googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Het heeft nooit willen boteren tussen mij en de fiets’

‘Een uur later waren ze terug, Marcel met twee bloederige wonden op de knieën. Gevallen. Vanwege de clips op zijn schoenen’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-6385639ea862d img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6385639ea862d img{#fig-6385639ea862d img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-6385639ea862d img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6385639ea862d img{#fig-6385639ea862d img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-6385639ea862d img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6385639ea862d img{#fig-6385639ea862d img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Het heeft nooit willen boteren tussen mij en de fiets. Volgens mijn moeder gooide ik al op 2-jarige leeftijd mijn driewieler van vijfhoog naar beneden, dat zegt wel iets, en ik kan me nog haarscherp herinneren dat ik op de allerlaatste dag van de middelbare school heb gezworen dat ik nooit van mijn leven meer een meter zou fietsen. Omdat ik zes jaar lang enkel slagregens en zware tegenwind had gehad, heen en terug, op een fiets die mijn moeder op de krimp had gekocht.

Op verzoek van mijn toenmalige verkering heb ik nadien nog éénmaal een uitzondering gemaakt, omdat zij zo van racefietsen hield. De tocht ging tot Egmond, waar ik moest plassen en mijn lul compleet gevoelloos in mijn broek bleek te hangen. Het duurde tien minuten voor ik weer durfde te dromen van nageslacht en nog eens tien voor de bloedsomloop weer van de prostaatverlamming was hersteld. Ik heb het hele eind van Egmond naar huis staand gefietst, de fiets verkocht en met die verkering is het ook niets geworden.

Na deze traumatische ervaring heeft het ruim veertig jaar geduurd voor ik weer een fiets de mijne heb mogen noemen, een hippe VanMoof zonder motor maar met versnellingen, schijfremmen en – uiteraard – een keihard zadel. Ik kocht het ding omdat ik hem mooi vond, ik er mee naar mijn werk kon (9,2 kilometer) en ik inmiddels toch al drie kinderen had verwekt. En omdat ik nog een vorm van beweging nodig had om mijn gewicht in bedwang te houden en mijn conditie op peil. Een gelukkig huwelijk werd het niet. Als ik tien keer per jaar 10 kilometer fiets, mag ik niet mopperen.

Ik vertel dit allemaal omdat ik ben omringd door een grote schare fietsende vrienden. Sterker nog: mountainbikende vrienden. Die het zo gezellig zouden vinden als ik ook eens een rondje zou willen mee-mountainbiken. Bijvoorbeeld pas geleden, tijdens ons vriendenuitje aan de Oost-Duitse grens. Ik mocht best de schoenen van ons Marcel lenen, en zijn gloednieuwe fiets, en dan zou ik eens zien hoe leuk ik het zou vinden!

Omdat ik weet dat mijn lieve vrienden fietsen pas leuk vinden als de tocht meer dan 100 kilometer telt, met minimaal 500 hoogtemeters, zuigende blubber en omgewaaide woudreuzen, had ik beleefd geweigerd. Maar op de laatste dag kwam ik toch in de verleiding, omdat ik alleen de terugweg hoefde mee te fietsen, op erewoord precies 19 kilometer schitterend asfalt.

Ik wikte en woog en deed het toch maar niet. Een uur later waren ze terug, Marcel met twee bloederige wonden op de knieën. Gevallen. Vanwege de clips op zijn schoenen. Maar met zijn reproductieve organen was alles goed.

Ben jij ook zo iemand die graag haantje de voorste is? Mooi. Volg Nieuwe Revu dan op Facebook, dan krijg je de columns altijd als eerste te zien. Of abonneer op onze nieuwsbrief. Sturen we onze beste artikelen gewoon naar je toe.

Laatste nieuws