Premium

‘Je moet je niet laten leiden door angst’

Programmamaker en journalist Danny Ghosen (42) gaat door waar anderen stoppen. Eerst bij PowNed en nu bij de NTR, met zijn nieuwe programma Danny op Straat.
Danny Ghosen

‘Ik zeg niet zo snel ergens nee tegen, maar dat wil niet zeggen dat ik onverantwoord bezig ben.

In 1993 ben je, samen met je ouders en je zusjes, Libanon ontvlucht. Hoe zou je leven eruit hebben gezien als je dat niet had gedaan en nog in Beiroet had gezeten?

‘Heel leeg. Dan was ik misschien wel taxichauffeur geworden, zoals veel mannen in Libanon momenteel zijn. Veel meer keus hebben ze ook niet. Vergis je niet, hè: er is daar zoveel corruptie en ellende, en daardoor zoveel frustratie. Omdat er simpelweg geen toekomst is. Er is ook niks. Ja, armoede. Zo leeft inmiddels 50 procent van de bevolking onder de armoedegrens. Daarom hoop ik ook dat de huidige machthebbers snel achter slot en grendel belanden. Die hebben gewoon het hele land leeggeroofd.’

Doet jou dat pijn?

‘Natuurlijk. Omdat een land als Libanon zoveel potentie heeft. Kijk alleen al naar de muzikanten. Zonder overdrijven: ik denk niet dat er veel andere Arabische landen zijn waar je zoveel goede en creatieve artiesten hebt. En dat voor zo’n klein landje. Alleen, ze krijgen niet de kansen die ze verdienen. Want als je geen corrupte pa of oom hebt, tja, dan kom je nergens. Dan is het gewoon heel moeilijk om te slagen.’

In hoeverre voel je je nog een Libanees?

‘Dat vind ik een hele moeilijke vraag. En ook wel een beetje een onterechte vraag, als ik eerlijk ben. Want dan krijg je weer: aan wie ben je loyaal? Aan Nederland, waar ik inmiddels al 26 jaar woon, of aan Libanon waar ik vijftien jaar heb gewoond? En het is heel lastig: want terwijl Nederlanders jou altijd als allochtoon blijven zien, zien de Libanezen jou als buitenlander. Daarom voel ik me eerder half-half.’

Twee jaar geleden zei je dat je je nog steeds een vluchteling voelde. Is dat nog steeds zo?

‘Ja, dat deel van je leven raak je nooit kwijt. Dat blijft gebrandmerkt in je ziel. Daarom kan en zal ik mijn achtergrond nooit vergeten. Al kun je de tijd dat ik naar Nederland vluchtte nauwelijks vergelijken met de huidige vluchtelingenproblematiek. Ik bedoel: wij namen destijds gewoon het vliegtuig. Dat is nu niet meer voor te stellen. Ik ken een meisje dat vanuit voormalig Joegoslavië naar Nederland is komen lopen! Dat is toch verschrikkelijk?’

Of ze komen met gammele bootjes via Libië en Turkije. Wat denk je als je dat ziet?

‘Ik heb ze met eigen ogen gezien, in een vluchtelingenkamp in Griekenland. Ook vreselijk. Ik heb er alleen wel mijn bedenkingen over. Kijk, de Syriërs, de Afghanen, de Irakezen, die begrijp ik wel. Die komen uit een oorlog, dat zijn échte vluchtelingen. Maar je hebt ook veel Afrikanen, en daar kun je natuurlijk je vraagtekens bij zetten.’

De gelukszoekers...

‘De economische vluchtelingen. Natuurlijk, ik snap heel goed waarom ze het doen. Als het in je land niet goed gaat, wil je weg. Dat hebben we in Nederland ook gedaan. Wij gingen destijds naar Canada, zoals de Ieren en Italianen in de vorige eeuw massaal naar de Verenigde Staten trokken. Dus ja, ergens begrijp ik dat wel. Alleen, deze groep vluchtelingen hoort hier natuurlijk niet. Die moeten juist daar blijven, om hun eigen land op te bouwen. En wij moeten ze daarbij helpen.’

Als je gaat filmen in Gaza, dan weet je dat je in de problemen kan komen met Hamas, of dat Israëlische sluipschutters je in je knieschijven schieten

Vaak gehoord: ze worden gek gemaakt.

‘Ja, dat zie je goed in Calais. Daar willen ze allemaal naar Engeland, omdat ze op social media zien dat het daar zo geweldig is. Maar dat is dus niet zo. Maar ja, als je niks meer te verliezen hebt omdat je in een heel arm land woont, wil je dat natuurlijk niet horen. Dan pak je alles aan.’

Je kwam in Drenthe terecht. Wist je iets van Nederland?

‘Nee, daarvoor was ik te jong, nog maar 15 jaar. Maar toen ik hier eenmaal was, dacht ik wel: wat is dit voor een raar land? Maar wat wil je ook? Ik kwam uit een land waar jaren een burgeroorlog woedde, met heel veel bombardementen. Kortom, een land met alleen maar chaos en onrust. En dan zit je ineens in Drenthe, waar alles rustig en netjes is. Dat is een omschakeling, hoor.’

Stelde je je daarom ook zo opstandig op?

‘Ja, de eerste drie jaar bleef ik me overal tegen verzetten. Zo weigerde ik aanvankelijk zelfs Nederlands te leren. Maar dat kwam dus puur omdat ik me er niet thuis voelde. Ik snapte ook niet waarom we hier waren. Natuurlijk, ik ben heel blij dat ik hier nu ben, begrijp me niet verkeerd, maar op dat moment ben je jong en in de war. En wilde ik ook het liefst terug.’

En je wist ook niet wat je wilde.

‘Klopt. Ik heb in al die jaren wel zeven opleidingen gedaan. Lts schilderen, mbo meubelmaken, autotechniek, welzijn... Ik wist het gewoon niet. Totdat ik dacht: weet je wat, ik ga journalistiek doen. Ik spreek Arabisch, dus misschien, zo dacht ik, kan ik ooit aan de slag als correspondent voor de NOS in het Midden-Oosten.’

Inmiddels ben je een gevierd programmamaker. Ben je nu waar je vijf jaar geleden hoopte te zijn?

‘Dat vind ik lastig te zeggen omdat ik voor mezelf nooit een route heb uitgestippeld. Ik bekijk het meestal van jaar tot jaar, maar elk jaar zet ik natuurlijk wel stappen. En daar ben ik blij mee, al betekent dat niet dat ik er nu al ben. Ik wil nog zoveel groeien en beter worden.’

Heb je, nu je bij de NTR zit, wel het idee dat je serieus of serieuzer wordt genomen?

‘Absoluut. De omroepbaas appte me net, zo van: wow, wat een mooie uitzending heb je weer gemaakt. En natuurlijk, bij PowNed was het ook leuk en leerde ik veel, maar daar was ik toch meer die jongen die tegen alles en iedereen aan schopte. Maar vergeet niet dat ik daar alweer vijf jaar weg ben. Dan moet je ook wel verder zijn in je ontwikkeling, vind ik. Anders heb je wel een probleem.’

Inmiddels heb je al veel gedaan. Van Danny in Arabistan tot Danny Demonstreert. Wat vond je het mooiste?

‘Ook dat is heel moeilijk om aan te geven. Maar waanzinnig was natuurlijk die keer dat Donald Trump een dag voor mijn interview met Jayda Fransen, de leider van Britain First, een tweet van haar retweette. Toen ging het helemaal los. Maar of dat nou het mooiste was? Nee, dat is ook bijna niet te zeggen. Omdat je mijn programma’s eigenlijk niet met elkaar kan vergelijken. Elk programma heeft een andere invalshoek en een ander doel.’

Dan vraag ik het anders: op welk programma ben je het meest trots?

‘Sowieso het tweede deel van Danny in Arabistan, omdat het echt heel moeilijk was om daarvoor opnames te maken. En dat is niet alleen omdat je in Syrië, Gaza en Irak constant achtervolgd wordt door bemoeizuchtige veiligheidsdiensten. In dat soort gebieden heb je ook te maken met ontvoeringsgevaar, en dat maakt het werken heel lastig. Als het dan toch lukt om mooie items te maken, ja, dan mag je daar zeker trots op zijn.’

Ben je dan nooit bang?

‘Niet snel, nee. Dat moet ook niet, je moet je niet laten leiden door angst, dan kun je beter niet gaan. Als je gaat filmen in Gaza, dan weet je dat je in de problemen kan komen met Hamas, of dat Israëlische sluipschutters je in je knieschijven schieten. Die kans bestaat gewoon. Maar dat betekent niet dat ik nooit bang ben. Zo vergeet ik nooit meer die keer in Mosul, net over de grens bij Erbil, in het Koerdische deel van Irak. Omdat de grens daar ’s avonds is gesloten, moesten we in Mosul overnachten. Een regelrechte nachtmerrie. Onze fixer noemde het weliswaar “een four star-resort”, maar iedereen weet dat vier sterren in Irak net even iets anders is dan bij ons, en dat bleek ook wel.’

Waar sliep je dan?

‘Nou, er stond wel een bed, maar slapen doe je daar natuurlijk niet omdat je doodsbang bent dat je wordt ontvoerd. En dus sta je bij elk geluid dat je hoort naast je bed. Ik hield niet voor niets mijn kleren en schoenen aan. Verder was het vies en smerig, dus ik was heel blij dat het weer ochtend was en ik het hotel veilig kon verlaten. Zoals ik ook heel blij was dat Hamas me tijdens een andere trip weer had vrijgelaten. Ze dachten dat we spionnen waren, omdat er toen wel vaker Israëlische geheim agenten zich voordeden als Arabieren. Ik kan je zeggen: dat zijn akelige momenten, hoor.’

Maar waarom doe je het dan? Voor de kick?

Ik zal niet ontkennen dat het geen kick geeft, maar ik doe het vooral omdat ik het leuk vind om juist de moeilijke verhalen te maken, om te laten zien dat de Arabische wereld niet alleen maar eng is, zoals wordt gedacht. Kijk, ik kan ook naar Qatar of naar andere veilige plekken reizen, zoals Floortje Dessing dat doet, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik wil ook de minder mooie kanten van het leven laten zien, want ook dat zijn interessante verhalen. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat veel Irakezen voor IS waren. Onzin! De meesten werden onderdrukt en afgeperst. En die verhalen moeten ook verteld worden.’ 

Is er voor jou ook een grens?

‘Mijn grens had eigenlijk moeten liggen in Saoedi-Arabië. Toen ben ik in een kooi gestapt waarin een witte tijger zat die veel rijke Arabieren als huisdier hebben. En dat was dom, heel dom. Hij zei vooraf wel dat het beest niks deed, maar dat klopte dus niet. Die tijger viel me ineens aan. Het liep allemaal met een sisser af, maar dat was zonder twijfel het meest angstaanjagende moment in mijn leven. Zelfs vele malen enger dan bij IS of Hamas. Met die gasten kun je tenminste nog een beetje praten, maar een tijger is totaal onvoorspelbaar. Dus dat doe ik nooit meer. Zoals ik ook niet meer zomaar door een veld in Kroatië ga lopen. Dat deed ik ooit, nadat ik voor het EO-programma 3Onderzoekt undercover was gegaan in een vluchtelingenkamp. Toen heb ik echt mazzel gehad, want later hoorde ik dat dat hele veld bezaaid lag met mijnen.’

En wat doe je nog meer niet?

‘Dat hangt echt van de situatie af, maar in principe zeg ik niet zo snel ergens nee tegen. Dat wil alleen niet zeggen dat ik onverantwoord bezig ben, zeker niet. In Soedan zijn we niet naar plekken gegaan waarvan we wisten dat we daar in grote problemen konden komen. Ik lijk misschien wel wat rücksichtslos, dat ben ik niet. Neem Danny in de Buitenwijken, waarvoor ik in zes Europese steden getto’s en achterstandswijken bezocht. Daar moet je gewoon oppassen. En dus ga je, zoals in Boekarest, niet opzichtig met een camera een wijk in, want je weet: voor hetzelfde geld gooien ze een kind voor je auto en dan ben je de sjaak. Dus film je dat met je telefoon.’

Hoe moeilijk is het om zo’n programma te maken?

‘Heel moeilijk. En niet alleen in Boekarest, maar ook in steden als Marseille en Athene. Dan giert de adrenaline wel even door je lijf. En helemaal in Napels, in de wijk Scampia waar de Camorra het voor het zeggen heeft. Zo intimiderend allemaal. Zoals dat ook was in Dublin. Joh, het leek wel of ik daar in een aflevering van Flodder zat. Zo asociaal. En allemaal drugs en overal gangs. De plaatselijke Peter R. de Vries zei nog tegen me: “Je bent echt een crazy motherfucker, want die gasten zijn daar echt gestoord.” En dat bleek ook wel, want eentje had ons bijna nog expres aangereden.’

Hoe is het dan om daar te lopen? Word je dan emotioneel?

‘Dat niet, dat schakel je wel uit. Maar het is natuurlijk wel zielig wat je allemaal ziet. Neem Boekarest. Daar wonen in die buitenwijken veel Roma-families, en dan heb ik het niet alleen over criminele Roma die geld verdienen aan heroïne en andere drugs, maar ook veel keurige gezinnen. Maar ja, die kunnen nergens werken omdat ze worden afgeschilderd als criminelen. Met andere woorden: die zijn al gebrandmerkt bij hun geboorte. Maar wat misschien nog wel schokkender is: je denkt dat deze problemen alleen maar voorkomen in de derde wereld. Maar dit speelt zich dus allemaal af in de achtertuin van Europa, op nog geen twee uur vliegen van Amsterdam.’

Beseffen we in Nederland dan te weinig dat we het goed hebben?

‘Dat mag ik hopen, zeg. Daarvoor maak ik het ook, zodat de mensen er wat van opsteken. En zo niet, dan zou ik haast willen zeggen: ga een keer mee. Dan laat ik wel even zien hoe het leven daar is. Al is het natuurlijk niet mijn taak om die mensen een schop onder de kont te geven. Daar ben ik niet de aangewezen persoon voor.’

Recent haalde je het nieuws via een interview met een pedo-activist. Ook toen bleef je opvallend rustig.

‘Wat ik al zei: op dat soort momenten schakel je je gevoelens uit. En dat moet ook. Toen zeker, want omdat ik al een voorgesprek met hem had gehad, wist ik al wat hij ging vertellen.’

Hij vond dat een kind van 2 of 3 jaar best kan beslissen of het seks wil met een volwassene...

‘Ja, die uitspraak was shocking natuurlijk. Maar wel relevant, want hij wilde een politieke partij oprichten en dat stond gewoon in hun programma. Overigens was dat nog niet eens het heftigste wat hij zei... Maar dat hebben we eruit gehaald.’

Wat zei hij nog meer dan? 

‘Tja, als ik besluit dat eruit te knippen, moet ik dat nu niet gaan zeggen, natuurlijk. Maar dat ging gewoon te ver.’

Waarom haalde je dat eruit? Om hem in bescherming te nemen?

‘Dat niet. Ik wilde gewoon geen olie op het vuur gooien. Het blijft een gevoelig onderwerp, weet je. Bovendien wilde ik het zo journalistiek mogelijk houden. Het ging me ook puur om zijn standpunten en waarom hij die politieke partij wilde beginnen. Ik was niet op zoek naar sensatie. Daarom hebben we ook de pop die hij bij zich had eruit geknipt.’

Maar hoe moeilijk is het om een gesprek te hebben met iemand met zulke bizarre denkbeelden?

‘Het is in ieder geval niet makkelijk. Je moet je gewoon heel professioneel opstellen, zoals je dat ook doet als je een moordenaar of verkrachter interviewt. Kijk, het is een ander verhaal als hij een kind iets zou aandoen wanneer ik erbij sta. Dan moet je ingrijpen. Maar iemand daarover interviewen is anders. Dan denk je niet: ik ga je wurgen.’

Je oogstte met dat interview niet alleen lof, maar ook kritiek. Sommigen vonden dat je hem geen podium had moeten geven.

‘Sterker nog, sommigen zeiden: “Geef even zijn adres, want dan ga ik zijn keel doorsnijden...” Maar wat is een podium geven? Ik heb hem juist kritisch benaderd. Maar dat is typisch Nederlands: we vinden het allemaal geweldig dat we in een democratie leven, maar tegelijkertijd willen we allemaal dat Wilders, Baudet en Denk geen podium krijgen. En Nelson, die pedofiel, dus ook niet. Natuurlijk, met die gasten kun je het eens zijn of niet, maar we hebben hier wel vrijheid van meningsuiting. Dat moet je ook respecteren.’

Dat interview deed je voor Danny op Straat, je huidige programma. Hoe leuk is dat om te maken?

‘Heel leuk, omdat dit precies is wat ik wilde maken. Bovendien is het natuurlijk mooi dat we met veel afleveringen het nieuws hebben gehaald. Niet alleen met dat gesprek met Nelson, maar later ook met die uitzending over wapengebruik onder jongeren, zoals in Groningen.’

Ik ben blij dat ik bij de NOS ben afgewezen als correspondent in het Midden-Oosten, anders had ik nooit Danny op Straat kunnen maken

Ook toen was er verontwaardiging.

‘Ja, omdat ik de messen van die jongeren liet zien. Maar dat is natuurlijk niet iets nieuws, dat probleem speelt al jaren. En niet alleen in Amsterdam, Rotterdam of Utrecht, maar ook op plekken waar je het misschien niet verwacht, zoals in Groningen. Alleen, eerder zag je hooguit ergens wat bloemen liggen of las je daarover een nieuwsbericht in de krant. Maar dus nooit eerder iets op camera, en dat deed ik dus wel. Jongeren met een machete op zak. En ja, dan krijg je daarbij een gezicht en wordt het concreet. Maar dat is dus wat ik met Danny op Straat wil bereiken, al ga ik daar wel heel respectvol mee om.’

En correspondent Midden-Oosten, is dat nog een droom voor je?

‘Nee. Toen bij de NOS een plek vrijkwam, heb ik nog wel gesolliciteerd en ben ik ook op gesprek geweest, maar dat is op niks uitgelopen.’

Sander van Hoorn, de voormalige correspondent van de NOS in het Midden-Oosten, zei bij Pauw dat jij niet objectief kan zijn omdat een Arabier volgens hem niet op die post hoort. Heeft hij daar een punt?

‘Misschien wel. Maar objectief is toch geen enkele journalist? Iedereen heeft wel een bepaalde mening. Maar het is goed zo. Heel erg vind ik het dan ook niet. Sterker nog, ik ben blij dat ik ben afgewezen. Anders had ik nooit Danny op Straat kunnen maken.’ 

NIEUWE REVU ONTMOET DANNY GHOSEN

Waar? Op het Mediapark, buiten in de zon, uiteraard op gepaste afstand van elkaar. Wanneer? Begin april, kort nadat hij Martin Bosma tegenkwam, de PVV-politicus die ooit Kamervragen stelde over Danny in Arabistan omdat dit programma volgens hem ging over pro-Arabische propaganda. En? ‘Was wel grappig,’ zegt Ghosen. ‘Ik zei: “Hey, Martin Bosma!” Maar hij keek me aan en zei: “Wie ben jij ook alweer?”’

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws