Premium

Verliefd op een ladykiller

Deze week verschijnt Jarretels voor een Seriemoordenaar, over de narcistische killer Hans van Zon. En toch was Loes Leeman als 15-jarig meisje verliefd op de tien jaar oudere crimineel, die haar zijn charme verkocht.
Charmeur en seriemoordenaar Hans van Zon

Een voorpublicatie. ‘Het was nauwelijks voor te stellen dat de womanizer die mijn hart sneller deed kloppen in staat was tot zoveel gruwelijke moorden.’

Ik leerde Hans van Zon kennen in de zomer van 1965. Hij hokte samen met een vrouw op een bovenetage aan de Leidseweg in Utrecht. Ik woonde met mijn ouders om de hoek in een van de straatjes achter de Rijksmunt. Hans was 24 jaar, in mijn ogen al een oude man. Zijn haar kamde hij, net als mijn vader deed, strak naar achteren. Het glom van de brillantine. Hij droeg driedelige kostuums, een stropdas en glimmende puntschoenen. Mijn vriendjes droegen witte spijkerpakken en hadden beatlehaar, een wereld van verschil. Maar ik vond Hans, met zijn felblauwe ogen en brutale glimlach, een knappe vent en werd verliefd op hem. Met zijn donkere zonnebril en een sigaret nonchalant in zijn mondhoek hangend, leek hij wel wat op een gangster uit de film. Heel spannend.

Ik keek verlangend naar hem uit als ik met een klasgenootje van de ulo naar huis liep. Zij woonde in een hofje vlak naast de bovenwoning van Hans. In dat hofje stalde hij zijn scooter. Ik vond die scooter, een Vespa, het einde. Wat zou ik daar graag eens op rijden. Mijn vriendin en ik hielden om beurten de wacht, zodat we ongezien op het zachtleren zadel konden gaan zitten. Op een middag zat ik weer eens te zwijmelen bij zijn scooter toen Hans de hoek om kwam. Mijn hart maakte een sprongetje en ik voelde het bloed naar mijn hoofd stijgen. Hij moest lachen om mijn blos. Ik nam de kans waar om te bedelen om een ritje op zijn scooter. Er zelf op rijden mocht niet, maar hij nodigde me wel uit voor een tochtje achterop. Dat wilde ik maar wat graag! Ik sloeg mijn armen stevig om zijn middel en drukte me dicht tegen hem aan. Wat voelde ik me veilig bij mijn ridder achterop zijn stalen ros. Ik genoot van het hangen in de scherpe bochten die Lombok rijk was en die Hans met veel zwier nam. Het was eng en lekker tegelijk.

Flirten met jonge meiden

Zijn vriendin heette Caroline. Ze was van oorsprong een Italiaanse. Hans en zij spraken Engels met elkaar. Ze leek me een stuk ouder dan Hans en ik vond het maar een saai type met slome slaapkamerogen. Ik voelde jaloezie als Hans zich voor haar uitsloofde. Heel charmant hield hij de deur voor haar open. Ik kwam het stel eens tegen, toen het samen het nabijgelegen park Oog in Al bezocht. Caroline zat op een bankje. Ze keek meisjesachtig lachend naar haar minnaar. Hans maakte foto’s van haar in diverse standjes.

Ik bleef staan kijken. Een eend, een dikke woerd, waggelde achter Hans aan. Ik vroeg Hans of die eend zijn huisdier was. Hij vertelde dat hij het beestje had geadopteerd omdat het kruispoten had. Daardoor zette hij zijn zwemvliezen op elkaar en kon niet goed meekomen met de andere eenden. ‘Hij woont bij mij,’ liet Hans me geloven, ‘maar ik ga af en toe met hem naar het park. Hij zwemt vanaf mijn huis achter me aan via de Leidse Rijn.’ Ik hing aan zijn lippen. Bezitter van een supergave scooter en nog hoeder van een gemankeerde eend ook, wat een held. Dat hij de eend vóór die middag nog nooit had gezien en het stomme beest simpelweg achter hem aan waggelde vanwege de stukjes brood in zijn zak, hoorde ik pas jaren later.

Hans maakte op mijn wijkgenoten een patente indruk. Zijn buurvrouwen groette hij met zijn innemende glimlach en met de mannen tapte hij schuine moppen, onderwijl flirtend met passerende jonge meiden. Ook met mij maakte hij zo nu en dan een praatje. Ik voelde me vereerd dat zo’n ervaren ladykiller geïnteresseerd leek in mij, nog maar een bakvis. Als hij met me sprak, voelde ik dat hij me met zijn staalblauwe ogen keurend opnam. Verwarrend, maar ook opwindend. Hij stelde vrijpostige vragen en wist me op geraffineerde wijze intieme ontboezemingen te ontlokken. Hij vroeg of ik weleens verliefd was en op wie en welke geheimen ik zoal op seksgebied uitwisselde met mijn vriendinnetjes. Opgroeiend in de woelige jaren van de seksuele revolutie had ik het nodige geëxperimenteerd en door de spanning die Hans bij me opriep, praatte ik er openhartig over. Hij was zeer geïnteresseerd in de vrije seks van de opkomende flowerpowerperiode en hij wilde weten of ik weleens masturbeerde en waar wij, jongelui, elkaar ontmoetten.

Ik vertelde dat ik meestal naar de werfkelders aan de Oudegracht ging. Naar The Cavern en Club 5, de later beruchte coffeeshop Sarasani van mijn stiefbroertje Holly Hasebos. Ik dweepte in die tijd met de ‘jeugdbende’ De Sjorsklanten. Alternatief geklede jongeren uit de betere klasse, die in een onduidelijke strijd verwikkeld waren met de vetkuiven uit de betonbuurt. Een sjorsklant reed op een Puch met een verhoogd stuur en vetkuiven, nozems, scheurden rond op Kreidlers en Zündapps, zogenaamde buikschuivers. Hun meiden droegen petticoats en suikerspinkapsels en ze stonden te swingen op rock-’n-roll-muziek. Wij, sjorsklanten, luisterden naar protestsongs en beatmuziek.

Ik hing aan zijn lippen. Bezitter van een supergave scooter en nog hoeder van een gemankeerde eend ook, wat een held

Homerus oreren

Hans van Zon zei meer van Franse chansons te houden. Hij bewonderde onder anderen de chansonnière Edith Piaf. De cultuurstrijd van mijn leeftijdgenoten zag hij als puberaal. Hij zocht het liever hogerop. Hans kwam uit een eenvoudig milieu en zei geen kans te hebben gehad om te studeren. Hoewel hij nooit een universiteit van binnen had gezien, wist hij met veel elan de student uit te hangen. Bij voorkeur mengde hij zich onder de intellectuelen in de Utrechtse Tres-kroeg De Lindebar, aan de Nieuwegracht. Daar dronk hij regelmatig met zijn vriendin Caroline een Cointreautje. Hans had een hoop bravoure en straalde iets zinnelijks uit. Ik hoopte dat hij me eens mee uit zou vragen, maar dat gebeurde niet. Ik was ongetwijfeld veel te jong voor hem, gezien zijn voorkeur voor rijpere vrouwen.

Op een avond kwam ik hem tegen in de studentensociëteit Veritas. Ik was naar binnen gesmokkeld door een eerstejaarsstudent rechten. Hans was er met veel kapsones binnengestapt, zogenaamd als lid van het corps. Behoorlijk aangeschoten oreerde hij met zijn donkerbruine stem teksten van Homerus. Die zeiden mij niet veel, maar hij oogstte veel succes bij zijn toehoorders. Toen Hans mij tussen zijn gehoor ontwaarde, knipoogde hij en trakteerde me op een glas wijn.

Hans haalde zijn kennis over de Griekse dichters voornamelijk uit boeken die hij leende bij mijn moeder. Zij zwaaide de scepter over de bibliotheek in de Damstraat, schuin tegenover de woning van Hans aan de Leidseweg. Wekelijks kwam Hans bij haar zijn leesvoer halen. Hij vertelde over zijn geliefde schrijvers. Zo las hij romans van Gerard Reve, Harry Mulisch en Jan Wolkers en kon hij hele gedeelten uit zijn hoofd voordragen. Mijn moeder legde de boeken die hij graag las voor hem opzij. Ze was gecharmeerd van haar beminnelijke klant die zijn boeken keurig op tijd ruilde. Met name zijn gesoigneerde uiterlijk kon haar zeer bekoren. Ze vond hem beleefd en welbespraakt. Heel wat beter dan de melkmuilen met wie ik omging. Maar ook al deed Hans nog zoveel moeite om belezen over te komen en geaffecteerd te spreken, hij was wat men in de Domstad een ‘t-slikker’ noemde, een inwoner van ‘Utreg’ die de letter ‘t’ aan het eind van een woord inslikte. Een mankement dat zijn afkomst verraadde.

Loden pijp

Het was in het najaar van 1967. Ik had Hans van Zon een tijdje niet gezien of gesproken. Sinds onze ontmoeting in de studentensociëteit kwamen we elkaar nog maar zelden tegen. We zwaaiden af en toe eens van een afstandje of maakten een praatje op straat. Eenmaal hadden we nog een korte ontmoeting in de bibliotheekvan mijn moeder. Hij vroeg belangstellend hoe het ging. Een gesprek met hem bezorgde me nog altijd een rilling over mijn rug en vlinders in mijn buik, maar nadat ik het ouderlijk huis had verlaten om op mezelf te gaan wonen, verloor ik hem uit het oog en uit het hart.

Pas tegen de kerst vernam ik weer iets over hem. Het was tijdens een bezoekje aan mijn ouders dat mijn moeder aan tafel het Utrechts Nieuwsblad zat te lezen en ineens uitriep: ‘Dat is me ook wat! Die keurige Hans van Zon van hier om de hoek is gearresteerd voor moord.’

Hans van Zon tijdens de rechtszaak na de moordpoging op weduwe Woortmeijer

Ze las voor: ‘Na de roofoverval op een weduwe in de Haverstraat heeft verdachte Hans van Z. in drie dagen tijd vier moorden bekend en mogelijk heeft hij nog veel meer misdaden op zijn geweten.’ Ik was geschokt. Hans van Z. – zijn initiaal zou voor altijd garant staan voor een huivering – ónze Hans van Zon een viervoudig moordenaar? Ik kon, nee, wílde het bijna niet geloven. Mijn moeder zei iets over een misdadige glans die ze eigenlijk altijd al in zijn ogen had gezien. Waar had ze het over? Ik had niets gezien! Hans de liefdevolle dierenvriend, mijn grote stille liefde. Hij werd verdacht van bloedige moorden. Het nieuws overdonderde me. Met groeiende afschuw las ik over zijn daden. Hans van Z. was op 13 december 1967 gearresteerd in zijn appartement aan de Leidseweg, waar hij nog altijd woonde met zijn vriendin Caroline. Eerder die dag had hij geprobeerd de 66-jarige Elisabeth Woortmeijer in de Utrechtse Haverstraat met een loden pijp de schedel in te slaan. Hij was er met haar spaargeld vandoor gegaan. Wonder boven wonder overleefde de weduwe de roofoverval. Ze kon in het ziekenhuis, waar ze was opgenomen met een wond aan haar neus en een zware hersenschudding, een haarscherp signalement van de overvaller geven. Het profiel van de dader kwam overeen met dat van de jonge vriend van een vroegere vrijer van mevrouw Woortmeijer, de Utrechtse crimineel Nol Rietbergen, alias Ouwe Nol, een goede bekende van de politie en van Van Z.

Ouwe Nol

Ik vroeg me af of Hans al mensen vermoordde in de periode dat we samen in het hofje zaten, waar hij zat te vissen naar mijn prille sekservaringen, de tijd dat ik ervan droomde hoe het zou zijn om met hem te vrijen. Had ik het risico gelopen om door hem vermoord te worden? Die gedachte deed mijn adem stokken. Ik las dat de eerste bewezen moord die hij gepleegd had, die op zijn Amsterdamse vriendin Coby van der Voort was, in april 1967. Een vriendin over wie hij met mij nooit had gesproken. Volgens het artikel drogeerde hij haar, sloeg haar daarna de hersenen in en bewerkte haar met een mes. Haar lichaam werd pas een paar dagen na de moord gevonden. Hans was gehoord door de politie, omdat hij volgens de schoonzus van het slachtoffer een goede vriend was van Coby, maar hij wist buiten verdenking te blijven.

Pas in mei van dat jaar kwam hij opnieuw bij de politie in beeld toen de 80-jarige Jan Donse van feestwarenwinkel Cupido in Utrecht vermoord werd gevonden. Opa Cupido kende ik goed. Welk kind uit de buurt had zich niet staan te vergapen aan de bonte uitstalling in de etalage aan de Laan van Nieuw Guinea? Daar kocht je stinkbommen en jeukpoeder en verkneukelde je je om de gekke maskers, verkleedpakken en scheetkussens. Iedereen wist wie Opa Cupido was. Hij was geliefd bij jong en oud. Walgelijk te bedenken dat deze brave man was doodgeslagen door Hans.

Loes Leeman in gezelschap van Hans van Zon

De kranten meldden dat Van Z. door de politie op het matje was geroepen, omdat zijn criminele vriend Ouwe Nol een verdachte rol bij de moord op Donse had gespeeld. Nol had eerder, tijdens het uitzitten van een gevangenisstraf, de roddel rondgestrooid dat de oude Cupidobaas ‘er warmpjes bijzat’. Hij had deze informatie van een familielid van Donse, die wist dat de oude man zeker 25.000 gulden in huis verborg. Dit familielid had dat bedrag achterover willen drukken, maar durfde de klus zelf niet aan. Ouwe Nol werd getipt. De politie kreeg het vermoeden dat die zijn jonge vriend Van Z. had aangezet tot de overval op Donse.

Hans werd kort na de moord gehoord. Hij had voor een goed alibi gezorgd en kon aantonen dat hij op het tijdstip van de moord op zijn scooter onderweg was geweest naar Amsterdam. In gedachten ging ik terug naar mijn ritje achterop die scooter bij Hans. Wat had ik ervan genoten om mijn armen om hem heen te slaan en de warmte van zijn brede rug tegen mijn borst te voelen. Nu moest ik bij die gedachte alleen al huiveren. De politie geloofde Hans op zijn mooie blauwe ogen en hij ging vrijuit voor de moord op Donse. Maar door de heldere beschrijving van het uiterlijk van haar roofovervaller door de weduwe Woortmeijer, werd het voor de leden van het team een simpel rekensommetje. Ze toonden haar foto’s, waaruit ze direct Hans selecteerde. Van Z. kreeg opnieuw de duimschroeven aangedraaid en gaf de aanslag toe.

Mijn moeder zei iets over een misdadige glans die ze eigenlijk altijd al in zijn ogen had gezien. Waar had ze het over? Ik had niets gezien!

Wolf in schaapskleren

Na zijn arrestatie, en vele uitputtende verhoren later, bekende hij dat hij tussen 29 april en 13 december 1967 drie moorden had gepleegd, inclusief die op een melkboer in Heeswijk plus een laatste moordpoging op de weduwe. Met deze verklaring en door het feit dat hem nóg een moord ten laste werd gelegd, die op de Rotterdamse Elly Hagers, gepleegd in 1964, was Hans van Z. een unieke figuur geworden in de criminele geschiedenis van ons land. Nooit eerder was in Nederland iemand van zoveel moorden tegelijk beschuldigd. In de kranten werd hij afgeschilderd als de ‘Nederlandse Landru’, naar de Franse, 19de-eeuwse vrouwenmoordenaar, en als de ‘Captain Blood’ van de jaren 60.

In de twee jaar die volgden tot het proces zou plaatsvinden in de Utrechtse rechtbank, werden de gangen van Hans grondig nagegaan. De recherche maakte bekend beduusd te zijn door de vele bekentenissen die Van Z. in korte tijd had afgelegd. In hun beleving was het maar heel zelden voorgekomen dat een meervoudig moordenaar zo meedogenloos te werk ging en na de bekentenis zijn daden tot in de kleinste details beschreef. Maar wat de meeste afschuw wekte, was zijn erkenning dat hij moorden pleegde om te moorden. Het was nauwelijks voor te stellen dat een seriemoordenaar tot mijn kennissenkring had behoord. Dat de womanizer die mijn hart sneller deed kloppen door zijn sexy uitstraling, in staat was tot zoveel gruwelijke moorden. Het was niet alleen voor mij moeilijk te vatten en weerzinwekkend, de gehele vaderlandse pers berichtte met afschuw over zijn daden. Over de ‘wolf in schaapskleren’, die Hans van Z. bleek te zijn. Een tijdschrift beschreef het zo: ‘Seriemoordenaar van Z. ging als charmeur door het leven.’ In de landelijke dagbladen stond: ‘De gewetenloze moordenaar’ en: ‘Een glasharde jongen, de narcistische killer die zijn charme verkocht.’

Zware roofovervallen

Iedereen sprak over de brute daden van Hans van Zon. Hij was door mijn buurtgenoten altijd gerespecteerd, werd gezien als een gentleman, maar de feiten lieten een andere kant zien van de 25-jarige moordenaar. Dankzij de berichtgeving kreeg ik een beeld van hoe genadeloos Hans te werk was gegaan. Nadat hij zijn vriendin Coby op gewelddadige wijze om het leven had gebracht, zocht hij zijn heil bij zijn 75-jarige vriend Arnoldus Rietbergen, alias Ouwe Nol. Hans had hem leren kennen in het café Het Pierement in de Utrechtse Wijk C. Ik had in die bruine kroeg weleens wat gedronken, maar Ouwe Nol kende ik niet. Hij werd beschreven als een bejaarde crimineel die een goed belegde boterham verdiende als heler van gestolen spullen. Hij kreeg informatie over vermogende mensen via zijn contacten in de onderwereld. Nol knapte niet graag zelf het vuile werk op, maar gaf zijn informatie door aan criminele handlangers, in ruil voor een deel van de buit. Volgens de verklaring van Hans zette Ouwe Nol hem aan tot het plegen van meerdere zware roofovervallen. Nol had hem tot in detail beschreven waar Opa Cupido zijn spaarcentjes verborgen hield. De opbrengst van de overval werd door Hans overhandigd aan Ouwe Nol, die het geld verdeelde. Het aandeel voor Hans was 4500 gulden. De rest – Nol vertelde hem niet hoeveel – hield hij als tipgeld.

Het aandeel dat Hans kreeg, zou al snel zijn opgeraakt en enkele maanden later klopte hij opnieuw aan bij zijn opdrachtgever. Die wist een nieuw project voor hem. Met afkeer las ik hoe Hans in augustus 1967 in zijn auto, een oude Rover, naar Heeswijk reed waar hij de 47-jarige boer Reijer de Bruin ‘koud maakte’, zoals hij dat zelf noemde. Ook het daar geroofde bedrag werd door Nol verdeeld. Zo zette Ouwe Nol zijn jonge vriend aan tot het beroven van drie slachtoffers in een half jaar tijd. Tot de beroving van de oude vlam van Nol, Betje Woortmeijer, in december 1967, hen fataal werd. 

Jarretels voor een Seriemoordenaar, Loes Leeman, Just Publishers, €20,00

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws