‘Hoezo, hoe gaat het? Het gaat slecht, dat weet je toch?’

Columnist Stephanie-Joy Eerhart werkt in de daklozenopvang, waar een bewoner er doorheen zit omdat hij nog steeds geen eigen huis heeft.

‘Hoezo, hoe gaat het? Altijd stel je dezelfde vraag. Het gaat slecht. Dat weet je toch?’ zegt Kofni, een kleine, Afrikaanse man. Hij staart naar de vloer terwijl hij verder gaat. ‘Kijk nou waar ik woon. Al langer dan drie jaar!’ Kofni maakt armgebaren en wijst de lange linoleum gang door. Ik kijk door zijn ogen en zie de half groengeverfde muur waarvan de lijn bobbelig verloopt. Hier en daar een zwarte veeg van een schoen. Het nieuwe gat verderop, van de woedeuitbarsting van die andere man, die ook al zo lang op een woning wacht. 

‘Vraag me niet hoe het gaat. Jij bent toch mijn begeleidster? Jij moet er iets aan doen! Al die anderen die al wel een woning hebben gekregen terwijl zij hier veel later zijn komen wonen; Jan, Karel,’ somt Kofni op. ‘En die ene vent die hier elke week stond te schreeuwen als hij een woedeuitbarsting had. Allemaal een eigen huis! Komt het omdat ik zwart ben? Zeg het maar hoor, als dat het is. Mensen gaan hier dood, Stephanie! Geestelijk dood!’

‘Kofni, ik kan niet toveren,’ verzucht ik. Ik zie hoe hij moeite moet doen om me aan te kijken. ‘Ik heb geen glazen bol waarin ik kan zien hoelang het nog duurt. Ik weet alleen wel dat er beweging is. Dat er eindelijk, sinds oktober vorig jaar, weer woningen vrijkomen.’ Kofni kijkt me opeens recht in de ogen en zegt: ‘Ik wil geen woorden meer, Stephanie. Geen woorden, maar daden!’ 

Geen van beiden weten we dat precies tijdens dit gesprek op de gang een e-mail binnenkomt met die gouden woorden: er is een woning voor Kofni. Ik zie het pas als ik anderhalf uur later weer achter mijn computer zit. Woningaanbod voor Kofni Hanare. Ik lees vluchtig dat het gaat om een nieuwbouwwoning, zie de plattegrond en druk op afdrukken. Met twee treden tegelijk ren ik naar boven en bons op de deur van Kofni. ‘Laat me binnen, dit wil je horen!’ zeg ik in het verbaasde gezicht van Kofni. 

‘Uw wens is mijn bevel,’ zeg ik als grapje terwijl ik met de papieren wapper. ‘Dit is de plattegrond van je woning, Kofni! ‘Is het echt waar?’ vraagt hij met licht bibberende stem. ‘Echt waar, je wachten is beloond. Nog nieuwbouw ook!’ Heel langzaam zie ik het leven in de ogen van Kofni terugkeren.

Laatste nieuws