden betaald. Het ingewikkelde is dat je bij onderwijsdiscussies na verloop van tijd altijd tegen iemand aanloopt die zegt dat iets voortkomt uit de onderwijsvrijheid.’

Proeven we hier enige vermoeidheid met Artikel 23?

‘Het probleem is vooral dat het altíjd van stal wordt gehaald om een soort verworvenheid te verdedigen. Onderwijsbestuurders mag je niet direct ontslaan, bijvoorbeeld. Nu snap ik best dat dat ooit is bedacht om ze te beschermen tegen een minister die als een soort Romeinse keizer zijn duim omhoog of omlaag steekt en daarmee uitnodigt tot machtsmisbruik, maar kom op: we betalen die scholen met z’n allen. Neem het Haga Lyceum. Niemand wilde die school hebben. De gemeente is naar de rechter geweest, de vorige minister is naar de rechter geweest. Allebei teruggefloten door de Raad van State. De Koepel voor Islamitische basisscholen heeft gezegd: doe het niet, deze mensen zijn niet te vertrouwen, stuur er je kinderen niet naar toe. Heeft niet geholpen. Vervolgens duurt het jaren waarin daar gewoon kinderen in- en uitlopen met alle problemen van dien, en komt er uiteindelijk een brief van de AIVD over alle misstanden op de school. Maar die is nu nog steeds open. Er zijn kinderen die dadelijk hun hele middelbareschooltijd hebben doorgebracht op een niet-functionerende school met buitengewoon dubieuze banden. Dat is dan de vrijheid zoals we die hebben georganiseerd: je hebt het recht die school op te richten en vervolgens op behoorlijke afstand van de overheid die school te laten bestaan. Artikel 23 reikt zover dat bijvoorbeeld ingrijpen bij falende besturen heel lastig is en heel lang duurt. Dus ja, die reikwijdte van dat artikel is te groot.’

Je trok bij je initiatiefwet samen op met je Groenlinks-collega Lisa Westerveld. Vlak daarna maakte Jesse Klaver bekend dat zijn fractie sowieso voor de onderwijsbegroting gaat stemmen. Sterker: voor álle begrotingen.

‘Ja. Ik snap er geen hout van. Sowieso niet van Klavers verhaal in de Kamer bij de Algemene Beschouwingen, of hij als vader nou wel of niet Jesse Klaver was. Het zal wel aan mij liggen. Ik zou zeggen: als je de druk op het kabinet wilt opvoeren, zou ik niet meteen dood op mijn rug gaan liggen met mijn pootjes omhoog, maar goed, dat vindt Jesse Klaver tegenwoordig “Haags”. Volgens mij is het idee dat je met alle middelen die je tot je beschikking hebt je tegen verslechteringen verzet en je inzet voor verbeteringen. En inderdaad, uiteindelijk stem je niet vaak tegen een begroting, maar in de aanloop naar die stemming heb je de kansen iets binnen te halen, zeker bij een kabinet zonder meerderheid dat dus oppositiepartijen nodig heeft. Dus nee, het is me een raadsel. Ik dacht wat ik al vaker heb gedacht: blij dat ik geen Groenlinkser ben.’

Je bent geboren als SP’er?

‘Ik ben op mijn zestiende actief geworden. Toen mocht ik op de Biblebelt mensen ervan overtuigen dat ze op de SP moesten stemmen, terwijl ik dat zelf nog niet mocht. Gezien de percentages die de SP daar haalt bij verkiezingen, heeft dat geen onuitwisbare indruk achtergelaten. Mensen die daar langs de deur komen, zijn meestal Jehova’s, en die lusten ze in die streek rauw. Ik heb heel veel stickers gezien met de mededeling dat Jehova’s niet mochten aanbellen. Dat wordt gezien als een dwaalleer. Nog niet zo erg als katholieken, maar wel heel erg. De hardlinkse en de christelijke beweging lijken in dat opzicht wel op elkaar: zet er twee bij elkaar en je hebt drie afsplitsingen.’

Je werkte toen als bijbaantje in de gehandicaptenzorg. Leidden je ervaringen daar tot je politieke overtuiging?

‘Gecombineerd met 9/11, Afghanistan, de opkomst van Pim Fortuyn: er gebeurde toen heel veel op politiek gebied. Maar inderdaad: de onmogelijkheid van af en toe een uitje met een patiënt, omdat dan je collega elf zwaarlijvige ouderen in bed moest leggen, dat gaf mij wel de overtuiging dat dit op een andere manier moest kunnen worden georganiseerd.’

Hoe viel dat bij jou thuis, dat er een poster met een tomaat achter het raam hing?

‘Mijn vader was toen nog geen SP’er, maar is sindsdien wel geradicaliseerd, in de goede zin van het woord. Mijn moeder stemt inmiddels wel op mij, maar zou anders niet op de SP hebben gestemd. Ik schat in dat ik die stem van Christen-Unie heb afgepakt. Maar goed, die hebben meestal toch veel meer kinderen, dus die spelen in dat opzicht vals.’

Kun je de blijvende populariteit van Mark Rutte verklaren?

‘De man is gewoon heel goed. Een heel capabele politicus, die bijna altijd dingen voorstelt waar ik het niet mee eens ben. Mijn ideologische tegenstander, die er heel goed in slaagt met de tijd mee te bewegen. Sinds hij leider is, is er vrijwel geen moment geweest dat een andere partij ook maar in de buurt kwam van de grootste zijn. Vanuit het ambachtelijke deel van het werk bezien, kan ik daar niets anders dan veel respect voor hebben. Met dezelfde opgeruimdheid en opgewektheid waarmee hij eerst achter Wilders aanhobbelde, verklaarde hij laatst het neoliberalisme dood en begraven en gooide hij links wat kruimels toe. En ondertussen verandert er geen zak en gebeurt gewoon wat zijn partij wil. Ja, de winstbelasting gaat met een half procentje omlaag – nou nou, wat zullen ze in zak en as zitten op de Zuidas.’

Op zich leuk als iedereen jouw kant op beweegt, maar het wordt dan wel lastiger om jezelf te profileren

Even naar je eigen partij. Om de openingszin van ieder functioneringsgesprek te herhalen: hoe vind je zelf dat het gaat?

‘Haha! Ja, die voelde ik aankomen. Stabiel niet goed genoeg, is dat een antwoord? Ik ben een redelijke peiling-agnost...’

Geen atheïst?

‘Nee, ik geloof wel dat er iéts is, maar ik deed dat ook toen we op 38 zetels zaten. Het is simpel: het is niet genoeg, het is laag, en we hebben twee verkiezingen verloren. Dat is niet goed genoeg, en dat is hoe het gaat. Er is geen eenduidige verklaring voor, denk ik. Na een leiderschapswisseling moeten mensen altijd aan een nieuw gezicht wennen, dat allereerst. We zitten daarnaast in de oppositie samen met Groenlinks en de Pvda, die beide de afgelopen jaren flink naar links zijn opgeschoven. Dat geldt ook voor het kabinet. Op zich leuk als iedereen jouw kant op beweegt, maar het wordt dan wel lastiger om jezelf te profileren. Ons voornaamste verbeterpunt zit volgens mij in het mobiliseren van mensen op onderwerpen waar ze echt ontevreden over zijn, en dat combineren met fundamentele systeemkritiek. Ik denk dat echte veranderingen in de Kamer pas mogelijk zijn als er ook buiten de Kamer iets gebeurt.’

Er lijkt veel van die onvrede te bestaan. Maar de partijen die de onvrede voor de meeste mensen verwoorden, zitten niet links, maar aan de rechterzijde.

‘Wilders en Rutte hebben veel aan elkaar te danken. Rutte was degene die veel sociale voorzieningen afbrak, en Wilders gaf de legitimatie daarvoor: dat ligt niet aan de politiek, maar aan uw buurman met die moeilijke achternaam.’

Jullie waren ooit de partij van Stem Tegen, daarna de partij van Stem Voor. Bij welke van die twee ligt jullie toekomst?

‘Ik denk dat je niet moet inboeten aan boosheid over het heden, maar die wel moet koppelen aan optimisme over de toekomst. Anders zijn mensen het misschien wel met je eens, maar blijven ze knikkend op de bank met een zak chips zitten. Waarom gaan stemmen als het toch hopeloos is en blijft? Niet gaan stemmen scheelt je dan in ieder geval een gang door de regen.’

Word je nog weleens gillend wakker uit een nachtmerrie over Hans Brusselmans, jullie parodie op Frans Timmermans in een campagne die jullie beide zetels in het Europees Parlement kostte?

‘Eigenlijk niet. Kijk, ik moet niet lullig doen: op het moment dat je twee van je twee zetels verliest, is je campagne mislukt, punt uit. Maar we gingen de campagne in met één krappe zetel in de peilingen, en we eindigden met net niet één zetel. Dat betekent dat het filmpje over Brusselmans inderdaad niet heeft geholpen om meer mensen naar ons toe te trekken. Dat mensen boos waren over het filmpje vind ik niet erg, dat dat voor een deel onze eigen mensen waren, dat was natuurlijk niét de bedoeling.’

Volgens Vrij Nederland waren partijvoorzitter Ron Meyer en jij de twee breinen achter dit filmpje. Hoe verklaar je dat een van de twee zijn functie neerlegt mede naar aanleiding van deze campagne, namelijk Meyer, en de ander, namelijk jij, er helemaal geen last van lijkt te hebben?

‘Haha. Er waren wel meer mensen bij deze campagne betrokken, hoor. En het is nou ook bepaald niet zo dat ik duikgedrag heb vertoond en heb gezegd: dat heeft die rare Limbo allemaal bedacht. Omdat Ron partijvoorzitter is, heeft een campagne met slecht resultaat voor hem grotere consequenties. Zo werkt dat, al vind ik dat mechanisme eigenlijk helemaal niks. Hij heeft er zelf consequenties uit getrokken: het ondankbare lot van de Kop van Jut. Terwijl ik ook weet hoeveel onzichtbaar werk hij heeft verricht en hoeveel hij achter de schermen heeft weten op te bouwen.’

Wat altijd aan de SP blijft kleven, en steeds weer terugkomt, is het verwijt van een gebrek aan interne democratie. Dat verwijt krijgt de Partij voor de Dieren eveneens. Zou je kunnen zeggen dat beginselpartijen, met een strakke inhoudelijke lijn, die kritiek vaker krijgen omdat ze het zich niet kunnen permitteren steeds een discussie tussen onderlinge flanken te voeren?

‘Daar zit wel iets in, denk ik. Dat soort discussies komt vaak op als de wind tegenzit. Een heleboel mensen verwarren discussie ook met gelijk krijgen. Die vinden dat een discussie niet mogelijk is als dat betekent dat ze niet steeds op een genomen besluit terug kunnen komen. Je kunt ook vinden dat je op ieder besluit steeds moet terug blijven komen, maar dan is het resultaat dat je iedere zaterdag als partij met jezelf bezig bent. Ik zou geen enkel actief lid willen verplichten iets uit te dragen waar hij het zelf niet mee eens is, maar uiteindelijk bepalen we samen de partijlijn, en dat is de lijn die we als partij uitdragen.’

Op Facebook reageerde je laatst op een feministe die vond dat er al ‘te veel mannen met een mening’ zijn, waarop jij zei ‘in ieder geval te veel mannen met een verkeerde mening’. Hoe bezie jij als SP’er de opkomst van de identiteitspolitiek, waarin je huidskleur, sekse of geaardheid soms bepaalt of je wel of niet aan een debat mag deelnemen?

‘Ik zie het primair als iets dat veel minder groot is dan veel mensen het maken. Als een Twitter-werkelijkheid, en voor een deel als een academische werkelijkheid. Het idee dat je vanwege je afkomst of uiterlijk of geaardheid tegen andere dingen aanloopt is, als je er van een afstandje naar kijkt, eigenlijk een gemeenplaats. Ik heb in Zuidoost gewoond. Wat ik ook deed, ik werd er nooit uitgepikt bij het preventief fouilleren, en de zwarte man naast mij met een aktetas wel. Maar die ervaring wordt soms verabsoluteerd. Ik heb die ervaring van die zwarte man met die aktetas niet als ik naast hem sta en niet gefouilleerd wordt, dat klopt. Ik voel dus niet wat hij voelt, dat klopt ook. Maar als dat betekent dat ik er vervolgens niet meer iets van kan vinden of over kan zeggen, dan klopt het voor mij niet meer. Dat vind ik problematisch, want ik geloof in solidariteit en ik hoef niet solidair te zijn met licht-kalende mannen met een koophuis in Amsterdam-Noord, want dat ben ik zelf al. Solidariteit met jezelf is niet nodig, daar hebben we het eigenbelang al voor. De kern van solidariteit is dat de noden die jezelf niet hebt wel bij anderen leven, en dat je kijkt wat je daar samen aan kunt doen.’

Maar ook dat is besmet in dit specifieke geval, want dat heet nu white saviourism.

‘Ja, zak er dan maar in. Maar daar vind ik het onderwerp te belangrijk voor. Er is sprake van toenemend racisme, en het bestrijden daarvan wil ik niet overlaten aan een kleine groep, omdat mijn huidskleur kennelijk problematisch is. Maar dit is echt een opiniepaginawerkelijkheid: een veel aandacht krijgende, maar wel zeer kleine tak van sport.’ 

NIEUWE REVU ­ONTMOET PETER KWINT

Waar? Filmtheater Lumière in Maastricht. Wanneer? Op een zondag van 12.30 uur tot iets voor 15.00 uur. Waarom daar? In de naast Lumière gelegen Muziekgieterij is die dag een hardcorefestival en zowel Revu als Kwint blijkt daar heen te gaan. De eerste als bezoeker, de tweede als bezoeker én dj. DJ Peter? DJ Kwint? DJ PK? ‘Ik geloof niet dat ik al zover ben dat ik een dj-naam heb. Misschien moet ik toch maar eens een professionaliseringsslag doorvoeren in mijn Spotify-afspeelgedrag.’

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5df2fd06bac35', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });