googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

’Ik bleef die prikken trouwhartig halen, zodra ze in de handel waren’

‘Mooie herinneringen aan een sporthal in Breukelen met veel meer personeel dan prikvee, zodat er reuze vriendelijk de tijd voor me werd genomen’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-6287beb3686be img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6287beb3686be img{#fig-6287beb3686be img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-6287beb3686be img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6287beb3686be img{#fig-6287beb3686be img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-6287beb3686be img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6287beb3686be img{#fig-6287beb3686be img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

‘Nederland keert vanaf 23 maart vrijwel volledig terug naar het oude normaal.’ Ik lees het in de krant en weet even niet direct wat ik ervan moet denken. Of beter: wat ik erbij moet voelen. Ik weet nog wel wat ik voelde toen de ernst van corona voor het eerst tot me doordrong, en wanneer dat was. Namelijk: toen de Dolomieten werden overspoeld door een eerste virusgolf, precies één dag nadat wij op wonderbaarlijke wijze de dans waren ontsprongen.

Ik weet ook nog wel de ruzie met mijn jongste zoon, jarig in mei van het eerste coronajaar, over sweet sixteen of hoe je dat ook noemt voor een jongen. Er was een lockdown, hij wilde toch een paar mensen uitnodigen. Ik was tegen want had niet zo’n zin om aan de beademing terecht te komen en eenzaam te sterven op de ic van het streekziekenhuis. Want ze vielen toen nog als vliegen. Of hij me soms dood wilde hebben, schreeuwde ik in paniek, hij woedend naar boven, ik er achteraan om hem vast te houden, snikkend dat ik het niet zo had bedoeld, maar bang was en wel weg zou blijven op zijn feestje.

En toen kreeg ik hem alsnog, de corona, karmatechnisch toepasselijk van mijn zelfde zoon, die hem op school had opgepikt. Ik had op de kop af 38,1 op de thermometer, een tiende te veel, zal wel loslopen, maar toch maar even testen. Mijn eerste. De uitslag duurde een eeuwigheid en was positief. Ik ging thuis maar in bed liggen wachten tot het kwam. Het kwam niet. Milde variant. Maar dat durfde ik pas drie dagen later te geloven.

Met een portie antistoffen in mijn donder ging het beter. Toch een beschermlaag, nietwaar? Daarbij waren de vaccins er bijna – mooie herinneringen aan een sporthal in Breukelen met veel meer personeel dan prikvee, zodat er reuze vriendelijk de tijd voor me werd genomen en ik werkelijk niets heb gevoeld van de prik die misschien wel mijn leven heeft gered. Ook niet van de tweede en de booster, trouwens, die ik trouwhartig ben blijven halen, zodra ze in de handel waren.

En zo week langzaam de angst voor de gewenning, de alpha voor de delta voor de omikron en alle beperkingen op 23 maart 2022, twee jaar en een beetje nadat een Chinese vleermuis besloot amok te maken in de wijde wereld. En wat vond ik er nou van? Nou... Ik merkte dat ik nog niet echt onbekommerd blij kon zijn en dat ik stiekem alweer vreesde voor de volgende pandemie. Toch een trauma, denk ik. Gelukkig maar een kleintje. Coronakater.

Ben jij ook zo iemand die graag haantje de voorste is? Mooi. Volg Nieuwe Revu dan op Facebook, dan krijg je de columns altijd als eerste te zien. Of abonneer op onze nieuwsbrief. Sturen we onze beste artikelen gewoon naar je toe.

Laatste nieuws