Premium

De man die heus wel weet wat een koevoet is

Ze halen zelden de krantenkoppen, maar ook huis-tuin-en-keukencriminelen worden door de rechter ter verantwoording geroepen. In het beklaagdenbankje uw wekelijkse portie winkeldiefstal, huiselijk geweld en openbare dronkenschap. Deze keer meneer Van B. die verdacht wordt van drievoudige mishandeling.
Illustratie verdachten

Het is nog vroeg als de bode de zaak van de 44-jarige meneer Van B. uitroept. Van B., die enkele seconden later zijn opwachting maakt, komt met een chagrijnige en verontwaardigde blik de zaal binnenlopen. Hij ziet er gebruind, maar pokdalig uit, zijn witte jas met witte capuchon houdt hij aan. Misschien omdat ze goed staan bij zijn grote witte sportschoenen, misschien omdat hij het toch best fris heeft of misschien omdat hij vindt dat hij hier onterecht zit en zo snel mogelijk weer weg wil. Hoe dan ook: de jas blijft aan.

Van B. wordt ervan verdacht dat hij drie vrouwen mishandeld zou hebben, waaronder zijn ex-vrouw. Eén zou hij bij haar keel gegrepen hebben en een pluk haar uitgetrokken hebben, de twee anderen verwijten hem dat hij hen meermaals tegen hun hoofden en lichamen geslagen zou hebben. Daarbij hangt meneer Van B. nog een flinke taakstraf boven het hoofd vanwege een kleine dwaling met betrekking tot de opiumwet.

Opkankeren

‘Dat is nogal wat, meneer Van B. Wat vindt u daar nou van, dat u daarvan beschuldigd wordt?’ Van B. schudt wild met zijn hoofd, hij is boos. ‘Klopt dus helemaal niks van,’ moppert hij direct.

‘Ik kreeg telefoon van mijn boekhouder. Er bleek 4300 euro van mijn rekening gestolen te zijn door mijn ex. Dus daar wilde ik toch even met haar over gaan praten. Maar toen ik haar ermee confronteerde, werd ze boos. Ze zei dat ik moest opkankeren uit haar huis, en dat zij gewoon ook moest leven.’

‘En heeft u toen haar keel dichtgeknepen?’

Weer schudt Van B. zijn hoofd. ‘Ja oké, ik heb haar een goeie douw gegeven, dat wel ja. Misschien heb ik daarbij de keel geraakt. Maar daarna zijn ze dus gedrieën op me gedoken en hebben ze me geslagen en geschopt. Ik werd steeds verder het huis uitgewerkt en op het einde werd ik ook nog eens met een koevoet op mijn hoofd geslagen. Ze zaten met zijn drieën om me heen, ze bleven maar klappen geven. Ik heb nooit mijn vuisten gebruikt. Ik ging er juist in om het niet uit de hand te laten lopen, want ze zijn alledrie echt superklein.’

Toch is de rechter nog niet meteen overtuigd. Ze houdt meneer Van B. verantwoordelijk voor hetgeen de vrouwen aangegeven hebben: hij zou met een stok zijn gaan slaan, geduwd hebben, haren uitgetrokken hebben, er zouden kelen vastgepakt zijn, en zelfs iemand opgetild zijn áán haar keel. Weer schudt meneer Van B. heftig met zijn hoofd: het is allemaal niet zo gebeurd.

Dat is helemaal geen echt haar, dat zijn extensions. Mijn vriendin zit helemaal onder de extensions

‘En hier staat dat uzelf met een honkbalknuppel geslagen bent?’

‘Nee, met een koevoet.’

‘Weet u dat zeker?’

‘Ik weet wel wat een koevoet is, mevrouw de rechter. Ik werk op de bouw. Maar of het een honkbalknuppel of een koevoet was, maakt allemaal niet veel uit. Maar het was dus wel een koevoet.’

Dan komt het gesprek op de uitgetrokken haren van de ex-vriendin van meneer Van B. De rechter toont de foto’s en mompelt, misschien meer voor zichzelf dan voor de rechtspraak, dat het er allemaal niet zo fraai uitziet. De advocaat en meneer Van B. staan op om ook de foto’s te bekijken.

‘Hm, ja, ja,’ bromt de advocaat van meneer Van B. Van B. zelf is even stil en zucht dan. ‘Ja, zeg,’ moppert hij daarna, ‘dat is helemaal geen echt haar, dat zijn extensions. Mijn vriendin zit helemaal onder de extensions.’

Met afhangende schouders loopt hij weer terug naar het beklaagdenbankje, zichtbaar tevreden dat dit is rechtgezet.

Bijgelegd met de schoonfamilie

Als de persoonlijke situatie van Van B. ter sprake komt, blijkt dat de beklaagde weliswaar een strafblad heeft, maar dat daar niet zo heel erg veel noemenswaardigs op staat. Bovendien heeft Van B. het al lang weer bijgelegd met zijn schoonfamilie. ‘Ze voelde zich gewoon betrapt, vanwege dat geld, snap je? Ze draaide helemaal door. Ze wilde uiteindelijk ook het geld terugbetalen, maar ik heb haar uitgelegd dat dat allemaal niet eens nodig was.’

Even lijkt de rechter te twijfelen, maar dan vraagt ze het toch maar: ‘En wat nou als dit weer gebeurt? Dan zitten we wéér hier.’

‘Nee, nee,’ verzucht Van B. ‘Nee, ik ben er wel klaar mee. Ik hoop dat ze gelukkig is. Ze heeft een nieuwe vriend. Ik heb tegen haar gezegd: “Jij gaat rechtsaf, ik linksaf.” Ik wil gewoon door met mijn leven. Ik ben betontimmerman.’

‘Oké.’

Dan is het woord aan de officier van justitie, die, hoewel meneer Van B. vindt dat de drie vrouwen een beetje samengespannen hebben om hem in hun verklaringen in een kwaad daglicht te stellen, toch echt wel vindt dat alles wettelijk en overtuigend bewezen is. Ze vindt daarom, om te beginnen, dat de straf die Van B. al te wachten stond (120 uur taakstraf) gewoon ten uitvoer gebracht moet worden. Voor de rest wil de officier, omdat alles weer is bijgelegd en de rust wedergekeerd is in de familie, de straf niet te zwaar maken – dat zou alles misschien weer ten slechte doen keren. Ze eist tachtig uur taakstraf, voorwaardelijk. En daar kunnen Van B. en zijn advocaat zich eigenlijk wel in vinden. ‘Hulde voor de eis van het OM,’ zegt de advocaat.

‘Ik wil het gewoon achter de rug hebben. Ik wil dat mijn zoontje me niet in de gevangenis op hoeft te komen zoeken,’ voegt Van B. eraan toe. Zijn advocaat schudt kort het hoofd. ‘Dat kan dus niet met de corona.’

‘Oh. O ja.’

De zaak wordt afgehamerd en de eis van de officier ingewilligd. Iedereen kan weer over tot de orde van de dag. 

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws