Premium

‘De coke kiest jou’

Michel is dakloos en verslaafd. Om zijn 14-jarige dochter zijn levensverhaal te kunnen vertellen, schrijft hij nu aan zijn autobiografie.
Cocaïne

‘Nee, niemand kiest ervoor om dakloos te worden en onder een brug te slapen. Niemand kiest ervoor om verslaafd te worden. Dat overkomt je. Neem mij nou. Ik had een goede baan. 2500 euro schoon in de maand. Ik had een mooie auto onder m’n kont en een goed huis. Alles weg.’

‘Ik wil dat boek over mijn leven schrijven,’ zegt Michel ernstig: ‘Het moet een boek worden over mijn verslaving. Hoe dat echt is. Over mijn leven op straat. Niet alleen met de ellende, maar ook met humor. En ik wil het schrijven voor mijn dochter. Die is nu veertien. Ze woont in een pleeggezin, maar ik heb nog geregeld contact met haar. Ik heb haar pas nog gezien. Ze was jarig, ik had een cadeautje voor haar meegenomen. Een ringetje.’

Michel (45) is een goede prater. Lang haar, verzorgd baardje, een zachtaardige uitstraling, een uiterlijk alsof hij net uit een schilderij van Da Vinci is gestapt. Alleen als hij zijn mond opendoet, merk je dat hij zijn ondertanden mist. Hij gaat door: ‘Ik heb de titel voor mijn boek al. Het moet Een Goed Verhaal gaan heten. Goed hè?’

Hij vouwt zijn handen voor zijn borst en zegt dan: ‘Hartstikke bedankt dat je me wil helpen. Dat is zeer inspirerend voor me.’Ik geef hem een schrijfblok en een pen. Michel is erdoor overdonderd, maar hij begint toch te schrijven. Heel aandachtig, geconcentreerd. Even later leest hij de eerste zinnetjes op.

‘Aaaah!

Godverdomme!!!

Boosheid, woede

Pijn en verdriet

En waar moet ik heen.

Ik weet het niet meer.

Gewoon maar lopen.

Het regent, ik heb niets meer.

Dus ook geen paraplu.

Doorweekt en vermoeid

zie ik een schuurtje.’

De paar zinnetjes heeft hij met tussenpozen geschreven en voorgelezen, maar dan wordt hij onrustig. ‘Ik heb een afspraak, ik moet weg. Ik moet de stad in, maar ik blijf aan mijn boek werken,’ is het laatste wat hij zegt.

Verslaving is de valkuil

Veertien dagen later spreek ik hem weer. Michel heeft in die tussentijd geen letter op papier gezet, maar als zijn boek ter sprake komt, gaat hij direct zijn schrijfblok halen in de kamer van zijn tijdelijke opvang in Haarlem. En na enige aandrang van mijn kant begint hij te pennen.

Even later leest hij weer voor: ‘Ik wil de stempel niet. De stempel “dakloos”.’ En daarna gaat hij weer door met het verslag van zijn eerste dakloze nacht.

‘Het schuurtje zit niet op slot.

Er liggen kussens, die ik op elkaar gestapeld heb. Daar lag ik dan. Denkend en voelend aan m’n alles.

Alhoewel ik dacht dat dat m’n alles was...

Maar ik begreep dat maar niet.’

Dan haakt hij weer af. Hij schrijft nog als laatste: ‘Ondanks de zeer gewaardeerde stimulans van Bert Voskuil, red ik het nu niet om verder te schrijven. Verslaving is de valkuil. Excuses en heel snel tot ziens.’

Michel blijft toch zitten. Nu zegt hij eerlijk: ‘Het is de craving. Mijn verslaving. Ik moet in de stad wat halen. Dat is sterker dan wat dan ook.’

Hij vervolgt: ‘Daarom moet dat boek er ook komen. Ik gebruik dat verhaal al zowat een jaar om geld te krijgen. Ik heb al tegen mensen gezegd dat ik clean geworden was en dat ik daar een boek over had geschreven. Dan vroeg ik hen om geld om naar Hilversum te reizen. Daar zou ik dan in het programma zitten van, hoe heet ze ook alweer, o ja, die Eva Jinek. Dan vertelde ik dat de redactie van haar tv-programma me wel geld wilde sturen, maar dat dat niet op mijn rekening gestort kon worden omdat ik in de schuldsanering zit. Daarom moet dat boek er ook komen. Ik wil iedereen die ik dat verhaal verteld heb en van wie ik geld heb gekregen, een boek geven. Want wat je belooft, dat moet je doen, zei mijn moeder altijd.’

Hij kijkt me aan met een wat beschaamde blik. ‘Ja, ik lieg. Als ik zeg dat ik voor mijn verslaving geld nodig heb, dan geeft niemand me wat. Op een pastoor na. Die zei me nadat ik een heel verhaal had opgehangen: “Lieg niet. Als je zegt dat het voor je verslaving is, dan geef ik je wat.” Toen ik dat deed, kreeg ik 5 euro van hem.’

Ik vertel hem dat ik hem wel een charmeur vind. Hij knikt. ‘Ik kan wel een verhaal verzinnen en vertellen. Dat heb ik geleerd in de tijd dat ik verkoper was in de meubelbranche.’

Niet zo van de afspraken

Ik vertel Michel niet wat ik van een vriendin over hem hoorde. Ze vertelde dat Michel bij haar had aangebeld en toen het verhaal over zijn boek vertelde. Ze had na zijn geschiedenis gehoord te hebben tranen in haar ogen. Michel huilde toen ook, maar streek wel het geld op dat zij en haar man hem uit puur medelijden gaven. Geld dat rechtstreeks naar zijn dealer ging, natuurlijk.

Michel blijft ondanks zijn craving toch zitten. Hij vertelt over de moeder van zijn dochter. ‘Mijn ex, ik hield zielsveel van haar. En nog, ik zie haar weleens in de stad als ze aan het bedelen is. Ze is verslaafd aan de heroïne. Dan krijgt ze een knuffel van me. Ik hield zielsveel van haar. Ze heeft me toch het mooiste gegeven in mijn leven: mijn dochter. Ze was mijn alles, maar ik had eerder voor mijn dochter moeten kiezen. Mijn vriendin was net als ik verslaafd. Dat ging niet meer.’ Dan vertrekt hij.

Het kost tientallen telefoontjes om hem weer te bereiken. Ik krijg op zijn telefoon een Spaans ingesproken voicemailbericht. Eindelijk heb ik hem aan de lijn. ‘Ja sorry, ik wilde je al bellen, maar ik ben nu bezig. Kun je over vijf minuten terugbellen?’ Ik bel, maar hij neemt dagenlang zijn telefoon niet op. Als hij dat eindelijk wel doet, maken we een afspraak. Ik vertel hem dat ik een oude fiets voor hem versierd heb, met een slot. ‘Fantastisch, daar ben ik stil van,’ zegt hij dankbaar. Maar op het tijdstip van onze afspraak is hij er niet. ‘Michel is niet zo van de afspraken,’ zegt een begeleider van hem droog.

Een paar dagen later ga ik met het fietsje op goed geluk naar hem toe. Een begeleider belt bij zijn kamer in de opvang aan. Hij geeft antwoord, is dus thuis, maar opent zijn kamerdeur niet. Pas als zijn persoonlijke begeleidster hem stevig heeft toegesproken, komt hij naar beneden. Hij bedankt me uitvoerig voor de fiets, en daarna gaan we samen zitten. ‘Waarom deed je niet open?’ vraag ik hem. ‘Ik schaamde me,’ zegt Michel. ‘Ik had niks geschreven. En ik dacht: ik bel hem later wel. Dat is ook de verslaving; je mist de wilskracht. De coke is de duivel, die grijpt je. Het is niet zo dat jij voor de cocaïne kiest, nee, de coke kiest jou. Ik ben van een gezelligheidsgebruiker echt verslaafd geworden toen ik mijn dochter, mijn ex en mijn huis kwijt was. Dat was het emotionele keerpunt. Ik was alleen en dan ga je niet gezellig een kopje koffie met een puntje appeltaart gebruiken. Nee, ik wilde de pijn en het verdriet vergeten en dat lukte alleen met langdurig drugsgebruik. Mijn ouders, die na hun pensionering in Spanje woonden, zijn speciaal voor mij naar Nederland teruggekeerd om te proberen me weer op het juiste spoor te krijgen. Ze hadden hier een huis gehuurd, waar ze woonden met mijn ex en ik. Onze dochter zat toen al in een pleeggezin. Na een jaar moesten mijn ouders uit dat huurhuis. Ze hebben me zelfs gevraagd om met ze mee naar Spanje te gaan, maar ik wilde hier blijven voor mijn ex en voor mijn dochter. Achteraf gezien had ik met ze mee moeten gaan, dan was ik nu misschien clean geweest. Maar ik wilde blijven, vooral voor mijn dochter. Ik ben toen gaan wandelen zonder paraplu.’

Acht graden onder nul

Michel vervolgt: ‘Omdat ik geen huis meer had, kwam ik terecht bij de opvang van het Hulp Voor Onbehuisden en het Leger des Heils. Daar is 80 procent verslaafd aan drank of drugs. Ook dat komt allemaal in mijn boek. Ik zal ook schrijven over hoe ik oud en nieuw vierde, terwijl ik illegaal in een bootje sliep. Daar werd ik op een gegeven moment uitgehaald door de GGD. Omwonenden hadden gebeld omdat ze bang waren dat ik zou doodvriezen in dat bootje. Het was toen acht graden onder nul. In het boek zal ook komen te staan dat ik in een parkeergarage sliep en een mede-dakloze me daar iets wilde aandoen. Ik heb toen gevochten voor mijn leven. Nee, niemand kiest ervoor om dakloos te worden en onder een brug te slapen. Niemand kiest ervoor om verslaafd te worden. Dat overkomt je. Neem mij nou. Ik had een goede baan. 2500 euro schoon in de maand. Ik had een mooie auto onder m’n kont en een goed huis. Alles weg. Ik heb wel van alles aangepakt. Bij een cafetaria maakte ik elke dag de toiletten schoon. Dan kreeg ik de etenswaren die over waren mee. Soms had ik wel zes hamburgers. Of ik lapte de ramen bij de kapper. Ik heb ook weleens een oudere mevrouw aangesproken die de heg stond te knippen. Ik wist niks van tuinwerk, maar ik heb een tijdje als tuinman bij haar dienst gedaan. Als ik in de stad loop, krijg ik geregeld spontaan wat geld in mijn handen geduwd. Van een restauranthouder, of van iemand die ik totaal niet ken, maar die iets van mijn levensverhaal had gehoord. Ik kwam eens in gesprek met een man, die zei: “Ken je me niet?” Ik had geen flauw idee wie hij was, maar het bleek de vorige burgemeester van Haarlem te zijn, Bernt Schneiders. Daar heb ik toen een heel gesprek mee gehad, en hij gaf me ook wat geld. Een begeleider van me heeft me weleens aangeraden om me op te geven als ervaringsdeskundige. Maar dan moet je twee jaar niet gebruikt hebben. Ik zou het wel kunnen. Ik kan wel vertellen. En het lijkt me heel goed om de scholieren te vertellen over de gevaren van drugs. Ik hoef ze alleen maar voor te houden hoe het met mij gegaan is. Maar ik heb het gevoel dat ik door dit verhaal in Nieuwe Revu en mijn boek misschien een keerpunt heb bereikt. Ik woon nu in een tijdelijke opvang. Ik heb vanmiddag een afspraak met de verslavingszorg, de Brijder. Want ik wil hoe dan ook van mijn verslaving af komen. En ik moet er echt naar toe, want ik ben ook daar al zoveel keer niet komen opdagen.’

Als ik mijn dochter elke dag zou mogen zien, dan zou ik mijn pijpie waar ik coke mee rook wegdoen. Dan zou ik elke dag clean zijn. Voor haar

‘Het boek komt er’

’Misschien zou het goed zijn als ik mijn dochter wat meer zou kunnen zien. Het is nu één keer in de zes weken, dan mogen we elkaar twee uur zien. Dat gaat goed, mijn dochter en ik zijn twee handen op één buik. En als ik een afspraak met haar heb, dan gebruik ik ook niet. Ze heeft me nog nooit drugs zien gebruiken. Ik ben nu met Jeugdzorg in gesprek of ik haar misschien eens in de drie weken zou mogen zien. Als ik haar elke dag zou mogen zien, dan zou ik mijn pijpie waar ik coke mee rook wegdoen. Dan zou ik elke dag clean zijn. Voor haar. Het gaat gelukkig goed met haar. Het gaat prima op school, en ook in het pleeggezin gaat het steeds beter. Maar ik moet zeggen: als ik haar twee uur gezien heb en ze is weer op de trein gestapt, dan heb ik zo’n pijn en verdriet dat ik niet weet hoe snel ik mijn dealer moet bellen. Zo werkt dat in mijn hoofd. Ik ben door de verslaving niet de vader die ik had kunnen zijn voor haar. Aan de andere kant is het ook zo, dat ik door haar nog in leven ben. Als zij er niet was geweest, was ik misschien allang dood geweest.’

‘Hoe bedoel je dat?’ vraag ik. Michel kijkt me verbaasd aan. ‘Snap je dat niet? Dan zou ik nog meer drugs gebruikt hebben dan ik nu al doe. Door mijn dochter zit er nog een beetje een rem op.’

‘Gaat het boek er komen?’ vraag ik tot slot.‘Het boek komt er,’ zegt Michel overtuigd. ‘Al wordt het een lastig verhaal, ik ga schrijven. Hele lappen. Ik bel je weer als ik een half blok vol gepend heb. Nee, een heel blok vol. Al moet ik nachten doorschrijven.’Een week nadat we dit artikel hadden afgerond, werd ik ’s avonds door Michel gebeld. ‘Ik sta hier in de kroeg en er is een dame die jou wil spreken,’ zei hij. Ik kreeg een vrouw aan de lijn van wie ik de naam niet verstond. Ze vroeg me of ik bezig was met Michel voor een artikel in de Revu. Ik bevestigde dat. Toen hoorde ik haar tegen Michel zeggen: ‘Oké, dan koop ik je boek.’ Ik voelde me toch geroepen om te zeggen: ‘Ik zou even wachten met kopen tot het boek af is.’ ‘Dan doe ik dat, bedankt,’ was het laatste dat ik van haar hoorde.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws