Bart Nijman

Bart Nijman: 'Nederland is geestelijk geen vrij land'

‘Toch is het in Nederland gelukt om ook die geestelijke vrijheid te onderwerpen aan regels. Ongeschreven regels weliswaar, maar streng gehandhaafd desalniettemin’

Bart Nijman

Vrijheid. Op papier een mooi concept, maar in de praktijk bestaat het nauwelijks. In de eerste plaats komt vrijheid met een bepaalde mate van verantwoordelijkheid, die moet helpen voorkomen dat de ruimte die jij inneemt met jouw vrijheid niet ten koste gaat van andermans vrijheid. Je zet niet na middernacht je stereo op 11, om het met een banaal voorbeeldje te schetsen.

Buiten dat wordt je vrijheid ingeperkt, of althans: gekaderd, door wetten, regels en eisen die een samenleving aan je stellen. Van leerplicht tot belastingplicht, helemaal vrijgesteld van onvrijheid ben je nooit. Je zult dingen moeten leren waar je niks aan hebt, en je zult meebetalen aan maatschappelijke onderdelen die voor jou geen direct voordeel opleveren, of waaraan je het liefst überhaupt nooit zou meebetalen. De publieke omroep bijvoorbeeld, om een persoonlijk subsidie-stokpaardje te noemen.

Vrijheid in een vrij land is dan ook primair een geestelijk begrip. Zolang je bepaalde fysieke wetten, regels en omgangsvormen een beetje eerbiedigt, ben je vrij om je eigen persoonlijkheid te ontwikkelen en uit te dragen. In je voorkeuren, je opvattingen, je sociale leven en je liefdesrelaties. In je geschrift, gedicht, geschilder of gezang.

Toch is het in Nederland gelukt om ook die geestelijke vrijheid te onderwerpen aan regels. Ongeschreven regels weliswaar, maar streng gehandhaafd desalniettemin. Om ongebreidelde vrije opvattingen toch een beetje te kunnen temperen, zijn onmeetbare waarden als ‘fatsoen’, ‘respect’ en een klemmend beroep op de ‘toon’ van individuele uitingen ingevoerd, die zowel streng als zeer gretig gehandhaafd worden door een kleine maar innig samenklittende keten van zelfverklaarde hoeders van deze normen.

Die hoeders zitten in de politiek, vaak bij partijen die ooit zelf tegen religieuze, conservatieve of op andere wijze stijve wereldbeelden aan trapten. Bij D66 dus, of bij GroenLinks en de PvdA. Die hoeders zijn ook sterk vertegenwoordigd in de media, waar ze zich verlaten op ‘journalistieke codes’ die ook grotendeels ongeschreven zijn, om zich als poortwachters van een sterk gesloten wereldbeeld te kunnen profileren. Zelf lijken ze daarbij te denken dat ze alle stromingen en vrije opvattingen vertegenwoordigen, maar dat is absoluut onwaar.

‘Fatsoen’, ‘respect’ en de ‘toon’ hebben het al lang gewonnen van intrinsieke ideologische vrijheid. Je ziet dat zodra iemand een mening uit die afwijkt van het opgelegde pandoer er het volle gewicht van de gedachtenpolitie op zich geworpen krijgt.

Rond de dodenherdenking is dit beklemmende fenomeen altijd extra zichtbaar. Met grote retorische onmacht wordt door de klittende kansel van eigenheiligen een groepsdruk gekweekt waarvoor iedereen moet buigen, of ze zullen trachten je te laten barsten. Vrijheid geef je door, zeggen zij de volgende dag heel vroom op bevrijdingsdag – maar alleen aan mensen die er precies mee doen wat zij willen. Nederland is geestelijk geen vrij land.

Column
  • Copyright ProShots