Premium

De beste jonge kleiduivenschutter van Nederland

Elke week gaan we op bezoek bij een van de vele winnaars die Nederland rijk is. Deze keer: Tobias Haccou, de beste jonge kleiduivenschutter van Nederland.
Tobias Haccou

Het hele land waait haast omver van de verschil- lende stormen met namen als Ciara en Dennis en alles wat er nog achteraan komt, maar ik ben op weg naar Drenthe, naar Valthe, waar ik, op een verder volledig verlaten schietbaan, de allerbeste jonge kleiduivenschutter van Nederland ga ontmoeten. Tobias Haccou is 20 jaar en wint al een paar jaar zo’n beetje alles wat er op zijn leeftijd te winnen valt. De schietbaan is leeg, bij de kantine staat één auto en één fiets. Als ik het clubhuis betreed zit er een vrouw aan een van de tafels, met een kop koffie. Tegenover haar zit Tobias, wachtend op het interview. Hij oogt een beetje gespannen, maar wel enthousiast. Je kunt honderd keer in een week een door de lucht vliegende kleiduif naar God schieten; zo’n interview met de Nieuwe Revu is toch net even wat anders.

Olympische Spelen

Tobias staat op, begroet me vrolijk en vraagt of ik wat te drinken lust. Ik knik ja. We drinken allebei koffie. Terwijl we gaan zitten, kijken we door de grote ramen van de kantine uit over de schietbaan. De lucht is blauw. De kantine is redelijk geïsoleerd. Als je niet beter zou weten zou je denken dat het lente begint te worden.

Hé, maar vertel: jij bent dus de beste kleiduivenschutter van Nederland?

‘Nou, dat is een beetje overdreven. Ik ben de afgelopen vijf keer Nederlands kampioen geworden bij de junioren. Vanaf dit jaar ben ik senior, dus, ja. Straks in juni moet ik me weer gaan bewijzen.’

Maar het is niet zo dat de mensen die ouder zijn, en al bij de senioren zitten, beter zijn omdat ze al langer hebben kunnen oefenen, toch?

‘Nee, in principe niet. Maar ze hebben wel gewoon meer ervaring. De huidige kampioen bij de mannen, Jan-Cor van der Greef, die heeft in 2004 op de Olympische Spelen gestaan. Kijk, dan heb je het wel ergens over, toch?’

Wacht even. Ik hoor je zeggen: kampioen bij de mannen. Betekent dit dat kleiduivenschieten geen gemengde sport is? Ik bedoel, bij wielrennen, of zwemmen, of, laten we zeggen, schaatsen, kan ik me er nog wel iets bij voorstellen, qua spiermassa en botstructuur. Maar met kleiduivenschieten is het toch helemaal niet zo dat de vrouwen daar beter of slechter in zijn dan de mannen?

‘Dat klopt.’

Maar waarom? Ik bedoel dit niet oneerbiedig, maar, nou ja, het geweer verricht toch het zware werk?

‘Ja, eigenlijk wel. Vroeger was dat ook niet zo. Het is pas gescheiden sinds midden jaren 90, of zo. Tja, waarom is dat? Vroeger schoten de vrouwen gewoon met de mannen mee. Vrouwen wonnen ook gewoon weleens van mannen. Geen idee.’

Misschien dat er een mannelijke voorzitter was die, nadat een vrouw van iedereen won, dacht: oké, hier gaan we even heel snel mee ophouden?

Tobias Haccou (1999) is de beste jonge kleiduivenschutter van Nederland. Ambitie: een gouden medaille winnen op de Olympische Spelen.

‘De wegen van de vele voorzitters van weleer zijn ondoorgrondelijk. Ik heb oprecht geen idee.’
Maar goed. Even tot daar. Jij bent dus de beste jonge kleiduivenschutter van Nederland, en komend jaar ga je een gooi doen naar de grotemensentitel. Hoe zie je je kansen?

‘Ik zie twee heel grote rivalen op het komend kampioenschap. Eén zat tegen een plek op de Spelen aan, maar die is in 2014 gestopt omdat ie de boerderij overnam waar hij woonde en geen tijd meer had voor de sport. Nou ja, en dan heb je Jan-Cor, natuurlijk.’

En kun je Jan-Cor hebben?

‘Ik heb hem weleens verslagen. Soms spelen junioren en senioren tegen elkaar in de finale van een toernooi, en daarin heb ik hem weleens – met de nadruk op weleens – verslagen. Maar met al zijn ervaring is hij een behoorlijke concurrent.’

Jachtopleiding

Ah, ja. Ik zeg: Jan-Cor uit, altijd lastig, maar die is te pakken. Maar hé, weet je wat het ook is? Ik wist eerlijk gezegd niet eens dat er überhaupt nog kleiduiven werden geschoten in Nederland. Het klinkt ook een beetje als een sport van weleer. Even de Jan-Cors van deze wereld terzijde schuivend: hoe komt een 20-jarige in ’s hemelsnaam terecht in de kleiduivenschietwereld?

‘Dat komt eigenlijk door mijn vader. Die werd door mijn moeder verplicht om de jachtopleiding te doen en...’

Pardon? Je vader werd door je moeder verplicht om de jachtopleiding te doen? Was de supermarkt zo ver weg bij jullie?

‘Ja, zoiets. Het blijft toch het buitengebied hier, hè?’

Echt?

‘Nee, natuurlijk niet. Ze vond dat die man een hobby moest zoeken, of zo. Maar goed: voor die opleiding moet je vaardig zijn in het kleiduivenschieten, dus dan kom je al snel bij zo’n kleiduivenschietvereniging terecht. Deze was een kwartiertje van mijn huis, dus daar ging hij maar naar toe. Na een paar keer nam ie mij ook mee. Paar keer geprobeerd: ik vond het als jong ventje waanzinnig zwaar aan mijn schouder, omdat je zoveel terugslag hebt. Na een tijdje ging het beter, en het is natuurlijk ook wel prachtig om te doen. Daarvoor deed ik ook aan gewoon schieten, dat kan hier ook op een binnenbaan.’

En áls je hem dan raakt: ja, dan zit daar wel enige euforie bij

Maar?

‘Dat is, tussen ons gezegd, een beetje saai. Ik bedoel: het is allemaal best wel statisch. Zo’n kleiduif wordt afgevuurd met 120 kilometer per uur. Ik had bij dat kleiduivenschieten wel zo iets van: ja, dit vind ik echt mooi.’

En zo werd de weg naar de NK’s, de EK’s en de WK’s ingezet?

‘Sinds 2015 heb ik me één keer niet geplaatst voor een WK, verder was ik alle jaren bij alle wedstrijden.’

En wat is dan de magie van dat kleiduivenschieten? Dat als je hier over de baan wandelt, dat je dan denkt: goh, dit is het man. Dit is kleiduivenschieten. Wat maakt dat jouw hart dan sneller gaat kloppen?

‘De treffer. Dat gevoel dat die kleiduif aan stof geblazen wordt. Het is echt niet zo makkelijk om een duif te raken. En áls je hem dan raakt: ja, dan zit daar wel enige euforie bij.’

En dat is het ultieme gevoel?

‘Ja, ik denk het wel.’

En nu? Hoe verder vanaf hier? Je bent nu een jaar of vijf, zes echt serieus bezig. Waar gaat het naar toe?

‘Mijn doel is deelname aan de Olympische Spelen. En dan eigenlijk ook wel een podiumplek. Nou ja, het liefst die middelste podiumplek.’

Tobias gaat achterover zitten en glimlacht. Samen kijken we door de ramen van de kantine naar buiten, over de lege schietbaan. Hij zucht een keer en neemt een slokje van zijn koffie.

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws