Premium

De man die toch echt een briefje stuurde

In het beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en openbare dronkenschap. Deze week een luide Helmonder die dreigende taal heeft geuit aan het adres van zijn ex.
Illustratie verdachte

De rechtszaal druppelt vol voor de volgende zitting. De beurt is vandaag aan de 48-jarige meneer Van S., een luide Helmonder die met een nors gezicht de rechtszaal binnenstapt. Hij draagt een dikke jas met een f linke bontkraag die hij vertikt uit te trekken, terwijl het hier in de rechtbank toch heel aardig op temperatuur is. Van S. staat vandaag terecht omdat hij ervan verdacht wordt dat hij een handgeschreven brief in de brievenbus van de ouders van zijn ex-vriendin zou hebben geduwd met daarop de tekst: ‘Als Angela het huis uit is, schiet ik Sylvia dood, Tonny.’

Overigens wordt niet alleen meneer Van S., maar ook de broer van het slachtoffer welkom geheten door de rechter. ‘Ik hoorde dat u namens uw zus gebruik wil maken van haar spreekrecht?’

De broer knikt.

‘Ik zit even te twijfelen,’ antwoordt de rechter, een beetje verontschuldigend, ‘in het kader van de tijdsplanning, maar...’

‘Nou, ik ben daar dus op tegen!’ roept Van S. er ineens tussendoor. De rechter kijkt een beetje verbaasd zijn kant op. ‘Ja, maar u heeft hier even niets te zeggen, nu.’

Je doet weleens rare din­gen als je je kind niet mag zien. Ik ben ook wel psy­chotisch geweest, ja

Handschriftdeskundige

‘Oh,’ moppert Van S, voordat hij met een lang gezicht onderuitzakt in zijn stoel. ‘Maar vertelt u eens, meneer Van S.,’ begint de rechter dan toch maar met de zaak. ‘Hoe zit dat nou met dat briefje?’

‘Heb ik niet gedaan!’ roept Van S. terug.

‘Maar er is een handschriftdeskundige geweest, en die heeft het briefje bekeken en vergeleken met dingen die u geschreven had – ik geloof een aantal voetbalopstellingen et cetera – en die concludeerde dat het toch zeer waarschijnlijk een en dezelfde persoon was, die al die dingen geschreven had. U zegt: ik heb dat niet gedaan. Blijft u daarbij?’

‘Ja.’

‘Toch is het slachtoffer doodsbenauwd voor u.’

‘Ja, goed, je doet weleens rare dingen als je je kind niet mag zien. Ik ben ook wel psychotisch geweest, ja.’

‘Maar u ontkent wél dat u dat briefje geschreven hebt?’

‘Nee! Ik ontken het helemaal niet! Ik heb het gewoon niet gedaan!’

‘Dat is hetzelfde.’

‘Oh.’

Het gesprek suddert een klein beetje door. Meneer Van S. blijft boos omdat hij vindt dat hij vals beschuldigd wordt, en zelfs als de rechter ter sprake brengt dat hij een paar jaar geleden zijn ex-schoonmoeder mishandeld heeft, lijkt hij niet echt onder de indruk van de samenloop van omstandigheden. ‘Ja, god,’ wuift hij de opmerking van de rechter weg. ‘Ja, daar heb ik ook gewoon straf voor gehad. Ik was psychotisch en heb jarenlang de verkeerde medicijnen gehad. Maar dat van dat briefje? Nee, nee, dat heb ik niet gedaan.’

‘Maar,’ werpt de rechter tegen. ‘Wie heeft het dan gedaan?’

‘Ja, hoe moet ik dat nou weten?’ roept Van S. verontwaardigd.

‘Wie komt er nou op het idee om zoiets te doen?’ Met grote armgebaren zakt de beklaagde weer terug in zijn stoel. Hij wil er maar niet aan dat hij toch echt wel de schijn tegen heeft. Telkens als de rechter probeert het gesprek te heropenen, roept hij dat hij psychotisch was en dat je dan gekke dingen doet: bijvoorbeeld het molesteren van je ex-schoonmoeder. Kan gebeuren, lijkt hij bijna te redeneren.

Contactverbod

Dan is, tegen de zin van meneer Van S., het woord toch nog even aan de broer van het slachtoffer, die een door zijn zus geschreven tekst voorleest, omdat ze niet in dezelfde ruimte durft te zijn met de beklaagde. De broer vertelt dat zijn zus slachtoffer is van geweld, doodsbedreiging en van poging tot doodslag. Dat ze zich zeer onveilig voelt en dat ze – terwijl ze twee banen heeft, voor de kinderen zorgt en het huishouden doet – eigenlijk niet meer slaapt. Hij vertelt dat zijn zus een contactverbod en een omgevingsverbod wil voor Van S. met betrekking tot haar ouders, haar kinderen en zichzelf. Ze noemt meneer Van S. een gevaar voor de samenleving. Een tikkende tijdbom, die ze het liefst voor eens en voor altijd in een gesloten inrichting zou zien. Van S. zelf lijkt er niet zo van onder de indruk te zijn. Als de rechter vraagt wat hij er nou van vindt, reageert hij onverstaanbaar, maar vooral: erg boos. Elke keer als de rechter wat probeert te zeggen, probeert hij ertussen te komen, met een reactie van norse verongelijktheid. Het mag dan zijn handschrift zijn, en zijn naam die op het briefje staat: de officier van justitie kan hoog en laag springen, hij heeft het gewoon niet gedaan.

Toch lijkt de officier daar zelf anders over te denken. Hij acht het wettelijk en overtuigend bewezen: handschriftanalyse is een officiële methode in de rechtspraak, en de hele geschiedenis van meneer Van S. wijst er toch wel op dat hij het daadwerkelijk zelf is geweest.

Tijdens zijn betoog haalt hij aan dat de verdachte al eerder heeft gezeten voor verbale bedreigingen, stalking en zware mishandeling van zijn schoonmoeder, die sindsdien met een rollator loopt. De officier eist zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk. Daarnaast eist hij een contactverbod en een locatieverbod in de woongebieden van het slachtoffer en haar familie. De 400 euro die het slachtoffer aan schadevergoeding eist, wil hij ook toegewezen zien. Met een laatste knikje gaat hij weer zitten.

Toch is de rechter het daar niet helemaal mee eens. Hij geeft Van S., omdat hij op dit moment onder intensieve begeleiding staat bij onder andere het Leger des Heils, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar twee maanden geheel voorwaardelijk met reclasseringstoezicht. Beter voor alles en iedereen, is de gedachte.

‘En aangevuld natuurlijk met een contactverbod en een locatieverb...’ voegt de rechter eraan toe, maar wordt daarbij onderbroken door meneer Van S. die kwaad met zijn hand op het beklaagdenbankje slaat. ‘Hou maar op! Ik ga in hoger beroep!’

‘U kunt in hoger...’

‘HOGER BEROEP!’

Dan draait Van S. zich om en dendert de rechtszaal uit. Heel even kijkt zijn advocaat verbaasd om zich heen, en loopt dan achter hem aan, naar buiten.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws