Het Primarkmeisjesgeluk

Voor enkele tientjes heb je drie tassen vol kleding en ben je dólgelukkig. Het megasucces van Primark, of: hoe een keiharde onderneming een paradijs voor meisjes werd. Hans Verstraaten ging embedded in de filialen van Utrecht en Arnhem. ‘Hé! Ik was aan de beurt! Kom eruit!’ ‘Ach, stik mens!’
Meisje met Primark-tassen

Er ligt een jongetje onder een kledingrek. Hij is een jaar of zes, zeven. Hij ziet er niet gelukkig uit. Hij heeft geen broek aan. ‘Wat doe je hier?’ vraag ik. ‘Mijn moeder haalt broeken,’ zegt hij. ‘Maar waarom ben je niet in een pashokje?’ ‘Allemaal vol.’ Dat zie ik. Ik zie zelfs in een hoek van de winkel twee meisjes die beha’s aan het passen zijn, waarna ik heel erg de andere kant op kijk. Een vrouw van rond de vijftig zegt tegen een medewerkster: ‘Er zit een scheur in deze jurk.’ De medewerkster kijkt en lacht: ‘Dat is een split. Dat hoort zo.’ ‘Lach je me nu uit? Hè?’ ‘Nee, nee, echt... Ik probeer alleen maar uit te...’ ‘Val jij lekker dood,’ zegt de vrouw en beent woedend de winkel uit. Verderop schreeuwt een jonge vrouw tegen de pashokjes: ‘Schiet op! Schiet op! Straks is de winkel dicht! Schiet toch op!’ Als er een pashokje leegkomt, wil ze naar binnen gaan, maar tot haar stomme verbazing stormt iemand haar voorbij. ‘Hé! Ik was aan de beurt! Kom eruit!’ ‘Ach, stik mens!’ ‘HÉ! HÉÉÉÉÉ!’ ‘STIK! MENS!’

Er zit een scheur in deze jurk.’ De medewerkster kijkt en lacht: ‘Dat is een split. Dat hoort zo.’ ‘Lach je me nu uit? Hè? Val jij lekker dood!

Gek-ken-huis

Welkom in de Primark Utrecht, gevestigd op Hoog Catherijne, in het vier etages tellende pand waar nog niet zo lang geleden V&D gehuisvest was. Het is de twintigste Primark in Nederland. Primark Utrecht werd aan het begin van de zomer geopend, en een Primark die zijn deuren opent is per definitie als volgt te omschrijven: gek-ken-huis.

Het is donderdagavond en geen gekkenhuis, maar wel druk. Correctie: het is ontzettend druk. Sommige klanten bekijken de kleding en raken af en toe een kledingstuk aan, voorzichtig. De meerderheid doet dat een tikje anders: die graait. Die kijkt vaak boos naar een kledingstuk – jazeker: boos; boos worden op een kledingstuk dat je niet bevalt is hier helemaal niet vreemd – en gooit het dan weer terug. Of heel af en toe gewoon op de grond. Nogal wat tamelijk normale mensen krijgen eenmaal binnen in een Primark tamelijk tokkie-achtige neigingen. Primark is een fenomeen. De kleding die er wordt verkocht is niets om je voor te schamen en zelfs een beetje modieus. Maar eerst en vooral, natuurlijk: de kleding is spotgoedkoop. Ongelooflijk goedkoop. Dit is het hele businessmodel van Primark: wij zijn spotgoedkoop, ongelooflijk goedkoop, goedkoper dan H&M en Zara, goedkoper dan wie dan ook. Punt uit. Zonnebril: 3 euro. Hoed: 5 euro. Jeans: 12 euro. Tas: 16 euro. Sneakers: 18 euro. Sokken: 2,50 euro. Oorbellen: 2 euro. Trenchcoat: 28 euro. Jas: 10 euro. Jersey short: 3 euro. Enzovoort. Een vrouw, kennelijk voor het eerst in een Primark, stelt zichzelf de vraag: ‘Is het hier uitverkoop?’ ‘Nee hoor,’ zeg ik. ‘Poeh.’ En nogmaals: ‘Poeh. Poehé.’

Meisje tegen haar vriendin: ‘Wow!’ Haar vriendin: ‘WO-HO!’ Ze kijken naar een T-shirt, een niks bijzonders, maar ook allerminst lelijk T-shirt. Bij nader inzien kijken ze naar het prijskaartje: 4 euro. Meisje: ‘4 euro! Wow!’

Vriendin: ‘4 EUROOOOTJES!’

Samen: ‘WOHOHO!!!’

Het ultieme uitje

Meisjes, overal meisjes van 13, 14, 15 en 16 jaar in de winkel. Ze vormen de ultieme fanclub van de textielgigant. Voor deze meisjes is een Primark een kledinghemel, ze hebben er graag reistijden van één, twee of zelfs drie uur voor over. Een Primark bezoeken is een uitje, of eigenlijk: het ultieme uitje. Samen binnenkomen, samen graaien, samen passen, samen lachen, samen tevreden de winkel uitlopen. Ja, dat doen meisjes ook bij H&M en Zara en in de rest der kledingwinkels, maar in de Primark gebeurt alles in de overdrive. Intenser. Geluk is hier voor deze meisjes: 80 euro uitgeven, dan heb je twee volle tassen, misschien wel drie. En dan heb je kleding – leuke kleding – voor de rest van het jaar. Ja, daar ga je als meisje van gillen – HIIIIIIIII!!! YEAHHHHHH!!! – middenin de winkel, of in een pashokje, samen met je vriendinnen. Het is eigenlijk best ontroerend. De Nederlandse Primark-meisjes: je kan er een stuk of zes keer de Arena mee vullen. Er zijn natuurlijk ook mensen die niet van Primark houden, in te delen in de volgende vier groepen: – mensen die er hun neus voor ophalen. – mensen die zeker weten: zulke lage prijzen, dat kan gewoon niet, dat stinkt. Daar komen vast kinderhandjes uit Bangladesh of India aan te pas. – mensen die zeker weten: dit is het tegengestelde van duurzaam. Voor die prijs kun je alleen kleding kopen die na maximaal twee, drie maanden uiteenvalt. Ze vinden Primark een wegwerpwinkel. Dé wegwerpwinkel. – mensen die tot alle drie bovenstaande groepen behoren.

Diezelfde mensen hebben vast ook een hekel aan die andere o zo populaire ultradiscountketen: de Action, de Primark voor huishoudelijke artikelen. Eveneens spotgoedkoop en eveneens niet al te gericht op duurzaamheid. Het zijn al jaren twee van de meest succesvolle ketens van het land; ze groeien en groeien en groeien, in Nederland, in de rest van Europa. Zeg, die trend om wat meer geld uit te geven voor wat meer kwaliteit en voor wat meer duurzaamheid – bestaat die trend eigenlijk wel?

Slavenhandel

Primark Utrecht, woensdagmiddag. Deze Primark telt 53 kassa’s, 72 pashokjes en 450 medewerkers. Bij de pashokjes staan banken en niet te vergeten, heel handig: je kan via een plug onder de bank je mobieltje opladen. Twee meisjes zitten op een bank naar de drukte bij de pashokjes te kijken. Er is net een groep van liefst tien meisjes gearriveerd met een lading aan kleren en zo te zien en vooral te horen zijn het alle tien hardcore fans.

Vraag aan de twee op de bank: ‘Is dit de eerste keer dat jullie een Primark bezoeken?’ ‘Ja, en de laatste keer. Wij zijn hier alleen maar om op te laden.’

Vraag: ‘Wat vinden jullie van Primark?’

‘Een kutbedrijf. Kutkwaliteit. Zulke lage prijzen, dat kan alleen als het met slavenhandel tot stand komt.’

Vraag: ‘Slavenhandel?’ ‘Jawel, slavenhandel. Dat is uitgezocht, het is gewoon zo.’ Niet alle Nederlandse meisjes zijn Primark-fan. Maar slavenhandel? De textielindustrie is traditioneel een keiharde sector met keiharde concurrentie. Motto: Hou De Kosten Zo Laag Mogelijk. Vandaar dat veruit het grootste deel van de productie van vrijwel alle textielmerken in Azië tot stand komt en dan vooral in China. Primark werkt samen met zo’n negenhonderd Chinese fabrieken en claimt zo werkgelegenheid te scheppen voor zo’n 850.000 mensen. En het moet gezegd: Primark doet tegenwoordig zijn best om zo ethisch mogelijk te handelen. In 2013 stortte in Bangladesh – waar Primark ook opereert – de textielfabriek Rana Plaza in. Gevolg: ruim 1100 doden. Daarop kwam het Bangladesh Akkoord tot stand, waarin afspraken zijn gemaakt om de veiligheid in kledingfabrieken en de rechten van werknemers te verbeteren. Primark was een van de eerste ondertekenaars en zegt met nadruk controles uit te oefenen in fabrieken die voor het merk werken.

­‘Primark is een kut bedrijf. Zulke lage ­prijzen, dat kan alleen als het met slavenhandel tot stand komt. Dat is uitgezocht, het is ­gewoon zo

Dat zijn al snel een stuk of duizend fabrieken die je dan in de gaten moet houden. Dat lijkt onbegonnen werk, en dat is het grotendeels dan ook. Je kunt gebouwen inspecteren, maar je kunt amper nagaan hoeveel uur een arbeider per week in een Chinese fabriek werkt; dat zal eerder zestig à zeventig uur zijn dan veertig uur per week. En zeker in China is er voor fabrieksarbeiders vaak geen sprake van een leefbaar loon (definitie van de VN: dat is het bedrag dat voldoende is om een gezin van een gemiddelde grootte in een bepaalde economie van basisbehoefte – een dak boven je hoofd, dagelijks warm eten – te voorzien). Bovendien zegt zo’n fabriek nooit nee tegen een bestelling uit het Westen. Wordt het werk te veel, wat nogal eens het geval is, dan wordt de opdracht uitbesteed aan een andere fabriek die het weer kan uitbesteden aan weer een andere fabriek – enfin, probeer op deze manier een en ander maar eens zorgvuldig te volgen, laat staan streng te controleren. En substantiële verbeteringen (fatsoenlijke salarissen, fatsoenlijke werkweken, fatsoenlijk milieubeleid) betekent substantieel geld ertegenaan gooien en dat kan het businessmodel van Primark zich niet veroorloven. Maar let wel: al die andere textielmerken produceren ook in Azië, menigmaal in dezelfde fabrieken als waar Primark gebruik van maakt. De textielindustrie is nou eenmaal geen keurige, nette industrie, verre van, en op milieugebied zelfs legendarisch vervuilend. Zo stoot de textielindustrie per jaar meer broeikasgassen uit dan alle scheep- en luchtvaart in de wereld. Voor het maken van één (1!) spijkerbroek gebruiken ze in China zo’n achtduizend (8000!) liter water, wat een beetje veel is in een wereld waar watertekort een steeds nijpender probleem wordt. In China zijn bovendien de milieuwetten allerminst streng. Giftig textielafval in rivieren storten? Ga gerust je gang. Kort samengevat: Textielindustrie + Azië = Hopeloos.

Gierige kruideniers

Primark werd in 1969 opgericht in het Ierse Dublin, onder de naam Penneys (toen het bedrijf zich vestigde in het Verenigd Koninkrijk kwam die naam juridisch in de knel met bijna-naamge-noot winkelketen J.C. Penney). De formule, toen al: normale, leuke kleding tegen de allerlaagste prijzen verkopen. De eerste winkel werd een instant succes; nog datzelfde jaar kwamen er vier winkels bij in Dublin. En sindsdien is de firma blijven groeien. Eerst in Ierland, toen in het Verenigd Koninkrijk, vervolgens in de rest van Europa. Er zijn inmiddels wereldwijd ruim 360 Pri-mark-winkels en elk van die winkels heeft zijn hardcore Primark-fans. Je kan er makkelijk een stuk of tachtig keer Estadio Santiago Bernabéu mee vullen. Anno 2019 probeert Primark de Verenigde Staten te veroveren. Zal vast lukken.

In december 2008 was Nederland aan de beurt. De eerste Nederlandse Primark was in het Rotterdamse Alexandrium. Het was een typische Primark-opening: een gekkenhuis met hysterische meisjes achter dranghekken, de allereerste Nederlandse Primark-fans. Een deel van de meisjes had zelfs bussen gehuurd; jazeker, busladingen vol meisjes naar de opening van een winkel. Er zijn inmiddels vestigingen in Almere, Amsterdam, Alkmaar, Arnhem, Dordrecht, Eindhoven, Hilversum, Hoofddorp, Groningen, Den Haag, Enschede, Nijmegen, Rotterdam, Rotterdam-Zuid, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaandam, Zoetermeer en Zwolle. Primark speurt menigmaal jarenlang naar de juiste locatie. Die is altijd: zo goedkoop mogelijk en zeer bereikbaar en redelijk ver verwijderd van een andere Primark. Het V&D-pand in Utrecht stond sinds februari 2016 leeg, dat is ruim drie jaar geen inkomsten; er zijn nauwelijks liefhebbers voor zo’n kolossaal winkelpand, dat onderhandelt wel lekker.

De omzet van Primark steeg afgelopen jaar met 4,4 procent, wat in de textielindustrie een zeer fraai cijfer is. De komende twaalf maanden wil Primark zijn winkelvloeren wereldwijd uitbreiden met een miljoen vierkante meter (dat zijn zo’n honderdvijftig voetbalvelden). In april van dit jaar opende de firma in het Britse Birmingham zijn grootste winkel ooit, een flagshipstore bestaande uit vijf enorm grote etages, inclusief beautysalons, kappers en restaurants.

Nog steeds, misschien meer dan ooit, zijn dit de uitgangspunten: lage lonen, in Azië uiteraard, maar ook voor de winkelmedewerkers. Goedkope stoffen. Slim inkopen. Keihard onderhandelen. Zeer weinig overhead. Primark loopt een beetje achter de mode aan en ook dat is stukken goedkoper wat betreft inkoop en logistiek (H&M en Zara willen elke trend bijhouden en dat is geen goedkope opgave). En elke dag weer de prangende vraag, vooral van de directie, bestaande uit een stelletje afschuwelijk gierige kruideniers: kunnen we nog ergens op bezuinigen? Het antwoord dient te zijn: of course, sir. Dat is het wel zo’n beetje om de goedkoopste te zijn en te blijven.

Oh nee, wacht: Primark maakt geen reclame en claimt zodoende jaarlijks zo’n 150 miljoen euro te besparen ten opzichte van de concurrenten (lees: H&M en Zara). Als je miljoenen fanatieke fans hebt kun je het zonder reclame stellen. Geluk, lezer, geluk bestaat. En het is wel degelijk te koop. Ik heb het zelf gezien, op een zomerse zaterdag in de Primark in Arnhem. ‘Ben je blij?’ vroeg een moeder aan haar puberdochter terwijl ze de winkel verlieten. De dochter keek naar haar Primark-tas en zei, stralend: ‘Ik ben gelukkig, mam. Echt gelukkig.’ 

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5df11e0c20cb6', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });