Premium

‘No way dat Prost deze focking race gaat winnen'

Als de coureur die in zijn bolide een inferno overleefde, zo ging Niki Lauda de (Formule 1-) boeken in. Maar ook als de drievoudig wereldkampioen die in 1985 de laatste GP van Zandvoort won. In zijn postuum verschenen biografie haalt de Oostenrijker herinneringen op aan die race en dat jaar.
Niki Lauda

Niki Lauda: ‘1985 was het jaar van Prost, geen twijfel mogelijk. Ik was blij voor hem. Dus dan komen we in Zandvoort en gebeurt er iets geks. Ik stond nergens op de grid en aangezien ik toch al had besloten te stoppen, mocht het seizoen voor mij voorbij zijn. Herbert Völker, een journalist met wie ik had samengewerkt, leunde over mijn cockpit en zei: “Je gaat vandaag winnen.” Dus ik zei tegen hem: “Ben je helemaal gek? Ik hoop dat ik na één ronde mijn motor opblaas, dan kan ik naar huis. Het interesseert me niets.” Hij keek me aan en ik zag in zijn ogen dat hij zich afvroeg hoe een vent die hij dacht vrij goed te kennen zoiets stoms kon zeggen. Maar dat was mijn gevoel: ik was maar rijder nummer twee, Prost had de leiding in het kampioenschap. Het kon me werkelijk niets schelen.’

Dat hij ging stoppen – en de manier waarop teambaas Ron Dennis zich bij de aankondiging daarvan had gedragen – zat Niki de week daarna kennelijk nog niet helemaal lekker, toen hij zich voorbereidde op de start van de Nederlandse grand prix. Hij en Ron Dennis hadden elkaar nauwelijks meer gesproken, hooguit toen Dennis aan Lauda had gevraagd in Zandvoort af te zien van zijn recht op de reserveauto, een verzoek waarmee hij grif had ingestemd, gezien

Prosts kans op het kampioenschap. Lauda zei: ‘Ik heb er geen woord aan vuilgemaakt, het was terecht dat Prost die auto moest hebben. Maar toen we het erover hadden, kon Ron zich toch niet inhouden. Hij begon er weer over: hij en John hadden gewerkt als gekken, maar als er een McLaren wint, is het enige waar jullie journalisten over schrijven Lauda en Prost. Hij zei dat ik in de zon lag op Ibiza terwijl al dat werk verzet werd en dat ik dan binnen kom vliegen en met alle eer ga strijken en de fotografen om me heen krijg – en dat soort stomme dingen. Ik had geen zin meer om nog met hem te praten.’

Koel en logisch

Lauda had wel andere dingen aan zijn hoofd, nu een regenachtige trainingssessie op zaterdag had voorkomen dat hij zich kon revancheren voor de vrijdag, die verloren was gegaan aan diverse technische problemen. Hij zou de vijfde rij op de grid delen met Marc Surer in de Brabham-BMW, een ervaren Zwitserse coureur die aan het eind was gekomen van wat zijn laatste volledige seizoen in de F1 zou zijn.

Surer zei: ‘Voor mij was Niki een man die altijd zo koel en logisch dacht. Als we weleens met de rijders bij elkaar kwamen om een kwestie te bespreken, kon de discussie alsmaar rondgaan zonder dat we ergens uit kwamen. Dan zei hij zoiets als: “Oké. Wat is het probleem? Wat kunnen we doen? We kunnen dit doen...” En dan pakte hij tak-tak-tak elk punt bij de kop, zodat het duidelijk werd. “Simpel!” zei hij dan. Het was ongelooflijk. Dan kwamen we uit zo’n vergadering en was Niki degene die het resultaat aan de pers moest verkopen, moest uitleggen wat er was gezegd en wat we gingen doen. Hij zorgde dat alles er logisch uitzag en er waren niet veel rijders die dat konden. Voor hem was het nooit emotioneel. “Dit is wat we moeten doen, dus laten we het doen.”’

In conclaaf met teambaas Frank Williams.

‘Als rijder gaf hij niet zozeer advies, maar kon hij zoiets zeggen als: “Toen dit mij overkwam, heb ik dit en dit gedaan,” en dan liet hij de beslissing aan jou. Toen we nog allebei raceten, was er één ding dat me niet zo aan hem beviel. Oké, hij had meestal een snellere auto en zette me doorgaans wel op een ronde achterstand, maar als hij je kwam lappen en je liet hem de ruimte, dan ging hij aarzelen. Dat is het ergste wat je kan gebeuren. Je hebt ruimte gelaten en hij schiet niet op omdat hij er niet zeker van is dat je hem door zal laten. Dan komt hij halverwege en dan raak jij in de problemen, want dan zit jij aan de buitenkant en kun je in de bocht niet naar binnen komen. Zo verlies je allebei tijd. Je wordt gelapt, maar je rijdt je eigen race en je wil geen tijd verliezen. Bij Prost bijvoorbeeld was het boem, en daar was hij. Er was geen enkele twijfel aan wat hij aan het doen was en je kon hem de bocht uit volgen zonder dat een van jullie te veel tijd had verloren. Toen ik tegen Niki in de Brabham reed, werd ik niet gelapt en toen was hij oké. Dan gooide hij de deur vroeg op slot – of niet. Dus hij was absoluut eerlijk.’

Hoewel ze op dezelfde rij startten, zou Surer ook in deze race door Lauda worden gelapt, maar pas nadat zijn Brabham last had gekregen van een chronisch uitlaatprobleem, net toen hij op het punt stond de beste prestatie in zijn carrière, een vierde plaats, te evenaren. Bij die gelegenheid aarzelde Lauda in het geheel niet, want Prost zorgde er wel voor dat hij daar de tijd niet voor had. En Völkers voorspelling van een overwinning voor zijn vriend begon een verrassend effect te krijgen: ‘Ik ging zelden meer naar autoraces, want mijn belangstelling was opgeschoven naar autorijden in het algemeen en andere dingen. Ik moest nog één laatste boek met Niki afmaken – ons vijfde boek alles bij elkaar – dus ik besloot nog één keer naar een grand prix te gaan om weer eens de sfeer ervan op te snuiven. Toen we op de grid stonden, kwam het ineens bij me op dat het wel leuk zou zijn als hij de race zou kunnen winnen. Ik weet niet waarom ik het zei, maar op dat moment leek het me een goed idee. Ik maakte er een grapje over, maar naarmate de race vorderde, werd het alsmaar serieuzer.’

Bijna in botsing

Lauda had geluk gehad bij de start. Piquet was met zijn Brabham stilgevallen op poleposition terwijl Thierry Boutsen, die voor Lauda op de grid stond in zijn Arrows-BMW, maar moeizaam wegkwam. ‘Ik zwenk om hem heen,’ zei Lauda, ‘dan blijkt Mansell ook traag te gaan en vervolgens kom ik bijna in botsing met Nelson. En na dat alles lig ik aan het eind van de eerste ronde vijfde, net achter Prost. Ik zeg tegen mezelf: shit! Ik zat nog te denken wat een domkop Völker was, maar nu denk ik: ik ga er gewoon voor en probeer deze race te winnen!’

Lauda was opgeschoven naar de derde plaats toen Prost de leiding nam nadat Rosberg in zijn Williams moest afhaken met motorpech. De race was maar net tot een derde gevorderd toen Lauda een vroege pitstop maakte en terugviel naar de achtste plaats; zijn McLaren had tien seconden stilgestaan, wat in 1985 een snelle stop was.

Ik hoop dat ik na één ronde mijn motor opblaas, dan kan ik naar huis. het interesseert me niets

Zijn gok leek te zijn mislukt toen hij al direct moeite had zijn auto in de greep te houden: ‘Na die bandenstop begon de auto te oversturen, dat wil je niet geloven, en ik was ervan overtuigd dat er tijdens mijn pitstop iets was gebeurd. Ik heb later ontdekt dat Ron had besloten een harde band te monteren, maar alleen linksachter; het was zijn beslissing, niet de mijne of die van iemand anders. Ik zat werkelijk te worstelen met die auto, maar ik wist dat Alain nog moest stoppen en dat ze iets hadden gedaan, ofwel om ervoor te zorgen dat hij won, ofwel omdat ze dachten dat winnen mij niet meer interesseerde. Ik weet nog dat ik op dat moment dacht: no way dat Prost deze fucking race gaat winnen!’
Lauda zou uit onverwachte hoek hulp krijgen toen Prost net halverwege de afstand de pits opzocht. Zijn bandenstop zou hem achttien seconden kosten vanwege een vastgelopen wielmoer en toen Prost terug op de baan kwam, lag hij derde en had Lauda de leiding gepakt. Het kostte Prost twaalf ronden om de Lotus van Senna in te halen en te passeren. Lauda zat nog zeven seconden daarvoor en was vastbesloten daar te blijven.

Niki Lauda

In ronde 54, met nog zestien ronden te gaan, was het gat verkleind tot 3,8 seconden en raceten beide coureurs absoluut voluit, zoals was af te meten aan het feit dat Prost het ronderecord brak, maar daarmee niet meer dan één of twee tienden dichter bij Lauda kwam. Het gat slonk tot 2,5 seconden, toen maakte Lauda het weer iets wijder. Hinder van een achterblijver gaf Prost de kans de afstand te verkleinen en de Fransman ging met twee wielen door het gras toen hij de leiding probeerde te grijpen. Lauda wilde van geen wijken weten. Zo gingen ze de laatste ronden in alsof ze aan elkaar gekleefd zaten. Gedurende de laatste ronde van 4,2 kilometer zwenkte Prost naar links en naar rechts, maar Lauda liet zich niet van de wijs brengen. Ze gingen met 0,232 seconde verschil over de streep.

Prost zei: ‘Het was een ongelooflijke race. Niki hield telkens de deur dicht, maar daar zat ik niet zo mee omdat ik wist dat hij niets te vrezen had, terwijl ik vocht voor het kampioenschap. Het was interessant omdat we in zulke races beperkt werden door hoeveel turbuboost we konden gebruiken. In die race had ik helemaal geen boost gebruikt. Na de race kon je dat op een metertje in de cockpit nagaan. Niki had veel gebruikt, dat had ik al gemerkt aan de manier waarop zijn auto liep als we dicht bij elkaar kwamen. Toen de race voorbij was, kwam hij naar mijn auto en keek op mijn meter. Toen hij zag dat ik mijn boost helemaal niet had gebruikt, zei hij: “Dankjewel,” en nog wat vriendelijke woorden. Uit zijn mond hoorde ik die graag. Hij wist dat het moeilijk voor me was, omdat een overwinning op Zandvoort me natuurlijk had geholpen in de strijd om het kampioenschap.’

Wortels

Het zou nog drie races duren voordat Prost op Brands Hatch uiteindelijk wereldkampioen werd. Lauda was niet aanwezig om van dat moment getuige te zijn, want hij was tijdens de vorige race in België aan zijn pols geblesseerd geraakt, maar hij kon beter dan wie ook inschatten wat Prost had doorgemaakt. Prost: ‘Niki was altijd erg aardig geweest, erg behulpzaam. Ik heb hem heel goed leren kennen. Zijn filosofie, zijn mentaliteit, het waren dingen waarin hij heel anders was. Hij was ook anders vanwege zijn ongeluk in 1976. Met zijn gezondheidsproblemen kon hij niet erg veel sporten, terwijl ik dat wel deed. Ik weet nog dat ik voor een zware race weleens tegen mezelf zei: “Oké, deze race wordt moeilijk voor hem, hij wordt moe.” Maar hij werd nooit moe! En hij at alleen maar wat wortels en dat soort dingen, en ik me maar afvragen hoe hij het deed!

Niki Lauda in zijn bolide.

Natuurlijk, Willi Dungl speelde een grote rol in Niki’s leven. En Willi heeft voor mij ook veel gedaan, heel veel, want dankzij Niki deelden we alles. Ik weet nog dat ik in Long Beach, niet lang nadat ik van Renault naar McLaren was overgekomen, een uur voor de race steak met friet zat te eten, want daaraan was ik gewend toen ik bij Renault racete. Ik woog in die tijd iets van 62, 63 kilo. Zodra ik met Willi ging werken en anders ging eten, daalde mijn gewicht naar 58 kilo, en dat weeg ik vandaag de dag nog steeds. Ik heb daarover veel geleerd en ook verschillende oefeningen en dergelijke van hem gehad. Niki spoorde me aan in die richting. Dat hoefde hij niet te doen. Andere rijders hadden gezegd: “Willi is mijn trainer. Zoek zelf maar een trainer.” Voor mij was dat een teken van hoeveel zelfvertrouwen Niki had in alles wat hij deed en zei.’

Als ik dingen niet kan veranderen, ook in mijn eigen leven, ben ik er niet meer rouwig om. Daar moet ik Niki voor bedanken

‘En nog zoiets: ik weet niet meer welke race het was, maar ik lag daarna helemaal in puin want ik had voor de tweede keer op rij voorop gelegen en toch verloren. Naderhand vroeg hij me waar ik heen ging. Ik zei dat ik vernederd was en dat ik naar huis ging. Niki en Willi zeiden allebei: “Nee, jij gaat niet naar huis. Je gaat met ons mee.” Dus toen gingen we naar een nachtclub. Hij gaf me een whisky-cola. En toen nog een, en nog een. Ik was na de eerste al dronken. Niki zei tegen me dat ik moest begrijpen dat wat er op de baan was gebeurd, was gebeurd. Het is voorbij. Je kunt dingen niet veranderen. Dus drink wat, slaap goed en beloof me dat je morgenochtend denkt aan wat er komen gaat; denk nooit terug. Het waren misschien maar woorden en die zijn gemakkelijk gezegd, maar komend van Niki – en van Willi – hebben ze mijn denken veranderd. Als ik dingen niet kan veranderen, ook in mijn eigen leven, ben ik er niet meer rouwig om. Daar moet ik Niki voor bedanken. Niki was sterk, dat zeker. Als hij je iets wilde zeggen, kon hij dat op een goede manier doen; ik kan me niet herinneren dat hij ooit grof was of te ruw te werk ging. Ik heb nooit een probleem met hem gehad. We hebben ook nooit een probleem in het team gehad toen we samen waren, ook al vochten we tegen elkaar om het kampioenschap. Niki mag dan een harde zijn geweest als hij met Ron praatte over contracten en zulke dingen, maar de sfeer in het team was altijd echt goed.’

Goedenavond zeggen

Dave Ryan had als hoofd van de werkplaats bij McLaren alle gelegenheid gehad om Prost en Lauda stilletjes van nabij te observeren: ‘Het was werkelijk een positieve periode. Alain was gewoon een fantastische kerel en een megarijder. Hij was zo’n kerel die tijd doorbracht met de monteurs. Ik herinner me nog dat hij na een race op het podium stond en zei: “Een aap had vandaag in die auto kunnen rijden.” Heel wat anders dan sommige andere rijders, die daar gaan staan en zeggen: “Ik heb het best mogelijke uit deze auto gehaald,” met de suggestie dat niemand het beter had kunnen doen. Alain was zo’n kerel die het team altijd de eer gaf, op een oprechte manier, naar mijn gevoel. Hij was gewoon een heel goede kerel om erbij te hebben. Niki was anders, maar dat bedoel ik niet per se ten nadele; ik heb hem moeten leren om voordat hij het circuit verliet in de garage langs te komen en goedenavond tegen de jongens te zeggen. Het beste wat ik uit hem kreeg was: “Oké, ik ga. Bedankt. Dag.” Naar zijn idee was hij de rijder, en hij had geen oog voor de toegevoegde waarde van een goeie relatie met de garage. Maar het was heel goed om hem als rijder in je team te hebben.

Toen hij zijn derde race won in het jaar van zijn comeback, 1982, kon je zien dat het een kwestie van opbouwen was omdat hij zo methodisch te werk ging. In ’84 was het zo spannend tussen Niki en Alain. Ze hadden voor de race in Estoril samen vijf gouden horloges gekocht en afgesproken dat degene die het kampioenschap won die aan een paar uitgekozen mensen in het team zou geven. Ik was er niet bij, want ik was terug naar Nieuw-Zeeland gevlogen nadat mijn vader was overleden, dus ik heb geen horloge gekregen. Niki zei dat hij er een voor me had, maar elke keer als ik hem zag, keek hij op zijn pols en vroeg: “Weet je hoe laat het is?” Ik heb dat horloge nooit gekregen! Zelfs toen die rivaliteit zo opliep, hebben de mensen in de garage nooit het idee gehad dat er dingen in de achterkamer geregeld werden, geen achterbakse streken. Het was een open strijd tussen de rijders. Er was ook rivaliteit tussen de twee kanten van de garage, maar het werd nooit gemeen. Het speelveld was zo gelijk als je maar zou wensen. Het werkte allemaal heel goed en ik herinner me vooral veel mooie momenten.’

Naar zijn idee was hij de rijder, en hij had geen oog voor de toegevoegde waarde van een goeie relatie met de garage

In de laatste race van 1985 leken die mooie momenten haast een sprookjesachtig slot te krijgen. Australië organiseerde zijn eerste grand prix in Adelaide, een typisch stratencircuit en de laatste van 171 GP’s voor Niki Lauda. De vooruitzichten leken somber toen Niki zich als zestiende kwalificeerde, zes rijen achter Alain. Toch kwam Lauda snel op gang, en in ronde vijftien was hij doorgeschoven naar de zesde positie. Op een dag dat meer dan de helft van de 25 gestarte coureurs schipbreuk leed door mechanische problemen (Prost bijvoorbeeld met een kapotte motor) of fouten op het onbarmhartige parcours, lag Lauda op twee derde van de afstand aan kop. Maar het duurde niet lang.

Spuitend met champagne als de laatste winnaar van de GP van Zandvoort. Links Alain Prost, rechts Ayrton Senna.

Aan het sprookje kwam even abrupt een einde als aan zijn remmen, die het begaven toen hij ze aan het eind van de lange rechte Brabham Straight met 290 kilometer per uur het hardst nodig had, en zijn McLaren eindigde met de neus tegen de muur. Lauda stapte uit en besloot zijn internationale carrière als racecoureur ongeveer zoals hij die vijftien jaar daarvoor was begonnen, toen hij zijn F3-auto niet in bedwang had kunnen houden. Hij was alweer bijna onderweg naar het vliegveld en zijn volgende uitdaging: Lauda Air nieuw leven inblazen. 

Niki Lauda, Maurice Hamilton, Volt, €22,50

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws