googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

'Of ik nou nooit eens gezellig mee kon doen'

‘Maar de combinatie van de verzengende zon, tyfusherrie, karbonadelappen op papierbestek en zweetlijven in vijftig tinten bruin? Nee. Er zijn grenzen’
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });
@media (max-width: 679px){#fig-633a3170e8625 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-633a3170e8625 img{#fig-633a3170e8625 img.lazyloading{width: 480px;height: 480px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 1000px){#fig-633a3170e8625 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-633a3170e8625 img{#fig-633a3170e8625 img.lazyloading{width: 740px;height: 740px;}}@media (min-width: 1001px){#fig-633a3170e8625 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-633a3170e8625 img{#fig-633a3170e8625 img.lazyloading{width: 160px;height: 160px;}}

Omdat ons potje golf door omstandigheden niet kon doorgaan, had mevrouw Heemskerk in allerijl een alternatieve excursie voor het huisgezin geboekt: een zeiltocht per jumbo-catamaran langs de mediterrane kust, inclusief zwempauze en luxebarbecue!

Ik mag wel zeggen dat ik er zin in had. Ik houd van varen, nog meer van zeilen, en anders wel van geroosterd vlees, en bovendien hadden de kinderen er al precies zo’n tochtje op zitten in hun (eerste) vakantieweek met de schoonouders, en waren ze razendenthousiast.

Enfin. Stipt om vijf voor twaalf stonden we de andere dag aan de kade, samen met een groep co-deelnemers, nét op tijd om een kanjer van een catamaran de hoek om te zien zwaaien, tot de nok toe gevuld met mensen, die er gezien de donderende Iberico-house een leuke tocht op hadden zitten. En nu van boord zouden gaan om voor óns plaats te maken, namen wij toch aan, gezien de drukte aan dek, en het aantal opstappers dat er anders óók nog bij moest worden geperst.

Niemand maakte aanstalten om de boot te verlaten. De bemanning wenkte. Of we nog aan boord kwamen. Voor ik wist wat me overkwam, was ik door de kolkende mensenmassa de boot op gesleurd, had men de trossen los gegooid, en was er geen weg meer terug. Ik werd bevangen door een machtige paniekaanval en schoot in de overlevingsmodus. Terwijl vrouw en kinderen een mooi plekje op de bakplaat op het voordek zochten, maakte ik me meester van het enige bankje in de schaduw en drie flessen water, en probeerde middels een geheime ademhalingstechniek in een staat van semibewusteloosheid te raken, tot het voorbij zou zijn. Over drie uur.

Vrouw boos. Of ik nou nooit eens gezellig mee kon doen. ‘Je probéért het niet eens!’ Dat hoefde ik niet te pikken. Ik was deze vakantie al acht keer zonder morren naar het strand geweest, had een avondmarkt en de oude stad van Alicante bezocht, diverse wandelingen in de middagzon gemaakt, en dat vond ik allemaal hartstikke gezellig. Maar de combinatie van de verzengende zon, tyfusherrie, karbonadelappen op papierbestek en zweetlijven in vijftig tinten bruin? Nee. Er zijn grenzen. Ach. Eigenlijk was ze dat ook wel met me eens. Ze ging direct even vragen of de muziek wat zachter mocht.

Maar... waren wij dan nu niet officieel toegetreden tot het gilde van de snobtoeristen, wilde ze weten. Voor ons werk te vaak, te veel op luxebestemmingen geweest, en nu voor eeuwig verpest voor de gewonemensenvakantie? Het kon mij lekker bouten, als ik maar nooit meer mee hoefde op de horrorcatamaran from hell.

Laatste nieuws