Vriend & vijand over koning Willem-Alexander

Premium

Soldaat tegen Oranje

Historicus Gerard Aalders schreef een boekenplank vol over de familie Van Oranje-Nassau, ‘die van list en bedrog aan elkaar hangt’. De overtuigd republikein is al een kwart eeuw de luis in de pels van onze royals. ‘Wat hebben de Oranjes voor Nederland betekend? Geen moer!’
Gerard Aalders

Gerard Aalders is in Nederland wereldberoemd met zijn strijd tegen de familie Van Oranje, maar dat neemt niet weg dat hij zelf óók is gekroond. Alleen dan op democratische wijze, als Republikein van het Jaar, twee jaar geleden. Met bestsellers als Bernhard, Alles Was AndersDe Prins Kan Mij Nog Meer VertellenBernhard ZakenprinsWeg Met de Koning! en Wilhelmina, Mythe, Fictie en Werkelijkheid is er natuurlijk ook geen betere Nederlandse republikein denkbaar. Wie is Gerard Aalders, de man die er alles aan doet om de waarheid omtrent de koninklijke familie boven tafel te krijgen en die ook graag in één moeite door de handel en wandel van overheden, grote bedrijven en rijke families aan de kaak stelt?

Fulltime hippie

Lange tijd ziet het er niet bepaald naar uit dat Gerard Aalders (Hellendoorn, 1946) glansrijk de maatschappelijke ladder gaat beklimmen. Integendeel. Want in zijn jonge jaren besluit Aalders om een overtuigd, fulltime hippie te worden. Compleet met heel lange haren, maar zonder de hasj en de wiet. Dat besluit neemt hij nadat hij na een weinig succesvolle carrière aan de ulo te Nijverdal in de jaren 60 door Europa gaat reizen. ‘Ik was aan het spijbelen, ik werd betrapt en werd vervolgens zonder pardon zonder diploma van school gestuurd.’ De toenmalige directeur beet Aalders nog toe: ‘Jij bent toch te dom om voor je examen te slagen.’ De school heette de Koningin Juliana School. Later zou dat nog behoorlijk ironisch blijken.

Dat Aalders gaat reizen is ook om een andere reden zo gek nog niet. ‘Mijn vader was de kleermaker van het dorp, net als mijn opa. Beiden hebben me met klem afgeraden kleermaker te worden, dat is gelukt. Toen ik 10 jaar was en ik met een maagzweer een half jaar in bed lag, kwam opa elke dag bij me zitten. “Gerard, blijf niet in dit oersaaie dorp. Hier heb je niets te zoeken, hier is niks. Trek de wereld in. Ga dingen zien.” Nou, dat heb ik gedaan, want ik vond het een goed advies. Als ik weer eens in Hellendoorn kom, zo weinig mogelijk, zet ik altijd een bloemetje op zijn graf.’ Met vaak amper een kwartje op zak trekt hippie Aalders vijf jaar lang door onder andere Engeland, Denemarken, Frankrijk, Zweden, Finland en Italië, plus de toenmalige Oostbloklanden. ‘Ik liftte overal naartoe, dus reizen was gratis.’ Behalve Europa leert hij ook zijn vriendin Marleen kennen, in Italië, met wie hij anno 2020 nog steeds samen is. Vriendin Marleen redt de hippie Aalders. Omdat zij gaat studeren, zegt ook hij zijn zwerversbestaan uiteindelijk vaarwel. Hij rondt vervolgens in vier jaar tijd het avondgymnasium af. En daarna, in Amsterdam, twee universitaire studies: geschiedenis en Scandinavistiek. De republikein spreekt vloeiend Zweeds.

De kunst van het verhullen

Klein probleem: het is 1982 en er is weinig werk. Sowieso liggen de banen die om een studie geschiedenis en/of een vloeiend spreker Zweeds vragen niet voor het oprapen. ‘Ik had natuurlijk veel beter over mijn studiekeuzes moeten nadenken. Het is bijvoorbeeld slimmer om rechten te studeren, dan kun je nog eens een leuke factuur sturen. Of nog slimmer: zorgen dat je geboren wordt als prins of prinses in de familie Van Oranje. Dan hoef je zo goed als niets te doen en komt het geld toch met bakken je kant op. Amalia, ik heb niets tegen dat kind, krijgt zodra ze 18 jaar wordt 1,5 miljoen euro per jaar.’ Aalders wordt daarom tijdelijk huisman. Hij zorgt voor de opvoeding van zijn twee zonen, tolkt en vertaalt wat, en stort zich in de avonduren op de spannende handel en wandel van de puissant rijke en invloedrijke Zweedse bankiersfamilie Wallenberg. Tegelijkertijd werkt hij aan zijn proefschrift Swedish Neutrality and the Cold War, 1945-1949. In 1989 publiceert hij zijn beroemde boek over de familie Wallenberg, ‘Europa’s machtigste industriële dynastie’ (volgens de Financial Times): The Art of Cloaking, de kunst van het verhullen. Aalders schrijft het samen met onderzoeker en ‘wandelende spionnenwikipedia’ (volgens NRC) Cees Wiebes. Het boek veroorzaakt destijds veel ophef, net zoals zijn publicaties later over de Van Oranjes en het Nederlandse koningshuis. Aalders brengt onder meer aan het licht dat landen als Zweden door middel van schijntransacties belangen van de nazi’s in geallieerde landen onder hun hoede nemen. Bepaalde bedrijven werden hierdoor ‘neutraal’ en daardoor niet confisqueerbaar.

Grote multinationals zoals de voormalige Duitse chemiereus IG-Farben (de patenthouder van Zyklon B, een pesticide dat in de Tweede Wereldoorlog gebruikt werd in de gaskamers van nazi-Duitsland) werden zo in staat gesteld om aan beide kanten van de oorlog grote winsten te boeken. Pikant is ook Aalders onthulling dat de ‘keurige’ Wallenbergjes van harte bereid bleken om als heler van uit Nederland gestolen Joodse waardepapieren op te treden. Net zo makkelijk, als het maar schuift. Het verrassende boek verschijnt in zes talen, in Nederland onder de titel Zakendoen Tot Elke Prijs. De fascinatie van Aalders voor rijke en machtige overheden en families is geboren. En Aalders, de voormalige hippie, staat op de kaart.

Naziprins

De loopbaan als luis in de pels van alles wat groot en machtig is, zet Aalders in de jaren 90 door bij het prestigieuze Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), dat huist in een statig pand aan de Herengracht in Amsterdam. In 1993 wordt hij uit tweehonderd sollicitanten geselecteerd voor de enige onderzoeksfunctie die daar dan beschikbaar is. Niet gek voor iemand die van de ulo werd getrapt. Aalders noemt het RIOD (inmiddels NIOD, Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) tegenwoordig een beetje plagerig ‘Het Instituut’. Het Instituut is lang niet altijd even gelukkig met het eigengereide enfant terrible. Vooral niet als hij op een gegeven moment gaat zoeken en wroeten in archieven waarin al dan niet spannende informatie kan zitten over de leden van de familie Van Oranje. Want amper in dienst van de overheid als historicus en onderzoeker, veroorzaakt hij al een grote koninklijke rel. Aalders is geobsedeerd door de waarheid, en dat bevalt een aantal mensen maar weinig tot niet. Onder hen: Bernhard van Lippe-Biesterfeld

Prins Berhard was lid van de partij van Adolf Hitler

Prins Bernhard. In 1996 publiceert Aalders het boek De Affaire-Sanders, Spionage en Intriges in Herrijzend Nederland. Daarin onthult de onderzoeker onder andere het nazilidmaatschap van prins Bernhard. Iets wat de prins altijd met klem heeft ontkend. Hij, Bernhard, lid van nazipartij NSDAP? Nein, nein, nein! Nou, wel dus. Aalders: ‘Dat onze lieve prins Bernhard lid was geweest van de Reiter-SS, volgens hemzelf een soort studentenclub, dat weinig chique feit was al bekend. Maar zijn lidmaatschap van de NSDAP, de partij van Adolf Hitler, had hij altijd verzwegen. Ik vond het bewijs ervoor in een archief in Washington. Ik wist niet eens of het hard nieuws was, maar ik heb voor de zekerheid een kopie van de stukken gemaakt. En toen bleek het dus inderdaad nieuws te zijn.’

De boodschapper moest dood

En hoe. De Affaire-Sanders veroorzaakt al voor verschijning koninklijk tumult. Het Parool brengt het nieuws als eerste, waarop het boek niet mag verschijnen. En dat in Nederland. Van het NIOD krijgt de onderzoeker een spreekverbod, premier Wim Kok bemoeit zich persoonlijk met de rel. Aalders is er tegenwoordig nog altijd ontstemd over. ‘Ik was verbaasd dat de man die jaren keihard had gelogen en door bleef liegen de hand boven het hoofd werd gehouden. Ik werd door alles en iedereen afgemaakt. De boodschapper moest dood en de man die het gedaan had kreeg steun. Dat botste met mijn gevoel voor rechtvaardigheid. Ik wist dat ik gelijk had. Tegen de stukken viel niets in te brengen. Zoiets moeten ze mij niet flikken, en sindsdien is het oorlog met de Oranjes. Dat is overigens totaal niets persoonlijks: ik vind de monarchie gewoon een raar, onsympathiek, ondemocratisch instituut dat bovendien volslagen uit de tijd is. Kijk maar: juist uit de erfelijkheid van de koningsfunctie blijkt de volstrekte onbelangrijkheid. Het doet er niet toe wie koning is, laten we dus afspreken het oudste kind van de vorige koning te nemen. Koning zijn is de enige maatschappelijke functie waarvan grondwettelijk vaststaat dat iedereen, zelfs de domste mens, haar op zich kan nemen. Die poppenkast houden we anno 2020 nog gewoon vol. En wat het allemaal kost! Het koningshuis wordt vorstelijk beloond. Een reële schatting is dat het ons 300 miljoen euro per jaar kost, maar dat kan ook 100 miljoen meer zijn. De kosten worden bewust over zoveel mogelijk ministeries verdeeld om ons het zicht te ontnemen. Wat is dat voor een waanzin? De functie van staatshoofd, waar je heel weinig voor hoeft te kunnen, is slechts weggelegd voor één familie. Als het niet zo erg was, zou je er heel hard om moeten lachen.’

Gesloten archieven

Het luis in de pels-schap zat al wel een beetje in de familie. Nee, niet in de koninklijke, maar in de familie Aalders. ‘Toen ik als jonge jongen een keer tegen mijn vader zei dat koningin Wilhelmina ’m naar Londen was gesmeerd, zei hij: “Welnee jongen, ze is helemaal niet gevlucht, ze is gewoon weggegaan.”’

Maar er is nog iets waardoor Aalders zo geïrriteerd raakt door de Oranjes. Als historicus wil hij graag grasduinen in archieven, voor een goede, correcte geschiedschrijving die controleerbaar is. Want: ‘Een historiografisch werk zonder bronvermelding is natuurlijk niet serieus te nemen. Lezers moeten kunnen zien waarop je verhaal gebaseerd is. Mensen die aan je interpretatie twijfelen moeten in een archief kunnen checken of het materiaal inderdaad juist is weergegeven. Niet iedereen interpreteert namelijk op dezelfde manier, dat is een moeilijkheid en dat heeft vaak alles te maken met je eigen opvattingen. Daarom zie ik geschiedenis ook niet als een echte wetenschap. Het is wat mij betreft degelijke onderzoeksjournalistiek met voetnoten.’

Je moet zorgen dat je geboren wordt als prins of prinses, dan hoef je zo goed als niets te doen en komt het geld toch met bakken je kant op 

Maar uitgerekend daar waar het onze koninklijke familie betreft, blijven de archieven veelal stijf gesloten. En dus is de handel en wandel van de Oranjes slechts moeizaam te volgen, te duiden en te controleren. ‘En ik maar denken dat we hier een democratie hadden! Maar Rusland blijkt nooit ver weg. In Nederland hebben we bijvoorbeeld het Koninklijk Huis Archief, een archief waarvan de kosten gedragen worden door de Nederlandse belastingbetaler. Jij en ik dus, en de lezers van Nieuwe Revu. Maar het Koninklijk Huis Archief is een stichting en daarom valt het niet onder de archiefwet. Het archief is niet openbaar. Prinses Beatrix is de voorzitter van het archief, dus je komt er zo goed als zeker niet in. En ik al helemaal niet! Of neem die vreselijke Bernhard als voorbeeld. Vrijwel alles over hem zit dicht. Rechtstreeks zijn naam intikken in archieven heeft meestal weinig zin, al probeer je het altijd wel. Maar als je via namen van vrienden, bekenden en bedrijven waarmee hij te maken had gaat zoeken, dus als je het creatief aanpakt, dan kom je vaak wel ergens.’

Mythes doorprikken

Waar komt die drang om de waarheid te onthullen toch vandaan? Waarom laat Aalders koning Willem-Alexander en de zijnen niet gewoon hun sprookje leven? Wat kan ons het schelen, behalve dat het allemaal een hoop geld kost? Bovendien worden Máxima en co nog altijd hartstochtelijk toegejuicht, tenminste één keer per jaar, bij het zaklopen en het koekhappen op Koningsdag, dat dit jaar door een bepaald virus niet doorgaat. ‘Ach, die familie is één ding. Daar zal ik zo nog wel het een en ander over zeggen. Maar wat de kern is, is dit: als een historicus zijn werk goed doet, kan hij mythes doorprikken. In mijn boeken Roof, de Ontvreemding van Joods Bezit Tijdens de Tweede Wereldoorlog en Zwendel, de Schimmige Wereld van Geldwolven in Maatpakken heb ik banken en bedrijven aan de kaak gesteld die ten onrechte een goede naam hadden. Dat was balen voor die banken – en leuk voor mij. Want ik vind dat van belang, dingen rechtzetten die krom zijn. Ik heb daar oprecht plezier in. En: iemand moet het doen. Ik ben wetenschapper. Je kunt door goed en breed historisch onderzoek wel degelijk het beleid van overheden ontmaskeren. Ik heb veel over Joodse kunstroof in Nederland geschreven en in dat kader de opmerkelijke zaak-Goudstikker aan de orde gesteld. Tijdens de oorlog is de kunstverzameling van de Nederlandse Joodse kunstverzamelaar Jacques Goudstikker in handen gekomen van nazi-Duitsland en daarna geconfisqueerd door de Nederlandse overheid. Ruim vijftig jaar later kwam er onder druk van aanvullende informatie, geschiedschrijving dus, maar ook door een mentaliteitsverandering schot in die zaak en kregen de rechtmatige erfgenamen eindelijk hun eigen spullen terug. Let wel: een kunstverzameling ter waarde van, inmiddels, honderden miljoenen euro’s, misschien wel een miljard. Dus dan hebben we het wel ergens over. Dat soort zaken geeft mijn leven zin. In zekere zin help je als historicus, als onderzoeker, ook mensen. Maar ik vind ook: aan onwaarheden heb je niets. En los daarvan vind ik het ook gewoon leuk om archieven uit te pluizen. Je weet van tevoren vaak niet wat je tegen gaat komen. Geef mij een paar dagen om in het archief van het koninklijk huis te schatgraven. Daarin moet zoveel liggen waar niemand weet van heeft.’

De koninklijke fotosessie in Lech, 25 februari 2020

Stadhoudersbrief

Terwijl Aalders in dienst van het NIOD archieven afstoft en informatie boven tafel krijgt, schrijft hij in een ongekend tempo boeken en artikelen over inlichtingen- en veiligheidsdiensten in binnen- en buitenland, geheime economische collaboratie, de Bilderberg-conferenties, kartels, de Koude Oorlog, WikiLeaks en een aantal stevige boeken over prins Bernhard. Ook schrijft hij een biografie over de beruchte, bloedmooie dubbelspionne Leonie Brandt-Pütz (1901-1978). Geboren in Duitsland kwam deze beeldschone verleidster al jong naar Amsterdam, waar ze als actrice een leven als dubbelspion leidde. Ze werkte voor de geheime diensten van Nederland en Duitsland, die dat niet van elkaar wisten. In 1950 werd ze opgepakt op verdenking van collaboratie. Bij vrijwel alles rond Leonie lopen schijn en werkelijkheid door elkaar heen. Net als bij Mata Hari. En net zoals bij, inderdaad, prins Bernhard. In de Brandt-Pütz-biografie speelt Bernhard dan ook, hoe kan het ook anders, een rol. Aalders schrijft in zijn boek dat zij de oorspronkelijke, mondelinge bron is van de geruchten over de zogenaamde roemruchte stadhoudersbrief die Bernhard in april 1942 aan Hitler zou hebben geschreven. In zijn slijmbrief zou Bernhard aan Hitler een nogal bijzonder voorstel hebben gedaan. Als de Duitsers de directe bezetting van Nederland zouden beëindigen, dan zou Bernhard wel voor Hitler willen optreden als diens stadhouder in Nederland. Aalders claimt niet dat de stadhoudersbrief daadwerkelijk bestaat, maar hij toont wel aan dat de oorspronkelijke bron achter het gerucht dubbelspionne Leonie is. Over haar is dit voorjaar een documentaire in première gegaan: Leonie, Actrice en Spionne, gebaseerd op het boek van Aalders.

30 april 1940: Bernhard dineert met onder meer oud-premier Hendrik Colijn (links)

Dol op zichzelf

Maar ondanks de stroom aan boeken die Aalders over heel veel verschillende onderwerpen heeft geschreven, geniet hij de meeste bekendheid als strijder tegen de Van Oranjes. Wat wringt er zo waardoor Aalders steeds weer in de pen klimt om alweer een boek te schrijven over de royals? ‘Nou, heb je even? De familie Van Oranje-Nassau is zich zeer van haar status bewust, benut die, vindt dat ze alles mogen en kunnen eisen en dat die eisen gehonoreerd moeten worden. Ze zijn dol op zichzelf en ze zijn vooral stapelgek op geld. Alle rellen om het huis zijn vrijwel altijd terug te voeren op geld. Maar als ze wat stoms doen, zijn ze niet zelf, maar is de minister verantwoordelijk. De Oranjes hebben geen macht, maar wel erg veel invloed. Die gaat zo ver als de minister-president toelaat, en dat is nu onder Mark Rutte heel ver.’

Aalders nuanceert zichzelf: ‘Je moet wel verschil maken tussen de koninklijke familie en de leden van het koninklijk huis. Tot die laatsten behoren de koning en zijn vrouw, de afgetreden koning(en), voor zover ze nog in leven zijn (plus hun echtgenotes), en de toekomstige koning (eventueel met echtgenote). De grondwet spreekt overigens altijd van de koning (m/v). De familienaam wordt trouwens kunstmatig in leven gehouden met koninklijke besluiten en wetten. De mannelijke lijn stierf uit met koning Willem III en de vrouwelijke was met Wilhelmina voorgoed geschiedenis. Ik kom daar in mijn nieuwe boek op terug, want, jawel, er komt weer een nieuw boek aan: Oranje Zwartboek, Intriges, Spionage, Overspel, Geweld en Corruptie Binnen het Koningshuis. Komend najaar in de winkel. In dat nieuwe boek ga ik onder andere de geschiedenis van de Oranjes na. De hamvraag is: wat hebben ze voor Nederland betekend? Antwoord: geen moer.’ Oranje Zwartboek is het laatste boek dat Aalders aan de koninklijke familie wijdt. ‘Het is een mooie afsluiter van de reeks, er staan een paar hoofdstukken in die om te smullen zijn. Daarna ga ik me buigen over andere intrigerende onderwerpen. Want er is nog genoeg te vertellen over wat niemand weet.’

Koning zijn is de enige maatschappelijke functie waarvan grondwettelijk vaststaat dat iedereen, zelfs de domste mens, haar op zich kan nemen

Reageert de koninklijke familie eigenlijk weleens op de publicaties van hun luis in de hermelijnen pels? Zelden. Prins Bernhard deed het één keer direct, maar indirect morde hij vaker. Zo was hij van plan om Aalders voor de rechter te slepen, omdat wat hij beweerde niet waar zou zijn. Maar het is bij driftige plannen gebleven. ‘De prins heeft mij één keer gebeld. Ik dacht eerst, ik word in de zeik genomen, ik zit in een radio-uitzending met cabaretiers die hem goed na kunnen doen. Maar het was prins Bernhard in eigen persoon. Hij zei: “Mijnheer Aalders, wat u allemaal opschrijft, klopt niet.” Het was een kort gesprek. Toen ik wat tegen wilde werpen, zei hij: “Mijnheer Aalders, ik bel u, ik betaal dit gesprek, ú luistert naar mij.” Enkele weken later was hij dood.’

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws