Zanger Martin Buitenhuis: 'Sommigen zeggen dat Engels de taal van de muziek is, ik vind dat onzin’

Om het jaar 2023 met een knaller af te sluiten, heeft Nieuwe Revu een extra dik decembernummer gemaakt met onder andere 12 spraakmakende interviews. Eén van de geïnterviewde BN'ers is Martin Buitenhuis. Wij geven je vast een voorproefje:
@media (max-width: 679px){#fig-65d69b8760668 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-65d69b8760668 img{#fig-65d69b8760668 img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-65d69b8760668 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-65d69b8760668 img{#fig-65d69b8760668 img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-65d69b8760668 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-65d69b8760668 img{#fig-65d69b8760668 img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-65d69b8760668 img.lazyloading{background: #eee;}#fig-65d69b8760668 img{#fig-65d69b8760668 img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}Martin Buitenhuis

Waarom zingen jullie in het Nederlands?
‘Toen we begonnen: om op te vallen. Ik had eigenlijk niet zo heel veel met Nederlandse muziek. Ik had één plaat van De Dijk toen ik op kamers ging, Niemand in de stad. Mooi. Mijn moeder had platen van Robert Long. Luisterde ik ook graag. Maar De Dijk was voor mij het voorbeeld dat het kon. Met een band een zaal platspelen met Nederlandse liedjes. Dat wilden wij ook. Want waarom zou je in het Engels schrijven, als je een Nederlandse band bent? Voor mij is dat niet logisch. Sommigen zeggen dat Engels de taal van de muziek is. Ik vind dat onzin.’

Doe Maar speelde ook de zalen plat.
‘Ja, maar als voorbeeld was Doe Maar veel te groot. Dat kan ik nooit bereiken, denk je. Maar ook dankzij Doe Maar wisten we: zingen in het Nederlands komt direct binnen. Dat snijdt dieper door.’

Zoals Stil in mij.
‘Zoals Stil in mij. Ik heb het samen geschreven met onze gitarist Sandro Assorgia, die ook veel voor de band schrijft. We hadden het refrein al een tijdje. In die tijd, de begintijd van Van Dik Hout, kwamen hij en ik vaak samen boven de pizzeria van zijn ouders. Tussen de flessen wijn die daar stonden, dus we hadden in elk geval altijd wat te drinken. En dan wisselden we uit wat we die week bedacht hadden. Stil in mij was een refrein. Een goed refrein. We wisten dat er een liedje in zat. Ik wilde de clou optimaal hebben en de tegenstellingen ook. Er moest ook nog een brug komen. Soms krijg je een cadeautje als je een liedje probeert te schrijven, maar een goed popliedje schrijven is toch vooral hard werken. Telkens weer. Je moet een goed idee hebben, het moet ergens over gaan en eigenlijk wil je dat elk liedje dat je maakt beter is dan de vorige. Het is een ambacht, het kost veel tijd en het komt niet uit de lucht vallen.’

Laatste nieuws